woensdag 7 juni 2017

Jezus heeft de tickets

"In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben;
Ik ga heen om u plaats te bereiden."
Johannes 14 : 2



Er zijn processen in het leven, ook in de kerk, die wrevel en wrijving oproepen. Voor je het weet focus je enkel op het vergankelijke, dat wat geen blijvende waarde heeft. Want deze wereld gaat voorbij; ook de kerkelijke wereld. Het blijft niet bij woorden, maar het wordt volle werkelijkheid. Soms helpt het om net als Christen in de Christenreis van Bunyan, even de verrekijker aan de ogen te zetten en intensief naar de toekomst te turen… ja, het is er echt en dáár gaat het heen!

Processen op aarde, vaak politiek getint tot op de werk- en kerkvloer toe, zijn nogal eens ondoorzichtig. Soms heeft dat te maken met een stukje 'wat je niet weet, kan ook geen verwarring geven'; soms ook voel je dat er iets essentieels achtergehouden wordt. Te veel mensen slikken dat voor zoete koek en halen hun schouders op. "Zij zullen het wel weten", wordt er dan gezegd. Wie die 'zij' zijn blijft vaak vaag. Maar vaagheid en troebelheid is er bij Jezus' komende Koninkrijk niet bij. De dingen zijn kraakhelder en eerlijk voorzegd. Wel zegt Jezus soms dat Hij Zijn jongeren nog niet alles vertelt, omdat ze het dan nog niet kunnen dragen of begrijpen; maar later zullen ze het wel begrijpen en dan zal de Geest 'indachtig maken', in herinnering roepen.

Perspectief

De Heere Jezus neemt Zijn jongeren in vertrouwen; Hij ziet een glimp van verwarring op hun gezichten. Ze voelen dat er wat aan gaat komen, maar wat en hoe weten ze niet. Hij tilt als het ware hun kin op en laat ze omhoog kijken: "In het huis van Mijn Vader zijn volop verblijfplaatsen… er is ruimte genoeg!" Waarom wijst Hij ze daarop? Hij had toch ook kunnen troosten met: "Ik ga sterven, maar Ik zal weer opstaan"? Dat heeft Hij eerder ook al gedaan, maar blijkbaar gaf het niet echt perspectief bij de discipelen. Sterven hoorde niet bij hun plaatje over Gods Koninkrijk.
Vlak voor de maaltijd hadden ze gekibbeld over wie de meeste zou zijn in dat Koninkrijk. Ze gunden elkaar haast geen plek; nu zegt Jezus: "Er is daar plaats genoeg! Voor jullie én voor alle gelovigen, zovelen als er de HEERE onze God toe roepen zal" (zie de Kanttekeningen).

Transparant

Ik kan me voorstellen dat de gedachten van bijvoorbeeld Johannes de denker koortsachtig zullen zijn gaan werken, op zoek gaand naar woorden die Jezus eerder zei. Had Hij weleens eerder zoiets gezegd?
In Johannes 12 : 25-27 had Jezus gezegd: "Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven. Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren. Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen."
Jezus had gesproken over Zijn dood; die zou zijn als een tarwekorrel die in de aarde begraven werd, maar daarna zou hij gegarandeerd veel vrucht dragen. Hij had toen ook op een merkwaardige manier over perspectief gesproken.
Maar hoe dan ook, nooit had Jezus gezegd dat er niet genoeg plaats zou zijn in dat Koninkrijk van God. Nooit heeft Hij het accent willen leggen op 'het zijn er maar weinig' op 'een klein groepje' of 'witte raven'; al helemaal niet over een 'misschientje' of 'ik hoop het maar'. Dat zijn menselijke bedenksels. Jezus is transparant, en hier wel op z'n best: "Als het niet zo zou zijn, dan zou Ik het u hebben gezegd." Geen kleine lettertjes, geen dubbele agenda, geen dubbele bodem of holle woorden. Waarom maken mensen in de wereld, maar ook in de utra-orthodoxe kant van de kerk die woorden dan altijd weer verdacht? Waarom moet het accent telkens weer zo snel mogelijk liggen op 'ja, maar…' Als Jezus transparant is, dan is Hij dat om reden van Zijn liefde voor zondaren. En als Hij transparant is over de hemel, dan is Hij dat ook over de hel! Of zwakken we dat ook liever af?

Daadkracht

Nu kun je beschouwelijk praten over de hemel en zeggen dat er daar ginds plek zat is. Lekker makkelijk. Je moet er nog wel komen en dan pas zul je zien of het zo is. Maar Jezus roept niet zomaar wat: Hij onthult iets van Zijn komende werk. Hij zal ten hemel opvaren om daar plaats te gaan bereiden.
Hoe Hij dat gaat doen, laat Hij voor nu even in het midden, maar dát Hij dat gaat doen is zeker en vast! Hij gaat er plaats 'bereiden', 'klaarmaken' of 'in orde brengen'. Dat wekt direct de vraag op: is het dan nog niet volmaakt in de hemel? Zijn ze daar niet voorbereid op onze komst? Er was toch een eeuwige Raad van God; Hij wist toch van te voren wie zalig zouden worden en wie niet?
Wel, ik denk dat dat klaarmaken niet zozeer te maken heeft met onze voorstelling van: een paar stoelen erbij zetten, zodat iedereen straks kan zitten. Ik denk dat het vooral te maken heeft met de toegangstickets die moeten worden geregeld.
Als jij straks bij de hemelpoort aankomt, zul je niet je eigen kaartje meebrengen, maar Hij heeft het kaartje al geregeld. Je wist het al, want Hij had het op aarde al in je hart gefluisterd. Je was ook helemaal niet bang dat het mis zou gaan, dat Hij het vergeten zou of dat het kaartje toch niet geldig bleek. Nee, Jezus heeft alles op orde! Daar is Hij transparant over; Hij toont daadkracht: wat Hij belooft dóet Hij ook. En die zekerheid biedt perspectief. Daar kunnen we vandaag in de kleine, onnozele dingen op aarde nog veel van leren!

