Posts tonen met het label Rebekka. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rebekka. Alle posts tonen

maandag 9 mei 2016

Geestelijke bagage van een afhaker

Sarah, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
Soms vraag je je af het het toch kan dat één lid van een gelovig gezin afhaakt. Het is heel heilzaam om allereerst te bedenken dat het juist heel bijzonder is dat al die gezinsleden, ouders en/of kinderen, wél in het spoor van Gods geboden willen gaan. Want van nature hebben we daar allemaal geen zin in. Schieten we in de lach als God Zijn belofte bekendmaakt, net als bij Sara. Haar kleinzoons zijn allebei ook uit háár voortgekomen… Gods Geest brengt daar verandering in; niet slechts een goede opvoeding, hoewel die wel dienstbaar kan zijn. Niettemin blijft die vraag knagen: waarom die dochter of die zoon nu juist niet?

Soms betreft het nog niet eens een dwars, uit de band springend kind. Hoe is het mogelijk dat kinderen met dezelfde opvoeding, te midden van dezelfde liefde en geborgenheid, toch zulke verschillende wegen kunnen gaan. En dat de tranen van ouders daar geen enkel effect in lijken te hebben. De wil om toch althans voor de vorm in het spoor mee te gaan, ontbreekt en zo maken deze afhakers zich ook nog eens onbereikbaar voor Gods reguliere instrumenten, waarmee Hij mensen tot geloof beweegt. Zou er nog bagage zijn die ze meenemen? En welk effect heeft dat?

"En Ezau zeide tot zijn vader: Hebt gij maar dezen enen zegen, mijn vader?
Zegen mij, ook mij, mijn vader! En Ezau hief zijn stem op, en weende."
Genesis 27 : 38a 

Kostelijke kleding

Wij weten te weinig af van dat eerstgeboorterecht. Ik vermoed dat daar meer achter zit, dan in onze vertalingen staat. Het is wel van enig belang daar nog een keer bij stil te staan, omdat juist ook hierin het breekpunt ligt in Ezau's leven. Ik kom hierop, door een merkwaardige zin in het vijftiende vers van Genesis 27: "Daarna nam Rebekka de kostelijke klederen van Ezau, haar grootsten zoon, die zij bij zich in huis had, en zij trok ze Jakob, haar kleinsten zoon, aan." Waarom heb ik hier altijd overheen gelezen? Uit de zondagsschoolverhalen en de kinderbijbels had ik altijd het idee dat Rebekka gewoon een van Ezau's werkjassen van de kapstok pakte en die Jacob aantrok. Zo rook hij naar Ezau, naar wilde dieren en naar buitenlucht. Maar dat staat hier niet. En wie er wat lectuur omheen leest uit de apocriefe hoek en de joodse geschriften, krijgt daar toch wel een heel ander beeld bij.
Wat zijn dat voor kleren? En wat maakte die oude plunje van Ezau (als het dat tenminste was) tot 'kostelijk'? En waarom hingen die kleren bij Rebekka in huis? Om met dat laatste te beginnen: we moeten bedenken dat men in aparte tenten leefde. Zelfs Rebekka en Izaäk. De broers waren inmiddels al op leeftijd (rond de 70 jaar!) en ze hadden elk hun eigen huishouden, inclusief personeel. Maar… vader Izaäk was het stamhoofd. En hoewel hij nu op sterven lijkt te liggen, zal hij nog enkele decennia leven, want pas als Jacob terug is in Kanaän zal hij overlijden (Rebekka is dan reeds overleden). Als we bedenken dat ze elk in eigen tenten leefden, is het des te opvallender dat Rebekka die kleren van Ezau in háár tent had liggen.
In diverse buitenbijbelse bronnen wordt gesproken over deze klederen als waren dit gewaden die te maken hadden met dat eerstgeboorterecht. De oudste was de priester in het gezin en zou zijn vader opvolgen. Die vader was de priester die – denk hierbij aan Ezau's kleinzoon Job (althans dat beweren bepaalde geschriften) – offerde voor zijn kinderen. Hij deed die heilige verrichtingen en droeg dan bij die gelegenheden gepaste kleding: kostelijke of kostbare klederen. Deze gewaden waren als het ware een afschaduwing van de latere priestergewaden.
Te zijner tijd zou ook Ezau deze kleding gaan dragen (of wellicht deed hij dat al in plaats van zijn vader die op bed lag). Hij was dus ook daarin al prima op te hoogte van wat het inhield om de eerstgeborene te zijn. Zijn vader had hem op die taak vast en zeker goed voorbereid. Maar… helaas, die kleding leverde hem niet de inhoud van dit ambt. Zijn hart was er niet bij; sterker nog: hij verachtte dit eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep. En terecht noemt Paulus hem een hoereerder, want voor God is verbondsbreuk gelijk aan overspel.
Die kleding werd – zo beweert men – bewaard van generatie op generatie, in manden of koffers met geurige kruiden (van het veld!). En dat was de geur die Izaäk wilde ruiken, toen hij Jacob vroeg hem te kussen. Hij rook die geur en die kende hij uit eigen bevinding. Hoewel Jacobs stem niet klopte, de geur van deze kleding klopte wel en dus wat het goed, dacht hij. Bizar dat deze heilige klederen worden ontheiligd door Rebekka en Jacob! "Uw vloek zij op mij, mijn zoon!", zei Rebekka; en het is gebeurd: ze zou haar zoon na deze dag nooit meer zien in dit leven.

