vrijdag 19 april 2019

“Vader, vergeef het hun…”

Lijdenstijd 2019 - Bezinning XXIII

Laat hen verwoest worden tot loon hunner beschaming,
die van mij zeggen: Ha, ha!
Psalm 40 : 16

Iemand uitlachen is min. Het kan zijn dat iemand het ernaar gemaakt heeft door arrogant te doen en vervolgens zelf een flater te slaan. Dan hebben we vaak zo iets van ‘boontje komt om zijn loontje’ (zoek trouwens maar eens bij ‘onze taal’ waar dat gezegde vandaan komt!
Maar de woorden van de Psalm lijken een toon aan te slaan die meer bij het spreekwoord van daarnet past dan bij wat Jezus deed: “Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen!”
Dat ‘Ha, ha’ komen we in de lijdensevangeliën ook tegen. Het is opmerkelijk dat Johannes op die details helemaal niet ingaat. Hij lijkt voorbij te zien aan de spot bij het kruis. Maar die is ongemengd bitter. Lees de beschrijving van Markus (die veel lijkt op die van  Mattheüs): “En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, Behoud Uzelven, en kom af van het kruis. En insgelijks ook de overpriesters, met de Schriftgeleerden, zeiden tot elkander, al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen. De Christus, de Koning Israëls, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.” (Markus 15:29-32)
Je voelt hoe ze op de vulkaan dansen. Ze tarten de Zoon van God! Straks zal Hij met macht en majesteit “Het is volbracht” roepen, zó overtuigend en aangrijpend dat het voorhangsel van de tempel scheurt! Daarmee liet Hij in één klap zien hoe leeg hun godsdienst was: de ark was weg!
Tegen Pilatus sprak Hij over Zijn macht waarmee Hij legioenen engelen had kunnen bevelen. Maar Hij deed het niet. Hij kwam niet af van het kruis. Hij ging niet in op de laster die hemeltergend was! Hij zei niet: “Geef hen hun verdiende loon: laat hen verwoest worden!” “Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden…”

Wensende onzin en wenselijke zin

Lijdenstijd 2019 - Bezinning XXII


Het behage U, HEERE, mij te verlossen; HEERE, haast U tot mijn hulp.
Psalm 40 : 14


Die wensende vorm werkte aanvankelijk afstotend op mij. Ik houd niet zo van wensende woorden. “Het behage U, HEERE…” klinkt mij alsof de persoon in kwestie veinst en een wit voetje bij God wil halen. Doe je niet deemoediger voor dan je bent. Ik heb een allergie voor mensen die zeggen te zuchten en te steunen. Houd dat maar in de binnenkamer; kijken of er dan nog zo gezucht wordt! Lijkt dat soms op die lange gebeden van de Farizeeën op straat?
Maar… dat woord ‘behagen’ bleef me aanstaren. Wat was daar mee? Het kan ‘een welgevallen hebben’ betekenen, of ‘aanvaarden/aannemen’. Toen de Vader in de hemel Zijn Zoon uit het water van de Jordaan zag komen riep Hij vanuit Zijn Heiligdom, ten aanhoren van alle engelen, heiligen en omstanders: “Deze is Mijn Zoon, in Wie Ik ál Mijn welbehagen heb!” Dat moet daverend hebben geklonken, denk je niet? Als God ergens opgetogen over is, dan gaat het er expressief aan toe!
Waarom had Hij zo’n behagen in Zijn Zoon? Om dat Díe ging doen waar Hij blij van werd: de weg van ons weer openen naar Zijn Vaderhart. Wij lieten het er maar bij zitten, alsof het niet echt boeiend was! Ja, wij hadden het vermogen ook niet, maar… we zaten er ook niet op te wachten!
Verlossen! Dat was nu precies het werk dat de Zoon ging doen en daarover was de Vader zo opgetogen. De dichter leert mij bidden om de Zoon Zijn gang te laten gaan: “Doe dat werk van de verlossing, waarover de Vader Zich zo intens verheugt, ook aan mij. En doe het met haast!”
Ds. Koppelaar zei zondag: we kunnen God geen groter eer brengen dan Hem om hulp en ontferming te roepen: Hosanna! Hem laten merken en horen dat wij Hém nodig hebben en niet zonder het werk van Zijn Zoon kunnen. Gooi al je wensende krukken – waarmee je God dacht gunstig te stemmen en aan je kant te krijgen – maar aan de kant en roep Hem aan in Zijn Zoon… ­Welbehagelijker kun je het niet doen!