Dat prachtige lied uit de bundel van Johannes de Heer zingt het zo:

Ieder uur, iedere stap brengt ons nader
Bij de grens van leven en dood
Heeft de Heiland uw paspoort getekend
Met Zijn bloed dat Hij reddend vergoot?

Nog is het tijd
De Heer heeft genâ
De toegang is vrij door Golgotha
Jezus ging voor
Hij wacht aan de grens
Is uw paspoort getekend,  o mens?

Gij kunt zelf de tol niet betalen
Zilver en goud verliest daar zijn macht
Slechts het kruis in uw paspoort geeft toegang
Tot het land waar de Heiland u wacht

Nog is het tijd
De Heer heeft genâ
De toegang is vrij door Golgotha
Jezus ging voor
Hij wacht aan de grens
Is uw paspoort getekend, o mens?

Het is nu het uur der beslissing
Ieder toont dan zijn ware gezicht
O, geloof in de Heiland Uw redder
En Hij voert  U naar ’t eeuwige licht

Slechts het kruis in uw paspoort geeft toegang
Tot het land waar de Heiland u wachtTot het land waar de Heiland u wacht

maandag 5 juni 2017

Jezus' hemelvaart luidt een nieuw tijdperk in

"Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij."
Johannes 14 : 1

Nieuwe situaties kunnen voor verwarring zorgen. Maar Jezus speelt daar alvast op in!


Wat is dat nu? Luidt Jezus toch een nieuwe religie in, zo vlak voor Zijn lijden, sterven, opstanding en hemelvaart? Geloven in God deden de Joden toch al? Wat bedoelt Jezus dan met die woorden 'gelooft ook in Mij'?

Je kunt weleens van die teksten tegenkomen die, als je er een tijdje naar kijkt iets heel raars lijken te zeggen. Geloven in God én nu ook geloven in Jezus? Het klinkt haast alsof er een wijziging in het geloof gaat plaatsvinden. Gek genoeg zwijgen de Kanttekeningen hier over dit verwarrende.

Een nieuwe situatie!

Duidelijk is dat er iets staat te gebeuren: Jezus' lijden en sterven. Jezus weet als geen ander dat Zijn discipelen nog altijd krampachtig aan het Joodse plaatje van de Messias vasthouden. Daar past geen lijden en sterven in. Laat staan hemelvaart, als een soort vertrek uit oorlogsgebied. Enkel de heerlijkheid, macht en majesteit horen in dat plaatje thuis.
De komende uren zullen er ingrijpende dingen gaan plaatsvinden – die de meeste discipelen al wel voorvoelen – die hun geloof dreigen uit te wissen. Jezus is satan voor en spreekt op voorhand van troost, van vertrouwen (houdt dat laatste woord even vast, want het geloof in het tweede deel van dit vers, kun je ook vertalen met vertrouwen; de discipelen krijgen een soort dubbele verankering voor hun vertrouwen).
Dat Jezus Zich zorg heeft (ondanks Zijn almacht, alwetendheid en alomvattende zorg en gebed voor hen) voor hen in die verwarring blijkt als Hij later in dit gesprek nog een keer onderstreept dat er verwarrende gevoelens zullen bovenkomen. En Hij legt er ook alvast bij uit, waarom Hij hen nu reeds wat instructies daaromtrent geeft: lees maar in vers 27 en 28:
Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.
Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen, en kom weder tot u. Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader; want Mijn Vader is meerder dan Ik.
Dus wijzen op de Vader is essentieel in deze troostwoorden. Juist ook in onze dagtekst. Maar… dat moet gezegd, Jezus wijst ook al op iets nieuws: de Trooster, de Heilige Geest. Ik heb geen idee of ze begrepen waar Jezus het over had. Kenden zij de Heilige Geest? Later, in het boek Handelingen, zullen we mensen tegenkomen die wel de doop van Johannes kenden, maar nog nooit hadden gehoord dat er een Heilige Geest was. Jezus benadrukt dus in onze tekst de band tussen Vader en Zoon!

Een nieuwe geloof?

