Posts tonen met het label Izaäk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Izaäk. Alle posts tonen

maandag 9 mei 2016

Geestelijke bagage van een afhaker

Sarah, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
Soms vraag je je af het het toch kan dat één lid van een gelovig gezin afhaakt. Het is heel heilzaam om allereerst te bedenken dat het juist heel bijzonder is dat al die gezinsleden, ouders en/of kinderen, wél in het spoor van Gods geboden willen gaan. Want van nature hebben we daar allemaal geen zin in. Schieten we in de lach als God Zijn belofte bekendmaakt, net als bij Sara. Haar kleinzoons zijn allebei ook uit háár voortgekomen… Gods Geest brengt daar verandering in; niet slechts een goede opvoeding, hoewel die wel dienstbaar kan zijn. Niettemin blijft die vraag knagen: waarom die dochter of die zoon nu juist niet?

Soms betreft het nog niet eens een dwars, uit de band springend kind. Hoe is het mogelijk dat kinderen met dezelfde opvoeding, te midden van dezelfde liefde en geborgenheid, toch zulke verschillende wegen kunnen gaan. En dat de tranen van ouders daar geen enkel effect in lijken te hebben. De wil om toch althans voor de vorm in het spoor mee te gaan, ontbreekt en zo maken deze afhakers zich ook nog eens onbereikbaar voor Gods reguliere instrumenten, waarmee Hij mensen tot geloof beweegt. Zou er nog bagage zijn die ze meenemen? En welk effect heeft dat?

"En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader?
Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende."
Genesis 27 : 38a 

Kostelijke kleding

Wij weten te weinig af van dat eerstgeboorterecht. Ik vermoed dat daar meer achter zit, dan in onze vertalingen staat. Het is wel van enig belang daar nog een keer bij stil te staan, omdat juist ook hierin het breekpunt ligt in Ezau's leven. Ik kom hierop, door een merkwaardige zin in het vijftiende vers van Genesis 27: "Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan." Waarom heb ik hier altijd overheen gelezen? Uit de zondagsschoolverhalen en de kinderbijbels had ik altijd het idee dat Rebekka gewoon een van Ezau's werkjassen van de kapstok pakte en die Jacob aantrok. Zo rook hij naar Ezau, naar wilde dieren en naar buitenlucht. Maar dat staat hier niet. En wie er wat lectuur omheen leest uit de apocriefe hoek en de joodse geschriften, krijgt daar toch wel een heel ander beeld bij.
Wat zijn dat voor kleren? En wat maakte die oude plunje van Ezau (als het dat tenminste was) tot 'kostelijk'? En waarom hingen die kleren bij Rebekka in huis? Om met dat laatste te beginnen: we moeten bedenken dat men in aparte tenten leefde. Zelfs Rebekka en Izaäk. De broers waren inmiddels al op leeftijd (rond de 70 jaar!) en ze hadden elk hun eigen huishouden, inclusief personeel. Maar… vader Izaäk was het stamhoofd. En hoewel hij nu op sterven lijkt te liggen, zal hij nog enkele decennia leven, want pas als Jacob terug is in Kanaän zal hij overlijden (Rebekka is dan reeds overleden). Als we bedenken dat ze elk in eigen tenten leefden, is het des te opvallender dat Rebekka die kleren van Ezau in háár tent had liggen.
In diverse buitenbijbelse bronnen wordt gesproken over deze klederen als waren dit gewaden die te maken hadden met dat eerstgeboorterecht. De oudste was de priester in het gezin en zou zijn vader opvolgen. Die vader was de priester die – denk hierbij aan Ezau's kleinzoon Job (althans dat beweren bepaalde geschriften) – offerde voor zijn kinderen. Hij deed die heilige verrichtingen en droeg dan bij die gelegenheden gepaste kleding: kostelijke of kostbare klederen. Deze gewaden waren als het ware een afschaduwing van de latere priestergewaden.
Te zijner tijd zou ook Ezau deze kleding gaan dragen (of wellicht deed hij dat al in plaats van zijn vader die op bed lag). Hij was dus ook daarin al prima op te hoogte van wat het inhield om de eerstgeborene te zijn. Zijn vader had hem op die taak vast en zeker goed voorbereid. Maar… helaas, die kleding leverde hem niet de inhoud van dit ambt. Zijn hart was er niet bij; sterker nog: hij verachtte dit eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep. En terecht noemt Paulus hem een hoereerder, want voor God is verbondsbreuk gelijk aan overspel.
Die kleding werd – zo beweert men – bewaard van generatie op generatie, in manden of koffers met geurige kruiden (van het veld!). En dat was de geur die Izaäk wilde ruiken, toen hij Jacob vroeg hem te kussen. Hij rook die geur en die kende hij uit eigen bevinding. Hoewel Jacobs stem niet klopte, de geur van deze kleding klopte wel en dus wat het goed, dacht hij. Bizar dat deze heilige klederen worden ontheiligd door Rebekka en Jacob! "Uw vloek zij op mij, mijn zoon!", zei Rebekka; en het is gebeurd: ze zou haar zoon na deze dag nooit meer zien in dit leven.

Geestelijke bagage

Zijn vader had Ezau voorbereid op de taak van 'priester'. Dat eerstgeboorterecht was echt wel iets waar tekst en uitleg bij werd gegeven. De stamhouder werd door zijn stamvader ingewijd. En ten laatste ontving hij de zegen als bezegeling; zo ongeveer moet je het zien, vermoed ik. Het merkwaardige is dat in de zegeningen van Izaäk met geen woord wordt gerept over de Messias. Laten we eens kijken wat de jongens beiden meekrijgen en waarin die zegeningen van elkaar afwijken.

Jacob: 
"Zo geve u dan God van den dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most. Volken zullen u dienen, en natiën zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!" (Genesis 27 : 28-29)
  1. dauw (vruchtbaarheid)
  2. vettigheid (rijke oogsten)
  3. gediend worden
  4. bescherming tegen vloek en uitdeling van zegen

Ezau: 

"Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn. En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken." (Genesis 27 : 39b-40)
  1. vettigheid (rijke oogsten)
  2. dauw (vruchtbaarheid)
  3. dienstbaar zijn
  4. zelfverdediging en opstand
Als Ezau tóch weigerde om onder Jacobs vleugels te gaan zitten, dan zou hij altijd onzeker zijn van zijn bestaan. Dat was natuurlijk onverteerbaar voor zo'n selfmade man, zo'n zelfstandige avonturier. Ezau zou zich ook niet willen laten bedienen door de priesterlijke dienst van zijn jongere broer. Hij had er simpelweg niks mee. Het was hem allemaal te bekrompen; hij vond het poespas. Leuk als je er waarde aan hecht, maar geef mijn portie maar aan fikkie. Ten diepste was Ezau arm… maar zijn macht en zelfredzaamheid verblindden hem om dit te kunnen zien. Afhankelijk zijn van een onzichtbare God en een leugenachtige broer? Nee, dank je!

Merkwaardige houdingen

Tot slot nog een paar opmerkingen bij de houding van Izaäk, Rebekka en Ezau. Wellicht zitten daar lessen in voor ouders of (dreigende) afhakers.

Izaäk trekt voor

"…toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik! […] Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede. […] En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het! […]" (Izaäk in Genesis 27:1b, 8 en 24) en "En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem…" (Rebekka in Genesis 27:13).
Bovenstaande teksten laten zo schrijnend duidelijk zien dat Rebekka echt Jacob claimde, maar dat Izaäk Ezau zíjn zoon noemde. Ik keur de houding van Rebekka niet goed, maar wat is de houding van Izaäk in deze enorm vreemd. Hij geeft overduidelijk de voorkeur aan Ezau (en wat moet dat voor Jacob zijn geweest, toen zijn vader dacht dat hij Ezau was! Hij hoorde met eigen oren de liefdevolle klank in de stem van zijn vader, die exclusief voor Ezau bedoelde klank!) En dat, terwijl Rebekka haar verdriet tegenover Izaäk zo duidelijk had geklaagd over de houding van Ezau. Hoe zouden ouders juist elkaar tot steun moeten zijn in zulke situaties. Hoe zouden ze allereerst de eenheid van het huwelijk boven de voorkeur voor een van de kinderen moeten stellen en elkaar vermanen om juist géén voorkeur te hebben! Kinderen voelen dat haarfijn aan en… maken daar meer dan eens misbruik van!


