Posts tonen met het label Horeb. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Horeb. Alle posts tonen

zaterdag 21 februari 2015

Veni, vidi, vici of Yalak, matsa, shalak

"Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem."
1 Koningen 19 : 19a


Johannes de Doper in zijn kamelenharen mantel, geschilderd ca. 1515 door Matthias Grunewald


Caesar bezigde in 47 voor Christus de slogan 'ik kwam, ik zag en ik overwon'. Het is de kretologie van een arrogant personage, dat niet bedenkt dat zijn koninkrijk altijd eindig is. Hoe goed een winkelketen, een multinational of een dictator ook lijkt te zijn, er zit een einde aan je macht en machtsgebied. Zelfs als anderen dat over je zeggen: 'hij kwam, hij zag en hij overwon'. Toch hebben slogans de kracht iets kort en bondig en daarmee onuitwisbaar te zeggen. Kenmerkend. In onze tekst zou je ook zo'n kreet kunnen zien: Yalak, Matsa, Shalak, 'hij ging, hij vond en hij…" Ja wat? Overwon? Nee, hij wierp weg.


Hij ging

Daar gaat Elia. God kijkt hem na, vanaf de Horeb. Voetje voor voetje daalt Elia het slingerpad af, langs de woeste berg. Enige tijd later ziet Hij een kleine profeet gaan in de diepte. Steeds verder gaat Elia, de weg die hij enige tijd geleden was gekomen, tot hij slechts een stipje is. Maar God laat hem niet alleen gaan; Hij gaat mee en is erbij! Dwars door de woestijn, op weg naar een andere woestijn, die van Damascus. Immers, dat was Gods opdracht. God stuurde Elia naar Damascus om daar Hazaël, het eerste wapen van Zijn wraak, te zalven (om daarmee Zijn plan de activeren).
Maar zoals het gaat met iemand die de afvoer van zijn gootsteen wil repareren en er eerst een of meer opvangbakken onder zet, zo begint Elia met de tweede opvangbak: Elisa. Of zo je wilt, een achtervang. Immers, wie van het zwaard van Hazaël ontkwam, zou door Jehu worden gevangen; en wie bij Jehu door de vingers glipte, zou Elisa tegenkomen.
De weg die Elia hier gaat, gaat hij ongetwijfeld niet op eigen houtje. Dit moet hebben gepast in Gods zondaarslievend plan: het oordeel wordt nog uitgesteld. Elia gaat, maar… zou hij de reikwijdte van zijn opdracht hebben beseft? Ging hij werkelijk met het doel om zo wraak te kunnen realiseren over Achab (en meer nog over Izébel)?
Elia is geen lieverdje; wie met 21e-eeuwse ogen naar zijn slachting bij de Karmel kijkt, zal wellicht beelden van ISIS op zijn netvlies krijgen. Echter wie zo kijkt, vergist zich. Elia is geen wraakgierig despoot, maar met heilige toorn vervuld over het breken van Gods verbond. De straf die hij had uit te voeren, was Gods oordeel. Maar dat betekent niet dat hij erbij heeft staan lachen. Nee, Elia is in díe zin geen lieverdje, dat hij over het algemeen een onverschrokken geest heeft (behalve in deze episode). Straks zal hij onverschrokken naar Achab (en Izébel) gaan en hen aankondigen dat en hoe zij zullen sterven. Echter, in de beschrijving van Achabs laatste dagen blijkt dat Elia voor Achab toch een zeker gevoel van barmhartigheid overhield. Hij waarschuwde hem dus uit bewogenheid. En dat gevoel werd gevoed door God, Die – zo zal blijken aan het einde van 1 Koningen 21 – nog genadetijd geeft aan Achab, na diens zonde tegen Naboth.