Nee, er is geen sprake van nieuw geloof. Maar deze tekst zit wel enorm ingewikkeld in elkaar. Ik ga wat citeren uit de Bijbelverklaring van Dächsel en zal dat in een paar regels beknopt samenvatten. Het aardige van Dächsel is dat hij, door woordjes en zinnen tussen te voegen, de Bijbeltekst wat begrijpelijker maakt:
Nadat de Heere het bijzonder gesprek met Petrus in Hoofdstuk 13: 36-38 gehouden had, richtte Hij Zich volgens het bericht in Luk. 22: 35-38 weer tot al Zijn discipelen tezamen. Hij wilde hun toespreken met het oog op de scheiding, die hen in Hoofdstuk 13: 33 was
aangekondigd en die voor hen een tijd van zware verzoeking en van velerlei moeilijkheden zijn zou. Hij versterkte hen met deze woorden: Uw hart wordt niet ontroerd, zodat u zich door hetgeen nog deze nacht zal beginnen te geschieden, tot wanhoop zoudt laten brengen. Jullie geloven in God; en is uw geloof van de juiste aard, dat u op Hem vertrouwt en bij hetgeen Hij doet en laat plaats hebben niet twijfelt aan Zijn wijsheid, goedheid en rechtvaardigheid, geloof ook in Mij; meen niet dat het geheel en al met Mij gedaan is, wanneer Ik uit het land van de levenden door een smadelijke dood wordt weggenomen.
De ontroering zal heftig opsteken, wanneer ze hun Meester zullen zien lijden en sterven. Maar Jezus wil, naast het wijzen op de Trooster, de Heilige Geest (nog abstract), eerst de nadruk leggen bij het geloof (concreet)! Opmerkelijk. Blijkbaar kan het geloof nooit teveel verwachten! In de verklaring van Dächsel wordt aangetekend bij 'gelooft ook in Mij':
Op verschillende wijzen kan men deze laatste woorden vertalen daar beide woorden "gelooft" als 2e pers. meervoud van de tegenwoordige tijd en van de gebiedende manier kunnen worden vertaald. V. Oosterzee heeft in zijn "Leven van Jezus": "Geloof in God, geloof ook in Mij". Desgelijks wil ook Stier tegenover de Lutherse vertaling: "Geloof u in God, geloof ook in Mij. " die met de onze overeenstemt. Dächsel verdedigt de laatste met deze woorden: woordelijk luidt de tekst: "Geloof in God en in Mij geloof. " Dit moet verstaan worden, volgens de Hebreeuwse manier van construeren, zó dat het tweede "geloof" het gevolg te kennen moet geven van het eerste "geloof", terwijl, als twee bevelen moesten worden opgevolgd, het tweede bevel zich aan het eerste niet in de imperativus maar in het futurum moest aansluiten. In het eerste lid nu staat om goede redenen het werkwoord vooraan, want de bedoeling is, om tegenover de angst, die zich van hen wil meester maken en de velerlei verkeerde gedachten, zoals die bij Luk. 24: 19 vv. voorkomen, het vertrouwen op God te plaatsen; in het tweede lid staat daarentegen de persoon vooraan, om wie het geheel zich beweegt. Onmiddellijk op Hemzelf, zo wil de Heere zeggen, hun vertrouwen te stellen, zou de discipelen zeker moeilijk zijn, als zij Hem aan het kruis zouden zien hangen; maar zij moesten het vertrouwen op God toch niet verliezen, zij moesten aan Zijn goedheid, wijsheid en gerechtigheid vasthouden, dan zou ook hun geloof in Hem, de Heere Christus, weer opleven. Wij mogen niet nalaten er op te wijzen hoe Christus Zich hiermee goddelijke waardigheid toekent, dat de discipelen eveneens in Hem moesten geloven, zoals zij in God geloven. Als Hij niet waarachtig God was met de Vader, dan zou het geloof vals zijn en afgoderij: want van het hart van de mensen mag niet vertrouwen noch zich verlaten dan op de enige God.
Het geloof in Jezus is dus een testcase voor Gods betrouwbaarheid én een bewijs voor Jezus' godheid. Mochten zij momenten van twijfel moeten ondergaan, dan moesten ze onverkort blijven geloven in God de Vader. En dan blijven opletten hoe het allemaal zou aflopen. Wat zit Jezus troostonderwijs toch wijs in elkaar! Elk puzzelstukje zal straks minutieus op zijn plek vallen.
En dwars door die momenten van twijfel heen zal God alleen maar sterker en heerlijker in hun ogen worden!
En… zo worden ze al een beetje geoefend in het 'geloven zonder te zien'. Jezus móest wel aan Zijn discipelen verschijnen, anders zou dat geloof toch in vertwijfeling blijven hangen. Zijn openbaring aan Zijn jongeren had dus ook dát aspect. Temeer zullen ze op het geloof kunnen teren (zonder te zien) als ze straks, na Jezus' hemelvaart, de wereld worden ingezonden. Elk onderwijs kent stappen, opbouw en progressie. Met Pinksteren zullen zij er nog een leerpunt bij krijgen: "Gijlieden gelooft in God en in Mij? Gelooft ook in de Heilige Geest!"

zaterdag 3 juni 2017

Het gevaar van ontroering

"Uw hart worde niet ontroerd…"
Johannes 14 : 1a

Voorkom dat ontroering omslaat in verdriet en angst!

Het was opnieuw mijn neef die me prikkelde tot nieuwe blogs met een hint: ik heb de lijn in de frequentie nog niet helemaal kunnen ontdekken. Nu heeft die er nooit in gezeten, maar het is de afgelopen tijd wel wat mager geweest. Ik heb wel een hele hoop geschreven de afgelopen weken, veel (kerk)geschiedenis, maar bezinning op Gods Woord moet toch bovenaan staan. Ik was van plan een serie te schrijven over Hemelvaart, in de week tussen Hemelvaart en Pinksteren, maar de voorbereidingen voor het huwelijk van mijn zoon nam te veel tijd in beslag. En juist dat huwelijk, dat gisteren mocht worden gesloten, bracht mij tot een bepaald aspect van de beleving van de discipelen over Hemelvaart: ontroering vanwege afscheid.

Of ik niet blij was gisteren? Zeker wel, intens gelukkig en diep geraakt. Wat is er mooier dan je (schoon)kinderen te zien knielen voor de HEERE, de Almachtige God van hemel en aarde. Wat is er heerlijker dan dat ze samen met Hem willen gaan, in deze nieuwe, gemeenschappelijke weg?
Toch laat die nieuwe weg vandaag wel een lege plek achter, hier in huis. Een raar gevoel dat paradoxaal is met de overtuiging dat het goed is dat ze samen verder gaan. En dat gevoel zullen al velen voor ons hebben gevoeld. Het is ook voor ons niet de eerste keer. Je bent je kind niet kwijt, maar je hebt er één bijgekregen. Ja dat is rijk! En het komt vast ook goed.
Een werelds liedje zingt: 'Every time we say goodbye, I die a little'; elke keer als ik afscheid neem, sterf ik een beetje.



