Posts tonen met het label gelijkenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gelijkenis. Alle posts tonen

maandag 22 mei 2017

Wees gezegend en wees een zegen

"Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels en als het zand dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poort zijner vijanden erfelijk bezitten. En in uw Zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt."
Genesis 22 : 17-18 



Je grenzen stellen, dat is vandaag de dag belangrijk. Dan weet je allemaal waar je aan toe bent. Duidelijkheid scheppen. De Rijdende Rechter heeft er de handen vol aan en meer dan eens moet het kadaster tot op de millimeter nauwkeurig bepalen waar de erfgrens van iemands perceel loopt. Maar wat nu als je ruimte te kort komt? In het normale leven moet je kopen of onderhandelen. Aan Abraham wordt al perceelvergroting gegarandeerd, nog voor hij 1 korrel zand bezit. Hij zal een goed geolied familiebedrijf runnen met talloze nazaten. Maar… bijna had hij geen kind meer gehad. Opgeofferd aan God, de Almachtige.

Het is juist vanwege die offervaardigheid, dat de HEERE Abraham toespreekt en zegen belooft. Toch betreden we hier een spanningsveld. Dit klinkt namelijk als een verdienmodel! God gehoorzamen levert rendement op. Dat correspondeert niet met het reformatorisch dwangmatige dat het toch vooral onverdiend, verbeurd (verklaard?), moet zijn. Geen verdienste van onze kant… hoe zit dat toch?

Verdiend door gehoorzaamheid?

Dat oer-roomse maar evengoed oer-menselijke en na-paradijselijke verlangen om iets te verdienen! Genegenheid, goodwill, adoratie, aanbidding van mensen, liefst zo hooggeplaatst mogelijk. Want wees eerlijk: het streelt je ego meer, wanneer de koning voor je buigt dan wanneer een bedelaar voor je buigt. Dat zullen de meeste mensen niet zo zeggen, maar dat zit diepweg in elk mensenbrein ingebakken sinds Genesis 3. Noem het de random-software van satan. Het is in ons brein geïmplementeerd en op willekeurige, onbewaakte ogenblikken zet het zichzelf in werking. En voor je de gedachte kunt hebben "nou dan kun je dus niks aan doen": we vinden het nog prettig ook!
Iemand vroeg me onlangs wat het 'schatten verzamelen in de hemel' inhield. De vraag was ontstaan tijdens een gesprek op een bijbelkring, waar iemand had gezegd dat er niveau's, trappen van verhoging, in de hemel zijn, zoals er ook trappen van vernedering zijn in de hel. In die laatste plaats zal de wroeging bij een wilde heiden anders zijn dan bij een moedwillig onbekeerde refo die Jezus een te gemakkelijke weg vond. In de hemel is er ook zo iets, maar dan de andere kant op. Er zijn teksten die daar aanleiding voor geven, maar ik denk dat we er niet te zeer over moeten nadenken. En we moeten er al helemaal geen verdienmodel in proberen te ontdekken!
Echter, in onze tekst staat het er dan toch maar, onomwonden: "…Ik zal u grotelijks zegenen… naardien (omdat) gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt"! Daar kon je als oud-testamentisch verbondskind dan ook zeker van zijn: God gehoorzamen betekende Zijn zegen ontvangen. Dat zijn we in de nieuw-testamentische tijd wat kwijt geraakt. Sterker nog: het is in een verdacht licht gesteld door met name ultra-calvinisten. Het wordt structureel weggezet als remonstrants. Christus heeft alles verdiend! Jij en ik verdienen niks dan de dood en verdoemenis. Maar is dat wel Bijbels?
Hoe zit het dan met de Tien Geboden? Met dat gebod bijvoorbeeld van het eren van je ouders (en overheden): "Eert… opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft"? Een soort voort wat, hoort wat, lijkt het wel. Maar wie zo tegen de HEERE en Zijn dienst aankijkt, zit blijkbaar ook met zijn onbekeerde gezicht in de kerk, om een 'pluspunt' af te vinken, in de zin van: zo die kunnen we ook weer afstrepen voor de eeuwigheid. Dat is nou precies de oudste zoon uit de gelijkenis: ik heb altijd gediend… en ik heb nog nooit iets gehad! Dienen om loon. Een arbeider kan zo in elkaar steken, maar een kind zal in een rechte relatie tot zijn vader of moeder niet zo reageren. En in het geestelijke al helemaal niet! Dan is het je lust en je leven – in navolging van de Heere Jezus – om je Vader blij te maken met je daden. Dan heb je het ook niet meer zo druk over 'stukwerk' en dat al je goede werken maar vuil en verwerpelijk zijn voor God. Dat soort dingen zeg je enkel, als iemand beweert iets te kunnen verdienen. Maar als je daar al van overtuigd bent, stimuleer je de ander om goede werken voort te brengen. Omdat je weet dat de HEERE er blij van wordt!

