Posts tonen met het label 1 Koningen 19 : 21b. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1 Koningen 19 : 21b. Alle posts tonen

zaterdag 7 maart 2015

Voorbereiding HA - Wat betekent verzadigd worden?

"…met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten.…"
1 Koningen 19 : 21b
"De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen den HEERE prijzen, die Hem zoeken; ulieder hart zal in eeuwigheid leven."
Psalm 22 : 27
 
Schitterend geschilderd stilleven met brood door Henk Helmantel.
Sta alvast eens een ogenblik stil bij dat brood en het verzadigd worden aan Christus' tafel.
Het eten dat Elisa zijn (dienst)volk gaf was voedzaam genoeg om er de verdere dag zwaar lichamelijk werk mee te verrichten. Daarnaast zal het voedsel een bijzondere impact op het volk hebben gehad; vooral toen ze hun toekomstige heer het boeren bedrijf zagen verlaten, nadat hij zijn vader had gekust. Die maaltijd liet een diepe indruk achter. Vanuit dit gedachtepunt wil ik met je nadenken over wat we lezen in Psalm 22, een lied dat zo past bij de tijd van het kerkelijk jaar!
Gisteren eindigde ik met die vraag "zij aten (en dronken) – net als bij Boaz – en werden verzadigd en… hielden over… Wat zou dat laatste jou te zeggen hebben?". In de dagtekst van vandaag uit Psalm 22 komt datzelfde aspect terug. Het is een zeer passende psalm bij de bediening van het Avondmaal. De Psalm voert ons via Davids uitroep "Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?" mee naar Golgotha. Lees de Psalm maar eens rustig door, dan zul je mee lijnen naar de Heere Jezus op Golgotha ontdekken.

Eten

Maar vanaf vers 23 maakt de Psalm een verrassende wending en gaan de lijdenswoorden over in een een aanbiddingslied, ja een opwekking om de HEERE groot te maken, temidden van de gemeente, de broederen. En dan komen die woorden opeens naar voren: "De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden…" Blijkbaar temidden van de gemeente. En verderop gaan die aangesprokenen in de Psalm de wereld in om Gods lof te verkondigen. Lijnen te over naar de Avondmaalstafel en de dankzegging/betrachting daarop.
Het eten aan Christus' tafel betekent voor de zachtmoedigen meer dan een stukje brood nuttigen. Zij vinden er iets in dat hoger gaan en meer doeltreffend is dan brood allen. Verderop in het vers worden zij degenen 'die Hem zoeken' genoemd. Vergis je niet; er zijn categoriën reformatorischen die hierbij denken dat je vooral zoekend moet zijn. Een mens kan Christus eigenlijk nooit echt gevonden hebben, want een mens vindt nooit iets, hij blijft altijd zoekend, dor, zondaar. Dat laatste is waar; dat een-na-laatste is een zwakheid en zonde waartegen wij te strijden hebben en het is vooral géén stadium in het geloof!; maar dat eerste is ronduit onwaar. Geloofszekerheid zal altijd achterwege blijven als we onszelf beschouwen als zoekende. Dat doet de vrijzinnige remonstrant namelijk ook, die heeft er ook een hekel aan 'de waarheid' gevonden te hebben; we hebben slechts een stukje van de waarheid. Zo ook de ultra-'reformatorische' die meent voor de waarheid te staan, maar zich altijd hullen wil in geloofsonzekerheid. Zij die de HEERE zoeken, zijn zij die Hem gevonden hebben. Dit woordje 'zoeken' betekent: de toevlucht genomen hebben tot de HEERE. Zoek het zelf maar op, wat dit woord betekent, dan kun je het ook zelf zien!
En als zij – die de toevlucht hebben genomen tot Christus en dus weten Wie Hij voor hen persoonlijk is – dat stukje brood uit Zijn hand ontvangen, dan staren ze zich niet blind op dat brood, maar heffen hun harten op naar boven, waar Christus is! Herken je dat? Eten in het geloof!