Om dat verwarrende, die ontroering, alvast aan te kondigen, spreekt Jezus Zijn jongeren op een emotioneel moment, aan de Paasmaaltijd, bemoedigend aan: "Wees niet onaangenaam verrast dat zo'n gevoel je overvalt." Tegelijk waarschuwt Hij hen om niet door te slaan.

Ontroering

Je kunt rationeel wel bedenken dat iemand je voorgoed verlaat, maar hoe dat voelt, kun je van te voren nog niet ervaren. Zoals de geboorte van een kind iets raars teweeg brengt (namelijk dat je je niet meer kunt voorstellen hoe het voelde toen het kindje er nog niet was), zo laat een kind dat trouwt ook een gevoel achter, maar dan precies andersom.
Hoe moesten de discipelen zich inbeelden hoe het zou zijn zonder Jezus, als ze nog teveel vastzaten aan het plaatje dat de Messias het Koninkrijk aan Israël weer zou oprichten? Jezus voorziet dat probleem, die verwarring en wijst hen erop. Hij kondigt dat verwarrende aan, zodat het hen niet zal overvallen als het zich voordoet.
Ontroering is een gevaarlijk terrein in je brein. De regie in je verstand lijkt weg te vallen. Emoties overvallen je en nemen het roer over. Je zegt dingen, voelt dingen en verzwijgt dingen, die je in normale situaties nooit zo zou doen.
Daarmee zeg ik niet dat ontroering enkel iets negatiefs is. Als gevoelsmens heb ik vaak te maken met tranen die achter je ogen prikken of er zomaar uitrollen. Ontroering door een prachtig gedicht, zoals gister, of een bijzonder moment. Ontroering – ook vaak – als de grote toekomt en heerlijkheid van onze Heere en Heiland in beeld komt. Het woord heimwee heeft ook die lading. Heimwee: verlangen naar Huis! Dat is zeker een goede vorm van ontroering!

Ontvoering

Maar waar Jezus voor waarschuwt is – aldus de Kanttekeningen – een ontroering "met te grote droefheid of vrees, over Mijn weggaan tot den Vader." Dan sla je door en wordt het plaatje waar je naar kijkt vertroebeld. Dan zie je niet hoe nodig het is dat Ik heenga. Dan houd je vast aan jouw plaatje, dat helemaal niet blijkt te kloppen. Zo heb Ik het nooit gezegd, maar zo heb jij het blijkbaar opgevat of hebben de mensen je laten geloven.
Dat is een vorm van ontroering die misschien ook wel een ondertoon van teleurstelling in zich heeft. Je had nog zo graag… Het is zo snel al… Zo had je het jezelf niet voorgesteld… En teleurstelling is een machtig wapen voor satan, om je niet alleen gefrustreerd te maken over situaties, maar vooral over God Zelf! En dat zou je terecht 'ontvoering' kunnen noemen. Satan gaat met je gevoel aan de haal en daarmee hobbel jij achter hem aan. En de beelden die hij dan voor je ogen schetst zullen een karikatuur gaan vormen van de levende God!
Dan ligt het werk in Gods Koninkrijk stil. Dan doe je niets positiefs en loop je het grote risico dat je anderen meesleurt in je negatieve spiraal. Dat is allerminst 'vruchtdragen'! Want dan blijf je niet in Jezus, de Ware Wijnstok!
Let dus goed op wat de dingen in je hart teweeg brengen. Heb je alles nog wel scherp? Kloppen de feiten nog met de voorspellingen en voorstellingen? Kloppen Gods beloften nog met wat jij ziet? Zo niet, trek aan de bel! Sla de Bijbel open, ga het gesprek met de dominee, de ouderling, de jeugdwerker of die goede geestelijke vriend(in) aan. Praten helpt; piekeren brengt geen structuur in je denken maar zoomt in op de problemen en trekt de dingen uit hun verband. Ik heb makkelijk praten? Nee. Het is slechts een praktijkadvies. En Jezus is daar ook niet onduidelijk over: "Uw hart worde niet…!" Het klinkt haast als een dringend advies. Laat het zover niet komen! Zit niet bij de pakken neer, maar kom in actie: bid, lees, huil en bewonder!

dinsdag 23 mei 2017

Terug naar Gods beloften

"Toen keerde Abraham weder tot zijn jongens,
en zij maakten zich op en zij gingen tezamen naar Berséba;
en Abraham woonde te Berséba."
Genesis 22 : 19

De Abrahams-put bij Berséba


Je zou dit vers zomaar kunnen overslaan. Je zou dan ook zomaar over de dubbele attendering op de geografische locatie kunnen heenlezen. Zomaar tweemaal 'Berséba' in 1 tekst… waarom? Toen ik een artikel over Berséba las, werd mijn aandacht er des te meer door getrokken. Hier staat meer dan je op het eerste gezicht leest!

De feitelijke weergave is: Abraham sjokte de berg weer af (over Izak wordt helemaal gezwegen, lijkt het wel!), voegde zich weer bij zijn knechten, beklom zijn rijdier en gezamenlijk reden ze terug naar huis. Het klinkt haast als de aftiteling van een film, nog even een afsluitende opmerking en dan is het verhaal klaar. Maar… er is meer aan de hand. Hier wordt alvast een stip op een volgende horizon gezet en… er wordt ook wat in herinnering gebracht!

