Posts tonen met het label gevoel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gevoel. Alle posts tonen

maandag 9 oktober 2017

Wat merk jij in je leven van Jezus' hemelvaart?

“Gij hebt gehoord dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom weder tot u.
Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader;
want Mijn Vader is meerder dan Ik.”
Johannes 14 : 28

Wat betekent het concreet voor jou: 'Ik hou van Jezus'?


Gisteren opnieuw een schitterende preek over de HC, nu ds. Joh. Post over Zondag 19, waarin beleden wordt dat Christus aan de rechterhand van de Vader zit. We vieren hemelvaart en Pinksteren, maar we vieren eigenlijk niet dat Christus naast Zijn Vader in de hemel zit. Straks zullen we wel tot in eeuwigheid vieren dat Hij is teruggekomen om Zijn kinderen op te halen en eeuwig bij Hem te halen. Maar… regeren van Christus… waarin komt dat eigenlijk tot uitdrukking?

Allereerst: geloven we het? Zijn we ervan doordrongen dat Hem alle macht in hemel en op aarde is gegeven? En dat Zijn macht zich niet alleen over heel deze wereld uitstrekt (de grote lijnen), maar ook in jouw en mijn persoonlijk leven een grootse rol speelt?! Ik zeg dat met nadruk, enerzijds omdat dat zo heerlijk aan de orde kwam gisteren in de preek. Maar anderzijds omdat hier een pijnpunt ligt in de christelijke gemeente, dat juist in deze tekst wordt aangeroerd door Jezus Zelf!

Horen en zeggen

Een christen hoort blij te zijn; het moet van zijn leven afstralen dat hij Jezus kent en liefheeft. O ja? Begrijp me goed, ik onderstreep dat een christen blij hoort te zijn, want daar is alle reden toe. Maar er gaat wat vooraf aan dat blij zijn. Waren Jezus discipelen uitverkorenen? Hadden ze Jezus lief? Toch waren ze blijkbaar niet blij. Sterker nog! Jezus zegt in de tekst: “Als jullie Mij liefhadden, dan zouden jullie je juist verblijden…” Hadden ze Hem dan niet lief? Was dat de reden dat ze niet blij waren? Want, dat is duidelijk, Jezus constateert dat ze niet blij zijn!
Hij spreekt ook over de reden waarom ze wel blij zouden zijn: Jezus had hen namelijk ook gezegd dat Hij terug zou gaan naar Zijn Vader. Nu is Hij nog in een situatie van vernedering. En het zal nog dieper gaan, in Zijn lijden. Maar daarna zal het tot heerlijkheid gaan! Hij gaat de prijs betalen en dan keert Hij terug naar Zijn Vader om Zijn heerlijkheid en glorie weer op te nemen, die Hij had afgelegd toen Hij naar de aarde kwam. Denk je dat eens in. Als Jezus, het Hoofd, aan Zijn verhoging begint, dan begint Zijn Kerk dat ook! Dat zou je toch hoop moeten geven? Dat zou je toch blij moeten maken. Het gaat de goede kant op. Maar wat ziet Jezus? Somber, angstige gezichten!

Verblijden en zeggen

Angst en somberheid over het feit dat ze voorvoelen dat Jezus weggaat. Maar, zo lezen we in de tekst, Hij had ook gezegd dat Hij weer terug zou komen! Hij zou hen geen wezen laten! En dan zegt Jezus die merkwaardige woorden Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden. Wat? Hadden ze Hem niet lief? Het woordje 'liefhebben' is in het grieks afkomstig van 'agapè'. Maar het is nauw verwant aan het hebreeuwse 'agabh', een onbedwingelijke liefde of hunkering hebben naar iets of iemand.
Jezus zal in het volgende hoofdstuk (Joh. 15:15) tegen Zijn discipelen zeggen: “Ik heet u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt”. Die verbondenheid in kennis en inzicht, geestelijk en diep van binnen, is het merg van de liefde. Het is niet slechts een gevoel van blijheid en vrede, maar een intens betrokken zijn op. Je leeft niet op je automatische piloot, maar met een optimaal werkend verstand. Je loopt niet als een dom schaap achter Jezus aan, hoewel kinderlijk vertrouwend, maar bewust en intenst betrokken op Hem. Dat is andere koek!
Ergens daaraan schortte het. Dat maakte de discipelen ook zo wisselvallig. Dat zou later overgaan. Dan zouden ze standvastig zijn. Maar nu is het allemaal broos en kwetsbaar. Ze zien de lijnen niet en leven in vraagtekens. Kinderlijk vertrouwen is eigenlijk een best volwassen vorm van vertrouwen: je hebt geen vraagtekens, maar uitroeptekens, hoewel lang niet alle vragen beantwoord worden! Mensen onderschatten dat.
Dan is er ook sprake van blijdschap. Vertrouwen wekt namelijk een intenst verlangen, een hechte betrokkenheid en rust die zich laat vertalen door blijdschap. Omdat Jezus het zegt is het zo. Alles wat Hij zegt heeft een doel? Het is niet belangrijk of ik het doel zie, maar dat doel moet er zijn, omdat Hij er reden toe heeft! Weten wat Jezus gaat doen, is mogelijk omdat Hij het je verteld heeft. Weten wat Hij gaat doen, betekent ook: het is goed! Het is nuttig voor mij, voor anderen. Gaat Hij naar de hemel, naar Zijn Vader? Dan moet ik daar wel voordeel van hebben, anders deed Hij het niet. Is dat wat ik graag zou willen? Als ik mijn gevoel liet spreken misschien niet. Maar mijn verstand, de wetenschap in Hem, zegt me dat het goed is. En dat mag ik dagelijks merken. En… dat merken anderen. Je bent geen riet meer dat heen en weer wappert op de minste bries. Je bent een stad op een berg, een licht op de kandelaar en een huis op een rots! Liefde is meer dan 'houden van'!

