zaterdag 21 februari 2015

Veni, vidi, vici of Yalak, matsa, shalak

"Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem."
1 Koningen 19 : 19a


Johannes de Doper in zijn kamelenharen mantel, geschilderd ca. 1515 door Matthias Grunewald


Caesar bezigde in 47 voor Christus de slogan 'ik kwam, ik zag en ik overwon'. Het is de kretologie van een arrogant personage, dat niet bedenkt dat zijn koninkrijk altijd eindig is. Hoe goed een winkelketen, een multinational of een dictator ook lijkt te zijn, er zit een einde aan je macht en machtsgebied. Zelfs als anderen dat over je zeggen: 'hij kwam, hij zag en hij overwon'. Toch hebben slogans de kracht iets kort en bondig en daarmee onuitwisbaar te zeggen. Kenmerkend. In onze tekst zou je ook zo'n kreet kunnen zien: Yalak, Matsa, Shalak, 'hij ging, hij vond en hij…" Ja wat? Overwon? Nee, hij wierp weg.


Hij ging

Daar gaat Elia. God kijkt hem na, vanaf de Horeb. Voetje voor voetje daalt Elia het slingerpad af, langs de woeste berg. Enige tijd later ziet Hij een kleine profeet gaan in de diepte. Steeds verder gaat Elia, de weg die hij enige tijd geleden was gekomen, tot hij slechts een stipje is. Maar God laat hem niet alleen gaan; Hij gaat mee en is erbij! Dwars door de woestijn, op weg naar een andere woestijn, die van Damascus. Immers, dat was Gods opdracht. God stuurde Elia naar Damascus om daar Hazaël, het eerste wapen van Zijn wraak, te zalven (om daarmee Zijn plan de activeren).
Maar zoals het gaat met iemand die de afvoer van zijn gootsteen wil repareren en er eerst een of meer opvangbakken onder zet, zo begint Elia met de tweede opvangbak: Elisa. Of zo je wilt, een achtervang. Immers, wie van het zwaard van Hazaël ontkwam, zou door Jehu worden gevangen; en wie bij Jehu door de vingers glipte, zou Elisa tegenkomen.
De weg die Elia hier gaat, gaat hij ongetwijfeld niet op eigen houtje. Dit moet hebben gepast in Gods zondaarslievend plan: het oordeel wordt nog uitgesteld. Elia gaat, maar… zou hij de reikwijdte van zijn opdracht hebben beseft? Ging hij werkelijk met het doel om zo wraak te kunnen realiseren over Achab (en meer nog over Izébel)?
Elia is geen lieverdje; wie met 21e-eeuwse ogen naar zijn slachting bij de Karmel kijkt, zal wellicht beelden van ISIS op zijn netvlies krijgen. Echter wie zo kijkt, vergist zich. Elia is geen wraakgierig despoot, maar met heilige toorn vervuld over het breken van Gods verbond. De straf die hij had uit te voeren, was Gods oordeel. Maar dat betekent niet dat hij erbij heeft staan lachen. Nee, Elia is in díe zin geen lieverdje, dat hij over het algemeen een onverschrokken geest heeft (behalve in deze episode). Straks zal hij onverschrokken naar Achab (en Izébel) gaan en hen aankondigen dat en hoe zij zullen sterven. Echter, in de beschrijving van Achabs laatste dagen blijkt dat Elia voor Achab toch een zeker gevoel van barmhartigheid overhield. Hij waarschuwde hem dus uit bewogenheid. En dat gevoel werd gevoed door God, Die – zo zal blijken aan het einde van 1 Koningen 21 – nog genadetijd geeft aan Achab, na diens zonde tegen Naboth.

Hij vond

Hoe verder Elia naar het noorden trok, hoe meer hij zich bewust werd weer in het schootsveld van Achab te komen. Dat vervulde hem echter niet met angst, maar met moed. Hij had niet zomaar een opdracht op zak! Het was een opdracht van de Allerhoogste. Hoe Elia zal hebben gedacht weet ik niet; ook niet of God nog een niet in de Bijbel vermelde nuance aanbracht in Zijn opdracht; feit is echter wel dat Elia regelrecht naar Abel-mehola ging.
Ook liep hij Elisa niet stomtoevallig tegen het lijf. Er staat 'hij vond Elisa'. Hoewel dat woord ook 'ontmoeten', 'tegenkomen' of zelfs 'toevallig vinden' kan betekenen, heeft het hier toch de lading van 'het gezochte verkrijgen of vinden'. Ook kan het nog de betekenis hebben van 'leren' of 'ontwerpen' of 'voldoen aan een voorwaarde'. Er zal bij die ontmoeting zeker een stuk uitleg zijn gegeven, hoewel we dat niet lezen. Het lijkt ook een hele rare handeling: Elia liep op Elisa toe – terwijl die ingespannen aan het ploegen was met een serie ploegende ossen – en wierp hem zomaar zijn mantel om.
Wat Elisa betreft zal deze ontmoeting plots en onverwacht zijn geweest. Elisa wordt vaak als een kleine jongen afgeschilderd, maar hij is een manager, die het in zich heeft om met twaalf juk ossen tegelijk te ploegen, weliswaar geholpen door zijn onderhorige knechten. Die bedrijvigheid stagneert plots als daar de profeet Elia opduikt. Iedereen weet dat Elia opnieuw gezocht wordt. Als aan de grond genageld staren ze naar de man met zijn ruige haardos en woeste baard, die gekleed gaat in een ruwe kamelenharen mantel, bijelkaargehouden door een leren gordel. En die loopt op gesandaalde voeten.
Ik stel me zo voor dat Elia over een pad liep, dat dwars door de akker van Elisa's vader ging. Plots verlaat hij het pad, baant zich een weg over de harde kluiten van de losgewoelde aarde. En terwijl de koeien zwetend wachten tot ze met een zweep in beweging worden gezet, kijken ze loom naar die markante figuur, die hen daar zomaar passeert. Achter hen blijft hij staan. De koeien horen het geluid van Elia's stem; ze zullen achteromkijkend het tafereel niet begrijpend hebben staan aankijken. Blij met een moment rust bij dit zware werk. De een snuffelt wat langs de grond, voor zich: niets eetbaars. De ander zwiept met haar staart, om de lastige steekvliegen weg te jagen en schudt even wild met haar kop. Een derde loeit vermoeid, om wat contact met de andere ossen te maken. Verder blijft het ijzig stil. Wat de koeien echter niet weten, is dat Elia gevonden heeft wat hij zocht: zijn door God gekozen opvolger. Dit is hem: Elisa.
Zullen ze elkaar ooit eerder hebben gezien? Uit de woorden van Gods opdracht op Horeb zou je kunnen concluderen dat Elia wist wie Elisa was, zoals hij wist wie Jehu was (Achabs generaal) en wie Hazaël was (Benhadads (of Hadadezers) generaal). Wat die laatste betreft: de zieke Benhadad stuurde zijn dienaar Hazaël met geschenken naar Elisa, toen hij had gehoord dat die Elia's opvolger was (2 Koningen 8) en sprak hem met dezelfde achting aan.