Terugkeer

Het eerste dat me opviel was: waarom wordt Izak niet genoemd? Abraham is de actieve persoon; híj keert terug bij zijn knechten, onderaan de berg. Hoe lang zullen ze weggeweest zijn? Hoe lang hebben ze daar boven op de berg (of op het tussenplateau in het gebergte) doorgebracht? Een uur? Een ochtend of middag? Een halve dag? Dagen? Ik weet het eerlijk gezegd niet; de tijd is me ontschoten, toen ik in het verhaal werd meegenomen.
Maar hoe lang ze ook boven zijn geweest, ze moesten weer terug, Abraham zowel als Izak. Als liepen ze de Berg der Verheerlijking af, terug de rauwe werkelijkheid in. God was zó dichtbij! De geloofsbeleving was zó intens. Het was zó goed om daar te zijn met de HEERE. Maar ze moeten weer terug! Terug naar de knechten is ook terug naar het dagelijks werk. Met nog een lange reis voor de boeg. Maar… niet alles is weer gewoon zoals het was. Er is nogal wat gebeurd en dat moet merkbaar zijn geweest, lijkt me.
Ik vraag me dan toch af: hoe zal Izak terug zijn gekomen? Toen hij de knechten weer in de ogen keek, zal hij onbewogen op zijn rijdier zijn gaan zitten? Of hebben ze de ervaring van daarstraks gedeeld met de knechten? Dat kan toch haast niet anders?
Misschien wel een les voor ons: hoe komen wij uit de kerk? Dicht bij God geweest, misschien wel in de tweede of derde hemel opgetrokken; een intens verlangen naar de HEERE doorkliefde je hart… maar is het dan: "Koffie?" of wordt dit ook gedeeld?

Terugreis

De terugreis wordt aanvaard. Hoe anders zal die reis zijn geweest! Met een brok lood in zijn maag is Abraham begonnen aan de heenreis, maar met een heliumballon in zijn hart springt hij nu op zijn ezel. Misschien zal hij wel een lied hebben ingezet, dat ze allen kenden. Een gezongen gebed om Jaweh te loven en de danken. Abraham, Izak en ook die knechten droegen het verbondsteken van Jaweh aan hun lichamen. Ze waren in Gods verbond opgenomen; dus God was geen onbekende voor hen!
Abraham zal hebben verlangd naar huis, naar Sarah. Hoewel… dat is nog maar de vraag. Hij zal haar toch hebben moeten vertellen wat ze zijn wezen doen. Het komt mij voor dat Abraham vooraf niets heeft gezegd tegen zijn vrouw. Als hij dat wel zou hebben gedaan, zou ze pal voor hem zijn gaan staan. Al eerder pakte ze hem aan, toen hij niet wilde ingrijpen in de situatie rond Hagar en Ismaël. Haar kind laten slachten? Was Abraham zijn verstand kwijt? Er zijn geschriften die vertellen dat er door deze geschiedenis een afstand kwam tussen Sarah en Abraham. Ik weet het niet; het staat niet in de Bijbel. In ieder geval wordt in dit vers duidelijk dat ze terugreizen naar… Berséba. בְּאֵר שֶׁ֫בַע Eigenlijk: Beersheba, dat je uitspreekt als 'beehr sjeeh-vhaah'. Het eerste stukje van deze naam 'beehr' betekent 'put' of 'bron'; het tweede deel 'sjeeh-vhaah' betekent 'eed' of 'het zweren'; het is de plek die voor Abraham en Izak een diepe betekenis had: 'de put van de eed'. Hoe zat dat?


Terugblik

We kennen de kwestie tussen Abraham en Abimelech, de koning van Gerar (het land van de latere Filistijnen). Abraham had zich kwalijk gedragen jegens hem, maar na die geschiedenis ontstaat er ruzie over een put die Abraham had gegraven, maar die de knechten van Abimelech wilden inpikken. Toen werd er door Abimelech gezworen dat die put Abraham toebehoorde. De eed legde alle tegenspreken het zwijgen op. De put was het tastbare bewijs: het is écht zo!
Met die geschiedenis eindigde Genesis 21 dus. En we lezen dat Abraham er een bos plantte waar hij de naam van God aanriep; denk aan dankoffer en aanbidding. En voor dat je nu denkt: die put was dus toch een bezit voor Abraham: nee, want er staat aan het einde dat hij er woonde als vreemdeling. Dus geen veiligstellen van de beloofde zaken, maar een leven uit de belofte: geloven dus!
Daar begon 'onze geschiedenis' in Genesis 22, die we de afgelopen tijd hebben overdacht. Vanaf Berséba vertrok Abraham naar Moria en nu keert hij er weer naar terug. Maar wie nu denk dat dat een feitelijke mededeling is, vergist zich.
God beloofde ook iets daar boven op de berg. God zwoer ook een eed, bij Zichzelf, weet je nog? En nu moet Abraham weer terug naar die 'put van de eed', een perfecte stilteplek om Gods beloften te overdenken en er werkzaam mee te zijn. Want God had zegen beloofd aan Abraham, aan zijn nageslacht én aan de volken. Dat is geen pakketje dat je zo even weglegt in de kast! Gods beloften zijn er om er alvast, met eerbied, 'voorpret' mee te hebben en uit te zien naar de vervulling ervan. Dus beloften zijn er om actief mee bezig te zijn in het gebed, door heel je leven heen. Vooruitblikken krijgt een diepere dimensie, wanneer je kunt terugblikken op Gods beloften aangaande die toekomst.