Geestelijke bagage

Zijn vader had Ezau voorbereid op de taak van 'priester'. Dat eerstgeboorterecht was echt wel iets waar tekst en uitleg bij werd gegeven. De stamhouder werd door zijn stamvader ingewijd. En ten laatste ontving hij de zegen als bezegeling; zo ongeveer moet je het zien, vermoed ik. Het merkwaardige is dat in de zegeningen van Izaäk met geen woord wordt gerept over de Messias. Laten we eens kijken wat de jongens beiden meekrijgen en waarin die zegeningen van elkaar afwijken.

Jacob: 
"Zo geve u dan God van den dauw des hemels, en de vettigheid der aarde, en menigte van tarwe en most. Volken zullen u dienen, en natiën zullen zich voor u nederbuigen; wees heer over uw broederen, en de zonen uwer moeder zullen zich voor u nederbuigen! Vervloekt moet hij zijn, wie u vervloekt; en wie u zegent, zij gezegend!" (Genesis 27 : 28-29)
  1. dauw (vruchtbaarheid)
  2. vettigheid (rijke oogsten)
  3. gediend worden
  4. bescherming tegen vloek en uitdeling van zegen

Ezau: 

"Zie, de vettigheden der aarde zullen uw woningen zijn, en van den dauw des hemels van boven af zult gij gezegend zijn. En op uw zwaard zult gij leven, en zult uw broeder dienen; doch het zal geschieden, als gij heersen zult, dan zult gij zijn juk van uw hals afrukken." (Genesis 27 : 39b-40)
  1. vettigheid (rijke oogsten)
  2. dauw (vruchtbaarheid)
  3. dienstbaar zijn
  4. zelfverdediging en opstand
Als Ezau tóch weigerde om onder Jacobs vleugels te gaan zitten, dan zou hij altijd onzeker zijn van zijn bestaan. Dat was natuurlijk onverteerbaar voor zo'n selfmade man, zo'n zelfstandige avonturier. Ezau zou zich ook niet willen laten bedienen door de priesterlijke dienst van zijn jongere broer. Hij had er simpelweg niks mee. Het was hem allemaal te bekrompen; hij vond het poespas. Leuk als je er waarde aan hecht, maar geef mijn portie maar aan fikkie. Ten diepste was Ezau arm… maar zijn macht en zelfredzaamheid verblindden hem om dit te kunnen zien. Afhankelijk zijn van een onzichtbare God en een leugenachtige broer? Nee, dank je!

Merkwaardige houdingen

Tot slot nog een paar opmerkingen bij de houding van Izaäk, Rebekka en Ezau. Wellicht zitten daar lessen in voor ouders of (dreigende) afhakers.