Hij vond

Hoe verder Elia naar het noorden trok, hoe meer hij zich bewust werd weer in het schootsveld van Achab te komen. Dat vervulde hem echter niet met angst, maar met moed. Hij had niet zomaar een opdracht op zak! Het was een opdracht van de Allerhoogste. Hoe Elia zal hebben gedacht weet ik niet; ook niet of God nog een niet in de Bijbel vermelde nuance aanbracht in Zijn opdracht; feit is echter wel dat Elia regelrecht naar Abel-mehola ging.
Ook liep hij Elisa niet stomtoevallig tegen het lijf. Er staat 'hij vond Elisa'. Hoewel dat woord ook 'ontmoeten', 'tegenkomen' of zelfs 'toevallig vinden' kan betekenen, heeft het hier toch de lading van 'het gezochte verkrijgen of vinden'. Ook kan het nog de betekenis hebben van 'leren' of 'ontwerpen' of 'voldoen aan een voorwaarde'. Er zal bij die ontmoeting zeker een stuk uitleg zijn gegeven, hoewel we dat niet lezen. Het lijkt ook een hele rare handeling: Elia liep op Elisa toe – terwijl die ingespannen aan het ploegen was met een serie ploegende ossen – en wierp hem zomaar zijn mantel om.
Wat Elisa betreft zal deze ontmoeting plots en onverwacht zijn geweest. Elisa wordt vaak als een kleine jongen afgeschilderd, maar hij is een manager, die het in zich heeft om met twaalf juk ossen tegelijk te ploegen, weliswaar geholpen door zijn onderhorige knechten. Die bedrijvigheid stagneert plots als daar de profeet Elia opduikt. Iedereen weet dat Elia opnieuw gezocht wordt. Als aan de grond genageld staren ze naar de man met zijn ruige haardos en woeste baard, die gekleed gaat in een ruwe kamelenharen mantel, bijelkaargehouden door een leren gordel. En die loopt op gesandaalde voeten.
Ik stel me zo voor dat Elia over een pad liep, dat dwars door de akker van Elisa's vader ging. Plots verlaat hij het pad, baant zich een weg over de harde kluiten van de losgewoelde aarde. En terwijl de koeien zwetend wachten tot ze met een zweep in beweging worden gezet, kijken ze loom naar die markante figuur, die hen daar zomaar passeert. Achter hen blijft hij staan. De koeien horen het geluid van Elia's stem; ze zullen achteromkijkend het tafereel niet begrijpend hebben staan aankijken. Blij met een moment rust bij dit zware werk. De een snuffelt wat langs de grond, voor zich: niets eetbaars. De ander zwiept met haar staart, om de lastige steekvliegen weg te jagen en schudt even wild met haar kop. Een derde loeit vermoeid, om wat contact met de andere ossen te maken. Verder blijft het ijzig stil. Wat de koeien echter niet weten, is dat Elia gevonden heeft wat hij zocht: zijn door God gekozen opvolger. Dit is hem: Elisa.
Zullen ze elkaar ooit eerder hebben gezien? Uit de woorden van Gods opdracht op Horeb zou je kunnen concluderen dat Elia wist wie Elisa was, zoals hij wist wie Jehu was (Achabs generaal) en wie Hazaël was (Benhadads (of Hadadezers) generaal). Wat die laatste betreft: de zieke Benhadad stuurde zijn dienaar Hazaël met geschenken naar Elisa, toen hij had gehoord dat die Elia's opvolger was (2 Koningen 8) en sprak hem met dezelfde achting aan.


Hij wierp weg

Achter de koeien gebeurt plots iets wonderlijks. De ruige zonderling maakt zijn riem los, trekt de mantel ertussenuit en laat hem van zijn schouders glijden. Niet omdat hij het zo heet heeft; de koeien zouden er wat voor over hebben gehad om zo ook de warmte van zich af te werpen. Nee, Elia neemt zijn mantel en gooit hem om de schouders van de verwonderd, enigszins wantrouwend kijkende Elisa.
En dan legt Elia rustig uit waarom hij dit doet en wat er nu eigenlijk gebeurt. Nee, ik lees het niet. Zoals er zo veel niet te lezen is in deze geschiedenis. Maar hier zal vrijwel zeker niets verder gezegd zijn. Dit gebaar is zo symbolisch voor een oosterling, dat de boodschap direct duidelijk is. Met dit gebaar werpt Elia niet alleen zijn mantel van zich, maar ook zijn roeping. Die mantel is symbool van zijn roeping.
Een mantel van kamelenhaar is tegenwoordig een abominable duur kledingstuk (www.elegance-paris.nl/group/0/product/8131429/Damesmode-Detail.4397.0.html). Nou, zo chique zal Elia hem niet gehad hebben. Het was die mantel, waarmee hij zich omwond, toen God aan hem verscheen. En die mantel, die later, bij Elia's hemelvaart definitief van zijn schouders zal vallen, waarna Elisa hem voorgoed gaat dragen.
Over Johannes de Doper staat dat hij zal gaan in de geest van Elia. Ook hij zal in de woestijn verblijven, sprinkhanen en wilde honing eten en… een mantel dragen van kamelenhaar. Die mantel droeg hij als allerlaatste profeet. Wellicht werd die door Herodes' handlanger verachtelijk in de prullenbak gegooid. Daarna kwam de opperste Profeet, Die een linnen lijfrok droeg, die uit één stuk was geweven. En Hij verwierf het heil en de zaligheid, waardoor Hij reine, witte klederen kan omwerpen om de schouders van zondaren: de klederen des heils en de mantel der gerechtigheid.
De overeenkomst tussen Elia en Johannes de Doper is deze (lees het op www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/P/Profetenmantel/1303/ ): Elia moest het volk Israël terugroepen van de afschuwelijke afgoderij van de Baäldienst. Johannes de Doper moest eeuwen later het volk terugroepen van het vereren en dienen van de goden van de Kanaänieten.


Later, op de berg der verheerlijking zal Elia opnieuw zijn te herkennen aan zijn mantel. Maar hier in onze tekst legt hij hem op symbolische wijze van zich en om de schouders van Elisa. Hij ging, hij vond en hij wierp weg. Niet achteloos, maar met een verrukt en gelukkig gevoel dat de HEERE doorgaat en Elia's taak zal worden voortgezet. Er is toekomst voor het volk, wanneer er weer nieuwe profeten worden geroepen. En wees eerlijk, krijgen wij als christenen eigenlijk niet allen de profetenmantel omgeworpen. Niet om predikant te worden zo zeer, maar om onze roeping naar de wereld en naar de kerk te verstaan. Onverschrokken!


Gezang 121 vers 1, 2 en 3

God roept ons, broeders, tot de daad,
Zijn werk wacht; treedt dan aan,
en weest gereed om elke weg,
die Hij u wijst, te gaan.
Wij weten dat, wat komen mag,
toch hij slechts wint, die waagt,
en, wie zichzelve geven wil,
door 't donker vlammen draagt.