Verdiend voor generaties?

En dan dat andere aspect: dat jij iets 'verdient' (of laten we het 'bewerkstelligt' noemen) en dat dat effect heeft op de generaties na jou. De moderne mens wil zijn eigen boontjes graag doppen en spreekt niet graag in verdiensten voor anderen. Daarom heeft hij ook zo'n moeite met het offer van Jezus Christus. Maar Gods kinderen kunnen het er prima mee doen. Wat een diepe dankbaarheid dat Hij wilde gaan waar zij niet konden komen; dat Hij wilde komen waar zij niet konden weggaan.
Nog even terug naar dat gebod 'eert uw vader en uw moeder'. Daar wordt gesproken over de zegen van een lang leven in het land dat God schenkt. Dat gold natuurlijk letterlijk voor het volk van Israël, die het Beloofde Land uit Gods hand kregen. Maar je kunt dat ook prima doorvertalen naar 'het land waar God jou heeft gezet'. Een lang leven… niet om enkel te genieten van veel jaren, maar een lang leven om te besteden in Zijn dienst. En voor dat je het gevaar loopt egoïstisch met dat 'bezit' om te gaan, plaatst de HEERE het in een breder perspectief. Tegen Abraham zegt Hij: "Dit land zal ruim genoeg zijn voor al jouw nazaten, geslachten lang; ze zullen zo talrijk zijn als de zandkorrels van het strand; en mochten ze ruimte te kort komen, dan geef Ik ze macht over het grondgebied van hun vijanden." Abraham werd dus niet alleen persoonlijk gezegend, maar ook zijn nageslacht deelde in deze zegen. Hoe belangrijk was het dus dat dat nageslacht de HEERE ook leerde kennen; de achtergrond van hun zegen te begrijpen en God er om te loven en te danken. Zie je dat zegen niet op zichzelf staat? Zegen is de 'tool' waarmee je aan het werk kunt in Gods wijngaard. Het helpt je om anderen te laten delen in jouw zegen; en zo te doen ervaren dat de HEERE goed is!
Ga je ook zo om met jouw zegeningen? En rust jij ook jouw nageslacht – als je dat hebt – toe om tot zegen te zijn?
Dat eerste stukje van vers 18 heeft natuurlijk nog een duidelijke diepere laag gekregen door de komst van de HEERE Jezus. Daarover gaat het de volgende keer. Voor nu is het belangrijk om zelf tot zegen te zijn en anderen toe te rusten eveneens tot zegen te zijn. Zo wordt Gods Koninkrijk gebouwd, zo wordt de gemeente waartoe je behoort tot zegen en zo worden mensen uit de omgeving getrokken uit het duister van de 'vangodvervreemding'.

zaterdag 10 januari 2015

Oog in oog met de engelen op de Jongste Dag

"De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen, die de ongerechtigheid doen […] Alzo zal het in de voleinding der eeuwen wezen; de engelen zullen uitgaan, en de bozen uit het midden der rechtvaardigen afscheiden;
Mattheüs 13 : 41 en 49

Hopelijk heb jij wel eens nagedacht over de Jongste Dag. De Dag dat Jezus terugkomt op de wolken van de hemel. Is dat een angstaanjagend idee? Of is dat – met de NGB – een dag die je met een groot verlangen tegemoet ziet? Christus in ieder geval wel en met Hem al Zijn kinderen.
In de serie over engelen, wil ik daar tenslotte ook nog iets over doorgeven. Bij Christus' wederkomst denken we vooral aan het oordeel: hoe zal de scheiding vallen. En dat is een belangrijke gedachte, omdat het voor jouw en mijn ziel daarom draait! Maar het is ook goed om ons beeld van die dag wat verder in te kleuren.

Ook de engelen zullen daarbij zijn. Ze zullen een actieve rol spelen. Lees maar in de tekst van vandaag. Jezus zal Zijn engelen uitzenden om het onkruid (lees deze tekst in de context van de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe!) weg te halen. Wij denken toch vaak dat Gods kinderen worden weggehaald uit deze boze wereld en thuisgehaald. In zekere zin is dat wel zo, maar hier staat het precies andersom beschreven! En het zijn nota bene Jezus' Eigen woorden.