Verzadigen

Wanneer je zo'n klein hapje brood eet, kun je onmogelijk verzadigd worden. Het kan hooguit wat smaak aan je gehemelte geven. Maar verzadigen kan het nooit. Je kunt er geen rond buikje van krijgen, zoals het woord letterlijk betekent. Dus er moet meer zijn.
Door het hele Oude Testament wordt het woord in de betekenis van 'verzadiging door een maaltijd' gebruikt. Het komt zelfs ook enigszins negatief voor: zat van dagen (zoals Abraham of David bijvoorbeeld). Dan ben je het leven eigenlijk moe; het is nu echt genoeg.
Maar verzadigd worden door een maaltijd geeft een heerlijke, tevreden gevoel. Je kunt soms ook teveel eten; dan wordt je misselijk en kun je geen pap meer zeggen. Maar dat is geen verzadiging, dat is over-verzadiging.
Het beeld van dat voldane, verzadigde gevoel, gebruikt David in Psalm 22. We komen dat ook in het Nieuwe Testament een aantal keren tegen. Neem bijvoorbeeld Jezus woorden in Mattheüs 5 : 6 maar: "Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden". Daar geeft Hij het direct een geestelijk betekenis. De hunker naar het gevoed worden door de HEERE, zal worden beloond met verzadiging. Bij Hem vind je alles wat je nodig hebt voor het geestelijk leven. De Heere wil aan Zijn tafel onze hongerige en dorstige zielen 'spijzen' (honger stillen) en 'laven' (dorst lessen). Kom dan ook eerlijk en oprecht met de bede om wat je nodig hebt. Zo zul je verkwikt worden. Soms direct, soms pas na de tafel in de dienst, soms de dagen erna. Hij geeft zelfs alles, als je niet kunt uitdrukken wat je allemaal voor nu en voor de toekomst nodig hebt. Eer zij roepen zal Ik antwoorden; nou, zo kan het gaan aan de tafel!
Bij Hem is overvloed… maar geen overdaad!

Overhouden

Na de wonderbare spijziging in Mattheüs 14 lezen we: "En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven." Er is overvloed, maar Jezus gooit het niet weg. Het wordt bewaard (of wellicht op dat moment uitgedeeld aan andere behoeftigen.
De HEERE geeft aan Zijn tafel een overlopende maat, zodat je kunt merken dat Hij niet karig is. Dat maakt dat we dus ook groot van Hem spreken. Niemand kan zeggen dat er geen plek voor hem of haar was, ondanks het geloof dat men had. Nee er is plaats volop en voedsel volop en zegen volop!
En soms geeft de HEERE een korf extra. Dan lijkt het alsof de maat té vol is. "HEERE stop maar, want ik kan het niet op!" "Nee, neem toch maar, voor later." En soms dagen of weken later merk je dat je nog moet teren op dat moment van het Avondmaal, omdat er een dure, een schaarse, tijd aanbrak. Of omdat er zware tijden van verdrukking, verzoeking of vertwijfeling aanbraken.
Aan het einde van die zware periode zul je merken dat je niets hebt overgehouden, maar dat de HEERE in Zijn wijsheid voldoende teerkost meegaf voor onderweg. Drie maanden is soms heel lang!
Wat een geweldig God mogen we dienen, he? Echt een Vader, vind je niet?

vrijdag 6 maart 2015

Voorbereiding HA - Aan tafel bij de Zoon en de Eigenaar

"…met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten.…"
1 Koningen 19 : 21b
 
"Als het nu etenstijd was, zeide Boaz tot haar: Kom hier bij, en eet van het brood, en doop uw bete in den azijn. Zo zat zij neder aan de zijde van de maaiers, en hij langde haar geroost koren, en zij at, en werd verzadigd, en hield over."
Ruth 2 : 14
 
 
Boaz nodigt Ruth bij hem aan tafel
 
Omdat de tijd van de maaltijd des HEEREN zo kort is – slechts een moment – wil ik er graag al van te voren aandacht aan besteden en met je over nadenken. Die begeerte werd gestimuleerd doordat er iets opblonk in die tekst uit de geschiedenis van Elisa's roeping. Hij slachtte niet alleen zijn koeien en verbrandde zijn gereedschap tot een offer, maar hij liet er zijn volk in delen. Met name het woord 'volk' en 'gaf' legde voor mij een diepe link naar de bediening van het Heilig Avondmaal. En ik moest terugdenken aan een preek van ds. N.P.J. Kleiberg – bij de bediening van het Heilig Avondmaal in onze gemeente – over de geschiedenis van Ruth op de akker van Boaz. Graag wil ik die lijnen met je delen.

De gastheer is de zoon van de eigenaar

Met ferme slagen hakte Elisa de ploeg aan stukken. Met oosterse handigheid legt hij een vuur aan en nadat de vlammetjes het door vonken aangestoken hooi oplikken, voedt hij ze met het hout van de ploeg. Eerst de splinters, dan de wat grotere stukken en vervolgens de grove bonken hout. Boven het knapperend vuur hangt hij de stukken vlees te braden. Zorgvuldig schroeit hij het vlees dicht. Een heerlijke geur mengt zich met de geur van vers geploegde aarde, dampende koeienlijven en de werkkleding van de arbeiders. Allen zoeken een plekje. Dit is meer dan een gewone maaltijd. Het volk – dat even te voren nog op het land bezig was, samen met Safan en Elisa – voelt de lading van het moment. Gespannen kijken ze naar Elisa. Ook vader Safan probeert de essentie van het moment te peilen, terwijl zijn blik van zijn zoon Elisa naar de profeet Elia gaat, en vice versa.
Als het vlees gaar is en de dienstmeiden de manden brood hebben gebracht, wordt het stil. Elisa dankt de hemel, de HEERE, de God van het verbond. Na het gebed weet ieder van het volk hoe de vork aan de steel zit. Zowel voor wat betreft de nieuwe toekomst van Elisa en de toekomst van de boerderij, als ook Elisa's geestelijk innerlijk. Met zorg snijdt Elisa het vlees en deelt het, samen met het brood, aan het volk uit… Diep onder de indruk nemen zij het toebedeelde deel aan en … eten.
Gastheer is Elisa, de zoon van de eigenaar van de boerderij, Safan. Het trof me dat Elisa zelf de dieren slachtte, de ploeg tot brandhout sloeg, het vlees 'zood' (braadde) en het uitdeelde. Niet vader Safan, maar zijn zoon Elisa!