Hij wierp weg

Achter de koeien gebeurt plots iets wonderlijks. De ruige zonderling maakt zijn riem los, trekt de mantel ertussenuit en laat hem van zijn schouders glijden. Niet omdat hij het zo heet heeft; de koeien zouden er wat voor over hebben gehad om zo ook de warmte van zich af te werpen. Nee, Elia neemt zijn mantel en gooit hem om de schouders van de verwonderd, enigszins wantrouwend kijkende Elisa.
En dan legt Elia rustig uit waarom hij dit doet en wat er nu eigenlijk gebeurt. Nee, ik lees het niet. Zoals er zo veel niet te lezen is in deze geschiedenis. Maar hier zal vrijwel zeker niets verder gezegd zijn. Dit gebaar is zo symbolisch voor een oosterling, dat de boodschap direct duidelijk is. Met dit gebaar werpt Elia niet alleen zijn mantel van zich, maar ook zijn roeping. Die mantel is symbool van zijn roeping.
Een mantel van kamelenhaar is tegenwoordig een abominable duur kledingstuk (www.elegance-paris.nl/group/0/product/8131429/Damesmode-Detail.4397.0.html). Nou, zo chique zal Elia hem niet gehad hebben. Het was die mantel, waarmee hij zich omwond, toen God aan hem verscheen. En die mantel, die later, bij Elia's hemelvaart definitief van zijn schouders zal vallen, waarna Elisa hem voorgoed gaat dragen.
Over Johannes de Doper staat dat hij zal gaan in de geest van Elia. Ook hij zal in de woestijn verblijven, sprinkhanen en wilde honing eten en… een mantel dragen van kamelenhaar. Die mantel droeg hij als allerlaatste profeet. Wellicht werd die door Herodes' handlanger verachtelijk in de prullenbak gegooid. Daarna kwam de opperste Profeet, Die een linnen lijfrok droeg, die uit één stuk was geweven. En Hij verwierf het heil en de zaligheid, waardoor Hij reine, witte klederen kan omwerpen om de schouders van zondaren: de klederen des heils en de mantel der gerechtigheid.
De overeenkomst tussen Elia en Johannes de Doper is deze (lees het op www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/P/Profetenmantel/1303/ ): Elia moest het volk Israël terugroepen van de afschuwelijke afgoderij van de Baäldienst. Johannes de Doper moest eeuwen later het volk terugroepen van het vereren en dienen van de goden van de Kanaänieten.


Later, op de berg der verheerlijking zal Elia opnieuw zijn te herkennen aan zijn mantel. Maar hier in onze tekst legt hij hem op symbolische wijze van zich en om de schouders van Elisa. Hij ging, hij vond en hij wierp weg. Niet achteloos, maar met een verrukt en gelukkig gevoel dat de HEERE doorgaat en Elia's taak zal worden voortgezet. Er is toekomst voor het volk, wanneer er weer nieuwe profeten worden geroepen. En wees eerlijk, krijgen wij als christenen eigenlijk niet allen de profetenmantel omgeworpen. Niet om predikant te worden zo zeer, maar om onze roeping naar de wereld en naar de kerk te verstaan. Onverschrokken!


Gezang 121 vers 1, 2 en 3

God roept ons, broeders, tot de daad,
Zijn werk wacht; treedt dan aan,
en weest gereed om elke weg,
die Hij u wijst, te gaan.
Wij weten dat, wat komen mag,
toch hij slechts wint, die waagt,
en, wie zichzelve geven wil,
door 't donker vlammen draagt.

God roept, en in Hem is de kracht,
die onze zwakheid staalt.
Dit is de vreugd, dat Hij het doel
en onze vaart bepaalt.
Dat Hij ons over grenzen heen
laat zien het groot gezicht
van aller mensen broederschap
in 't ene, godd'lijk licht.

God roept, en wat de mensen scheidt,
dat zij geen scheiding meer;
Zijn liefde houd' ons allen saâm
en samen met de Heer'.
Want wat er in de wereld woed',
toch is het God, Die wint,
en in een elk die Hem behoort,
het nieuwe rijk begint.

donderdag 19 februari 2015

Gods terloopse opmerking

"Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën, die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en allen mond, die hem niet gekust heeft."
1 Koningen 19 : 18
De onlangs teruggevonden tekening uit 1987 n.a.v. 1 Koningen 19 : 18


Toen ik na een beschermde sfeer op de christelijke lagere school van Bergambacht en een dito milieu op de Driestar in Gouda naar de Staatsdrukkerij in Den Haag ging, voor een opleiding in de grafische industrie, werd ik geconfronteerd met allerlei levensstijlen. Tussen de bijna duizend collega's in die tijd (1987) zag ik niemand die christelijk was. Dat gaf niet alleen verwarrende gevoelens, maar bezorgde me ook een gevoel van eenzaamheid. In die tijd werd ik (óf door bijbellezen óf door een preek) geconfronteerd met de tekst van vandaag. Een tekst die me niet alleen met twee benen op de grond zette, maar ook troostte en hoop gaf. Ik maakte er toen een tekening van die ik onlangs weer terugvond in mijn kast.

Ik heb

Als de HEERE aan Elia vraagt wat hij hier helemaal bij de Horeb komt doen, is het antwoord: "Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen". Al eerder had Elia uitgeroepen vanonder de jeneverstruik: "Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen". Aanvankelijk wilde Elia dat de HEERE zijn ziel zou wegnemen; later klaagde hij dat zijn tegenstanders (en tevens Gods vijanden) die ziel begeerden weg te nemen. In een soort zelfbeklag stort hij zijn hart voor de HEERE uit.
Opmerkelijk is dat de HEERE achteraan begint en hem allereerst een nieuwe opdracht geeft: hij moet een drievoudige zalving uitvoeren. Elia krijgt werk te doen en er is dus geen enkele reden om te bidden om een snelle dood. Dit zal Elia zeker hebben getroost: er is immers toekomst?! Maar op het moment dat hij zich omdraait voegt de HEERE daar nog een paar diepe woorden aan toe! "Ook heb Ik in Israël (dus juist daar en niet slechts in Juda bijvoorbeeld) doen overblijven 7000…" Soort- en lotgenoten te over dus! "Wees gerust Mijn kind, Ik weet ervan… Er is een beter plan… daarom!"
En bedenk dat er staat: "Ik heb…" Het is de HEERE Die hier aan het werk is.

Doen overblijven

Opnieuw iets, waar je zo overheen leest. De HEERE zegt: "Ik heb doen overblijven…" Je zou het in hedendaags Nederlands kunnen vertalen met "laten overblijven" of "overgelaten". Dat heeft echter iets passiefs. De HEERE is bezig te redden wat er te redden valt en nu blijken er nog 7000 over te zijn die niet hebben gebogen voor Baäl. Wat een geluk.
De betekenis van deze woorden is echter anders, dan ik op het eerste gezicht dacht. En het werd me ook duidelijk waarom de HEERE dit hier, helemaal aan het eind van zijn antwoord aan Elia zegt. Er zit in de voorgaande woorden een climax of zo je wilt een anticlimax. Een, zo noemde ik het in de vorige Bijbelstudie, baboeska van oordelen. De ene maaibeweging na de andere: eerst Hazaël, daarna Jehu en tenslotte Elisa. Dood en verderf. Blijft er dan nog wel wat over? Waartoe deze uitroeiing?
Welzeker, er blijft een rest over. Hoe vaak staat dat niet in de Bijbel! De HEERE laat nog een rest over, na het oordeel. Zo ook hier; lees het nog maar eens goed achterelkaar: "En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazaël ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden. Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend…" Die woorden 'ontkomen' en 'overblijven' het grofweg eenzelfde essentie. Na elke maaibeweging van de trits Hazaël-Jehu-Elisa blijft er wat over; maar dat is een onzeker overblijfsel. De HEERE gaat zorgen dat er een vast en zeker overblijfsel achterblijft. Niet passief, als een mazzeltje. Maar Hij doet dat overblijven, zoals mensen die onderduikers hielpen in de Tweede Wereldoorlog; al is die vergelijking nog mager, want die mensen konden niet garant staan voor de onderduikers. Zo geheel anders, zoveel zekerder is het bij de HEERE!