Rebekka slaat door

"En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?" (Genesis 27 : 46)
Daar zijn ouders met gekrenkte trots soms meesterlijk in: in de slachtofferrol kruipen. Ik snap dat je soms met je handen in het haar zit, niet weet waar het heen moet. Ik snap Rebekka, dat die heidense vrouwen – met hun wulpse uiterlijk en wellicht hooghartige bezitterigheid – haar een doorn in het oog zijn. Het is wel even háár zoon waar zij mee samenleven! En hóe?! Zij heeft de pijn van het baren doorstaan, haar leven er voor over gehad om deze stevige tweeling te baren… en die twee denken er zomaar plezier mee te kunnen maken! Die heidinnen hebben geen belofte aan God gedaan… Rebekka en Izaäk wel. O! Dat maakt het leven wel even anders.
Maar hoe ik het ook begrijp… het is volgens mij toch vooral een zwak van sommige moeders dat ze met allerlei dingen dreigen als het leven de verkeerde kant op lijkt te gaan. Wat zijn dat voor woorden: "Waarom zou ik dan nog leven?" Heb je als moeder dan niet een té hoge dunk van je onmisbaarheid? Ezau is stevig volwassen… biologisch gezien heeft hij zijn moeder al lang niet meer nodig. Je kunt een kind met geld en dreigementen niet een kant uit dwingen. En ik zou haast zeggen… met liefde lukt het ook niet altijd. Soms leg je het af tegen satan, die je kind in zijn greep heeft. En is er niet de weg open om 'eruit te stappen', maar om 'het hoger op te zoeken': het gebed "Heere, behoud naar Uw belofte mijn kind! Mijn kind ligt geestelijk gezien op zijn sterven!" En bidt vooral dat je het bij de HEERE kunt laten… juist als Hij vertoeft, verbeidt Hem!


Ezau recht zijn rug

Ezau is, net als zijn oma Sara, iemand die eerst wil zien en dan pas geloven. Echter er is wel een groot verschil. Voor Ezau is geloven ongrijpbaar – in tegenstelling tot Sara – en geloven kan op geen enkele manier concurreren met zinnelijkheid en het uitleven van al je lusten. Hij heeft oma Sara nooit gekend, maar daarin had ze hem als een echte oma vast weleens apart genomen. "Jongen, ik zie dat de wereld zo trekt. Ik herken dat, toen we nog in Ur woonden. Ik wilde niet weg, maar de HEERE werd ons te sterkt en ik heb er nooit één dag spijt van gehad. Wil je horen hoe ik dat ervaren heb? Ik bid elke avond voor je, jongen."
In een eerder hoofdstuk schreef ik dat Ezau, toen het bedrog van Jacob en de gestolen zegening uitkwam, boos wegging. Hij vertrok naar oom Ismaël en nam daar zijn derde vrouw. Het blijft op mij overkomen als 'extra tarting van zijn ouders en Jacob'. Eigenlijk één grote schreeuw: "Bekijken jullie het allemaal… ik haat jullie… ik ga lekker mijn eigen weg!" Maar wie schetst mijn verbazing als de Kanttekeningen bij Genesis 28 : 9 schrijven: "Het schijnt dat Ezau dit gedaan heeft, menende zijn vader te behagen, met een vrouw te nemen uit zijn geslacht." Hmm… dan zou ik mijn beeld van Ezau toch nog moeten bijstellen. Zou hij dan toch…?
Tot slot komt Ezau jaren later zijn gehate broer weer tegen en de twee vallen elkaar om de hals en… huilen opnieuw (Genesis 33 : 4)! Jacob wilde met een enorm geschenk aan zijn broer zijn excuses aanbieden. Ik snapte nooit zo goed waarom Ezau dat weigerde. Hij was toch zo op bezit en macht uit? Hier kreeg hij het zo kado. Tot ik bedacht dat hij een kleinzoon van zijn opa is. Wat zei op Abraham ook alweer tegen de koning van Sodom, na die glorieuze veldslag in Genesis 14? "Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogsten God, Die hemel en aarde bezit; zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!" Zou het dan toch zo zijn dat Ezau zijn rug recht en juist van Jacob never een kado zou willen accepteren, opdat Jacob later niet zou kunnen zeggen: "Ja, maar ik heb Ezau toch ook wel een beetje rijk gemaakt." Ik hoop dat ik het mis heb, maar aan de houding van Ezau's nakomelingen jegens het volk van Israël is die nukkige en vaak zelfs vijandige houding telkens weer af te lezen. Ezau recht zijn rug, totdat de HEERE zijn trotse nek vertrapt, helaas. Laat dat een heftige les zijn.

zaterdag 7 mei 2016

Zwijgen of liegen?

Abraham, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
Wat was Ezau's beeld van zijn familie? In zijn tienerjaren was opa Abraham overleden. Wat had die voor indruk nagelaten op hem? Ezau kon tamelijk goed opschieten met zijn vader Izaäk, maar waaruit bestond dat 'goed opschieten' eigenlijk? Uit zijn voorkeur voor Ezau's kookkunst en jachtverhalen? Het was vooral de aanwezigheid van zijn moeder en zijn 'hypocriete' broer die Ezau voortduwden op de weg die hij was ingeslagen. Maar had hij daar reden toe? En keek hij wel eens in de spiegel?

Ik ben toch zo benieuwd hoe die eerste vijftien jaren van Ezau eruit zagen en welke rol opa Abraham daarin heeft gespeeld. Ezau moet hem goed hebben gekend (voor zover een tiener zijn opa of oma écht innerlijk kent) en hij moet bijvoorbeeld dat verhaal over de offering op Moria hebben gehoord. Hoe zal opa dat hebben verteld? En hoe zal Ezau dát hebben geïnterpreteerd? Als je niet geestelijk kunt kijken, dan zou je bij die geschiedenis toch een wreed en meedogeloos beeld van God kunnen krijgen, nietwaar? En hoe zal Rebekka dat allemaal hebben geïnterpreteerd? Zij was ook met een ander godsbeeld grootgebracht dan Izaäk.

"En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren,
en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon!
En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet.
Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog,
en ga uit in het veld, en jaag mij een wildbraad; en maak mij smakelijke spijzen,
zo als ik die gaarne heb, en breng ze mij, dat ik ete; opdat mijn ziel u zegene, eer ik sterve.
[…] en Ezau ging in het veld, om een wildbraad te jagen, dat hij het inbracht."
Genesis 27 : 1-4 en 5b