We lezen twee dingen over de engelen: 'ze worden uitgezonden' en 'ze zullen uitgaan'. Dat is in het kort 'bevel' en 'gehoorzamen'. Zoals de engelen werden uitgezonden om Sodom en Gomorra (en Adama, Zeboïm en eigenlijk ook Zoar) te vernietigen, zo worden de engelen uitgezonden om de door de zonde aangetaste aarde te vernietigen; hoewel in beide gevallen God uiteindelijk het oordeel uitvoert. Zoals de engelen Loth en zijn gezin bij de hand namen en scheiding maakten tussen hen en die goddeloze steden, zo zullen ze op de Jongste Dag Gods kinderen apart zetten van deze verziekte wereld. Ze worden beschermd, tijdens de grote verwoesting, waarbij de elementen brandend zullen vergaan. Deze toorn, dit oordeel, kennen de engelen reeds, uit de tijd dat satan afviel van God. Daar ontstond de hel, die nooit geschapen is.
Wat de engelen namelijk ook doen is al de goddelozen op eeuwige afstand brengen van God. De tijd dat God nog in genade en lankmoedigheid op aarde werkzaam was, is over. Voor hen is God er nooit meer dan alleen in Zijn toorn… en dat is de hel. De helse omstandigheden zullen nog eens extra verzwaard worden (we lezen dat ook in dit hoofdstuk), door de wroeging die mensen zullen hebben: had ik maar, had ik maar!

In de gelijkenis van het onkruid hoor je de dienstknechten (de predikers en profeten; eigenlijk alle wervers van Gods Koninkrijk) zeggen: "Zullen we dat onkruid maar snel uittrekken?" Dan reageert die heer die dat goede zaad had gezaaid radicaal: "Nee, laat ze maar samen opgroeien. Want anders zou je er een tarweplantje uittrekken, misschien." Dat scheiding maken is geen taak van mensen. Zelfs niet van dominees. Dat is voorbehouden aan de engelen. Die zijn daarop getraind, zoals een elitekorps van het leger enkel wordt ingezet bij speciale operaties (denk aan Parijs, gisteren).
Laten we dus onthouden dat aan ons dat schiften en scheiding maken niet toekomt. Engelen zijn zo puur, en op God gericht, dat zij daartoe in staat worden gesteld. Dat zien we ook in de gelijkenis van het visnet, waarbij we de engelen als vissers op de oever, bezig zien het net te legen en de goede van de kwade vissen te sorteren (vers 49).
De mens is immers een weinig minder dan de engelen gemaakt, zo zagen we al eerder in deze serie. Niettemin staat er ook in de Bijbel dat de mensen, Gods kinderen, als koningen zullen heersen: "En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen heersen op de aarde" (Opb. 5:10).

Wanneer zal dat moment zijn? Wanneer zullen we oog in oog staan met de HEERE én met Zijn engelen? Wanneer zullen zij de scheiding bewerkstelligen tussen ons hier op aarde? Jezus zegt daarover dit: "Doch van dien dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen" (Mattheüs 24:36).
De engelen zijn dus niet zover ingewijd dat ze meer weten dan wij mensen. Ze zijn, al kan ik dat niet letterlijk zo terugvinden in de Schrift, zelfs niet nieuwsgierig naar dat moment op zich. Hun verlangen is niet een nieuwsgierig verlangen, maar een heilige weetgierigheid. Het gaat hen niet om zoveel mogelijk nieuwtjes te vergaren, zoals sommige mensen dat op een hinderlijke manier soms doen, om anderen te overbluffen met hun zogenaamde kennis. Nee, hun interesse in de Jongste Dag heeft eenzelfde insteek, als hun interesse in en aanbidding van Gods lankmoedigheid, om die Dag nog wat op te rekken, vanwege een zondaar die nog bekeerd moet worden.

Als Zacharias de woorden van Gabriël niet kan geloven, is de aartsengel tamelijk furieus: "Ik ben Gabriël, die voor God sta!" Dat betekent natuurlijk dat hij daarom betrouwbaar is. Maar deze opmerking van Gabriël is geen dooddoener van alle discussie. Hij geeft met deze woorden ook aan dat hij zó dicht bij God staat, Hem zóveel beter kent dan Zacharias, dat diens ongeloof van Gods wondermacht een krenking is van Gabriëls toewijding aan Deze Zelfde God! Snap je wat ik bedoel? Het is een lange zin. Ik bedoel dit. Gabriël weet veel beter dan ik en jij hóe God is. Hij kent Hem in Zijn genade, barmhartigheid, liefde én rechtvaardigheid. Hoe belachelijk klinken onze mensenwoorden dan, als wij proberen te formuleren dat een of ander wonder onmogelijk is bij God. Nou, dan ken je God nog niet! 

Tot slot. Het is waar dat God weer aan Zijn eer komt, wanneer mensen het beeld van Hem weer gaan vertonen. Dat neemt niet weg dat de HEERE evenzeer vereerd wordt in Zijn engelen. Zij zijn zó toegewijd, zo heilig en rein. Ze zijn zó puur gericht op Hem, zou de HEERE dat niet heerlijk vinden? Welnu, zie in deze engelen onze lichtende voorbeelden. Zo had God de mens bedoeld. Zo mogen de engelen Zijn kinderen bijstaan, beschermen en tot voorbeeld zijn. Zij zullen op de Jongste Dag de schapen van de bokken scheiden, maar… hen komt het oordeel niet toe. Dat kan alleen God Zelf, Gode zij dank! Zie jij al uit naar die grote en doorluchte dag?