Izaäk trekt voor

"…toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik! […] Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede. […] En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het! […]" (Izaäk in Genesis 27:1b, 8 en 24) en "En zijn moeder zeide tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon! hoor alleen naar mijn stem…" (Rebekka in Genesis 27:13).
Bovenstaande teksten laten zo schrijnend duidelijk zien dat Rebekka echt Jacob claimde, maar dat Izaäk Ezau zíjn zoon noemde. Ik keur de houding van Rebekka niet goed, maar wat is de houding van Izaäk in deze enorm vreemd. Hij geeft overduidelijk de voorkeur aan Ezau (en wat moet dat voor Jacob zijn geweest, toen zijn vader dacht dat hij Ezau was! Hij hoorde met eigen oren de liefdevolle klank in de stem van zijn vader, die exclusief voor Ezau bedoelde klank!) En dat, terwijl Rebekka haar verdriet tegenover Izaäk zo duidelijk had geklaagd over de houding van Ezau. Hoe zouden ouders juist elkaar tot steun moeten zijn in zulke situaties. Hoe zouden ze allereerst de eenheid van het huwelijk boven de voorkeur voor een van de kinderen moeten stellen en elkaar vermanen om juist géén voorkeur te hebben! Kinderen voelen dat haarfijn aan en… maken daar meer dan eens misbruik van!


Rebekka slaat door

"En Rebekka zeide tot Izak: Ik heb verdriet aan mijn leven vanwege de dochteren Heths! Indien Jakob een vrouw neemt van de dochteren Heths, gelijk deze zijn, van de dochteren dezes lands, waartoe zal mij het leven zijn?" (Genesis 27 : 46)
Daar zijn ouders met gekrenkte trots soms meesterlijk in: in de slachtofferrol kruipen. Ik snap dat je soms met je handen in het haar zit, niet weet waar het heen moet. Ik snap Rebekka, dat die heidense vrouwen – met hun wulpse uiterlijk en wellicht hooghartige bezitterigheid – haar een doorn in het oog zijn. Het is wel even háár zoon waar zij mee samenleven! En hóe?! Zij heeft de pijn van het baren doorstaan, haar leven er voor over gehad om deze stevige tweeling te baren… en die twee denken er zomaar plezier mee te kunnen maken! Die heidinnen hebben geen belofte aan God gedaan… Rebekka en Izaäk wel. O! Dat maakt het leven wel even anders.
Maar hoe ik het ook begrijp… het is volgens mij toch vooral een zwak van sommige moeders dat ze met allerlei dingen dreigen als het leven de verkeerde kant op lijkt te gaan. Wat zijn dat voor woorden: "Waarom zou ik dan nog leven?" Heb je als moeder dan niet een té hoge dunk van je onmisbaarheid? Ezau is stevig volwassen… biologisch gezien heeft hij zijn moeder al lang niet meer nodig. Je kunt een kind met geld en dreigementen niet een kant uit dwingen. En ik zou haast zeggen… met liefde lukt het ook niet altijd. Soms leg je het af tegen satan, die je kind in zijn greep heeft. En is er niet de weg open om 'eruit te stappen', maar om 'het hoger op te zoeken': het gebed "Heere, behoud naar Uw belofte mijn kind! Mijn kind ligt geestelijk gezien op zijn sterven!" En bidt vooral dat je het bij de HEERE kunt laten… juist als Hij vertoeft, verbeidt Hem!