vrijdag 29 april 2016

Vaders trots en moeders angst

Izaäk, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
Zou het zo kunnen zijn dat ouders juist met die kinderen een mysterieuze band hebben, die het meest van hen verschillen? Je komt natuurlijk plenty moeders tegen die hun dochter precies willen laten zijn zoals zij. Ze zijn nog tieners, als hun moeder eigenlijk niet meer is dan een gelijkwaardige vriendin. Vaders vallen vaak in de valkuil dat hun zoons alleen maar stoere dingen moeten doen. Jongens moeten echte jongen-jongens zijn en meisjes het liefst meisje-meisjes. Maar dat is niet echt een ouder-kind- relatie. Dat is voldoen aan de norm die anderen gesteld hebben. Soms tot frustratie en schade voor het kind!

Van mijn vader mocht ik bepaald speelgoed kopen, dat hij als kind nooit had gehad. Hij kon daarvan genieten en achteraf denk ik weleens, dat hij in mij zichzelf zag spelen. Er zijn ouders die hun kinderen stimuleren in bepaalde wegen die zij zelf nooit hebben kunnen bewandelen. Denk aan opleiding of hobby of reizen. Je moet uitkijken dat de kinderen niet in jouw ideaalbeeld worden geperst, maar ik kan het snappen. Dat hoeft nog niet verkeerd te gaan. Maar… als ik naar Izaäks jeugd en ontwikkeling kijk, vraag ik me in alle ernst af: wát trok hem aan in Ezau? Als Rebekka nu het meest met Ezau zou hebben gehad, had ik dat logisch gevonden, na wat we gisteren ontdekten. Maar juist Izaäk trekt naar Ezau toe en Rebekka lijkt haast een afstand tot hem te bewaren.


"En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond;
maar Rebekka had Jakob lief."
Genesis 25 : 28

Liefde tussen ouders en kinderen

Izaäk en Rebekka hadden hun kinderen lief. Dat is fijn om te lezen. Als dat er niet zou zijn, dan groeiden de kinderen kil en zakelijk op. Dan zou hun geweten niet goed zijn gevormd en hun gevoelsleven verkrampt, zo niet ontwricht zijn geworden. Dan hadden ze niet naar behoren kunnen communiceren, al helemaal niet op het non-verbale vlak.
Maar… er is iets merkwaardigs aan deze liefde. Het woordje 'maar' klinkt haast onheilspellend. Izaäk laat zijn gevoel spreken en neigt naar Ezau; een reactie van de kant van Rebekka volgt direct: "maar Rebekka had Jakob lief." Ik gebruikte het woorden 'neigen', maar ik weet niet of dat wel een juist woord is. Het sust een beetje het onterechte. Het camoufleert het onheuse. Het stigmatiseert haast. Je moet als ouders nooit duidelijk je voorkeur voor een van je kinderen laten merken. Al zal ongetwijfeld bij discussies en confrontaties een en ander duidelijk kunnen worden. Investeer er dan in dat de suggestie van voorkeur zal worden weggenomen!
We moeten bij deze geschiedenis goed in de gaten hebben dat Izaäk en Rebekka niet in één tent woonden. Ze deelden het bed, maar niet elke nacht. Ze hadden elk hun afgebakende leven. We lezen in het laatste vers van het vorige hoofdstuk: "En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood." Rebekka is een en al troost voor Izaäk. Hij is de handelende hier en het lijkt alsof de liefde alleen van hem uitgaat richting Rebekka (en niet andersom); maar ik weet zeker dat dat wél het geval was.