'Put van de eed'… zou je het doopvont niet ook zo kunnen noemen? En wordt er op Golgotha niet een 'put der belofte' geopend waarin het pak van je zonden voorgoed verdwijnt? Is dat niet de essentie van het Heilig Avondmaal? En zijn er niet veel meer plaatsen en momenten in je leven, waar God in Zijn Woord bevestigde en bevestigt wat Hij beloofd heeft. Het verlangen naar de vervulling wordt door God op een meesterlijke manier 'gaande gehouden'. "Wanneer komt die dag…" Die dag, die was beloofd; die belofte van die dag, waarop je mag terugblikken; zodat de blik weer helder wordt en de toekomst scherp wordt afgetekend:


Ooit komt er een dag dat de hemel openbreekt
en de doden zullen opstaan.
Ooit komt er een dag dag dat U terug komt op een wolk
en dat U kijkt met ogen, stralend als de zon.

Ooit zal het zo zijn dat we leven in een stad,
waar geen pijn en geen verdriet is.
Ooit zal het zo zijn als we komen in die stad,
dat de vader onze tranen wist.

Refrein:
Tot aan die dag wil ik weten wie U bent
Wil ik leven dicht bij U en mij geven in aanbidding.
Tot aan die dag wil ik horen wat U zegt
en Uw woorden tot mij nemen als een kostbaar geschenk
Tot aan die dag

Ooit zal het zo zijn dat we leven in een stad,
waar geen pijn en geen verdriet is.
Ooit zal het zo zijn als we komen in die stad,
dat de vader onze tranen wist.

Refrein:
Tot aan die dag wil ik weten wie U bent
Wil ik leven dicht bij U en mij geven in aanbidding.
Tot aan die dag wil ik horen wat U zegt
en Uw woorden tot mij nemen als een kostbaar geschenk
Tot aan die dag

Ik verlang zo naar die dag dat ik neerkniel aan uw voeten
en ik u mag herkennen aan uw stem
als we samen hand in hand het hemels paradijs betreden,
zal ik eeuwig mogen zijn waar u bent

Refrein:
Tot aan die dag wil ik weten wie U bent
Wil ik leven dicht bij U en mij geven in aanbidding.
Tot aan die dag wil ik horen wat U zegt
en Uw woorden tot mij nemen als een kostbaar geschenk

Tot aan die dag wil ik weten wie U bent
Wil ik leven dicht bij U en mij geven in aanbidding.
Tot aan die dag wil ik horen wat U zegt
en Uw woorden tot mij nemen als een kostbaar geschenk
Tot aan die dag

Tot aan die dag wil ik weten wie u bent...

maandag 22 mei 2017

Gezegend in de Ander

"… uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten. En in uw Zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde…"
Genesis 22 : 17b-18a



Geloven kan niet buiten de Heere Jezus om. Dat is waar. Maar onze dagtekst vertelt nog iets anders. Er wordt namelijk een directe lijn getrokken naar Abraham. Er blijft, na ontvangen genade, ook een band met Abrahams nazaten. Dat vergeten wij westerse Christenen maar al te gemakkelijk!

Daarom wil ik nog eenmaal bij deze tekst stilstaan; bij de twee 'zaden' die in de tekst worden genoemd. Het geeft mij een stuk meer vertrouwen als reformatorische predikanten iets laten merken van hun verbondenheid met Israël. Als ze Joodse geschriften citeren in de preken, als ze lijnen vanuit de Thora durven trekken naar ons leven in de 21e eeuw. Meer nog dan wanneer deze predikanten er de Puriteinen bijhalen. Ook goed, maar te snel worden dat 'buitenlandse refo's' in hun dogmatische uiteenzettingen. Begrijp me goed: de Puriteinen hebben ons vandaag nog steeds veel te zeggen. Maar… de banden met onze 'oudste broeder' mogen nooit vervangen worden door een visie die stelt dat de kerk in plaats van Israël is gekomen.

Zaad - enkelvoud

Toch begin ik met het Zaad (enkelvoud): Jezus Christus. Wie is Jezus? Daarover kwam ik een schokkend betoog tegen, dat een dwaling aan de kaak stelt als zou Jezus het kind van Maria en de Heilige Geest zijn zonder voor-bestaan in de eeuwigheid! Je zou zeggen: zo wil men Jezus losmaken van Gods Zoon en dat loopt nooit goed af!
Hoewel God hier in de tekst tegen Abraham doelt op zijn zaad, zijn kinderen en verder nageslacht, gaat die lijn toch in zeker zin mank. In dat zaad zouden wij 'heidenen' dus gezegend worden. Ik snap die link wel, want het is aan (het ongeloof van) het Joodse volk te 'danken' dat het Evangelie tot ons kwam. Wij – na bekering en geloof (of andersom) – zijn ingelijfd en genieten dezelfde zegeningen en beloften. Toch… toch blijft de status van Israël een aparte. Gods specifieke beloften, juist in de eindtijd bewerkstelligd, zullen Israël bijzonder in beeld brengen en juist in dat in onze ogen halsstarrig ongelovige volk zal God bijzonder verheerlijkt gaan worden.
Maar omdat die vergelijking toch in zekere zin mank gaat, doelt de HEERE in onze tekst op de grote Jood Die komen zal: Messiah Yahshua. In Hem gaat volmaakt in vervulling: "In uw Zaad zullen gezegend worden álle volken der aarde!" Geen Jood en geen deeltje van het volk Israël zal bron en oorzaak kunnen zijn van dat 'gezegend worden'. Dat ligt zelfs buiten het Joodse volk, in de Messias Jezus. En door Hem gaat ook dat eerste deel in vervulling: "…uw zaad/Zaad zal de poort zijner/Zijner vijanden erfelijk bezitten". Immers, Jezus kwam ten hemel af en overwon de dood, het graf en de hel; wat heet 'poort Zijner vijanden'?! Het machtsterritorium van satan is aangetast en staat op instorten. Nog een kleine tijd!
En straks zullen de heidenen uit de volken met Abraham (!), Izak en Jacob aanzitten aan de bruiloft van het Lam. En … zij zullen als koningen heersen, over dat machtsgebied van hun vijanden. God zal álles zijn (alomvattend en allesbeheersend) én in allen! Buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.