Ezau recht zijn rug

Ezau is, net als zijn oma Sara, iemand die eerst wil zien en dan pas geloven. Echter er is wel een groot verschil. Voor Ezau is geloven ongrijpbaar – in tegenstelling tot Sara – en geloven kan op geen enkele manier concurreren met zinnelijkheid en het uitleven van al je lusten. Hij heeft oma Sara nooit gekend, maar daarin had ze hem als een echte oma vast weleens apart genomen. "Jongen, ik zie dat de wereld zo trekt. Ik herken dat, toen we nog in Ur woonden. Ik wilde niet weg, maar de HEERE werd ons te sterkt en ik heb er nooit één dag spijt van gehad. Wil je horen hoe ik dat ervaren heb? Ik bid elke avond voor je, jongen."
In een eerder hoofdstuk schreef ik dat Ezau, toen het bedrog van Jacob en de gestolen zegening uitkwam, boos wegging. Hij vertrok naar oom Ismaël en nam daar zijn derde vrouw. Het blijft op mij overkomen als 'extra tarting van zijn ouders en Jacob'. Eigenlijk één grote schreeuw: "Bekijken jullie het allemaal… ik haat jullie… ik ga lekker mijn eigen weg!" Maar wie schetst mijn verbazing als de Kanttekeningen bij Genesis 28 : 9 schrijven: "Het schijnt dat Ezau dit gedaan heeft, menende zijn vader te behagen, met een vrouw te nemen uit zijn geslacht." Hmm… dan zou ik mijn beeld van Ezau toch nog moeten bijstellen. Zou hij dan toch…?
Tot slot komt Ezau jaren later zijn gehate broer weer tegen en de twee vallen elkaar om de hals en… huilen opnieuw (Genesis 33 : 4)! Jacob wilde met een enorm geschenk aan zijn broer zijn excuses aanbieden. Ik snapte nooit zo goed waarom Ezau dat weigerde. Hij was toch zo op bezit en macht uit? Hier kreeg hij het zo kado. Tot ik bedacht dat hij een kleinzoon van zijn opa is. Wat zei op Abraham ook alweer tegen de koning van Sodom, na die glorieuze veldslag in Genesis 14? "Ik heb mijn hand opgeheven tot den HEERE, den allerhoogsten God, Die hemel en aarde bezit; zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!" Zou het dan toch zo zijn dat Ezau zijn rug recht en juist van Jacob never een kado zou willen accepteren, opdat Jacob later niet zou kunnen zeggen: "Ja, maar ik heb Ezau toch ook wel een beetje rijk gemaakt." Ik hoop dat ik het mis heb, maar aan de houding van Ezau's nakomelingen jegens het volk van Israël is die nukkige en vaak zelfs vijandige houding telkens weer af te lezen. Ezau recht zijn rug, totdat de HEERE zijn trotse nek vertrapt, helaas. Laat dat een heftige les zijn.

vrijdag 29 april 2016

Vaders trots en moeders angst

Izaäk, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
Zou het zo kunnen zijn dat ouders juist met die kinderen een mysterieuze band hebben, die het meest van hen verschillen? Je komt natuurlijk plenty moeders tegen die hun dochter precies willen laten zijn zoals zij. Ze zijn nog tieners, als hun moeder eigenlijk niet meer is dan een gelijkwaardige vriendin. Vaders vallen vaak in de valkuil dat hun zoons alleen maar stoere dingen moeten doen. Jongens moeten echte jongen-jongens zijn en meisjes het liefst meisje-meisjes. Maar dat is niet echt een ouder-kind- relatie. Dat is voldoen aan de norm die anderen gesteld hebben. Soms tot frustratie en schade voor het kind!

Van mijn vader mocht ik bepaald speelgoed kopen, dat hij als kind nooit had gehad. Hij kon daarvan genieten en achteraf denk ik weleens, dat hij in mij zichzelf zag spelen. Er zijn ouders die hun kinderen stimuleren in bepaalde wegen die zij zelf nooit hebben kunnen bewandelen. Denk aan opleiding of hobby of reizen. Je moet uitkijken dat de kinderen niet in jouw ideaalbeeld worden geperst, maar ik kan het snappen. Dat hoeft nog niet verkeerd te gaan. Maar… als ik naar Izaäks jeugd en ontwikkeling kijk, vraag ik me in alle ernst af: wát trok hem aan in Ezau? Als Rebekka nu het meest met Ezau zou hebben gehad, had ik dat logisch gevonden, na wat we gisteren ontdekten. Maar juist Izaäk trekt naar Ezau toe en Rebekka lijkt haast een afstand tot hem te bewaren.


"En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond;
maar Rebekka had Jakob lief."
Genesis 25 : 28

Liefde tussen ouders en kinderen

Izaäk en Rebekka hadden hun kinderen lief. Dat is fijn om te lezen. Als dat er niet zou zijn, dan groeiden de kinderen kil en zakelijk op. Dan zou hun geweten niet goed zijn gevormd en hun gevoelsleven verkrampt, zo niet ontwricht zijn geworden. Dan hadden ze niet naar behoren kunnen communiceren, al helemaal niet op het non-verbale vlak.
Maar… er is iets merkwaardigs aan deze liefde. Het woordje 'maar' klinkt haast onheilspellend. Izaäk laat zijn gevoel spreken en neigt naar Ezau; een reactie van de kant van Rebekka volgt direct: "maar Rebekka had Jakob lief." Ik gebruikte het woorden 'neigen', maar ik weet niet of dat wel een juist woord is. Het sust een beetje het onterechte. Het camoufleert het onheuse. Het stigmatiseert haast. Je moet als ouders nooit duidelijk je voorkeur voor een van je kinderen laten merken. Al zal ongetwijfeld bij discussies en confrontaties een en ander duidelijk kunnen worden. Investeer er dan in dat de suggestie van voorkeur zal worden weggenomen!
We moeten bij deze geschiedenis goed in de gaten hebben dat Izaäk en Rebekka niet in één tent woonden. Ze deelden het bed, maar niet elke nacht. Ze hadden elk hun afgebakende leven. We lezen in het laatste vers van het vorige hoofdstuk: "En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood." Rebekka is een en al troost voor Izaäk. Hij is de handelende hier en het lijkt alsof de liefde alleen van hem uitgaat richting Rebekka (en niet andersom); maar ik weet zeker dat dat wél het geval was.