God roept, en in Hem is de kracht,
die onze zwakheid staalt.
Dit is de vreugd, dat Hij het doel
en onze vaart bepaalt.
Dat Hij ons over grenzen heen
laat zien het groot gezicht
van aller mensen broederschap
in 't ene, godd'lijk licht.

God roept, en wat de mensen scheidt,
dat zij geen scheiding meer;
Zijn liefde houd' ons allen saâm
en samen met de Heer'.
Want wat er in de wereld woed',
toch is het God, Die wint,
en in een elk die Hem behoort,
het nieuwe rijk begint.

donderdag 19 februari 2015

Gods terloopse opmerking

"Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën, die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en allen mond, die hem niet gekust heeft."
1 Koningen 19 : 18
De onlangs teruggevonden tekening uit 1987 n.a.v. 1 Koningen 19 : 18


Toen ik na een beschermde sfeer op de christelijke lagere school van Bergambacht en een dito milieu op de Driestar in Gouda naar de Staatsdrukkerij in Den Haag ging, voor een opleiding in de grafische industrie, werd ik geconfronteerd met allerlei levensstijlen. Tussen de bijna duizend collega's in die tijd (1987) zag ik niemand die christelijk was. Dat gaf niet alleen verwarrende gevoelens, maar bezorgde me ook een gevoel van eenzaamheid. In die tijd werd ik (óf door bijbellezen óf door een preek) geconfronteerd met de tekst van vandaag. Een tekst die me niet alleen met twee benen op de grond zette, maar ook troostte en hoop gaf. Ik maakte er toen een tekening van die ik onlangs weer terugvond in mijn kast.

Ik heb

Als de HEERE aan Elia vraagt wat hij hier helemaal bij de Horeb komt doen, is het antwoord: "Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen". Al eerder had Elia uitgeroepen vanonder de jeneverstruik: "Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen". Aanvankelijk wilde Elia dat de HEERE zijn ziel zou wegnemen; later klaagde hij dat zijn tegenstanders (en tevens Gods vijanden) die ziel begeerden weg te nemen. In een soort zelfbeklag stort hij zijn hart voor de HEERE uit.
Opmerkelijk is dat de HEERE achteraan begint en hem allereerst een nieuwe opdracht geeft: hij moet een drievoudige zalving uitvoeren. Elia krijgt werk te doen en er is dus geen enkele reden om te bidden om een snelle dood. Dit zal Elia zeker hebben getroost: er is immers toekomst?! Maar op het moment dat hij zich omdraait voegt de HEERE daar nog een paar diepe woorden aan toe! "Ook heb Ik in Israël (dus juist daar en niet slechts in Juda bijvoorbeeld) doen overblijven 7000…" Soort- en lotgenoten te over dus! "Wees gerust Mijn kind, Ik weet ervan… Er is een beter plan… daarom!"
En bedenk dat er staat: "Ik heb…" Het is de HEERE Die hier aan het werk is.

Doen overblijven

Opnieuw iets, waar je zo overheen leest. De HEERE zegt: "Ik heb doen overblijven…" Je zou het in hedendaags Nederlands kunnen vertalen met "laten overblijven" of "overgelaten". Dat heeft echter iets passiefs. De HEERE is bezig te redden wat er te redden valt en nu blijken er nog 7000 over te zijn die niet hebben gebogen voor Baäl. Wat een geluk.
De betekenis van deze woorden is echter anders, dan ik op het eerste gezicht dacht. En het werd me ook duidelijk waarom de HEERE dit hier, helemaal aan het eind van zijn antwoord aan Elia zegt. Er zit in de voorgaande woorden een climax of zo je wilt een anticlimax. Een, zo noemde ik het in de vorige Bijbelstudie, baboeska van oordelen. De ene maaibeweging na de andere: eerst Hazaël, daarna Jehu en tenslotte Elisa. Dood en verderf. Blijft er dan nog wel wat over? Waartoe deze uitroeiing?
Welzeker, er blijft een rest over. Hoe vaak staat dat niet in de Bijbel! De HEERE laat nog een rest over, na het oordeel. Zo ook hier; lees het nog maar eens goed achterelkaar: "En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazaël ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden. Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend…" Die woorden 'ontkomen' en 'overblijven' het grofweg eenzelfde essentie. Na elke maaibeweging van de trits Hazaël-Jehu-Elisa blijft er wat over; maar dat is een onzeker overblijfsel. De HEERE gaat zorgen dat er een vast en zeker overblijfsel achterblijft. Niet passief, als een mazzeltje. Maar Hij doet dat overblijven, zoals mensen die onderduikers hielpen in de Tweede Wereldoorlog; al is die vergelijking nog mager, want die mensen konden niet garant staan voor de onderduikers. Zo geheel anders, zoveel zekerder is het bij de HEERE!