In de NBV-vertaling staat het zo: "Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël, zal gedood worden door Jehu. En wie ontkomt aan het zwaard van Jehu, zal gedood worden door Elisa. Ik zal in Israël niet meer dan zevenduizend mensen in leven laten, alleen degenen die niet voor Baäl hebben geknield en hem niet hebben gekust.’"
In de Willibrord-vertaling staat het iets positiever en duidelijker voor wat betreft Gods werk: "Wie ontkomt aan het zwaard van Hazaël zal gedood worden door Jehu en wie ontkomt aan het zwaard van Jehu zal gedood worden door Elisa. Maar Ik laat in Israël een rest over: zevenduizend man die hun knie niet gebogen hebben voor Baäl en die hem niet gekust hebben.’"
Zag Elia die 7000 ergens rondlopen? Als een rebellenleger van Jefta? Nee, Elia zag er niets van. Maar, of hij er maar even stellig vanuit wilde gaan dat de HEERE niet alleen iets zegt, maar ook doet wat Hij belooft. Zo kon hij gaan, terug naar het hol van de leeuw.

Ook

Het laatste woordje is er eentje dat nauwelijks opvalt. Wat zit er al niet opgesloten in die drie letters? Ook… Er komt wraak jegens Izébel en Achab. En niet te zuinig! Maar in de toorn gedenkt God ook aan Zijn ontferming: 7000. Niet alleen Elia, maar ook 7000 anderen met hem. Niet alleen wraak en verderf, maar ook ontferming en instandhouding. Ook is in een twistgesprek vaak een soort extra dolkstoot uit ongedachte hoek. En in een discussie vaak de doorslaggevende factor waarom iets wel of niet moet. Is al het voorgaande nog niet doorstalggevend genoeg, dan is er ook nog dit feit, dit argument, deze waarheid… Ga nu maar Elia. Slik je 'ja-maars' in. Het komt echt goed!
We horen Godezijdank niet dat Elia nog langer moppert of tegensputtert. Zijn leven ziet er nog even grijs uit als toen hij hier bij Horeb kwam aangestrompeld. Echt hoor, er is niets zichtbaars veranderd. Nog steeds ziet hij niets van het werk van de HEERE en toch wel… Want God heeft hem dieper laten zien. En blijkbaar effectief genoeg. Want Elia gaat.
Nog even over die 7000. De kanttekenaren beschrijven hen als mensen die "geen eerbied noch onderdanigheid bewezen heeft, waarvan het kussen een uitwendig teken was. Zie Gen. 41:40. Hetwelk nog heden de afgodendienaars hun beelden en versierd heiligdom bewijzen."
Diegenen die eer bewezen aan de afgoden, hadden geen schijn van kans. Maar, Elia, wees jij dan ook metterdaad een dienaar van God, die Hem eerbied betoont en in Zijn wegen wil gaan.

De vragen zijn niet weg, vragen over de weg die zo anders gaat als gedacht. Al die vragen zijn begrijpelijk… toch is er een beter plan, een betere weg waarlangs de HEERE werkt. Pas als het af is zul je zien dat dat de beste weg was; soms is dat de weg terug, door de woestijn, op weg naar je nieuwe roeping en taak. Misschien wel gewoon de taak van gisteren, waarvan je dacht dat die afgelopen was. Misschien wel terug naar je gezin, je collega's, die plek die pijn doet. Iemand twitterde afgelopen dagen: "De beste weg om uit problemen te komen is er dwars doorheen te gaan..." Ik antwoordde terug: "Maar om te voorkomen dat je in de problemen komt, kun je er vaak beter omheen lopen." Waarop zij verhelderde: "tja, alleen sommige problemen zijn niet te voorkomen. En dan kun je twee dingen doen. Er omheen of doorheen..." God koos bij Elia voor het laatste. Elia moest gaan, maar hij wist: ik ga niet alleen!


Daarom 

Soms doet het pijn, alsof de bloem die in mij bloeit wordt ingekort.
Wanneer wat binnen in mij groeit,
als een verdorde bloesem afgesneden wordt.
Alsof er iemand aan mij snoeit en dan bevreemdt het mij,
waarom ontneemt Hij mij mijn bloem.

Soms doet het pijn, wanneer een plan dat in mij groeit wordt opgeschort.
Alsof het vuur dat in mij gloeit,
voldoende ruimte voor haar gloed onthouden wordt.
Alsof er iemand aan mij snoeit die mij geen vrijheid biedt,
en dan begrijp ik niet waarom, waarom.

Waarom neemt Hij nu van mij af,
wat Hij toch eenmaal aan mij gaf.
Is er een plan dat verder reikt,
dan iemand kijken kan?

Dan zegt een stem, de Landman snoeit zijn wijnstok,
houdt de ranken kort
't Is voor het komende seizoen,
dat nu een stukje van jou weggenomen wordt.
Ik voel jouw pijn wanneer Hij snoeit, mijn kind,
Ik weet er van, er is een beter plan, daarom, daarom.

Daarom neemt Hij nu van je af,
wat Hij toch eenmaal aan je gaf.
Er is een plan dat verder reikt,
dan iemand kijken kan, dan iemand kijken kan, daarom.

donderdag 12 februari 2015

Doorakkeren

"…en ga daar in, en zalf Hazaël ten koning over Syrië. Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israël; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats. En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazaël ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden."
1 Koningen 19 : 15b-17

Abel-Mehola lag tamelijk dicht bij Jizreël, waar Achab woonde!

Kun jij God 'narekenen'? Narekenen is achteraf uitpluizen wat God bewoog en hoe Hij het precies in scene zette om Zijn plan te bereiken. Nee, mijn verstandje is niet capabel om de onpeilbaar wijze God 'na te rekenen'. Ik geef toe dat ik het soms wel wil, om grip op de situatie te krijgen. Maar eveneens geef ik toe dat het me niet lukt en ik het in zekere zin ook maar gelukkig vind dat het me niet lukt. Narekenen… Ik doe wel iets anders achteraf (en straks voor eeuwig): God aanbidden voor Zijn wijsheid, barmhartigheid en lankmoedigheid dat hij zo'n springbok als ik weet te leiden langs Zijn pad. Ik vermoed dat ik op dit punt Elia een hand kan geven.