Izaäk en een uiterlijk verschillende tweeling

Izaäk was duidelijk een moederskind en Jacob, ja je leest het goed, moet erg op hem hebben geleken. Misschien dat Izaäk zichzelf in Jacob herkende en daarom juist afstand bewaarde. Zich aanvankelijk niet zo'n zorg over deze jongen maakte: die kwam er wel; hij ging braaf in het spoor. Met Ezau moest je meer voeling houden, ander was je hem kwijt. Ik teken het in met mijn gevoel, want het staat er allemaal niet in Gods Woord. Toch denk ik dat zulke dingen wel kunnen hebben meegewogen.
Er is nog iets. Izaäk lijkt ook een vader die rendement zocht. Hij voedde zijn kinderen op en liet hun verzorging gerust over aan de liefdevolle zorg van Rebekka. Even tussendoor: zou hij het verschil tussen Rebekka en hemzelf hebben opgemerkt? De tekst van vandaag lijkt te suggereren dat alleen Rebekka dit doorhad.
Ezau was voor Izaäk een zoon om trots op te zijn. Wat die allemaal presteerde, uithaalde en durfde! "Ik zou dat zelf vroeger nooit hebben gedurfd," zei de vader met een glimmende trots in zijn ogen. De prestaties van zoonlief werden met deze woorden bijna zijn eigen prestaties. En kijk eens… de vader werd er zelf ook beter van: heerlijk wildbraad! Het personeel in het kampement van Izaäk kon best over weg met potten en pannen, maar dat bleef toch een beetje hangen in 'meer van hetzelfde': lamsvlees of schapenvlees uit de kudde. Groenten van het eigen land. Vruchten van de bomen in de buurt. Maar het vlees dat Ezau meebracht was gekruid met durf en avontuur! Het kwam van ver, dus het was lekker. En de verhalen van zijn expedities maakten het nog eens extra smakelijk.
Izaäk zelf stel ik me voor als een beschaafde, min of meer gladgeschoren jongen; een beetje de oudere versie van Jacob. Maar Ezau! Een en al harigheid. Ja het is waar, af en toe moest hij zijn zoon manen om niet zo luidruchtig en gulzig te zijn. Het is waar, af en toe moest hij wel iets door de vingers zien van Ezau's escapades met de dienstmeisjes of de vrouwen op de markt. Vliegen vangen met stroop… niet met azijn. Niet teveel op Ezau's huid zitten; anders was je hem kwijt. Fantastisch toch, als je zo'n icoon van een zoon hebt? Wie in de wijde omgeving had zo'n bodyguard? En als Izaäk vertelde over de grote daden van de HEERE en iets vertelde over zijn leven met God, dan zag hij het als zaaien… zaaien in het hart van Ezau. Niet te zeer naar vruchtdragen staan. Laat het maar tijd krijgen om te ontkiemen. De HEERE zou vast wel de wasdom geven.



Rebekka en een innerlijk verschillende tweeling

Gek genoeg zou het tussen Rebekka en Ezau weleens hetzelfde kunnen zijn geweest als tussen Izaäk en Jacob. Rebekka zag in die stoere, eigenzinnige en ondernemende tiener, haar eigen beeld: bomen klimmen, boog schieten, wolven jagen, wilde spelletjes met de herders en de jongens uit het kamp. Er zat een willetje in Rebekka; er zit een willetje in de kleine Ezau… De levenservaring van Rebekka heeft haar wijs gemaakt en de gevaren ervan doen zien. Is het vrees van haar om afstand tot Ezau te bewaren? In Jacob ziet ze iets opbloeien, dat bij haarzelf zo vaak onder vuur ligt. Jacob kan urenlang luisteren naar zijn vader. Hij kan ook diepe vragen stellen. Maar… ze merkt dat hij vaak zijn neus stoot bij vader Izaäk. Het alsof Izaäk hem op afstand houdt. Izaäk kijkt vaak vol aandacht richting Ezau, maar ziet soms zijn zoon Jacob niet eens zitten. Die is ook niet zo druk en nadrukkelijk aanwezig.
De vragen die Jacob kan stellen, nadat hij heeft zitten peinzen, verbazen Rebekka. Zulke vragen komen eigenlijk maar zelden bij haar op. Hoe komt die jongen toch aan al die vragen? Wat gaat erin dat koppie om? "Ik weet ook niet alles, maar je mag het mij altijd vragen, hoor!" Ze geeft Jacob een aai over zijn bol en ze merkt direct dat dat hem raakt. Jacob is snel emotioneel. Hij kijkt vaak met een schuin oog naar Ezau. Hij wilde ook wel zo'n stoere Tarzan zijn. Een utopie. Jacob moet leren om met zichzelf tevreden te zijn. Hij mag er zijn zoals hij is. Daar is Rebekka stellig van overtuigd. En dat laat ze hem duidelijk merken. Bij haar mag hij zijn wie hij is… Als hij dan tevreden in slaap valt op haar schoot, ervaart ze dat als iets dat ze terugkrijgt voor haar liefde. Bij Ezau zou ze zoiets nooit krijgen. Langzaamaan verkleven moeder en zoon en hebben ze ook op non-verbaal vlak het vermogen om met elkaar te communiceren, elkaar aan te voelen. Een spel dat Ezau niet snapt en maar kinderachtig vindt. Een verbondenheid die Izaäk geheel lijkt te ontgaan. Hij wordt er ook niet in getraind.