In de NBV-vertaling staat het zo: "Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël, zal gedood worden door Jehu. En wie ontkomt aan het zwaard van Jehu, zal gedood worden door Elisa. Ik zal in Israël niet meer dan zevenduizend mensen in leven laten, alleen degenen die niet voor Baäl hebben geknield en hem niet hebben gekust.’"
In de Willibrord-vertaling staat het iets positiever en duidelijker voor wat betreft Gods werk: "Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël zal gedood worden door Jehu en wie ontkomt aan het zwaard van Jehu zal gedood worden door Elisa. Maar Ik laat in Israël een rest over: zevenduizend man die hun knie niet gebogen hebben voor Baäl en die hem niet gekust hebben.’"
Zag Elia die 7000 ergens rondlopen? Als een rebellenleger van Jefta? Nee, Elia zag er niets van. Maar, of hij er maar even stellig vanuit wilde gaan dat de HEERE niet alleen iets zegt, maar ook doet wat Hij belooft. Zo kon hij gaan, terug naar het hol van de leeuw.

Ook

Het laatste woordje is er eentje dat nauwelijks opvalt. Wat zit er al niet opgesloten in die drie letters? Ook… Er komt wraak jegens Izébel en Achab. En niet te zuinig! Maar in de toorn gedenkt God ook aan Zijn ontferming: 7000. Niet alleen Elia, maar ook 7000 anderen met hem. Niet alleen wraak en verderf, maar ook ontferming en instandhouding. Ook is in een twistgesprek vaak een soort extra dolkstoot uit ongedachte hoek. En in een discussie vaak de doorslaggevende factor waarom iets wel of niet moet. Is al het voorgaande nog niet doorstalggevend genoeg, dan is er ook nog dit feit, dit argument, deze waarheid… Ga nu maar Elia. Slik je 'ja-maars' in. Het komt echt goed!
We horen Godezijdank niet dat Elia nog langer moppert of tegensputtert. Zijn leven ziet er nog even grijs uit als toen hij hier bij Horeb kwam aangestrompeld. Echt hoor, er is niets zichtbaars veranderd. Nog steeds ziet hij niets van het werk van de HEERE en toch wel… Want God heeft hem dieper laten zien. En blijkbaar effectief genoeg. Want Elia gaat.
Nog even over die 7000. De kanttekenaren beschrijven hen als mensen die "geen eerbied noch onderdanigheid bewezen heeft, waarvan het kussen een uitwendig teken was. Zie Gen. 41:40. Hetwelk nog heden de afgodendienaars hun beelden en versierd heiligdom bewijzen."
Diegenen die eer bewezen aan de afgoden, hadden geen schijn van kans. Maar, Elia, wees jij dan ook metterdaad een dienaar van God, die Hem eerbied betoont en in Zijn wegen wil gaan.

De vragen zijn niet weg, vragen over de weg die zo anders gaat als gedacht. Al die vragen zijn begrijpelijk… toch is er een beter plan, een betere weg waarlangs de HEERE werkt. Pas als het af is zul je zien dat dat de beste weg was; soms is dat de weg terug, door de woestijn, op weg naar je nieuwe roeping en taak. Misschien wel gewoon de taak van gisteren, waarvan je dacht dat die afgelopen was. Misschien wel terug naar je gezin, je collega's, die plek die pijn doet. Iemand twitterde afgelopen dagen: "De beste weg om uit problemen te komen is er dwars doorheen te gaan..." Ik antwoordde terug: "Maar om te voorkomen dat je in de problemen komt, kun je er vaak beter omheen lopen." Waarop zij verhelderde: "tja, alleen sommige problemen zijn niet te voorkomen. En dan kun je twee dingen doen. Er omheen of doorheen..." God koos bij Elia voor het laatste. Elia moest gaan, maar hij wist: ik ga niet alleen!


Daarom 

Soms doet het pijn, alsof de bloem die in mij bloeit wordt ingekort.
Wanneer wat binnen in mij groeit,
als een verdorde bloesem afgesneden wordt.
Alsof er iemand aan mij snoeit en dan bevreemdt het mij,
waarom ontneemt Hij mij mijn bloem.

Soms doet het pijn, wanneer een plan dat in mij groeit wordt opgeschort.
Alsof het vuur dat in mij gloeit,
voldoende ruimte voor haar gloed onthouden wordt.
Alsof er iemand aan mij snoeit die mij geen vrijheid biedt,
en dan begrijp ik niet waarom, waarom.

Waarom neemt Hij nu van mij af,
wat Hij toch eenmaal aan mij gaf.
Is er een plan dat verder reikt,
dan iemand kijken kan?

Dan zegt een stem, de Landman snoeit zijn wijnstok,
houdt de ranken kort
't Is voor het komende seizoen,
dat nu een stukje van jou weggenomen wordt.
Ik voel jouw pijn wanneer Hij snoeit, mijn kind,
Ik weet er van, er is een beter plan, daarom, daarom.

Daarom neemt Hij nu van je af,
wat Hij toch eenmaal aan je gaf.
Er is een plan dat verder reikt,
dan iemand kijken kan, dan iemand kijken kan, daarom.

vrijdag 30 januari 2015

Op weg naar een bergtopervaring

"En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN."
1 Koningen 19 : 11a

Op een 'bergtop' geeft de HEERE uitzicht, overzicht en doorzicht voor het geestelijk leven


Vind jij het ook zo bijzonder dat de Heere Elia gewoon laat uitpraten, zonder hem tegen te spreken? Sterker nog, God gaat er verder niet op in. Hij zegt enkel: kom uit die spelonk en klim net als Mozes deze berg op. En ga daar voor Gods aangezicht staan. Wat een merkwaardig bevel. Kom laten we dichterbij gaan staan en kijken war er precies gebeurt.