Bij God vandaan

Gisteren zagen we al dat de HEERE Elia gewoon laat uitpraten; niet in de reden valt en ook niet achteraf gaat corrigeren. Althans… Hij gaat niet in op Elia's wens om er een punt achter te zetten. De HEERE negeert eveneens Elia's statement dat hij de enig overgeblevene is. In plaats daarvan klinkt er een opdracht. Hoe zou het hebben geklonken, daar in de stilte van de Horeb? Welke klank zou Gods stem hebben gehad? Ik vermoed dat de toon warm, begripvol en tegelijk resoluut moet zijn geweest.
God stuurt Elia bij Hem vandaan. Er zijn predikanten die het 'bij God vandaan' als cliché gebruiken. Het kan nergens vandaan komen dan bij God vandaan. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij staat die term niet in de Bijbel. Ik vind de klank van die woorden altijd wat bezwerend en kil klinken, alsof God iets geeft dat bij Hem vandaan houdt. Het is de krampachtige bezwering van de dwaling dat wij zouden denken dat ergens uit een vergeten hoekje toch nog iets van ons vandaan moet komen. Ik ervaar het gebruik van bezwerende en rechtzinnige clichées vooral als een remonstrantse kramp om God te bewegen tot een aai over onze gereformeerde bol. Houd je verre van dat soort dingen. Mensen zullen het wel niet zo bedoelen, echter ik heb nu eenmaal een hekel aan clichées, zeker als die degelijk moeten klinken, maar buitenbijbels zijn!
Niettemin zijn er situaties waarin mensen daadwerkelijk bij God vandaan worden gestuurd. Ik denk aan Adam en Eva die worden weggestuurd. En ook Kaïn, evenals Ezau worden min of meer weggestuurd (zij het met een tijdelijk zegen). Elia wordt hier ook weggezonden; bij God vandaan. En let er dan eens op wat de HEERE als opdracht uitspreek!

Onder Gods oordeel

God gaat, zo zei ik daarnet, niet in gesprek met Elia. De opdracht die Hij heeft is het antwoord op Elia's wens om met zijn werk te stoppen. "Nee Elia, je taak zit er nog niet op," corrigeert de HEERE in liefde. "Je gaat krijgt drie nieuwe opdrachten, die zalvingen. De eerste zalving betreft Hazaël; hij wordt koning over Aram (of Syrië). De tweede zalving betreft een koning dichterbij: Jehu, de zoon van Nimsi; hij wordt koning over Israël. De derde zalving betreft Elia, de zoon van Safat; hij wordt profeet."
God licht hier een tipje van de sluier over de toekomst op. Hazaël zal zijn vader, de machtige koning van Aram, door een staatsgreep opvolgen. Hij zal het instrument zijn om Gods oordeel over Israël over Achab en diens zoon Joram uit te voeren: oordeel 1. Vervolgens zal het gehele huis van Achab worden uitgeroeid (zoals hij en zijn vrouw Izébel met Gods profeten wilde doen) door een tweede staatsgreep: de van Jehu: oordeel 2. Het laatste oordeel zal door Elia's opvolger Elisa worden voltrokken. Vers 17 is een soort Babuska van oordelen, waarbij het ene vangnet nog nauwer zal worden aangetrokken dan het voorgaande.
"Elia, ben jij op de vlucht voor Achab en Izébel? Hier volgt mijn oordeelsplan: een drievoudige slag over Israël, waarbij Achab en Izébel zullen ervaren dat wie Gods oogappel aanraak, God zelf aanraakt en in beweging doet komen!"

In Gods weg

Nu zou je door een gevoel van wraak kunnen worden getroost: Ha, wie het laatst lacht, lacht het best. Maar niets is minder waar. Elia gaat wel op weg, maar gek genoeg lezen we niet dat hij dit plan geheel zelf gaat uitvoeren. Hij gaat op weg om de derde persoon te zalven: Elisa uit Abel-Mehola (dansvloer van Abel). "Elia, je taak zit er niet op, maar ik vertel je alvast wie je opvolger zal worden: Elisa. Je was toch nog de enige die was overgebleven? Wel, in het stamgebied van Manasse tref je het bewijs aan dat jouw visie tekort schiet en te klein denkt." Wat een troost moet dat voor Elia zijn geweest! Wat is zijn vertrek vanaf Horeb een stuk heerlijker dan zijn komst ernaartoe! Hij is misschien wel een een loden last in zijn schoenen naar de Horeb gegaan, maar nu mag hij op adelaarsvleugels richting Manasse vertrekken. Nota bene tamelijk dicht bij Jizreël! Terug naar het hol van de leeuw… daar ligt de sleutel voor 'hoe het nu verder moet'.
En die andere twee opdrachten? Die heeft Elia nooit meer uitgevoerd. Zijn opvolger Elisa krijgt een ontmoeting met Hazaël (zijn naam betekent in het hebreeuws 'God heeft het gezien') in 2 Koningen 8; daar lezen we ook van de staatsgreep die Hazaël pleegt. En een hoofdstuk verder lezen we van de knecht die Elisa eropuit stuurt om Jehu te zalven. Ook hij zal middels een staatsgreep aan de macht komen. Beiden worden wel ingeschakeld in Gods plan, maar bewandelen geestelijk gezien Gods weg niet! Dat loopt dan ook dramatisch af. Het oordeel middels Hazaël en Jehu wordt nog wat opgeschort, want de HEERE betoont in het uitspreken van het oordeel nog enkele jaren lankmoedigheid! Elia daarentegen mag in Gods weg gaan, nieuwe kracht ontvangen en… doorakkeren.


'Doorakkeren'. Nergens kan men goed aangeven wat het woord betekent. Het is een verwoede ijver om een taaie klus tot een goed einde te brengen. Ik hoor er de klank van een weerbarstige akker in die moet worden geploegd. En dat woord roept associaties op met Elia's werk: werk op Gods akker. Elia wilde er het bijltje (of de ploeg) bij neerleggen, maar nu mag hij zijn opvolger gaan zalven, die… juist aan het ploegen is! Hij krijgt de kracht om 'door te akkeren'. Christenen hebben een lange adem. Eerlijk gezegd faal ik daar nog weleens in! Jij ook? Bid om kracht, om staande te blijven. Want die volhard, díe overwint!


Psalm 63 vers 3, 4 en 5

Dan zou ik, voor Uw Godd'lijk oog,
Uw deugden al mijn leven prijzen,
En in Uw naam mijn zang doen rijzen,
Mijn handen heffen naar omhoog.
 
Mijn ziel zou nieuwe kracht ontvangen,
Verzadigd, als met vet en smeer;
Mijn mond zou U vol vreugd, o HEER,
Verheffen in zijn lofgezangen. 


Wanneer ik, op mijn legersteê,
Aan U gedenk in stille nachten,
Dan peinst mijn ziel met al haar krachten,
Hoe Gij voorheen in angst en wee,
Als mij de vijand wild' omringen,
Mij vaardig zijt ter hulp geweest;
Dies zal ik nu ook, onbevreesd,
In schaduw van Uw vleug'len zingen. 


Mijn ziel kleeft U standvastig aan;
Gij ondersteunt mijn zwakke schreden;
Uw rechterhand, vol mogendheden,
Doet mij getroost en veilig gaan.

Maar dezen, die mijn ziel begeren,
Opdat ik tot verwoesting raak',
Staan bloot voor Uw geduchte wraak;
Zij zullen haast ten afgrond keren.

woensdag 11 februari 2015

Vertel alles maar tegen de HEERE!



"En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?
En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen;
want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwe weg…"
1 Koningen 19 : 13b-15a


 
Die hele weg terug… moet dat nou echt?