De gastheer is de eigenaar zelf

Na een intiem gesprek tijdens het werk dirigeert Boaz de jonge weduwe Ruth – die met Naomi uit Moab is gekomen en nu in Bethlehem woont – naar de etenstafel op het land. Misschien wat in de schaduw van een paar bomen, zitten de maaiers dromerig voor zich uit te staren, al kauwend op hun brood en geroosterd graan. Hier en daar worden wat woorden gewisseld. Maar er worden vooral blikken gewisseld en nieuwsgierig wordt Ruth bekeken. Ze is geen werkster, geen maaister, geen bindster… en tóch hier aan tafel. Ze hoort niet bij het personeel van de gastheer en eigenaar, Boaz. Wat een gunst: ze krijgt een plek naast de gastheer. 
En kijk, hij 'langt' haar het geroosterde koren zelf! 'Langen': 'tsabat'… reiken of toesteken. Boaz wijst op de zure vinegar-saus, waarin hij en de anderen hun brood dopen. Hij geeft haar persoonlijk het speciaal voor haar geroosterde koren, terwijl hij zich naar haar overbuigt. Dat betekent, dat hij haar helemaal tegemoet komt; ze hoeft er zelf helemaal niets voor te doen. Wat een gunst… het wordt haar gewoon gegeven, om niet! 
De gastheer is de eigenaar zelf, maar hij schaamt zich niet om met het gewone volk de maaltijd te gebruiken en zo gemeenschap met hen te hebben. Vriendelijk kijkt Boaz de kring rond; en meer dan eens blijft zijn blik hangen op het ootmoetig gebogen hoofd van Ruth, de Moabitische. Deze heidense vrouw gevoelt de diepe eer en haar eigen onwaardigheid. Opeens kruisen hun blikken elkaar… even maar. Maar voordat Ruth haar ogen weer neerslaat heeft Boaz de diepe dankbaarheid kunnen peilen, die hem raakt en met vreugde vervult.

De gastheer is zowel de Eigenaar als Zijn Zoon

Zondag staat er ook een maaltijd aangericht. Zondag is er ook brood en is er wijn. Zondag is er ook een gastheer. Niet de vriend van de Bruidegom, de predikant, maar de Bruidegom Zelf. Hij en de Vader zijn Eén. En de Heilige Geest roept de Zijnen op: "Komt, want alle dingen zijn gereed".
Ik bij de Zoon van de Eigenaar aan tafel? Ik…? Met welk recht? Geen enkel. Maar dat was ook niet wat er in de uitnodiging stond, afgelopen zondag!
"De Meester is daar en Hij roept u." Het waren de woorden van Martha tegen Maria (Joh. 11:28). Wonderlijk dat juist aan de Avondmaalstafel woorden van een vrouw worden geciteerd! Rake woorden! Ware woorden. Hij roept U! Om Hem moet het gaan. "Sta op en eet, want de weg zou voor u teveel zijn", had Hij tegen Elia gezegd. En Hij zegt het ook tot jou en mij, wanneer je Hem volgt in je leven.
De Meester nodigt je; maar Zijn Vader niet minder! Wat een diepe woorden klinken er aan deze tafel: "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten…" Als jij daar mag zitten, misschien wel net als Ruth, met deemoedig of ootmoedig gebogen hoofd vanwege het gevoel van onwaardigheid, bedenk dan dat de Gastheer Zich grotelijks verheugt over de aanzittenden; ook over jou. Dat je met jouw gang naar de tafel hebt beleden:
…wij komen niet tot het Avondmaal om daarmee te betuigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn. Integendeel, omdat wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, belijden wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.
Zulke offers zijn de HEERE welgevallig; Psalm 51 (waarover we gisteren nadachten) eindigt zo treffend: "Dan zult Gij lust hebben aan de offeranden der gerechtigheid, aan brandoffer en een offer, dat gans verteerd wordt; dán zullen zij varren (wél) offeren op Uw altaar!"
Met tere zorg heeft Hij de tafel toebereid, de tekenen zo geschikt, dat ze tot stichting, tot verzekering en tot geestelijke voeding zullen dienen. Hij breekt het brood en 'langt' het ons… en wij eten. Hij deelt de beker der dankzegging rond… en wij drinken. Net als bij Elisa. En zij aten (en dronken) – net als bij Boaz – en werden verzadigd en… hielden over… Wat zou dat laatste jou te zeggen hebben?