Ezau en Abraham

Opnieuw citeer ik het 'Boek des Oprechten' over die eerste jaren van Ezau in de nabijheid van opa Abraham:
HOOFDSTUK 26
17. De jongens groeiden op tot hun 15e jaar, en zij kwamen in de gemeenschap der mensen. Esau was een sluwe en bedrieglijke man, en een bedreven jager in het veld, en Jakob was een oprecht en wijs man, wonende in tenten, een schaapherder en lerend de voorschriften des Heren en de geboden van zijn vader en des des Heren en de geboden van zijn vader en moeder.18. Isaäk en de kinderen van zijn huishouding woonden met zijn vader Abraham in het land Kanaän, zoals God hen had geboden.21. Abraham gaf alles wat hij had aan zijn zoon Isaäk, en hij gaf hem ook al zijn schatten.
22. Hij gebood hem, zeggende: Weet en begrijpt u niet dat de Heer de God van hemel en aarde is, en dat Hij Zijns gelijke niet heeft?
23. Hij was het die mij nam uit mijn vaders huis, en uit mijn maagdschap, en die mij alle vreugde op Aarde gaf; die mij bevrijdde uit de raad der goddelozen, want op Hem vertrouwde ik.
24. Hij bracht mij naar deze plaats, en bevrijdde mij uit Ur Casdim; en Hij zei tot mij: Aan uw zaad zal Ik al deze landen geven, en zij zullen het erven indien zij Mijn geboden houden, Mijn inzettingen en Mijn gerichten die Ik u heb geboden, en die Ik hen zal gebieden.
25. Daarom nu mijn zoon, hoor naar Mijn stem, en houd de geboden van de Heer uw God die Ik u gebood, wijk niet af van de goede weg hetzij naar rechts of naar links, opdat het u welga en uw kinderen na u voor altijd.
26. Gedenk de wonderlijke werken des Heren, en Zijn vriendelijkheid die Hij ons heeft bewe- zen door ons te bevrijden uit de handen onzer vijanden, en de Heer onze God liet hen in onze handen vallen; en houd u aan alles wat ik u geboden heb. Keer u niet af van Gods geboden, en dien niets naast Hem, opdat het u en uw zaad na u wel zal gaan.
27. Onderricht u uw kinderen en uw zaad deze voorschriften des Heren en Zijn geboden, en leer hen de rechte weg die zij moeten gaan opdat het hen welga voor altijd.
28. Isaäk antwoordde zijn vader en zei tot hem: Dat wat mijn Heer mij heeft geboden dat zal ik doen, en ik zal niet afwijken van de geboden van de Heer mijn God, ik zal alles houden wat Hij mij gebood. Abraham zegende zijn zoon Isaäk, en ook zijn kinderen; en Abraham leerde Jakob de voorschriften van de Heer en Zijn wegen.
29. Het was in die tijd dat Abraham stierf, in het 15e levensjaar van Jakob en Esau, de zonen van Isaäk, en al de dagen van Abraham waren 175 jaren, en hij stierf in goeden ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd verzameld tot zijn volkeren, en zijn zonen Isaäk en Ismaël begroeven hem.
30. Toen de inwoners van Kanaän hoorden dat Abraham dood was, kwamen zij allen met hun koningen en vorsten en al hun mannen om Abraham te begraven.
31. Alle inwoners van het land van Haran, en al de families van het huis van Abraham, en al de vorsten en groten. De zonen van Abraham bij de bijvrouwen, allen kwamen, toen zij hoorden van Abrahams dood, en zij beantwoordden Abrahams vriendelijkheid en troostten zijn zoon Isaäk, en zij begroeven Abraham in de spelonk die hij kocht van Efron de Hettiet en zijn kinderen als een erf-begraafplaats.
32. De inwoners van Kanaän, en al diegenen die Abraham hadden gekend, weenden een geheel jaar over Abraham, en mannen en vrouwen treurden over hem.
33. Ook alle kleine kinderen, en de inwoners des lands, weenden vanwege Abraham, want Abraham was goed geweest voor hen allen en oprecht voor God en mensen.
34. En er stond niemand op die God vreesde zoals Abraham, want hij had God gevreesd vanaf zijn jeugd, en had de Heer gediend, en was al Zijn wegen gegaan tijdens zijn leven vanaf zijn kinderjaren tot de dag van zijn dood.
35. De Heer was met hem en bevrijdde hem uit de raad van Nimrod en zijn volk, Toen hij oorlog voerde met de vier koningen van Elam, overwon hij hen.
36. Hij voerde al de kinderen der Aarde tot de dienst Gods, en hij leerde hen de wegen des Heren, en deed hen de Heer kennen.
37. Hij plantte een bos met een wijngaard erin, en hij had in zijn tent altijd eten en drinken klaar voor voorbijgangers zodat dezen zich konden verkwikken in zijn huis.
38. En de Heer God bevrijdde de gehele Aarde vanwege Abraham.
39. Het was na de dood van Abraham dat God zijn zoon Isaäk zegende en zijn kinderen, en Hij was met Isaäk zoals Hij was geweest met zijn vader Abraham, want Isaäk hield al de geboden des Heren zoals zijn vader Abraham. Isaäk keerde zich niet af naar rechts of naar links van het goede pad.
Twee dingen vallen op. Abraham schijnt Jacob en Ezau OOK gezegend te hebben. Dus Ezau wíst wat zo'n zegen inhield. Hij leerde van opa dat ze de geboden van de HEERE moesten houden en niet afwijken! Dus ook geen leugen hanteren! En hij leerde van hem dat de HEERE zo goed is dat Hij het ook verdient om gediend te worden! Het tweede was dat er specifiek staat dat Abraham speciaal Jacob onderrichtte (vers 28). Abraham had helder dat Jacob de 'meerdere' moet zijn. Dit moet de 15-jarige Ezau geweten, zo niet gehoord, hebben. Als dit geschrift enigermate waarheid bevat op dit punt – en ik geloof dat in deze aspecten zeker – dan wist Ezau al op zijn 15e hoe de geestelijke vork aan de steel zat.

Onderricht en relaties

Volgens dit apocriefe boek is Jacob drie jaar later een poosje buitenshuis geweest bij zijn verre voorvader Sem. Daar heeft hij als het ware alle familiegeschiedenissen en de onderwijzingen van God uit de 'eerste hand' meegekregen:
HOOFDSTUK 28
17. Hierna stierf Sela de zoon van Arpaksad in dat jaar, dat het 18e levensjaar van Jakob en Esau was; en al de dagen dat Sela leefde waren 433 jaren en hij stierf.
18. In die tijd stuurde Isaäk zijn jongste zoon Jakob naar het huis van Sem en Heber, en hij leerde de voorschriften des Heren, en Jakob verbleef 32 jaren in het huis van Sem en Heber, en zijn broer Esau ging niet mee want hij had er geen zin in, en hij bleef in zijn vaders huis in het land Kanaän.
Eveneens vertrok Ezau voor korte tijd uit het huis van Izaäk en Rebekka en leerde heel andere dingen in de wereld:
19. Esau was voortdurend op jacht in het veld om thuis te brengen wat hij te pakken kon krijgen; aldus deed Esau al de dagen.
20. Esau was een sluwe en bedrieglijke man, iemand die de harten van mensen stal en hen verlokte, en Esau was moedig in het veld, en hij ging in de loop van de tijd zoals gebruikelijk op jacht; en hij kwam tot aan het veld van Seir ofwel Edom.
21. Hij bleef in het land Seir jagen in het veld gedurende een jaar en 4 maanden.
22. Esau zag daar In het land Seir de dochter van een man uit Kanaän, haar naam was Judith, de dochter van Beëri, zoon van Efer, uit de families van Heth de zoon van Kanaän.
23. Esau nam haar als vrouw, en hij ging tot haar in; Esau was veertig jaren oud toen hij haar nam. Hij bracht haar te Hebron op het land van zijn vader en ze woonden daar.
24. Het geschiedde in die dagen, in het 110e levensjaar van Isaäk, dat is het 50e levensjaar van Jakob, in dat jaar stierf Sem de zoon, van Noach; Sem was 600 jaren oud bij zijn dood.
25. Toen Sem stierf keerde Jakob terug naar zijn vader te Hebron in het land Kanaän.
Hoe uiteenlopend kunnen de resultaten van opleiding en onderricht zijn. Hoe groot zijn de invloeden van vrienden en relaties in het leven van een mens. Zelfs van een 'zelfstandige denker' als Ezau.

Waarom zou je het goede kiezen?