Izaäk en een uiterlijk verschillende tweeling

Izaäk was duidelijk een moederskind en Jacob, ja je leest het goed, moet erg op hem hebben geleken. Misschien dat Izaäk zichzelf in Jacob herkende en daarom juist afstand bewaarde. Zich aanvankelijk niet zo'n zorg over deze jongen maakte: die kwam er wel; hij ging braaf in het spoor. Met Ezau moest je meer voeling houden, ander was je hem kwijt. Ik teken het in met mijn gevoel, want het staat er allemaal niet in Gods Woord. Toch denk ik dat zulke dingen wel kunnen hebben meegewogen.
Er is nog iets. Izaäk lijkt ook een vader die rendement zocht. Hij voedde zijn kinderen op en liet hun verzorging gerust over aan de liefdevolle zorg van Rebekka. Even tussendoor: zou hij het verschil tussen Rebekka en hemzelf hebben opgemerkt? De tekst van vandaag lijkt te suggereren dat alleen Rebekka dit doorhad.
Ezau was voor Izaäk een zoon om trots op te zijn. Wat die allemaal presteerde, uithaalde en durfde! "Ik zou dat zelf vroeger nooit hebben gedurfd," zei de vader met een glimmende trots in zijn ogen. De prestaties van zoonlief werden met deze woorden bijna zijn eigen prestaties. En kijk eens… de vader werd er zelf ook beter van: heerlijk wildbraad! Het personeel in het kampement van Izaäk kon best over weg met potten en pannen, maar dat bleef toch een beetje hangen in 'meer van hetzelfde': lamsvlees of schapenvlees uit de kudde. Groenten van het eigen land. Vruchten van de bomen in de buurt. Maar het vlees dat Ezau meebracht was gekruid met durf en avontuur! Het kwam van ver, dus het was lekker. En de verhalen van zijn expedities maakten het nog eens extra smakelijk.
Izaäk zelf stel ik me voor als een beschaafde, min of meer gladgeschoren jongen; een beetje de oudere versie van Jacob. Maar Ezau! Een en al harigheid. Ja het is waar, af en toe moest hij zijn zoon manen om niet zo luidruchtig en gulzig te zijn. Het is waar, af en toe moest hij wel iets door de vingers zien van Ezau's escapades met de dienstmeisjes of de vrouwen op de markt. Vliegen vangen met stroop… niet met azijn. Niet teveel op Ezau's huid zitten; anders was je hem kwijt. Fantastisch toch, als je zo'n icoon van een zoon hebt? Wie in de wijde omgeving had zo'n bodyguard? En als Izaäk vertelde over de grote daden van de HEERE en iets vertelde over zijn leven met God, dan zag hij het als zaaien… zaaien in het hart van Ezau. Niet te zeer naar vruchtdragen staan. Laat het maar tijd krijgen om te ontkiemen. De HEERE zou vast wel de wasdom geven.