Op de berg - I

Toen God Zijn wet aan het verbondsvolk Israël gaf, deed Hij dat vanaf de berg Horeb of Sinaï. Het was Zijn vriend Mozes die gedurende veertig dagen en veertig nachten op deze berg in Zijn nabijheid verkeerde. In de kinderbijbel-verhalen leer je al vroeg druk bezig te zijn met het gouden kalf en Mozes' verbolgenheid over die zonde. Maar hoeveel aandacht wordt er besteed aan die dagen van intieme omgang met de HEERE? Ik begrijp het wel, daar staat niet zoveel over in de Bijbel. En een kind kan zich daar dan misschien niet zo veel bij voorstellen. Maar wij grote mensen? Kunnen wij ons er misschien toch wel iets bij voorstellen? Of kunnen wij op zijn minst toch eens nadenken over hoe dat moet zijn geweest? Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit een stuk verrukking en verlangen om ook zo dicht bij de HEERE te leven? En Mozes keerde enkele dagen later opnieuw terug en verbleef daar dicht bij God.
Toen Mozes van de berg kwam, met de wet op de ongebroken stenen tafelen, was aan zijn gezicht te zien dat hij bij God was geweest. Zoals ook aan Zacharias op het tempelplein te zien was dat hij een gezicht van engelen had gezien.
Mozes - Horeb - Gods nabijheid --> de verheerlijking op de berg. Daar, bij Jezus' verheerlijking op de berg (een andere berg!) komen we Mozes opnieuw tegen. Waarom hij?

Op de berg - II

Zoals de HEERE Mozes het bevel gaf om de berg op te klimmen en bij Hem te komen, zo geeft de HEERE ook in onze tekst zo'n zelfde bevel aan Elia. Kom uit die grot, daar onderaan de berg en klim de berg op om daar dicht bij Mij te zijn. Elia wilde weg uit het leven en eeuwig bij God zijn. Welnu, hij mag dichtbij God zijn, maar wel daar, bovenop de berg. We horen geen reactie van Elia, maar wat moet er door hem heen gegaan zijn? Daar zal toch wel enige schaamte zijn over die woorden die Elia tegen de HEERE had gezegd: "Ik heb zeer geijverd…"? Ik vrees van niet, want hij zal diezelfde woorden aanstonds herhalen!
De HEERE nodigt hem bij Zich. Zoals Hij ook met Zijn volk zou doen, later: "Komt, laat ons tezamen rechten". God gaat nog niet in discussie, maar nodigt in alle lankmoedigheid en barmhartigheid om naast Hem te komen zitten en eens samen naar de dingen te kijken. Dan ziet het er al een stuk anders uit! Het is een rijke zaak, als we samen met de HEERE naar onze onmogelijkheden kijken. Immers, dan kijken we er naar met een Kenner en een Expert (met eerbied gezegd). Hij overziet het geheel. Zijn plannen falen niet. Hij weet wat van Zijn maaksel is te verwachten. Maar Hij weet ook hoe het verder moet.


Op de berg - III

Op de berg… het is een plek, hoog boven alle aardse beslommeringen. Misschien staat bij jou het water aan je lippen. Maar op Gods berg is er een plaatsje daar je kunt uitkijken over je problemen. Neerkijken op alle zorgen, en opzien naar de zaligheid.
Op de Berg des HEEREn zal het worden voorzien, zo ondervond Abraham het, toen hij zijn zoon moest offeren.
Jesaja mocht profeteren: "En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem."
God laat profeteren door Obadja dat er op de Berg des HEEREN, Sion, heilanden zullen komen, verlossers, van wie de Heere Jezus de voornaamste Verlosser is…
En was de Heere Jezus ook niet vaak op de berg in gebed? In dit verband komt de verheerlijking op de berg ook weer op in mijn gedachten, want ook Elia was daarbij aanwezig. Elia - Horeb - Gods nabijheid --> de verheerlijking op de berg. Waarom hij? 
En tenslotte stierf de Heiland op een berg en voer van een berg op naar de hemel. Een berg is een bijzonder object in het geloof… geloof, dat bergen verzet.
En wat mag Jesaja in het 25e hoofdstuk diepe dingen laten zien: "En de HEERE der heirscharen zal op dezen berg allen volken een vetten maaltijd maken, een maaltijd van reinen wijn, van vet vol mergs, van reine wijnen, die gezuiverd zijn. En Hij zal op dezen berg verslinden het bewindsel des aangezichts, waarmede alle volken bewonden zijn, en het deksel, waarmede alle natiën bedekt zijn. Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken."
Ook voor Elia zal gelden dat het 'bewindsel' van zijn oog zal worden afgenomen als hij daar bij de HEERE op de berg is. Hij zal mogen gaan zien dat zijn wens geen goede wens was en dat de HEERE zijn bede toch verhoort, maar veel rijker dan hij had durven hopen.