Ik stop voorlopig met citeren, maar je zou hoofdstuk 29 nog eens moeten lezen. Want dat volgt precies op het voorgaande. Nog drie verzen dan, die samenvallen met onze tekst van vandaag…

1. Isaäk de zoon van Abraham werd oud en bedaagd, en zijn ogen zwak vanwege zijn jaren; zij waren dof en hij kon niet meer zien.
2. Toen riep Isaäk zijn zoon Esau, zeggende: Ik bid u, neem uw wapens, uw pijlkoker en uw boog, sta op en ga uit in het veld en jaag mij een wild- braad, en bereid mij. een smakelijk gerecht en breng het mij zodat ik kan eten en u zegenen vóór mijn dood nu ik zo oud en grijs geworden ben.
3. Esau deed aldus; nam zijn wapen ging naar het veld om te jagen op wildbraad, zoals gebruikelijk, om het bij zijn vader te brengen zodat die hem zou zegenen.

Het vervolg kennen we. Ezau gaat en zwijgt. Er is op dat moment nog níet gelogen! Hoewel… Had Ezau mogen gaan? Is het verzwijgen van belangrijke informatie ook niet een vorm van liegen? Want daardoor stuur je moedwillig aan op een andere loop van de gebeurtenissen. En Ezau wist heel goed wat die loop van de gebeurtenissen juridisch gezien had moeten zijn! Later noemt Ezau het 'de tweede keer dat hij bedrogen is door Jacob'. Hij heeft het verkopen van het eerstgeboorterecht aangemerkt als 'bedrog'. Maar hij had er zijn 'handtekening' onder gezet.
En hoogst waarschijnlijk is moeder Rebekka daar getuige bij geweest. Want zij is de eerste die in actie komt. Echter… zonder eerst Izaäk haar man tot de orde te roepen. Vervolgens maakt Jacob geen enkel protest over dit leugenspel en speelt het tot het laatst toe uit. Zo leerde Ezau na afloop geen berouw, evenmin om het goede te kiezen.
Echter… Izaäk speelt een misschien wel veel crucialere rol. Hij roept zijn zoon en lijkt weliswaar niet geweten te hebben van de verkoop van het eerstgeboorterecht. Maar hij wist wel van Gods belofte. Hij roept Gods Naam niet aan over deze zegening. Zijn vader had hem toch ook wel een en ander over de tweeling duidelijk gemaakt?
Ezau heeft heel goed geweten wat het effect en de impact van een vaderlijke zegen is; immers opa had hem ook gezegend voordat hij stierf? Dat zou Jacob later ook met de zonen van Jozef doen. Ook daar kruist hij zijn armen en zegent de jongste als eerste.
Ezau lijkt op dit punt toch op de vrouw van oudoom Lot die haar rijkdommen en aardse schatten niet kon loslaten. Ezau wilde met godsdienstigheid iets verdienen, net als Judas. En toen dat niet lukte koos hij voor een spoor van God af. Hoeveel afhakende verbondskinderen denken ook in termen van een verdienmodel, als het gaat over de dienst aan de HEERE? Denk ook aan de oudste zoon uit de gelijkenis van de verloren zoon.

Ezau in tranen?

Als Ezau terugkeert en merkt dat de zegen al vergeven is aan zijn jongere broer, wordt hij boos. Maar Paulus schrijft in de brief aan de Hebreeën: "Dat niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige, gelijk Ezau, die om een spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf. Want gij weet, dat hij ook daarna, de zegening willende beërven, verworpen werd; want hij vond geen plaats des berouws, hoewel hij dezelve met tranen zocht." Je krijgt er bijna zelf tranen van in je ogen. Zielig toch?
Maar wat waren dat voor tranen? Krokodillentranen? De Kanttekeningen schrijven: "Namelijk zegening; of hetzelve, namelijk berouw van zijn vader. Want dat Ezau geen berouw van zijn eigen misdaad heeft gezocht, blijkt daaruit, dat hij terstond daarna Jakob naar zijn leven heeft gestaan." Ezau zet alles op alles om toch zijn bezit en vergankelijk vermogen veilig te stellen. Ontgaat het hem nog net op het laatste ogenblik, zeg! Om gek van te worden. En wie kan hij aanwijzen als schuldige? Jacob? Ja, die moet dood. Maar misschien ook God? Ik vrees van wel. God kan hij niet bejagen, maar Jacob moet plaatsvervangend boeten.
En wat is dat: hij vond geen plaats des berouws? Is God dan toch zo'n tiran, zo'n despoot bij wie je maar nooit weet waar je aan toe bent? Bevestigt God hier nu niet precies waar Ezau altijd al een sterk vermoeden van had? Als je niet uitverkoren bent kun je er toch niets aan doen; dus leef dan maar zoals je dat graag had gedaan. En… als God je wel uitverkoren heeft, net zoals Jacob, dan maakt het ook niet uit of je gelogen en gezondigd hebt. God vergeeft het toch wel. Nou, hij is er al direct achter: God heeft hem verworpen. Kon Ezau er wat aan doen? God is het Die verdoemt; wie zal het keren?
Nou… ik vraag me af of Ezau dat heeft gedacht. Hij vond 'geen plaats des berouws' doelt toch vooral – lees de Kanttekeningen – een plek van berouw "bij zijn vader Izak, alzo dat Izak berouw zou gehad hebben over het zegenen van Jakob. Want dit berouw was het dat Ezau met tranen zocht, gelijk Gen. 27:36, enz. te zien is." In vers 34 lezen we: "zo schreeuwde hij (Ezau) met een groten en bitteren schreeuw, gans zeer; en hij zeide tot zijn vader: Zegen mij, ook mij, mijn vader!" Die tranen waren van korte duur. Zodra hij merkt dat de zaak beklonken is door leugen (voorbijgaand aan zijn eigen leugen van nalatigheid in informatieverstrekking over die verkoop van het eerstgeboorterecht) is hij hels. Jacob, die vuile bedrieger moet dood! Heet hij daarom ook geen Jacob, hielenlichter? Het verbondskind raakt in de knoop met Gods rechtvaardigheid, maar gaat voorbij aan zijn eigen goddeloze leven dat van Gods afvoert; tegen beter weten in. 
Zijn de discussies met afhakers hier ook niet vaak een afspiegeling van? De hand in eigen boezem is een gepaste houding van élk verbondskind. En het hart open en het gebed omhoog voor dezen die verblind raken en God af willen zweren! Denkend: dat had mij ook kunnen overkomen. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke genade dat Hij mij ervoor heeft behoed!

dinsdag 3 mei 2016

Ezau's ethische ontwikkeling

Farao, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis;
in dit geval Thutmoses III, vader van de
vermoedelijke farao (Amenhotep II) die
tijdens de Exodus regeerde en verdronk
Op ethisch en sexueel gebied kunnen kinderen sterk worden gevormd en beïnvloed door hun ouders. Om enkele voorbeelden te noemen: de uitspattingen van David en Bathséba hebben hun sporen getrokken in de levens van diverse van Davids kinderen. De slappe houding van Eli verergerde de goddeloosheid van Hofni en Pinéhas. De voortrekkerij van Jacob jegens Jozef stimuleerde de jaloezie en goddeloosheid bij zijn andere zonen. De voortdurende verdachtmaking van Jezus door de farizeeën maakte dat een heel volk kon roepen: "Kruist Hem!"
We hebben al even iets gezegd over opa Abraham die God een handje wou helpen met de realisatie van Diens belofte van een zoon. Daar is Ismaël de dupe van geworden. Deze jongen heeft tijdens zijn leven moeten ervaren dat hij er eigenlijk niet behoorde te zijn. Zo sterk heeft God dat niet geaccentueerd, want Hij gaf Ismaël grote zegeningen en beloften voor zijn toekomst. Maar niettemin was zijn moeder zwanger gemaakt en was hij op een oneigenlijke wijze, zeg maar liefdeloos, verwekt. Als jaren later Izaäk wordt geboren ervaart Ismaël heel duidelijk dat hij een tweederangs kind is geworden. Zijn vader zal dat niet zo hebben laten merken, maar dat móet iets met die jongen hebben gedaan. Hij zocht een leven waarin hij voor zichzelf wilde opkomen. "Ik heb niemand nodig… Ik red mezelf wel!"
Zowel bij Abraham als bij Izaäk gebeurde nóg iets raars: beiden hebben op een gegeven moment ontkend dat hun vrouw hun vrouw was! Welk effect had dat op zoon Izaäk en (klein)zoon Ezau?