Zaad - meervoud

Toch mogen we om de hiervoor genoemde exegese het Joodse volk niet aan de kant schuiven als 'afgedaan'. Nog minder mogen wij haar elimineren met onze vervangingstheologie. Zeker, zolang zij de Heere Jezus niet voluit zien en belijden als de Zoon van God, het Lam dat de zonde der wereld wegnam, liggen ze buiten het heil en zijn ze ons niet tot zegen. Maar God gaat dat veranderen! Let maar op!
Laten we daarom niet te zeer kijken naar het totale volk, maar naar die gouden lijn vanuit Abraham. Want door het geloof heeft Abraham dieper gezien. Waar het ook misging, niet bij hem; en waar het bij hem ook misging, niet op het punt van de Messias! En die gouden lijn van Messias-belijders zijn wel degelijk tot zegen. Immers, Jezus was Eén van hen! Hij werd mens, Hij werd Jood (en geen germaan of romein)! Hij koos het volk van Zijn Vader uit, omdat daar de woonplaats van Zijn Vader was, in de tempel, te midden van de offers die naar Hem verwezen. Tronend óp de lofzangen Israëls.
Des te indringender en aangrijpender is het feit dat zij zo dichtbij Jezus stonden, zo dicht bij de dienst aan Zijn Vader en toch voor een groot deel vreemden bleven. Hij kwam tot het Zijne (in eerste instantie tot Zijn volk Israël), maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Echter, voordat we ons zouden vrij-redeneren: hoe zit dat met ons refo's? Als Hij – tweemaal per zondag en soms ook nog doordeweeks in de diensten of op de Bijbelkringen – tot ons komt, herkennen wij Hem dan wel en nemen wij Hem dan wel aan? Of ligt op onze gezindten ook een deksel dat ons gelijkstelt aan het verblinde Joodse volk?
Hen wacht nog een bijzondere belofte, dat zij eens zullen 'zien', maar die belofte geldt niet voor de heidenen. Geen geruststelling dat het allemaal ooit wel goed komt. Nee! Geen zegen, als we niet nu en heden buigen en aanbidden. Niets om je achter te verschuilen. Dan zal het heil – zoals het ooit vanuit Israël naar de heidenen kwam – eenmaal van de heidenen teruggaan naar de Joden. Dan zal geheel Israël zalig worden (hoe je dat ook moet interpreteren). Dan zal God laten zien wat Zijn plan was en waar Hij al die eeuwen naartoe werkte!
Maar weet, dat, als je dát zult zien gebeuren, het te laat is. Dan gaat God naar de totale finale toe werken en zal Hij intens in Zijn volk worden verheerlijkt. Er zal niets anders overblijven dan ademloze verwondering over Zijn wijsheid, macht en majesteit.
Dus blijft de vraag fier rechtovereind staan: behoor jij tot dat zaad (meervoud) vanwege het Zaad (enkelvoud)? Dan ben je met recht gezegend in die Ander!

Wees gezegend en wees een zegen

"Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels en als het zand dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten. En in uw Zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt."
Genesis 22 : 17-18 



Je grenzen stellen, dat is vandaag de dag belangrijk. Dan weet je allemaal waar je aan toe bent. Duidelijkheid scheppen. De Rijdende Rechter heeft er de handen vol aan en meer dan eens moet het kadaster tot op de millimeter nauwkeurig bepalen waar de erfgrens van iemands perceel loopt. Maar wat nu als je ruimte te kort komt? In het normale leven moet je kopen of onderhandelen. Aan Abraham wordt al perceelvergroting gegarandeerd, nog voor hij 1 korrel zand bezit. Hij zal een goed geolied familiebedrijf runnen met talloze nazaten. Maar… bijna had hij geen kind meer gehad. Opgeofferd aan God, de Almachtige.

Het is juist vanwege die offervaardigheid, dat de HEERE Abraham toespreekt en zegen belooft. Toch betreden we hier een spanningsveld. Dit klinkt namelijk als een verdienmodel! God gehoorzamen levert rendement op. Dat correspondeert niet met het reformatorisch dwangmatige dat het toch vooral onverdiend, verbeurd (verklaard?), moet zijn. Geen verdienste van onze kant… hoe zit dat toch?

Verdiend door gehoorzaamheid?