Nog even terug naar die twee vragen: waarom Mozes op de berg der verheerlijking was en waarom Elia? Er wordt meestal een symbolische link gelegd naar deze twee vertegenwoordigers van het Oude Testament: de wet (Mozes) en de profeten (Elia). Dat is wel een heel bijzonder detail. Waar Elia in onze geschiedenis nog dacht de enig overgebleven profeet te zijn, daar verheft de HEERE hem in het Nieuwe Testament tot de vertegenwoordiger van alle profeten uit het Oude Testament. Nogmaals, op een bergtop overzie je de dingen anders. En de HEERE geeft in dit aardse leven meer dan eens zo'n bergtop. Soms om het leven weer te kunnen overzien, maar veelal om het hemels Jeruzalem weer in het vizier te krijgen. Daar gaat het heen! Heb jij ook wel eens zulke bergtopervaringen?

Psalm 24 vers 2 en 3
Wie klimt den berg des HEEREN op?
Wie zal dien Godgewijden top,
Voor 't oog van Sions God, betreden?
De man, die, rein van hart en hand,
Zich niet aan ijdelheid verpandt,
En geen bedrog pleegt in zijn eden.

Die zal, door 's HEEREN gunst geleid,
En zegen en gerechtigheid
Van God, den God zijns heils, ontvangen.
Dit 's Jacob, dit is't vroom geslacht,
Dat naar God vraagt, Zijn wet betracht,
En zoekt Zijn aanschijn met verlangen.

woensdag 28 januari 2015

Als angst je TomTom is

En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
1 Koningen 19 : 10

Elia ziet zichzelf als de enig overgebleven ware gelovige…


Als Maria Magdalena in de Hof van Jozef van Arimathéa haar naam hoort noemen door de Heere Jezus, valt ze stil en herkent haar lieve Meester. Wanneer echter de HEERE de naam van Elia noemt in vers 9, lijkt het wel of Elia verblind is; niet beseft dat de HEERE hem bij name roept. Hij brandt los en spuit zijn gal. Maar wat zegt hij eigenlijk?

Ik heb zeer geijverd

IJver is een woord dat bij ons een totaal andere betekenis heeft gekregen. Wij worden beloond om ons ijverig gedrag. IJver en vlijt zijn grote deugden; waar komt je ze nog tegen, vragen sommige mensen zich weleens af. Maar ijver in de Bijbel heeft een andere lading. 
Als Elia wijst op zijn ijver voor de HEERE, dan bedoelt hij niet dat hij zo druk is geweest voor Gods zaak, maar dat hij zich kwaad heeft gemaakt over het feit dat het volk de HEERE heeft verlaten. IJver kun je associëren met jaloersheid. Zo horen we de HEERE in de Tien Geboden zeggen dat Hij een naijverig God is, die de zonde niet ongestraft laat. Hij kan het niet hebben als Zijn schepselen doen, alsof hij niet bestaat. IJver, zoals Elia het woord gebruikt, is een deugd buiten jezelf: het is je inspannen voor de zaak van de ander; in dit geval de HEERE. Het is je druk maken over het feit dat God niet aan Zijn eer komt, door het gedrag van medeschepselen. Herken je daar iets in? Ben je ook vervuld met heilige toorn, wanneer mensen de HEERE niet eren?
Echter, wanneer Jehu dat woord gebruikt in 2 Koningen 10 tegen Jonadab: "Ga met mij, en zie mijn ijver aan voor den HEERE…", dan wil hij daar zelf iets mee worden. Jehu slaat ook door in zijn ijver. Hij dient ten diepste de HEERE niet. Maar dat is niet de insteek van Elia. Echter…

Zij hebben verlaten

Hoewel Elia gelijkt heeft – het volk heeft immers de HEERE verlaten, vóór die belijdenis op de Karmel – trekt hij wel de dingen uit proportie. Al pratend tegen de HEERE zet hij zichzelf af tegen het volk. Al redenerend plaatst hij zichzelf in het kader 'goed' en zet hij het volk in het hokje 'fout'.
Dat is op zich niet onjuist, maar daar komt een gevaar om de hoek kijken: je kijkt niet meer kritisch naar jezelf en je generaliseert over die anderen. Ze zijn allemaal tegen… ze doen allemaal maar waar ze zin in hebben… ze hebben niet… ze hebben wel… zij… zij… zij… Ik daarentegen…
Elia loopt ook het gevaar de dingen buiten proportie te zien. Hij laat zich imponeren door de dreigende woorden van Izébel en interpreteert ze als de nieuwe belijdenis van het volk. De vraag is of dat mag en of je daar jezelf niet onnodig mee in de put praat. En… of je die ander wel recht doet!
Daarbij noemt Elia feiten, die gepasseerd zijn. Het volk had immers beleden op Karmel, dat ze de HEERE weer zouden dienen; wat ook de waarde van die belijdenis moet zijn geweest.
Oude koeien doen het goed, in gifspuwen, maar niet in bruggenbouwen en wonden helen!