"Als nu Ezau veertig jaren oud was,
nam hij tot een vrouw Judith, de dochter van Beëri, den Hethiet,
en Basmath, de dochter van Elon, den Hethiet.
En deze waren voor Izak en Rebekka een bitterheid des geestes."

Genesis 26 : 34-35

"Als nu Ezau zag, dat Izak Jakob gezegend,
en hem naar Paddan-aram weggezonden had om zich van daar een vrouw te nemen;
en als hij hem zegende, dat hij hem geboden had, zeggende:
Neem geen vrouw van de dochteren van Kanaän;
en dat Jakob zijn vader en zijn moeder gehoorzaam geweest was,
en naar Paddan-aram getrokken was;
en dat Ezau zag, dat de dochteren van Kanaän kwaad waren in de ogen van Izak, zijn vader;
zo ging Ezau tot Ismaël, en nam zich tot een vrouw boven zijn vrouwen,
Mahalath, de dochter van Ismaël, den zoon van Abraham, de zuster van Nebajoth."
Genesis 28 : 6-9

Ontrouw 1 en 2

Honger is een kwade rode draad door de geschiedenissen van Abraham, Izaäk en Jacob. Als Abraham enige tijd in het beloofde land woont, weliswaar als vreemdeling, breekt er honger uit. En geloof me, dat is een enorme aanvechting voor hem geweest. Waar is nu Gods belofte? Abraham kiest voor de vlucht; dat kon ook gemakkelijk, want hij was een nomade die voor zijn vee mals gras en water zocht. Die noodzaak gaf hem een reizend bestaan. Al zoekend leek hij af te zakken naar Egypte; maar als ik goed lees in de Bijbel dan lijkt hij toch heel bewust voor Egypte te hebben gekozen. Eerst is hij inderdaad op zoek naar voedsel (Genesis 12 : 9) "gaande en trekkende naar het zuiden." Maar later maakt hij een welbewuste keuze voor Egypte: "En er was honger in dat land; zo toog Abram af naar Egypte, om daar als een vreemdeling te verkeren, dewijl de honger zwaar was in dat land."
Of dat goed of slecht was laat ik even in het midden. Maar er gebeurt iets merkwaardigs: "En het geschiedde, als hij naderde, om in Egypte te komen, dat hij zeide tot Sarai, zijn huisvrouw: Zie toch, ik weet, dat gij een vrouw zijt, schoon van aangezicht. En het zal geschieden, als u de Egyptenaars zullen zien, zo zullen zij zeggen: Dat is zijn huisvrouw; en zij zullen mij doden, en u in het leven behouden. Zeg toch: Gij zijt mijn zuster; opdat het mij wel ga om u, en mijn ziel om uwentwil leve. En het geschiedde, als Abram in Egypte kwam, dat de Egyptenaars deze vrouw zagen, dat zij zeer schoon was."
Saraï wordt opgenomen in het harem van de Farao met alle gevaren van dien. Daarom wordt ook zo heel duidelijk in de Bijbel onderstreept dat uit die relatie GEEN kind is voortgekomen.
Nadat Farao erachter is gekomen – door plagen van God – dat Sara niet alleen de halfzuster van Abraham is, maar ook zijn huwelijksverbondspartner, weet hij niet hoe deemoedig hij die grote en vreselijke God moet tevreden stellen. Hij geeft enorm veel geschenken aan Abraham en zendt hem weg. En – zo vertelt het apocriefe Boek des Oprechten – farao gaf zijn dochter Hagar als dienstmeisje aan Saraï. Dat liep met een sisser af, zou je denken.
De eerste barst ontstaat reeds in het volgende hoofdstuk, Genesis 13, wanneer de herders van Lot en van Abraham ruzie krijgen. Daar wordt met geen woord over gerept, maar zou het niet zo kunnen zijn dat Lot zich is gaan schamen voor deze ongeloofsdaad van zijn oom? Er staat met dikke woorden "Alzo toog Abram op uit Egypte naar het zuiden, hij en zijn huisvrouw, en al wat hij had, en Lot met hem. En Abram was zeer rijk, in vee, in zilver, en in goud." Ja, hoe komt Abraham aan zoveel rijkdom? Is dat een beloning op zonde? Lot moet dat niet hebben gesnapt. Direct daarop ontstaat dan ook ruzie tussen Lot en Abraham en ze gaan uiteen.
Maar wie schetst onze verbazing als Abraham in Genesis 20 – nota bene na de verbondsvernieuwing en de belofte dat Sara een kind zal krijgen (!) – opnieuw in dezelfde fout valt. Hij heeft een tijd bij de eikenbossen van Mamré gewoond maar trekt verder richting Gerar in het land van de latere Filistijnen. De koning daar (die Abimelech als aanspreektitel heeft, zoals farao de aanspreektitel van de koning van Egypte is) laat zijn oog op de inmiddels 89-jarige Saraï vallen. En hij vindt haar 'schoon'. Ze was op haar oude dag nog een knappe verschijning. Ook hij komt erachter dat Abraham liegt. Maar… in deze geschiedenis is Ismaël al geboren en besneden! Hij heeft dit als 12-jarige jongen meegemaakt. En plots had hij een heel ander beeld van zijn godvrezende en diepgelovige vader! Het mag voor Ismaël nooit een stok zijn om de hond te slaan, maar het heeft er zeker niet aan meegewerkt dat hij de HEERE oprecht ging dienen. En dat zal zijn moeder Hagar natuurlijk ook hebben onderstreept. Is dat nou de dienst aan de HEERE? De goden van Egypte waren wel anders!

Ontrouw 3

Al deze dingen zijn op zich buiten het blikveld van Izaäk gebeurd. Mogelijk heeft zijn broer Ismaël er wel iets over verteld toen ze wat herinneringen ophaalden bij de begrafenis van moeder Saraï (Genesis 23) of wellicht bij die van vader Abraham (Genesis 25).
In Genesis 26 breekt er opnieuw honger uit en maakt Izaäk dezelfde reis als zijn ouders: naar Gerar. "En er was honger in dat land, behalve den eersten honger, die in de dagen van Abraham geweest was; daarom toog Izak tot Abimelech, de koning der Filistijnen, naar Gerar. En de HEERE verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal; woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb. En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten. Alzo woonde Izak te Gerar."
Izaäk gaat niet voor niets naar Gerar; al weet ik niet precies waarom. Wellicht had het verbond van Abimelech met Abraham daar een bepaalde rol in. En ook in deze geschiedenis gaat de Abimelech van Gerar een verbond aan met Izaäk. Maar eerst verkoopt Izaäk dezelfde leugen als zijn vader: die vrouw is niet mijn vrouw, maar mijn zus. Izaäk loog nog sterker dan zijn vader. Zijn schoonvader was zijn neef en Rebekka was zijn achternichtje.