Was het onderaan de berg nog alsof Elia droomde, nu klinkt die stem tot hem terwijl hij klaarwakker is. Het donderend geraas van de aardbeving en de fluitende wind van de storm, alsmede het geklater van het vuur vormen nog een pijnscheut in zijn oren. Echter, nu het suizen van een paradijselijke stilte hem omgeeft, ligt hij met omwonden gezicht op de aarde. En hoor… daar is die stem weer: "Wat maakt gij hier Elia".

Deja-vu?

Het is wel duidelijk dat Elia niet slaapt. En na heel het afgelopen natuurgeweld en de nabije Godservaring – waardoor hij hier bij de opening van de spelonk met een omwonden hoofd staat – zou je nu een geheel ander antwoord verwachten dat Elia gaf in vers 10. Maar tot op de komma nauwkeurig herhaalt Elia diezelfde woorden in vers 13:
vs10: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren
vs13: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren
vs10: afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
vs13: afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.

Hoe is het mogelijk, zou je zeggen. Zo diep onder de indruk van Gods aanwezigheid. Zo bewust van zijn onwaardigheid, waardoor hij snel zijn gezicht bedekt had. Je zou hem je zelfs nog voorstellen in foetushouding op de aarde liggend; dat is echter niet zo: hij staat! Moet ik uit die houding nog iets opmaken? Ik weet het niet. Had Elia voor zijn gevoel een deja-vu toen Hij Gods stem daadwerkelijk hoorde en diezelfde woorden reeds had gehoord in zijn droom? En is dat de reden waarom hij zijn 'gedroomde woorden' nu letterlijk herhaalt. Ik krijg wel een verbaasd gevoel van Elia's houding, eerlijk gezegd. Wat zou er in hem omgaan?

Uithuilen bij de HEERE

Wel dat is ook wat de HEERE aan hem vraagt: "Wat maakt gij hier, Elia?" Opnieuw die verbazing van de HEERE: "Jij híer, Elia?" Natuurlijk weet de HEERE precies wat er in Elia omgaat. Maar, dat is wel duidelijk, Hij wil het ook uit zijn eigen mond horen! Zonder enige schroom of aarzeling gooit Elia het eruit: "Ik wilde juist ijverig de HEERE dienen, maar het volk keert Hem de rug toe; ze keren zich allemaal tegen U en Uw profeten, zo zelfs dat ik de laatste ben die nog leeft en ook míjn ziel zoeken ze om die te doden!"
Let er wel op dat Elia zijn eerdere woorden, uit vers 4, niet herhaalt! De boodschap van de engel was blijkbaar effectief; er gloorde hoop voor Elia, hoewel de angst er nog flink in zit en het uitzicht totaal duister is.
Let er ook op dat de HEERE nergens tegen Elia ingaat. Dat mag ons wel bevreemden. Je zou toch een reprimande verwachten van de HEERE. Maar niets van dat al! Elia mag uithuilen bij de HEERE, ja de HEERE stimuleert Elia zelfs om zijn hele hart voor Hem uit te storten. Alles eruit, Elia; daarna zal de HEERE het op wonderlijke wijze gaan vullen.

En weer terug naar het begin

Tenslotte gaat de HEERE weer praten. Hij gaat ogenschijnlijk – of moeten we zeggen orenschijnlijk – niet in op wát Elia zegt, noch op de toon waarop Hij het zegt. En tóch zegt de HEERE hier de juiste woorden. Elia keek tegen een dichte muur, zoals de inwoners van Sodom bij de woning van Lot. Maar met een paar machtswoorden opent de HEERE Elia's ogen; weliswaar ziet Elia nog niet dadelijk. Maar God geeft hem opnieuw veertig dagen en veertig nachten de tijd. Een dubbele veertigdagentijd dus. "Ga heen…" Elia wordt opnieuw een zendeling: hij wordt heengezonden. "…keer weder op uwe weg…" Ga dat hele stuk maar weer terug, want het is geen goede weg. Daarom noemt de HEERE het ook expliciet 'uwe' weg; dus niet 'Mijne' weg. Loop dat hele stuk maar weer terug, dan zul je weer bij Ber-seba komen, waar vandaan je een fout pad koos. Nee, dat staat er niet. Er wordt zelfs geen plaats genoemd, maar ik vermoed dat de HEERE hem terugstuurde naar die Jeneverstruik, alwaar Hij hem had versterkt. Zeg maar 'terug naar de Avondmaalstafel'. Zo heb je een afgebakende periode, een afgebakende weg, die je kunt overzien. Het is dus niet alleen 'omkijken', maar zelfs 'teruggaan'. Dag na dag, stap na stap, terug en uitwissen. En dan een nieuwe start. Maar daarover komende keer.


Zo kan het gaan in je leven; dat de HEERE je een heel stuk terug laat gaan. En je vraagt je af waarvoor dat nodig is. Teruglopen ligt ons niet zo. En dingen overnieuw doen al helemaal niet. Toch kan het zijn dat de HEERE dat nodig acht. Zeker, je mag alles tegen de HEERE uitspreken, je hart luchten. En terecht wees onze predikant er zondag op dat we dat veel te weinig doen. We generen ons of … en dat is desastreuzer, we vinden dat je dat zo niet tegen de HEERE kunt zeggen. Alsof Hij onze gedachten en gevoelens nog niet volmaakt kent! Hoe naïef kun je denken. De HEERE ziet wat we in het verborgen doen, hij hoort wat we in het verborgen zeggen of denken. Hij doorgrondt onze nieren (de zetel van onze gevoelens). Dus Hij weet alles al? Ja, maar er is één ding wat wij vaak vergeten: Hij wil het zo graag uit onze eigen mond horen. Daarom ging Hij niet in tegen de turbulente woordenstroom van Elia, maar Hij liet Hem ook niet aan zijn lot over. Hij legde een stapel nieuwe taken op zijn schouders, zodat Elia werkenderwijs getroost werd. Wat een wijs God! Ken je Hem ook al zo?


Psalm 119 vers 52, 53 en 54
Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest!
Geen honig kon 't gehemelt' beter smaken;
Alleen door Uw bevelen krijgt mijn geest
Verstand van God en Goddelijke zaken;

Dies heb ik al de leugenpaân gevreesd,
En zal bedrog en slinkse wegen wraken.
 

Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet,
Mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren.

Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed
Bevestigen, in al mijn levensjaren,
Dat ik Uw wet, die heilig is en goed,
Door Uw genâ bestendig zal bewaren.


Ik ben op 't diepst verdrukt; ai, schenk mij, HEER,
Vernieuwde kracht, sterk naar Uw woord mijn leven.
Merk op in gunst, mijn God, hoe ik U eer;
Hoe hart en mond vrijwillig' offers geven;

Ai, zie daarop met welgevallen neer;
Laat in mijn hart Uw rechten zijn geschreven.

zaterdag 7 februari 2015

Hoe zal ik überhaupt verschijnen voor God?

"En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk."
1 Koningen 19 : 13a


Zijn we nog wel voldoende doordrongen van Gods heiligheid? En zo ja, is ons leven dan ook een heilig leven?