Ik ben alleen overgebleven

Je ziet het gevaar direct concreet worden, wanneer Elia zelfmedelijdend zegt: "Ik alleen ben overgebleven…" Enkele jaren geleden preekte er een dominee op dermate wijze, dat de HEERE de Grote Onbereikbare werd en de mensen zich vooral moest bezighouden met gewroet in zijn zondig hart. Totaal geen ruimte voor een eerlijk beeld van de HEERE en het feit dat God ook een vriendelijk aangezicht heeft. De mens stond centraal en de mens moest zich inleven in zijn zonden. Als je dat niet deed, kon het nooit wat zijn geweest.
Na afloop stelden enkele jongeren hem wat vragen; het gesprek escaleerde in rap tempo. Enkele jongeren, die in alle eenvoud probeerden deze prediker – die al op gevorderde leeftijd was – tot bedaren te brengen, maar kregen te horen dat zij niet wisten wat bidden was en dat zij geen geestelijk kennis hadden. Toen de predikant werd gevraagd of hij inzag dat zijn manier van preken toch wel uitzonderlijk beperkt was in het licht van de Schrift, zei hij dat hij altijd zo heeft 'moeten' preken en dat hij helaas nog zo'n beetje de enig overgeblevene was die zo preekte.
De predikant kon zich helaas troosten met het feit dat er nog veel te veel van zulke predikers in diverse kerken rondliepen. De harten van de jongeren waren gekwetst, de zondag was verknald en het satan had dikke pret.
"Ik alleen ben overgebleven…" is geen oprechte, godverheerlijkende belijdenis van een eenzame vluchteling, maar uiting van een onevenwichtig stuk zelfmedelijden. De HEERE laat in het vervolg van de geschiedenis zien hoe Hij daarmee omgaat. Maar het heeft mij verbaasd hoe terughoudend de HEERE hier is in Zijn spreken. Hij velt geen oordeel, maar handelt heel zachtjes met Zijn knecht.

Zij zoeken mijn ziel

Het staat er in het meervoud: "Zij zoeken mijn ziel…" Maar het is de vraag hoevelen hem werkelijk zochten. Misschien Achab, naast Izébel. Natuurlijk had Elia een punt, als hij had gewezen op de onbetrouwbaarheid van het volk. Ze waren immers een riet, dat heen en weer bewogen werd. Ze waren een golf van de zee, die dan eens hierheen rolt, en dan weer daar heen.
Maar als men de ziel van Elia op dit moment zocht, bevond Elia zich dan in een andere situatie dan toen hij moest vluchten naar de Krith. Sterker nog, toen gaf God Elia de ópdracht om te vluchten. Maar nu niet!
Toen ik vanavond beelden van vluchtende Yezidi's zag en hun verhalen hoorde, moest ik aan Elia denken. Ook raakte het mij, wanneer ik mezelf temidden van die mensen plaatste. Wat zou ik doen. Je zult maar zo ontheemd zijn. Zo vol angst en nergens je leven zeker. Het is ook zeker goed herhaaldelijk voor dit soort vluchtelingen te bidden en te vragen om Gods ingrijpen.
Maar ik komt toch telkens weer terug op Gods vraag aan Elia (dat geldt overigens niet richting die Yezidi's, hoor!): "Jij hier?" Het ging er God niet zozeer om of het begrijpelijk was dat Elia vluchtte, maar Hij was er vooral 'verbaasd' over dat Elia iets deed uit eigen beweging, zonder Gods bevel af te wachten. En hier, in de spelonk aan de voet van de Horeb, neemt de HEERE Elia op school. Om hem wat te leren. Want: de HEERE zoekt Elia's ziel ook! Om die weer vervuld te maken met dingen waar Hij door verheerlijkt wordt.


Herken je je in Elia? Is angst je TomTom in dit leven? Ik snap het wel; angst is een gevaarlijke raadgever en een plakkerig monster in je brein. Luister dan goed naar Elia's God; kijk hoe Hij te werk gaat met Elia. Vaderlijk wil Hij je ondersteunen; want Hij kent je zwakke kracht. Hij wil je in Zijn armen beschermend dragen uit elke vijandige overmacht!



Gezang 147 vers 2 en 3

Prijs Hem, die in bange tijden
onze vaad'ren uitkomst gaf!
Prijs Hem, die ook ons wil leiden,
snel tot hulp en traag tot straf!
Halleluja, halleluja,
d' eeuwen door tot steun en staf!

Vaderlijk wil Hij ons schragen,
kennend onze zwakke kracht,
in zijn arm beschermend dragen
uit des vijands overmacht.
Halleluja, halleluja,
Hem, die ons verlossing bracht!

Mag God jou vragen wat je aan het doen bent?

"…en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?"
1 Koningen 19 : 9b


In Gods spelonk schuilen betekent ook God onder ogen komen!


Had Elia de handdoek in de ring gegooid? Dan was hij dus profeet-af. Maar kijk eens wat er in onze dagtekst staat: "Het woord des HEEREN geschiedde tot hem…". Dat betekent: "Profeet, er is werk aan de winkel in Mijn wijngaard!" Om die reden is Gods vraag aan Elia meer dan een belangstellende vraag wat hem hier brengt. Je mag er gerust de uitnodiging in lezen, om je hart bij God uit te storten, maar geloof me, het is meer. Er zal na deze uitnodiging absoluut een verantwoording moeten volgen. Een goede vader zal zijn weggelopen zoon misschien wel eerst rustig laten vertellen, maar dán volgt wel het vraaggesprek naar het 'waarom' van dat weglopen. Een Vader Die Zijn zoon, net als een verloren schaap, heeft teruggevonden zal die vraag toch moeten stellen: "Mijn kind, wat breng jou hier?"