Naast deze leugen wijs ik op nog één detail: God zegt expliciet tegen Izaäk dat hij níet naar Egypte mag afdalen. Waarom? Het wordt nergens toegelicht. Was het vanwege het voorval van Abraham in Egypte? Ik geloof het niet. Want hij gaat hier wel naar Gerar, waar eenzelfde intrige had plaatsgevonden. Er zijn bronnen die zeggen dat Izaäk in het beloofde land moest blijven van God. Dáár moest zijn toekomst zijn. Men ziet in Hem de contouren van Christus Die in de hemel blijft na Zijn hemelvaart, en op afstand, door Zijn Geest, mensen toebrengt tot Zijn Koninkrijk. Het is mooi, maar waarom mocht Jacob later dan wél naar Egypte gaan? En zou er niet gewoon een praktische oorzaak voor dit verbod kunnen zijn? De oorzaak: Ismaël? Bedenk namelijk dat in deze geschiedenis Ezau en Jacob al zijn geboren en opgroeiende kinderen zijn. Ook zij zien hier gebeuren, wat Ismaël jaren geleden op deze zelfde plek heeft meegemaakt: vader doet alsof moeder niet bij hem hoort. Dit moet Jacob zijn bijgebleven; maar dit heeft ook Ezau sporen getrokken!

Ontrouw 4

Ezau zou eens laten zien dat hij dit soort praktijken er nooit op na zou houden. Hij is net als zijn vader 40 jaar als hij een vaste relatie met een vrouw begint. En ik denk dat ik weinig fantasie gebruik als ik stel dat er al wat losse escapades hebben plaatsgevonden met Ezau en de meisjes. Hij is niet alleen dierenjager maar, als ik mij niet vergis, ook een rokkenjager. En als pa Izaäk daar iets van vindt, dan kan hij ongezouten een verslag van 'Papa in Gerar' krijgen. Natuurlijk gebruikt Ezau hier een stok om de hond te slaan. Want Izaäk heeft in Gerar – in de affaire met al die waterputten en de ruzies eromheen – ook laten zien dat hij de minste kon zijn. Izaäk heeft in zijn leven echt wel laten zien wat de dienst aan de HEERE inhield. En welke vader is zonder zonde? Maar voor afhakers zijn dat geen vergoeilijkende omstandigheden!
Met het huwelijk dat Ezau sluit zet hij een definitieve stap buiten de traditie en het Verbond. Hij trouwt met een heidens meisje: Judith. En… hij treedt in de sporen van Kaïns nageslacht door ook nog een tweede vrouw te nemen: Basmath; hoewel… drukte hij de voetstappen misschien van zijn opa Abraham die naast Sara ook Hagar als vrouw nam? En als Izaäk het idee van Ezau probeerde af te raden, dan zou hij fors de waarheid te horen krijgen: "Kijk eens naar je eigen vader?!" "Ja maar, jongen, je bent besneden. De HEERE heeft recht op je hart en leven." "Daar heb ik niet om gevraagd. Laat mij met rust en geef me de ruimte. Ik zal niet doen alsof Judith en Basmath mijn vrouwen niet zijn. Ik verloochen ze niet! Ze zijn me lief en met hen is het leven ooit saai!" Die zit. Ja, de Kanaänieten kunnen er wat van op sexueel gebied. Sex was hun godsdienst. Wat wil je nog meer… Het lijkt wel alsof ze in de 21e eeuw leven!
Maar… als Jacob de boel bedriegt en nog een extra afscheidszegen krijgt van zijn vader (!), is de maat voor Ezau vol. Hij ziet dat zowel zijn moeder (maar daar had hij toch al nooit wat mee) als zijn vader al hun liefde aan Jacob besteden. Ze voorzien hem van goede adviezen om naar de familie in Paddan-aram te gaan en daar een vrouw te zoeken; vooral niet in Kanaän, net zoals Ezau! Niet handig, want Ezau heeft het gehoord. En hij irriteert zich mateloos aan die schijnheilige broer die 'gehoorzaam' doet wat zijn pappie en mammie zeggen. Jacob gaat netjes in het vrome spoor; ja ja; maar wel met allerlei leugens en slimmigheidjes. Ezau is erin geluisd!
Bruut draait hij zich om en gaat – wat Izaäk niet mocht doen – naar Ismaël. Hij neemt zijn twee vrouwen mee en wellicht zijn er ook al wat kinderen geboren, want waarschijnlijk is Ezau dan al 30 jaar getrouwd! Oom Ismaël ontfermt zich over zijn neef en zal het anti-godsdienstige vuur best hebben aangewakkerd. Tot overmaat van ramp trouwt Ezau met de oudste dochter van Ismaël, die toch ook al op jaren moet zijn geweest. Alleen maar om zijn ouders te stangen. Wat moet daarvan terecht komen?
Voor Rebekka (ik denk vooral dat het haar betreft; moeders zijn daar feller in) en Izaäk waren Ezaus twee eerste vrouwen al een drama: een bitterheid des geestes. Het hield hen wakker en legde een venijnige domper op het gezinsleven. Daaronder is Jacob ook nog 30 (!) gebukt gegaan. Dat kon dan ook best eens de reden zijn dat hij bij zichzelf heeft besloten dat Ezau dat eerstgeboorterecht echt niet meer verdiende; dat moest Jacob op de een of andere manier veiligstellen; anders zouden de bezittingen van vader en moeder zo naar de 'Filistijnen' gaan… En die belofte van de Messias al helemaal!
Maar voor Ezau was het ook zuur om constant te voelen dat zijn vrouwen niet welkom waren. Hij hield van ze en hij had ervoor gekozen. Ja, het was een keuze tegen God en hij kon weten en snappen dat zijn ouders er verdriet van hadden. Maar er wordt in de tekst niet gesproken over stil verdriet, maar over 'bitterheid des geestes'. Dat schuurt tegen haat. Ligt daarin misschien een les voor ouders in dergelijke situaties? Hoe moeilijk dat ook is, hoezeer je niet blij bent met de keuze van je zoon of dochter, laat haat de deur naar je hart niet dichtklappen. Houdt het voor mogelijk dat jouw liefde een brug kan zijn waarover Gods liefde een heidens hart kan bereiken. Hoe moeilijk die weg ook is. In die twee heidense schoondochters kregen Izaäk en Rebekka namelijk ook twee zielen met een eeuwige bestemming: twee schepselen Gods. Ben ik te gemakkelijk in dit oordeel? Ik weet dat dit heel, heel moeilijk kan zijn, maar het is de prijs waard om je hart open te houden voor deze voor jou onwelgevallige schoonkinderen. Gebed is nodig om niet je gevoel, maar je hart te laten spreken. Want de haat van zijn ouders jegens de twee meiden, is voor Ezau de druppel die de emmer doet overlopen: het ontrouwe verbondskind vertrekt en wordt zo onbereikbaar voor zijn ouders. Hoewel hij voor de volle 100% verantwoordelijk is voor zijn eigen daden!

zaterdag 30 april 2016

Jouw naam en Gods naam verbonden

Ismaël, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis

Waarom laat je je kind dopen? Wat is jouw motivatie daarbij? God heeft een stellige motivatie bij de Heilige Doop. Het is een bedenksel van Zijn genadige zondaarsliefde. Laat dat maar eens duizelen in je hart. Maar… wat beweegt jou als vader of moeder, om je kind te laten dopen? Het is goed om dat helder te hebben. Ik ga geen verhandeling houden over de doop, maar ik leg die motivatie van ons 21e eeuwers naast die van vader Abraham, toen hij zichzelf en zijn dertienjarige zoon Ismaël liet besnijden. En trek de lijn ook door naar zijn kleinzoons Jacob en… Ezau!

Het moment van de eerste besnijdenis wijkt wat af van alle navolgende besnijdenissen. Er werden bijna alleen volwassenen en 13-plussers besneden. Merkwaardig trouwens dat God het moment uitkoos, waarop Ismaël 13 was en naar de geldende norm verantwoordelijk voor zijn daden. De latere joodse jongens werden dan 'bar mitswa'. Toen Izaäk werd besneden kreeg hij zijn naam; hetzelfde geldt voor Jacob en Ezau. Dat was een moment waarop de ouders ook emotioneel iets van hun innerlijk deelden jegens dit 8 dagen oude kind!