Rebekka en een innerlijk verschillende tweeling

Gek genoeg zou het tussen Rebekka en Ezau weleens hetzelfde kunnen zijn geweest als tussen Izaäk en Jacob. Rebekka zag in die stoere, eigenzinnige en ondernemende tiener, haar eigen beeld: bomen klimmen, boog schieten, wolven jagen, wilde spelletjes met de herders en de jongens uit het kamp. Er zat een willetje in Rebekka; er zit een willetje in de kleine Ezau… De levenservaring van Rebekka heeft haar wijs gemaakt en de gevaren ervan doen zien. Is het vrees van haar om afstand tot Ezau te bewaren? In Jacob ziet ze iets opbloeien, dat bij haarzelf zo vaak onder vuur ligt. Jacob kan urenlang luisteren naar zijn vader. Hij kan ook diepe vragen stellen. Maar… ze merkt dat hij vaak zijn neus stoot bij vader Izaäk. Het alsof Izaäk hem op afstand houdt. Izaäk kijkt vaak vol aandacht richting Ezau, maar ziet soms zijn zoon Jacob niet eens zitten. Die is ook niet zo druk en nadrukkelijk aanwezig.
De vragen die Jacob kan stellen, nadat hij heeft zitten peinzen, verbazen Rebekka. Zulke vragen komen eigenlijk maar zelden bij haar op. Hoe komt die jongen toch aan al die vragen? Wat gaat erin dat koppie om? "Ik weet ook niet alles, maar je mag het mij altijd vragen, hoor!" Ze geeft Jacob een aai over zijn bol en ze merkt direct dat dat hem raakt. Jacob is snel emotioneel. Hij kijkt vaak met een schuin oog naar Ezau. Hij wilde ook wel zo'n stoere Tarzan zijn. Een utopie. Jacob moet leren om met zichzelf tevreden te zijn. Hij mag er zijn zoals hij is. Daar is Rebekka stellig van overtuigd. En dat laat ze hem duidelijk merken. Bij haar mag hij zijn wie hij is… Als hij dan tevreden in slaap valt op haar schoot, ervaart ze dat als iets dat ze terugkrijgt voor haar liefde. Bij Ezau zou ze zoiets nooit krijgen. Langzaamaan verkleven moeder en zoon en hebben ze ook op non-verbaal vlak het vermogen om met elkaar te communiceren, elkaar aan te voelen. Een spel dat Ezau niet snapt en maar kinderachtig vindt. Een verbondenheid die Izaäk geheel lijkt te ontgaan. Hij wordt er ook niet in getraind.

donderdag 28 april 2016

Moeder Rebekka

Rebekka, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis


De moeder is het eerst en meest diep verweven met het leven van een kind. Er schijnt een bijzondere band te bestaan tussen zoons en hun moeder, en tussen dochters en hun vader. En toch denk ik dat een moeder het hechtst aan haar kind verbonden is. Een vader heeft naast de band van de liefde vooral een sturende en stimulerende invloed op zijn kinderen. Maar hoe hecht een vader ook verbonden is aan zijn kind, de band tussen moeder en kind is het meest intens.

Daar zijn vast dikke boeken over geschreven en hele filosofische, psychische en biologische theoriën op losgelaten, maar ik beperk me in deze serie tot wat mijn ervaringen door het leven heen zijn en wat ik ervan herken en leer in de Bijbel. Met de geschiedenis van Jacob en Ezau hebben we een dubbel bijzondere situatie te pakken. Ik geef toe: wat het is om een tweeling te hebben, laat staan een tweeling te zijn, weet ik niet. Maar met deze tweeling is wel iets bijzonders aan de hand: ze verschillen dag en nacht en… er zit iets ongrijpbaars in hen.


"En Jakob gaf Ezau brood en het linzenkooksel;
en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen;
alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte."
Genesis 25 : 34

Rebekka's familieband

Om enigszins inzicht te krijgen in het mysterie van Ezau's houding, gaan we terug naar de tijd vóór zijn geboorte. Wat is het bijzonder en jaloersmakend gegaan: de weg die Rebekka en Izak bij elkaar bracht. "En Izak was veertig jaren oud, als hij Rebekka, de dochter van Bethuël, den Syriër, uit Paddan-aram, de zuster van Laban, den Syriër, zich ter vrouw nam." (Gen. 25 : 20). Lange tijd is Izak blijven zitten onder de vleugels van vader Abraham. Maar als hij al 40 jaar is, na het overlijden van moeder Saraï, neemt Abraham een besluit dat alles te maken heeft met zijn oudste zoon: Ismaël. Zijn eerstgeboren zoon heeft hij van God moeten wegsturen. Hij heeft hem niet kunnen opvoeden, dan alleen de eerste vijftien jaren. De keuze voor een vrouw heeft hij voor Ismaël niet kunnen invullen. Ik kom daar bij de partnerkeuze van Ezau later nog wel op terug. Maar aan alles merk je dat Abraham niet blij is met de partnerkeuze van Ismaël. Om zich heen kijkend bedenkt hij dat Izak het risico loopt verliefd te worden op een heidens meisje, met alle gevolgen van dien. Het is dus – naast God – Abrahams ingrijpen om voor Izak een goede levenspartner te kiezen. Abrahams keuze valt op het gezin van zijn broer Nahor; Gods keuze valt op Rebekka.