Hoe zul je God kunnen ontmoeten, als zondaar? Ik hoop dat je aanvoelt dat dat niet zomaar gaat. De joden hadden daarvoor een heel duidelijk illustratie in de tabernakel en de tempel: het voorhangsel, dat dikke gordijn dat scheiding maakte tussen God en zondaren. Zelfs geheiligde priester moesten afstand bewaren; enkel de hogepriester, nadat hij zich gereinigd en geheiligd had, mocht eenmaal per jaar in het Heilige der Heilge komen. Heb ik het mis, dat we dat best wel kwijt zijn in onze cultuur en tijd? Sterven is God ontmoeten, maar we stellen het toch niet tot dát moment uit om Hem onder ogen te komen?

Onderwonden

Toen Abraham sprak met de drie 'mannen' die bij hem op bezoek kwamen, onderweg naar Sodom en Gomorra, gebruikte hij een merkwaardig woord: "Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben" (Genesis 18 : 27 en 31). Dat woord komt slechts in Handelingen 19 nog een keer voor, waar duivelbezweerders de Naam van Jezus gebruiken, zonder er in te geloven.
Dat woord 'onderwonden' intrigeerde me vroeger al. Ik zag het heel concreet voor me, dat Abraham een doek om zijn onderlichaam wond, uit diepe eerbied voor de heilige God. Tot ik leerde dat het woord iets totaal ander betekende: ondernemen of aandurven, zo je wilt lef tonen, maar wat Abraham betreft wél met eerbied gemengd. Hij had het aangedurfd om met de HEERE te spreken. En dat liet God toe.
We lezen niet dat Abraham op de aarde viel en zijn gezicht bedekte voor de Heilige God. Hij keek met eerbied de twee engelen na en zag de HEERE naar de hemel terugkeren. Na verloop van tijd keerde hij zich om en liep terug naar zijn tent, bij Sara. Nergens een uiting van verbijstering of angst. Hij had gesproken met God en God sprak met hem als een man met zijn vriend. Wonderlijk toch?

Onomwonden

Toen Mozes veertig dagen en veertig nachten bij God op de berg Horeb was geweest, keerde hij terug tot het volk. Die bedekten hun gezicht, want het gezicht van Mozes was oogverblindend. Het schitterde: "Zo zagen dan de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken" (Exodus 34:35).
Mozes had het zelf niet door, maar merkte het uit de reactie van het volk. Dat was een aantal jaren geleden wel anders. Toen was God al aan Mozes verschenen bij de braambos. We lezen in Exodus 3 : 6 "Hij zeide voorts: Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob. En Mozes verborg zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien."
Het deksel, of de sluier (staat er eigenlijk in de grondtekst) waarmee Mozes zijn gezicht omwond, maakte dat het volk weer durfde te naderen en te luisteren. Blijkbaar moet God Zich wel gedeeltelijk verbergen, om met ons te communiceren. Wel eens goed om over na te denken. Als Hij alles zou tonen van Zijn heerlijkheid, zouden we verteren. Dat vertelde Hij ook aan Mozes, die Gods aangezicht wilde zien (in Exodus 33:20): "Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven." Toch – en daar heb je dat 'onderwinden' weer – durfde Mozes te vragen om Gods aangezicht te zien. Hij begeerde dicht bij de HEERE te zijn. Hij verlangde naar de dag dat het deksel weggenomen zal worden, de scheiding tussen de heilige God en de onheilige mens opgeheven. Ken je dat verlangen? Naar de onomwondenheid?


Om Zijn wonden

Mozes werd door de HEERE in Exodus 33 veiligheidshalve in een kloof van een steenrots gezet, toen Hij voorbijtrok. Elia is op dezelfde plek! In eenzelfde situatie, hoewel zijn begeerten toch anders getoonzet waren dan die van Mozes! Daarom valt Elia nu ook op de grond en wind zijn mantel om zijn gezicht. Zelfs met zijn ogen dicht is de gloed te intens om aan te kunnen. Hoe zou je überhaupt voor God kunnen verschijnen? Die mantel was niet afdoende. Naast dat ze zonden weg moesten tussen Elia en de HEERE, was er nog iets nodig. Er moet nog steeds iets bedekt worden om Gods heerlijkheid te kunnen verdragen, zonder te sterven. Waarmee moet je dan bedekken?
We kunnen God enkel onder ogen komen, doordat onze onheiligheid omwonden, verborgen en verzoend, is door Christus' offer en wonden. Enkel 'in Christus' kan God ons aanzien. En dan niet zo, als menig mens zou reageren: "Nou, okee dan." Maar van harte, volkomen, zonder enige reserve. Anders zou het offer van Christus maar nauwelijks, of net niet, voldoende zijn! Weet je hoe kostbaar Jezus' wonden zijn? Ze zijn je paspoort…


Vind je ook dat we te weinig rekenen met Gods heiligheid? Of ervaar je juist dat het in jouw kerk/gemeente teveel die kant op hangt en dat er dus te weinig aandacht is voor de volkomen verzoening die in Christus is; de verzoening, waardoor wij vrijmoedigheid mogen opvatten om tot de troon der genade te gaan, dagelijks? Zie je hoe belangrijk een evenwichtige preek en een evenwichtig zicht op de HEERE nodig is. Check daarom je bibliotheek, digitaal en papier, of daar de juiste balans in zit. Check wat je hoort, zegt en ervaart. De juiste balans is van levensbelang voor jezelf en voor anderen. Hoe zul je anderen in balans kunnen brengen, als je zelf in onbalans leeft?


Psalm 32 vers 1, 4 en 6

Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven;
Die van de straf voor eeuwig is ontheven;
Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
Voor 't heilig oog des HEEREN is bedekt.
Welzalig is de mens, wien 't mag gebeuren,
Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren,
En die in't vroom en ongeveinsd gemoed,
Geen snood bedrog, maar blank' oprechtheid voedt.


Gij zijt mij, HEER, ter schuilplaats in gevaren;
Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren;
G' Omringt me, daar Gij mij in ruimte stelt,
Met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.
Mijn leer zal u, o mens, naar't recht doen hand'len,
En wijzen u den weg dien gij zult wand'len;
Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,
Terwijl mijn oog op u gevestigd staat.


Rechtvaardig volk, verheft uw blijde klanken,
Verheugd in God, naar waarde nooit te danken;
Zingt vrolijk, roemt Zijn deugden t' allen tijd,
Gij, die oprecht van hart en wandel zijt.

donderdag 5 februari 2015

Hoe ga jij God ontmoeten?

"en na het vuur het suizen van een zachte stilte"
1 Koningen 19 : 12b






 
Hoe ga jij God ontmoeten?


Als tiener vond ik het altijd heerlijk om ergens in de polder te lopen, ver weg van de auto's en ander lawaai. En dan even stilstaan en de stilte voelen. Héél in de verte hoorde je dan nog een hond blaffen of een brommer knetter of kinderstemmen. Heel in de verte… maar om je heen was de stilte die drukte op je trommelvliezen. Heerlijk. Het suisde zachtjes in je oren. Dát… dat moet dat suizen van een zachte stilte zijn geweest. En nog steeds vind ik het heerlijk om zo'n plek op te zoeken, er te wandelen, af en toe even stilstaan en de stilte voelen. Gouden momenten… stilte; stil met God!