Dat oer-roomse maar evengoed oer-menselijke en na-paradijselijke verlangen om iets te verdienen! Genegenheid, goodwill, adoratie, aanbidding van mensen, liefst zo hooggeplaatst mogelijk. Want wees eerlijk: het streelt je ego meer, wanneer de koning voor je buigt dan wanneer een bedelaar voor je buigt. Dat zullen de meeste mensen niet zo zeggen, maar dat zit diepweg in elk mensenbrein ingebakken sinds Genesis 3. Noem het de random-software van satan. Het is in ons brein geïmplementeerd en op willekeurige, onbewaakte ogenblikken zet het zichzelf in werking. En voor je de gedachte kunt hebben "nou dan kun je dus niks aan doen": we vinden het nog prettig ook!
Iemand vroeg me onlangs wat het 'schatten verzamelen in de hemel' inhield. De vraag was ontstaan tijdens een gesprek op een bijbelkring, waar iemand had gezegd dat er niveau's, trappen van verhoging, in de hemel zijn, zoals er ook trappen van vernedering zijn in de hel. In die laatste plaats zal de wroeging bij een wilde heiden anders zijn dan bij een moedwillig onbekeerde refo die Jezus een te gemakkelijke weg vond. In de hemel is er ook zo iets, maar dan de andere kant op. Er zijn teksten die daar aanleiding voor geven, maar ik denk dat we er niet te zeer over moeten nadenken. En we moeten er al helemaal geen verdienmodel in proberen te ontdekken!
Echter, in onze tekst staat het er dan toch maar, onomwonden: "…Ik zal u grotelijks zegenen… naardien (omdat) gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt"! Daar kon je als oud-testamentisch verbondskind dan ook zeker van zijn: God gehoorzamen betekende Zijn zegen ontvangen. Dat zijn we in de nieuw-testamentische tijd wat kwijt geraakt. Sterker nog: het is in een verdacht licht gesteld door met name ultra-calvinisten. Het wordt structureel weggezet als remonstrants. Christus heeft alles verdiend! Jij en ik verdienen niks dan de dood en verdoemenis. Maar is dat wel Bijbels?
Hoe zit het dan met de Tien Geboden? Met dat gebod bijvoorbeeld van het eren van je ouders (en overheden): "Eert… opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft"? Een soort voort wat, hoort wat, lijkt het wel. Maar wie zo tegen de HEERE en Zijn dienst aankijkt, zit blijkbaar ook met zijn onbekeerde gezicht in de kerk, om een 'pluspunt' af te vinken, in de zin van: zo die kunnen we ook weer afstrepen voor de eeuwigheid. Dat is nou precies de oudste zoon uit de gelijkenis: ik heb altijd gediend… en ik heb nog nooit iets gehad! Dienen om loon. Een arbeider kan zo in elkaar steken, maar een kind zal in een rechte relatie tot zijn vader of moeder niet zo reageren. En in het geestelijke al helemaal niet! Dan is het je lust en je leven – in navolging van de Heere Jezus – om je Vader blij te maken met je daden. Dan heb je het ook niet meer zo druk over 'stukwerk' en dat al je goede werken maar vuil en verwerpelijk zijn voor God. Dat soort dingen zeg je enkel, als iemand beweert iets te kunnen verdienen. Maar als je daar al van overtuigd bent, stimuleer je de ander om goede werken voort te brengen. Omdat je weet dat de HEERE er blij van wordt!

Verdiend voor generaties?

En dan dat andere aspect: dat jij iets 'verdient' (of laten we het 'bewerkstelligt' noemen) en dat dat effect heeft op de generaties na jou. De moderne mens wil zijn eigen boontjes graag doppen en spreekt niet graag in verdiensten voor anderen. Daarom heeft hij ook zo'n moeite met het offer van Jezus Christus. Maar Gods kinderen kunnen het er prima mee doen. Wat een diepe dankbaarheid dat Hij wilde gaan waar zij niet konden komen; dat Hij wilde komen waar zij niet konden weggaan.
Nog even terug naar dat gebod 'eert uw vader en uw moeder'. Daar wordt gesproken over de zegen van een lang leven in het land dat God schenkt. Dat gold natuurlijk letterlijk voor het volk van Israël, die het Beloofde Land uit Gods hand kregen. Maar je kunt dat ook prima doorvertalen naar 'het land waar God jou heeft gezet'. Een lang leven… niet om enkel te genieten van veel jaren, maar een lang leven om te besteden in Zijn dienst. En voor dat je het gevaar loopt egoïstisch met dat 'bezit' om te gaan, plaatst de HEERE het in een breder perspectief. Tegen Abraham zegt Hij: "Dit land zal ruim genoeg zijn voor al jouw nazaten, geslachten lang; ze zullen zo talrijk zijn als de zandkorrels van het strand; en mochten ze ruimte te kort komen, dan geef Ik ze macht over het grondgebied van hun vijanden." Abraham werd dus niet alleen persoonlijk gezegend, maar ook zijn nageslacht deelde in deze zegen. Hoe belangrijk was het dus dat dat nageslacht de HEERE ook leerde kennen; de achtergrond van hun zegen te begrijpen en God er om te loven en te danken. Zie je dat zegen niet op zichzelf staat? Zegen is de 'tool' waarmee je aan het werk kunt in Gods wijngaard. Het helpt je om anderen te laten delen in jouw zegen; en zo te doen ervaren dat de HEERE goed is!
Ga je ook zo om met jouw zegeningen? En rust jij ook jouw nageslacht – als je dat hebt – toe om tot zegen te zijn?
Dat eerste stukje van vers 18 heeft natuurlijk nog een duidelijke diepere laag gekregen door de komst van de HEERE Jezus. Daarover gaat het de volgende keer. Voor nu is het belangrijk om zelf tot zegen te zijn en anderen toe te rusten eveneens tot zegen te zijn. Zo wordt Gods Koninkrijk gebouwd, zo wordt de gemeente waartoe je behoort tot zegen en zo worden mensen uit de omgeving getrokken uit het duister van de 'vangodvervreemding'.

maandag 8 mei 2017

Briefje uit de hemel

"Toen riep de Engel des HEEREN tot Abraham ten tweeden male van den hemel en zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de HEERE…"
Genesis 22 : 15-16a
 
Persoonlijk vind ik de regenboog altijd weer een indrukwekkende brief uit de hemel!