"En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed;
daarom noemden zij zijn naam Ezau.
En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau's verzenen hield;
daarom noemde men zijn naam Jakob."
Genesis 25 : 25-26a

De opdracht aan opa Abraham

Toen God in Genesis 17 Zijn verbond met Abram bevestigde en dat van het teken en zegel van de Besnijdenis vergezelde, gaf Hij Abram en Saraï een nieuwe naam. Hij veranderde hun namen respectievelijk in AbraHam en SaraH. Hij voegde er Zijn eigen letter H aan toe. Letterlijk verbond Hij Zijn naam aan die van deze twee mensenkinderen.
Inmiddels was Ismaël 13 jaar en groeide op in een godsdienstig, maar gistend gezin. Dat kwam omdat Abraham 'eigen wegen' had bewandeld en God een handje wilde helpen. Hij bracht daarmee Hagar in problemen (gaf haar een slecht beeld van God en maakte haar blij met een 'dode mus', waar het Gods belofte van de Messias betrof!). Maar hij was ook schuldig aan het bestaan van een jongen, Ismaël, die een fout beeld van de dienst aan de HEERE kreeg. Ik snap het zo, dat Abraham gaat pleiten bij God, voor zijn eerstgeborene Ismaël. En… de HEERE laat Zich verbidden.
De besnijdenis wordt een bevel! Geen discussiepunt over de vraag of je volwassenen zou moeten besnijden of jonge kinderen. Geen discussiepunt over de vraag of je er wel geestelijk aan toe bent en of jij als niet-wedergeboren ouder nu wel of niet mag laten besnijden (lees bij dit alles ook de Heilige Doop!). God geeft een bevel. En wie niet besneden is hoort niet meer bij de 'club'. Die jongen of man moet worden uitgestoten. Heftig, nietwaar? God neemt het Verbond bloedserieus.

De belofte aan oom Ismaël

Met in mijn achterhoofd Ezau, zoom ik hier in op Ismaël, omdat deze oom best veel overeenkomsten vertoont met zijn neefje Ezau. Hoe stellig de HEERE ook aangeeft dat Hij Zijn speciale belofte aan Izak voorbehoudt (let erop dat hier al Izaks naam wordt genoemd!), Hij belooft de spottende Ismaël een forse zegen en voorspoed.
Maar eerst stap ik één hoofdstuk terug. Want toen ontmoette de HEERE Hagar en vertelde haar dat ze een zoon met de naam Ismaël zou baren. "En hij zal een woudezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broederen." Hagar geeft God een naam (hij wordt persoonlijk concreet voor haar!!!): 'Lachai-roi', dat is 'Gij, God des aanziens'. In de kanttekening wordt duidelijk gemaakt dat Hager met de naam van de put haar eigen naam met die van God vermengde (belangrijk element van een verbond).
Het gaat mij vooral om wat de engel over Ismaël zegt: 'een mens die lijkt op een wilde ezel'. Een bepaald ruw persoon, zo niet een olifant in een porceleinkast. Een ruziezoeker met iedereen en iedereen heeft ruzie met hem. En toch… toch zal hij 'wonen' recht tegenover zijn broeders. Hij zal ze uitdagen, tarten zelfs, maar men zal hem niet kunnen wegvagen. Eenzelfde belofte zal ook over Izaäk worden uitgesproken, zodat iets gaat oplichten van het eeuwigdurend conflict tussen de Joden en de Arabieren. Ga daar als westerling maar nooit tussenzitten. Echter, als we Genesis 25 lezen zien we dat hij ook tegenover andere 'broederen' woont: "tegenover Egypte", het land waar zijn moeder prinses was, aldus een apocrief boek.
Een hoofdstuk verder dus, maakt de HEERE zijn zegen aangaande Ismaël concreter: "En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen." Dankzij de voorbede van zijn vader zal de HEERE Ismaël zegenen, vermenigvuldigen en 12 vorsten geven, net als de 12 stammen van Israël! Hij zal eveneens tot een groot volk zijn. Maar… ja, het is niet anders godezijdank: ook deze meerdere zal de mindere dienen. De vraag is: wil Ismaël dat? Hoe zal hij hiermee omgaan? Nou, het woord is allereerst aan God: "En God was met den jongen; en hij werd groot, en hij woonde in de woestijn, en werd een boogschutter. En hij woonde in de woestijn Paran." Hij laat zien dat Hij verder wil met Ismaël. En Ismaël laat de band met Abraham niet helemaal los, want als Abraham overlijdt is Ismaël erbij bij de begrafenis, samen met Izaäk. Gezamenlijk geven ze hun vader de laatste eer. Maar daarna…?
Het is opmerkelijk dat we na de zegening van Jacob door Izaäk, Ezau verbolgen het kampement van zijn ouders zien verlaten. Waar gaat hij heen? We lezen in Genesis 28:9: "Zo ging Ezau tot Ismaël"! Die twee zullen elkaar helaas goed hebben verstaan, denk je niet?

De zegen aan vader Izaäk

"Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal." Dat zijn de woorden van God aan Abraham. Het was duidelijk dat de HEERE met Izaäk een speciale weg ging. De weg die Hij met Abraham was begonnen… de weg die Hij met Eva en Adam reeds was begonnen: het Vrouwenzaad moest geboren worden! En daarom zouden in die lijn bij uitstek alle geslachten der aarde worden gezegend. Kijk nog één keer naar Ismaël, als voorbeeld hierbij. Als er een feestje wordt gegeven voor Izaäk, wanneer hij gespeend is, lezen we in Genesis 21 dat hij het spotten al geleerd heeft. En dat steekt Sara. Abraham brengt dit probleem bij God en deze antwoordt: "Laat het niet kwaad zijn in uw ogen, over den jongen, en over uw dienstmaagd; al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar haar stem; want in Izak zal uw zaad genoemd worden. Doch Ik zal ook den zoon dezer dienstmaagd tot een volk stellen, omdat hij uw zaad is."
Als Izaäk wordt besneden, krijgt ook hij een naam. Een naam die God hem al had gegeven: Izak. Yitschaq betekent 'hij lacht'. Sara uit een stuk ongeloof, Abraham met tranen van dankbaarheid in zijn ogen. Zou Sara het aan Izak hebben uitgelegd, waar zijn naam vandaan kwam? Dat moet me een gesprek zijn geweest! Ik kan me voorstellen dat Izaäk een moederskindje is geworden.
Hoewel, zijn vader is ook een groot voorbeeld van geloofsstandvastigheid geweest! Wat dacht je?! Als Abraham de opdracht krijgt om zijn zoon te offeren, lijkt de weg ten ene male dood te lopen. Maar door de onmogelijkheden heen gebruikt God hem als type van Christus. "God zal Zich een Lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon!" En zo geschiedde. En Izaäk mocht Diens verre voorvader zijn, een drager van de belofte. Een belofte met Toekomst!

vrijdag 29 april 2016

Vaders trots en moeders angst

Izaäk, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
Zou het zo kunnen zijn dat ouders juist met die kinderen een mysterieuze band hebben, die het meest van hen verschillen? Je komt natuurlijk plenty moeders tegen die hun dochter precies willen laten zijn zoals zij. Ze zijn nog tieners, als hun moeder eigenlijk niet meer is dan een gelijkwaardige vriendin. Vaders vallen vaak in de valkuil dat hun zoons alleen maar stoere dingen moeten doen. Jongens moeten echte jongen-jongens zijn en meisjes het liefst meisje-meisjes. Maar dat is niet echt een ouder-kind- relatie. Dat is voldoen aan de norm die anderen gesteld hebben. Soms tot frustratie en schade voor het kind!