Wat er niet staat

Wie gaat zoeken naar wát er precies in de grondtekst staat, zal zien, dat niet alle woorden uit onze vertaling er daadwerkelijk staan. Er staat in telegramstijl eigenlijk dit: "Wat hier, Elia?" of "Waartoe hier, Elia?" Het woord maken – of eventueel een ander werkwoord – wordt niet genoemd. Het zal wel geen exegetisch verantwoorde gedachte zijn, maar ik vond het kenmerkend voor Elia's situatie: geen werkwoord, maar een werkelooswoord: "waartoe hier"?
Als onze daden ten diepste geen daden, maar ijdelheid zijn, hebben ze geen eeuwigheidswaarde. Ik wil Elia niet te hard vallen; als wij kritisch naar onze woorden, gedachten en daden kijken, dan zijn er best veel die sowieso geen vruchtbaarheid voor de eeuwigheid vertonen. Op voorhand al niet.
Ik lees de klank van Gods stem niet in deze tekst. Ik moet het slechts doen met de woorden die God gebruikt en die zijn uiterst sober. Wat,mals de Heere met weinig woorden in ons leven spreekt?

Wat er niet klopt

Allereerst moet ik iets recht zetten, dat in een voorgaande bijbelstudie waarschijnlijk niet juist is oogevat. Hoewel Elia bij elkaar 850 priesters of profeten van Baäl en van het bos uitnodigde op de Karmel, zo verschenen er toch slechts 450. Volgens de Kanttekeningen hield Izébel die thuis, als we 1 Koningen 22 : 6 goed begrijpen.
Wel, als Elia die 450 profeten van Baäl keelde, daar bij de Karmel, dan was zijn taak daarna om die overige 400 profeten of priesters van het bos op te zoeken en uit te roeien. De afgodendienst moest immers met wortel en tak uitgeroeid worden? Terecht vraagt God: "Waarom kom Ik je hier tegen, Elia?"
Elia is hier, zóveel kilometers van zijn arbeidsterrein, niet bruikbaar voor de Heere. Hier zijn klopt niet met de opdracht van de Heere. Zijn taak zit er niet op, mij heeft nog een kleine 27 jaar voor de boeg!
Hoever ben jij verwijderd van je taak om de Heere te dienen? Misschien geen kilometers, maar wellicht woorden. Wat ik bedoel? Zwijgen, terwijl je spreken moet is ook een weglopen van je roeping. Of lekker lui leven in de zonde, terwijl je geroepen bent om heilig te leven is ook weglopen van je roeping. Dat klopt niet!
Vraagt God zich misschien ook over jou af: "Wat voert je hier naar toe? Waarom tref ik je hier aan?"

Wat er niet gebeurt

Je zou verwachten dat de Heere Elia terugstuurt. "Keer weder, Elia, en dood de achtergehouden profeten van het bos. Trotseer Izébel en haar handlangers en sluit je aan bij Obadja en de 100 profeten van Mij. Laat het volk nu ook zien hóe de Heere gediend moet worden. Wees een voorbeeld voor hen." Maar niets van dat alles. Elia krijgt straks weleen paar nieuwe taken uit te voeren, maar die liggen een heel andere kant uit.
Ook wordt hij niet teruggestuurd naar de weduwe in Sarepta Sidonis. Die moest daar in haar eentje in een heidense omgeving de Heere dienen, net als later Naäman in Eliza's tijd en de Moorman uit Filippus' tijd. Had hij daar geen taak, zoals ook Paulus door de Geest werd gedreven om de jonge gemeenten na een aantal jaren weer te bezoeken en te versterken. Nee, dat gebeurt niet. Blijkbaar voorzag de Heere haar in alle geestelijke zaken die ze nodig had. 
Elia wordt niet weggestuurd, maar hij mag een antwoord gaan geven op die vraag van de Heere. Wat zal hij zeggen? We zullen het morgen zien. Vooralsnog mag hij hier nog even blijven. Maar het is geen vakantie!


Vind je het vervelend dan de Heere naar de reden van Elia vraagt, om hoer te zijn? Had je liever iets anders gelezen? Bijvoorbeeld hoe het is om veilig bij de Heere te schuilen en geborgenheid te voelen? Ik ook, maar toch blijkt dat schuilen bij de Heere pas kan als alles tussen jou en de Heere weg is. Intimiteit met de Heere gaat nooit ten koste van Zijn rechtvaardigheid. Hier niet, aan de Avondmaalstafel niet en nooit niet! Geen enkele dag. Als je de dag met Hem afsluit, belijd je zonden en vertel dan alles wat je bezighoud en… laat de Heere toe om je ongerechtigheid in je leven aan te wijzen.


Psalm 32 vers 3 en 4
'k Bekend', o HEER', aan U oprecht mijn zonden;
'k Verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden;
Maar ik beleed, na ernstig overleg,
Mijn boze daân; Gij naamt die gunstig weg;
Dies zal tot U een ieder van de vromen,
In vindenstijd, met ootmoed smekend, komen;
Een zee van ramp moog' met haar golven slaan,
Hoe hoog zij ga, zij raakt hem zelfs niet aan.

Gij zijt mij, Heer', ter schuilplaats in gevaren;
Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren;
G' omringt me, daar Gij mij in ruimte stelt,
Met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.
Mijn leer zal u, o mens, naar 't recht doen hand'len,
En wijzen u den weg dien gij zult wand'len;
Ik zal u trouw verzellen met mijn raad;
Terwijl mijn oog op u gevestigd staat.