Suizelingwekkend
Sowieso kan stilte suizen na een enorm lawaai. Denk je in welk geluidsgeweld er op Elia's oren is afgekomen toen de orkaan bulderde, de aarde op haar grondvesten schudde en de klaterende donder rolde terwijl het vuur sissend om zich heen spoot. En dan… stilte. Dan suist het in je oren. Suizelingwekkend!
Hoe was het in de Hof van Eden? Daar was ook dat suizen van een zachte stilte. Een lichte ritseling, waaraan Adam en Eva bemerkten: nu komt de HEERE. Wel, zo'n paradijsmoment mag Elia hier op de berg beleven. Hij mag Hem bemerken aan het suizen van een zachte stilte. Tot driemaal toe heeft hij gespannen opgelet of de HEERE meekwam. Spiedend gingen zijn ogen rond, zijn oren stonden op scherp, ondanks het natuurgeweld. Maar wat zijn zintuigen ook waarnamen, de HEERE was er niet in…

Duizelingwekkend
De massaliteit van een groot orkestwerk of orgelstuk kan je imponeren. De gigantisch bombastische klanken van een oeuverture, waarin de componist zijn gehele muziekstuk samenbalt en alles uit de kast haalt. of een indrukwekkende toccata waarin de musicus zijn technische kunnen uitstalt en de toetsen haast rapper dan zijn vingerkootjes laat bewegen. In duizelingwekkende vaart tuimelen de klanken over elkaar heen. Maar… als dat grootse en imponerende dan soms niet tippen aan een ingetogen etude of nocturne met maar enkele toetsen tegelijk, soms slechts één.
De stilte die God trekt in je geloofsleven bij het lezen en rustig overdenken van een enkel woord uit de Bijbel, kan indrukwekkender zijn dan de stapels impressies die je bij tijden mag ervaren in een preek, waarin de prediker je meeneemt in bevlogen bewoordingen en de diepten van God beeld na beeld toont. Soms slechts één woordje dat inslaat…

Huiveringwekkend
Elia wordt stil. Deze stilte maakt hem sprakeloos. Hij heeft opeens niet meer zo geijverd voor de HEERE. Een suizelingwekkende stilte, want God komt er aan. Nu! De kaken op elkaar. De spieren gespannen tot elke vezel. Wat zal er gaan gebeuren. Immers, God komt mee… dan mag er verwachting zijn.
Ziende op zijn omstandigheden, met de naklank van zijn verbolgen woorden nog in zijn oren, trekt er een huiver door Elia heen. In het volgende vers blijft hij stokstijf staan bij de opening van de spelonk en bedekt zijn gezicht. God ontmoeten is huiveringwekkend. Het ligt niet glad, lijkt het wel. Hij wilde veertig dagen daarvoor nog door de HEERE weg worden genomen. Het lijkt wel of die veertigdagentijd hem tot andere gedachten heeft gebracht. Huiveringwekkend is Gods nadering. Maar tegelijkertijd… daar komt geen onbekende God aan. Hij Die daar nadert is Zijn God, Die Zich verbond aan Elia's naam. De God van het verbond. De God van het volk Israël. De God van Elia.


Voor wie deze God  tegemoet gaat – en dat ga je als je moet sterven – zonder een nieuw hart, is God een verterend vuur! Wie deze God denkt te kunnen ontmoeten met grootse prestaties in zijn of haar aardse leven, zal door Gods aardbeving al zijn vergankelijke idealen ineen zien storten. Wie een huis meende te bouwen zonder het fundament Christus, zal moeten toezien dat Gods wind ertegenaan blaast. En zijn val is groot… Is je paspoort getekend door Hem?


Lied 890, bundel Johannes de Heer
Ieder uur, ied're stap brengt ons nader. Bij de grens van leven en dood.
Heeft de Heiland uw paspoort getekend? Met Zijn bloed dat Hij reddend vergoot?
Nog is het tijd, de Heer geeft gená. De toegang is vrij door Golgotha.
Jezus ging voor, Hij wacht bij de grens. Is uw paspoort getekend, o, mens?


Gij kunt zelf de tol niet betalen. Zilver en goud verliest daar zijn macht.
Slechts het kruis in uw paspoort geeft toegang. Tot het land waar de Heiland u wacht.
Nog is het tijd, de Heer geeft gená. De toegang is vrij door Golgotha.
Jezus ging voor, Hij wacht bij de grens. Is uw paspoort getekend, o, mens?


Het is nu het uur der beslissing. Bij de grens begint het gericht.
O, geloof in uw Heiland uw Redder. En Hij voert u naar het eeuwige licht.
Nog is het tijd, de Heer geeft gená. De toegang is vrij door Golgotha.
Jezus ging voor, Hij wacht bij de grens. Is uw paspoort getekend, o, mens?
       

maandag 2 februari 2015

Grote tekenen, maar God was er niet in

"En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; en na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet…"

1 Koningen 19 : 11b-12a

Elia heeft de vernietigende kracht van een orkaan, een aardbeving of hemelvuur vlak voor zich gezien, maar… God was er niet in!



De elementen aarde, wind en vuur spreken spirituelen erg tot de verbeelding. Samen met water vormen ze de basiselementen en de vier segmenten van de horoscoop. Niet dat ik je met die kennis wil belasten, maar soms vraag je je af, waar occultisten en aanverwanten hun kennis en theorieën vandaan halen. Ik ben ervan overtuigd dat in de occulte wereld niets zelf verzonnen is, maar alles nageäapt door satan en veelal omgekeerd toegepast. God gebruikt hier drie elementen, wind, aarde en vuur en laat Elia in een spiegel zien, waar hij zijn verwachting op stelde. Spiritualiteit en occultisme spreekt tot de verbeelding, maar voor je het weet heeft het je in zijn greep. Macht en kracht spreken eveneens tot de verbeelding. Elia moest leren dat het niet door kracht, niet door geweld zou geschieden, maar… door Mijn Geest, Die Zich manifesteerde, zoals Hij dat ook in de Hof van Eden deed.

Wind

Achter Elia's woorden zit niet alleen teleurstelling. Elke teleurstelling creëert een geest van boosheid over het onrecht. Er zal vast wel een wetenschappelijke verklaring zitten over wat die boosheid voor stofje in je hersenen aanmaakt, zodat je 'er' weer tegen kunt of zo. Maar dat neemt de kern niet weg: de boosheid die, hoe gering ook, vrijkomt, komt voort uit onze oude mens. Het feit dat God grote krachten aan Elia laat zien, wijst erop dat Elia moet leren dat het niet in kracht gelegen is, of er overwinning is.
Wind is een fenomeen, dat in de Bijbel tamelijk regelmatig voorkomt. Middels krachtige wind liet God de wateren van de zondvloed stilstaan (Gen. 8:1).
God gebruikte de wind om het volk Israël te voorzien van kwakkelen (Num. 11:31).
En nog onlangs had Elia het geweld van de wind ervaren, waardoor hij Achab moest aansporen om snel naar Jizreël terug te rijden (1 Kon. 18:45). Dat leek het geweld van God te zijn, maar in die krachtige wind – die weliswaar de langverwachte regen voortbracht – was het werkelijke resultaat niet waar Elia op had gehoopt.
En ook in onze dagtekst scheurt de wind de bergen wel, zodat er brokken steen naar beneden tuimelen, misschien wel rakelings langs Elia heen, maar… dat geweld is nog geen liefelijk aangezicht van God. God is er niet in. We lezen wel dat God Zich aan Elia wilde vertonen: de HEERE 'ging voorbij'. Dat doet me denken aan Jezus, Die wandelend op de golven 'voorbij wilde gaan'. Ds. A.J. Kunz legde dat jaren geleden eens uit als wilde Jezus Zijn almacht tonen aan Zijn jongeren. Een prachtige en diep lijn…
In onze tekst merken de Kanttekenaren op bij dat 'voorbijgaan': "De Heere is aldus Elia verschenen, om hem te verzekeren van Zijn tegenwoordigheid, te onderwijzen van zijn goddelijke eigenschappen, en te versterken in Zijn dienst, opdat hij overwonnen hebbende de vrees der mensen in zijn roeping standvastiglijk zou voortgaan." Geen riet, dat door de wind heen en weer bewogen wordt, maar de zwaarste stormen trotserend…