Van mijn vader mocht ik bepaald speelgoed kopen, dat hij als kind nooit had gehad. Hij kon daarvan genieten en achteraf denk ik weleens, dat hij in mij zichzelf zag spelen. Er zijn ouders die hun kinderen stimuleren in bepaalde wegen die zij zelf nooit hebben kunnen bewandelen. Denk aan opleiding of hobby of reizen. Je moet uitkijken dat de kinderen niet in jouw ideaalbeeld worden geperst, maar ik kan het snappen. Dat hoeft nog niet verkeerd te gaan. Maar… als ik naar Izaäks jeugd en ontwikkeling kijk, vraag ik me in alle ernst af: wát trok hem aan in Ezau? Als Rebekka nu het meest met Ezau zou hebben gehad, had ik dat logisch gevonden, na wat we gisteren ontdekten. Maar juist Izaäk trekt naar Ezau toe en Rebekka lijkt haast een afstand tot hem te bewaren.


"En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond;
maar Rebekka had Jakob lief."
Genesis 25 : 28

Liefde tussen ouders en kinderen

Izaäk en Rebekka hadden hun kinderen lief. Dat is fijn om te lezen. Als dat er niet zou zijn, dan groeiden de kinderen kil en zakelijk op. Dan zou hun geweten niet goed zijn gevormd en hun gevoelsleven verkrampt, zo niet ontwricht zijn geworden. Dan hadden ze niet naar behoren kunnen communiceren, al helemaal niet op het non-verbale vlak.
Maar… er is iets merkwaardigs aan deze liefde. Het woordje 'maar' klinkt haast onheilspellend. Izaäk laat zijn gevoel spreken en neigt naar Ezau; een reactie van de kant van Rebekka volgt direct: "maar Rebekka had Jakob lief." Ik gebruikte het woorden 'neigen', maar ik weet niet of dat wel een juist woord is. Het sust een beetje het onterechte. Het camoufleert het onheuse. Het stigmatiseert haast. Je moet als ouders nooit duidelijk je voorkeur voor een van je kinderen laten merken. Al zal ongetwijfeld bij discussies en confrontaties een en ander duidelijk kunnen worden. Investeer er dan in dat de suggestie van voorkeur zal worden weggenomen!
We moeten bij deze geschiedenis goed in de gaten hebben dat Izaäk en Rebekka niet in één tent woonden. Ze deelden het bed, maar niet elke nacht. Ze hadden elk hun afgebakende leven. We lezen in het laatste vers van het vorige hoofdstuk: "En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood." Rebekka is een en al troost voor Izaäk. Hij is de handelende hier en het lijkt alsof de liefde alleen van hem uitgaat richting Rebekka (en niet andersom); maar ik weet zeker dat dat wél het geval was.

Izaäk en een uiterlijk verschillende tweeling

Izaäk was duidelijk een moederskind en Jacob, ja je leest het goed, moet erg op hem hebben geleken. Misschien dat Izaäk zichzelf in Jacob herkende en daarom juist afstand bewaarde. Zich aanvankelijk niet zo'n zorg over deze jongen maakte: die kwam er wel; hij ging braaf in het spoor. Met Ezau moest je meer voeling houden, ander was je hem kwijt. Ik teken het in met mijn gevoel, want het staat er allemaal niet in Gods Woord. Toch denk ik dat zulke dingen wel kunnen hebben meegewogen.
Er is nog iets. Izaäk lijkt ook een vader die rendement zocht. Hij voedde zijn kinderen op en liet hun verzorging gerust over aan de liefdevolle zorg van Rebekka. Even tussendoor: zou hij het verschil tussen Rebekka en hemzelf hebben opgemerkt? De tekst van vandaag lijkt te suggereren dat alleen Rebekka dit doorhad.
Ezau was voor Izaäk een zoon om trots op te zijn. Wat die allemaal presteerde, uithaalde en durfde! "Ik zou dat zelf vroeger nooit hebben gedurfd," zei de vader met een glimmende trots in zijn ogen. De prestaties van zoonlief werden met deze woorden bijna zijn eigen prestaties. En kijk eens… de vader werd er zelf ook beter van: heerlijk wildbraad! Het personeel in het kampement van Izaäk kon best over weg met potten en pannen, maar dat bleef toch een beetje hangen in 'meer van hetzelfde': lamsvlees of schapenvlees uit de kudde. Groenten van het eigen land. Vruchten van de bomen in de buurt. Maar het vlees dat Ezau meebracht was gekruid met durf en avontuur! Het kwam van ver, dus het was lekker. En de verhalen van zijn expedities maakten het nog eens extra smakelijk.
Izaäk zelf stel ik me voor als een beschaafde, min of meer gladgeschoren jongen; een beetje de oudere versie van Jacob. Maar Ezau! Een en al harigheid. Ja het is waar, af en toe moest hij zijn zoon manen om niet zo luidruchtig en gulzig te zijn. Het is waar, af en toe moest hij wel iets door de vingers zien van Ezau's escapades met de dienstmeisjes of de vrouwen op de markt. Vliegen vangen met stroop… niet met azijn. Niet teveel op Ezau's huid zitten; anders was je hem kwijt. Fantastisch toch, als je zo'n icoon van een zoon hebt? Wie in de wijde omgeving had zo'n bodyguard? En als Izaäk vertelde over de grote daden van de HEERE en iets vertelde over zijn leven met God, dan zag hij het als zaaien… zaaien in het hart van Ezau. Niet te zeer naar vruchtdragen staan. Laat het maar tijd krijgen om te ontkiemen. De HEERE zou vast wel de wasdom geven.



Rebekka en een innerlijk verschillende tweeling

Gek genoeg zou het tussen Rebekka en Ezau weleens hetzelfde kunnen zijn geweest als tussen Izaäk en Jacob. Rebekka zag in die stoere, eigenzinnige en ondernemende tiener, haar eigen beeld: bomen klimmen, boog schieten, wolven jagen, wilde spelletjes met de herders en de jongens uit het kamp. Er zat een willetje in Rebekka; er zit een willetje in de kleine Ezau… De levenservaring van Rebekka heeft haar wijs gemaakt en de gevaren ervan doen zien. Is het vrees van haar om afstand tot Ezau te bewaren? In Jacob ziet ze iets opbloeien, dat bij haarzelf zo vaak onder vuur ligt. Jacob kan urenlang luisteren naar zijn vader. Hij kan ook diepe vragen stellen. Maar… ze merkt dat hij vaak zijn neus stoot bij vader Izaäk. Het alsof Izaäk hem op afstand houdt. Izaäk kijkt vaak vol aandacht richting Ezau, maar ziet soms zijn zoon Jacob niet eens zitten. Die is ook niet zo druk en nadrukkelijk aanwezig.
De vragen die Jacob kan stellen, nadat hij heeft zitten peinzen, verbazen Rebekka. Zulke vragen komen eigenlijk maar zelden bij haar op. Hoe komt die jongen toch aan al die vragen? Wat gaat erin dat koppie om? "Ik weet ook niet alles, maar je mag het mij altijd vragen, hoor!" Ze geeft Jacob een aai over zijn bol en ze merkt direct dat dat hem raakt. Jacob is snel emotioneel. Hij kijkt vaak met een schuin oog naar Ezau. Hij wilde ook wel zo'n stoere Tarzan zijn. Een utopie. Jacob moet leren om met zichzelf tevreden te zijn. Hij mag er zijn zoals hij is. Daar is Rebekka stellig van overtuigd. En dat laat ze hem duidelijk merken. Bij haar mag hij zijn wie hij is… Als hij dan tevreden in slaap valt op haar schoot, ervaart ze dat als iets dat ze terugkrijgt voor haar liefde. Bij Ezau zou ze zoiets nooit krijgen. Langzaamaan verkleven moeder en zoon en hebben ze ook op non-verbaal vlak het vermogen om met elkaar te communiceren, elkaar aan te voelen. Een spel dat Ezau niet snapt en maar kinderachtig vindt. Een verbondenheid die Izaäk geheel lijkt te ontgaan. Hij wordt er ook niet in getraind.