Rebekka's band met haar moeder

Waar ik vooral de nadruk op wil leggen is de figuur van Rebekka. Als Abrahams knecht bij Bethuël in huis is om Rebekka mee te vragen, lezen we twee bijzondere dingen: "Toen zeiden zij (vader of broer Bethuël en broer Laban): Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen. En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met dezen man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken. Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen." (Gen. 24 : 57-59).
Rebekka wordt om haar mening gevraagd en zij zegt uit volle overtuiging en uit eigener beweging: "Ik zal gaan!" Dit staat haaks op ons beeld van het Oosten, waarin de vrouw niets te vertellen heeft! Het lijkt erop dat Rebekka een stevige eigen wil heeft en ook ontwikkeld is, argumenten kan afwegen en visie kan ontwikkelen. We zouden heel graag gelezen hebben dat zij de HEERE vroeg of Hij wilde dat ze ging, maar we lezen het niet! Ze besluit beslist. Was het Gods tijd? Ik denk het zeker, maar Rebekka is bepaald niet afwachtend en passief! Het tweede is dat haar voedster meegaat; ze neemt als het ware een stuk opvoeding mee. Misschien mag je het zelfs zien als een 'stukje van haar eigen moeder' die waarschijnlijk reeds was overleden. Dan kunnen Izak en Rebekka elkaar de hand geven: beiden zijn hun moeder verloren. Rebekka valt van de ene mannenwereld in de andere, maar ik denk dat ze vooral in de dienst aan de HEERE een groot verschil heeft gemerkt: haar schoonvader Abraham leefde dichtbij de HEERE. In zijn nederzetting is het geloofsleven van Rebekka ontwikkeld, zeker door toedoen van Izak, die een intens gebedsleven kende. Maar hoe dicht Rebekka en Izak ook tot elkaar naderden, de voedster Debora is nog steeds in haar omgeving. En ze zal er lang blijven! In Genesis 35 : 8 lezen we pas dat ze sterft (en dan is Rebekka al lang overleden) "En Debora, de voedster van Rebekka, stierf, en zij werd begraven onder aan Beth-el; onder dien eik, welks naam hij noemde Allon-bachuth."

Rebekka's band met God

Twintig jaar hebben Izak en Rebekka intens met elkaar verlangd naar de kinderzegen. Het enige dat ze hadden om bij God op te pleiten was de belofte dat 'in Izak het zaad gezegend zou worden'. Al die jaren leefden ze in zeker zin in de nabijheid van vader Abraham, die zijn eigen aanvechting terugzag bij zijn zoon en schoondochter: "Zouden Gods beloftenissen hun vervulling dan tóch missen?" Maar het bleef niet bij pleiten… want van passief wachten word je niet zwanger. De gemeenschap tussen Izak en Rebekka heeft een dubbele lading: intense liefde en sterke verwachting. En daarin heeft Rebekka zeker ook geen passieve rol gespeeld. Naast het gebed van Izak zal ze er alles aan gedaan hebben om een zwangerschap te laten gelukken.
Twintig jaar is lang; het verlangen moet sterk zijn aangevochten. Hoe intens zal dus de vreugde zijn geweest, toen Rebekka merkte dat ze zwanger was! Vermoedelijk wist ze het pas na verschillende maanden. Maar ergens, onderhuids, is Rebekka daar anders mee bezig dan Izak. Ze heeft het gebed als bijzonder krachtig wapen leren gebruiken, maar let eens op haar houding tegenover God: "Is het zo? waarom ben ik dus?" (vers 22) Een paar rare, afgebroken zinnen die volgens de Kanttekeningen "… voortkomen uit onverduldigheid en ontsteltenis over dit zeldzaam werk. De zin schijnt te zijn: Is het zo te doen, wat mocht ik naar kinderen wensen? Of: Waarom geeft ze mij God? Of: Waarom ben ik dragende geworden? Of: Waartoe ben ik nog in het leven?" Waar komen die woorden vandaan? Welk gevoelen schuilt daar achter?