Aarde

Het natuurgeweld is dus een oefening voor Elia. Maar… God  was niet merkbaar in dat natuurgeweld. Daarbij wordt door de Kanttekenaren aangemerkt: "De Heere is wel overal, maar niet op allerlei manier. Hij is in den wind, in de aardbeving en in het vuur niet geweest ten aanzien van Zijn goddelijke aanspraak, maar alleen ten aanzien van de openbaring van enige goddelijke eigenschappen." De HEERE is wel alomtegenwoordig, maar dat betekent nog niet dat we Hem overal in herkennenl, laat staan dat we Hem er beter door leren kennen. Wij zijn uit de aarde aards… uit stof geformeerd en we zullen, zo de Jongste Dag niet eerder aanbreekt, tot stof weerkeren.
Was het in het voorgaande de bulderende orkaan die de steenrotsen deed afbrokkelen, nu scheurt de basis van de bergen, de aarde. En dan te bedenken dat de mensen in die oude tijd nog meenden dat de aarde plat was… dat betekent dat de aarde kon breken en waar val je dan heen?
Het is diezelfde aarde die op de eerste Paasmorgen schudt, wanneer een engel bij het graf in de Hof van Jozef van Arimathéa neerdaalt. Het is eenzelfde aardbeving, die de aarde en de rotsen doet scheuren, op de allerbeste Vrijdag die de wereld ooit heeft gekend. Zó zelfs dat niet alleen de graven open breken, maar ook de doden opstaan. Als voorproef van de grote en doorluchte Jongste Dag die komen gaat.
Maar hier in onze tekst is God niet in de aardbeving. Wat een impact moet het op Elia hebben gehad, ondanks de wetenschap dat God het wel was Die dit ontketende. Elia wist dat de HEERE er was, maar niet ín dat geweld van die aardbeving!

Vuur

De krachten stapelen zich op. Eerst het gebulder van de wind, daarbij het gedaver door de ferme aardbeving. En als klap op de 'vuurpijl' een serie helle lichtflitsen. Ook dat herkende Elia… van de Karmel. Vuur van de hemel. "Spreek o God, laat Uw volk zien, als door de bliksem getroffen, dat U God bent!" Ze hebben het geweten, het volk, de koning en Elia.
Maar nu, opnieuw vuur. Het zal niet hebben ondergedaan voor het vuur op de Karmel. Wanneer God met vuur spreekt is er veelal verbolgenheid. Maar zelfs dát merkt Elia hier niet op. Het is vuur, van een bovennatuurlijk geladenheid, maar… God is er niet in. Geen enkele reactie van God, na de vuurklap.
De Boanerges, de zonen des donders, zouden gejuicht hebben als ze dit vuur hadden gezien. Wat dacht je, als ze erbij waren geweest, op de Karmel. Het had hen hoogstwaarschijnlijk tegengevallen dat dat vuur van de hemel die goddeloze koning Achab en zijn trawanten niet had gedood. Was God eigenlijk wel in dat vuur op de Karmel? Ja, het was Zijn antwoord en het volk was op de grond gevallen maar daarna bleef het toch erg stil.
O, denk niet dat God nooit wat met vuur heeft. Het waren Jezus' Eigen woorden: "Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, indien het alrede ontstoken is?" (Lukas 122 : 49). De Kanttekenaren lichten dat toe: "Dat is, de leer des Evangelies, welke in zichzelve en ten aanzien der gelovigen ene leer des vredes is, maar door de boosheid der mensen, die haar niet willen verdragen, wordt zij een vuur der vervolging en aanleiding van tweedracht." Maar wat wil ik nog meer, constateert Jezus, het is al aangestoken. Opmerkelijk is het dat Jeremia tegen het volk moet zeggen: "Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?" (Jeremia 23 : 29). Wie denkt daarbij niet aan de aardbeving en het vuur bij Elia, hier op de berg Sinaï? 
Is de twist over geloofszaken ook niet vaak een vuur, waarin God niet is? Zeker, we moeten grenzen stellen. We kunnen niet alles maar goed vinden, maar… een godsdienst zonder geloof in Christus is als een vuur zonder passie. Dat is slechts een verterend vuur, zonder enige opbouw!
Vuur… de aarde zal eenmaal niet door water, maar door vuur vergaan; de hel is gevuld met onuitblusselijk vuur. Maar dat is niet het doel dat God voor ogen heeft. Het vuur zal niet het laatste woord hebben. Zo ook hier. Er is nog één element over: lucht, adem of … geest; Geest. Dat zullen we morgen zien.


Wat is het belangrijk dat we God werkelijk kennen. Telkens weer zullen we er achter komen dat de HEERE zo geheel anders is. Zijn wegen zijn hoger dan de onze. Zijn gedachten hoger dan de onze. Zalig ben je als je dat gaandeweg je leven meer gaat ontdekken. Dat maakt Hem niet onbereikbaarder; integendeel! Juist dat grove natuurgeweld hoort bij het godsbeeld dat de wereld van God tekent. Ook de godsdienstige wereld in de kerk! Maar wie de HEERE écht heeft leren kennen, heeft het ongedachte, onbegrijpelijke en onpeilbaar diepe van Gods vriendelijk aangezicht leren zien. En dat is een vuur, dat God in je hart wekt, waar je steeds meer van wil ervaren. De beperktheid van dit ondermaanse stelt je keer op keer teleur. Hoe voedt het evenwel het verlangen om Zijn aangezicht eeuwig, ongestoord te mogen zien en aanbidden! Herken je het? Laat het stil worden. Want in de stilte schiep God, in de stilte streed Jezus, in de stilte stond Hij op en in de stilte werkt Gods Geest in je hart. Totdat het oorverdovende geluid van de laatste bazuin aanbreekt. Ja dan! Dan breekt alle natuurgeweld los. Een dag waarop mensen zullen gillen: "Bergen bedek ons…" Een onzinnig gebed. Maar voor Gods kinderen zal juist die dag iets zijn om naar uit te zien. Met een groot verlangen!


Psalm 130 vers 2 en 3
Zo Gij in 't recht wilt treden,
O HEER, en gadeslaan
Onz' ongerechtigheden,
Ach, wie zal dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, HEER, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.

Ik blijf den HEER verwachten;
Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop, in al mijn klachten,
Op Zijn onfeilbaar woord;
Mijn ziel, vol angst en zorgen,
Wacht sterker op den HEER,
Dan wachters op den morgen;
Den morgen, ach, wanneer?