woensdag 17 april 2019

De ongerechtigheden van Jezus

Lijdenstijd 2019 - Bezinning XXI


Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.
Psalm 40 : 13


Juist vanwege die gerechtigheid die breed uitgemeten wordt in de ‘grote gemeente’ raakt de hoofdpersoon in deze Psalm in de problemen. Je vraagt je af: over wie of Wie gaat het hier? Terecht trekken de Kanttekenaars hun wenkbrauwen op: “Als je dat ‘mijn ongerechtigheden’ interpreteert als ‘mijn zonden’, dan spreekt David hier natuurlijk over zichzelf en niet over de Heere Jezus. Want Die laatste is uiteraard het volmaakte Lam van God, Dat zónder zonde was. Hoewel het natuurlijk wel zo is dat Hij voor onze zonden als Borg heeft willen betalen! Lees daarover 2 Kor. 5:21; en over de straf die Hij heeft willen dragen Jes. 53:5, 6, 8, 10, 11.
Die eerste tekstverwijzing (2 Kor. 5:21): “Want Dien Die geen zonde
gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden ­rechtvaardigheid Gods in Hem.” Dat krijg je toch niet klein? Wat een diepte!
Nee, Jezus kon niet zeggen “Mijn ongerechtigheden hebben Mij aangegrepen”. Hoewel… Als we goed op ons laten inwerken wat Paulus in 2 Kor. 5 zegt, dan werd Jezus ‘tot zonde gemaakt’ voor (of in plaats van) ons. Hij bleef niet afstandelijk kijken naar mijn zonden, maar Hij maakte ze tot Zíjn zonden.
Toen Hij in Gethsémané, in de zaal van de Hogepriester, bij Pilatus en op Golgotha al die haat tegen Hem ervoer en boven zich de toorn van de Vader zag ontbranden toen kon Hij met recht die woorden uit onze tekst zeggen: “Want rampen, niet te tellen, hebben Mij overvallen; Mijn ongerechtigheden hebben mij bedolven, en Ik heb ze niet kunnen overzien. Het zijn er meer dan de haren op mijn hoofd! Ik heb alle hoop verloren.” (HSV & Basisbijbel).
Je denkt toch automatisch aan Jezus kreet: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” Zo diep vereenzelvigde Jezus Zich met mijn situatie! Hij nam mijn ongerechtigheden en ik kreeg Zijn gerechtigheid. Amazing Grace!

dinsdag 16 april 2019

Collectie voor een groot publiek

Lijdenstijd 2019 - Bezinning XX


Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente;
zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE, Gij weet het.
Psalm 40 : 10


Onze tekst lijkt op Psalm 22: “Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen (23). Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen (26). De Kanttekeningen verwijzen naar Ps. 35:18 “Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volk zal ik U prijzen” en
Ps. 111:1: “HALLELUJAH. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; in den raad en vergadering der oprechten.” Dat klinkt best massaal. Je zou zeggen: het kan niet groots genoeg. Iedereen moet het horen!
Maar er wordt ook verwezen naar teksten die meer inzoomen op wíe dat dan zijn. Hebreeën 2:11-12: “Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen. Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.”
En alsof het allemaal nog niet op kan, zoomt de Hebreeënbriefschrijver nog verder in: “Want waarlijk, Hij neemt de engelen niet aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan. Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen. Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij dengenen, die verzocht worden, te hulp komen.” Wat een publiek!
Onder die miljoenen had Hij ook mij op het oog. Hij schaamt Zich niet om mij Zijn ‘broeder’ te noemen, terwijl ik zo vaak me schaam om open en eerlijk voor Hem uit te komen. Hij heeft werkelijk álles gedaan wat er te doen was bij God om mijn zonden te verzoenen. Tot op de laatste druppel uit de beker van Gods toorn! En als klap op de vuurpijl: Hij wilde zó diep gaan om werkelijk een medelijdende Hogepriester te zijn. Mijn Lam en Koning!

Gids langs hemelse topstukken

Lijdenstijd 2019 - Bezinning XIX


Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente;
zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE, Gij weet het.
Psalm 40 : 10


Wat hebben de dominee, jij en ik aan mensen te vertellen over God, als Christus niet voor de zonde was gestorven? We kunnen hooguit met ons beperkte brein wat interessantigs stamelen, maar het is gebakken lucht en doelloosheid.
Maar nu de Heer’ is opgestaan! Dus ook gestorven! Dus is ook het offer voor de zonde gebracht en is er werkelijk wat te vertellen! Dat beseft de dichter profetisch als hij zingt: “Ik evangeliseer Uw gerechtigheid aan de grote massa!” Die vier melaatsen, die daar buiten de poort van Samaria met de dood in de schoenen liepen, hadden daar ook iets van begrepen: “Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap, en wij zwijgen stil!” (2 Kon. 7:9).
Laat je eens meenemen, als het ware, langs de topstukken uit Gods collectie die Hij heeft ophangen in de zaal van Zijn Woord! Eerst kijken we naar wát er zoal ‘ophangt’ en de volgende keer kijken we naar het publiek.
De Kanttekeningen wijzen bij de inhoud van de ‘collectie’, de gerechtigheid, naar Romeinen 3:21-22: “Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard (tentoongesteld) geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de Wet en de Profeten: namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven; want er is geen onderscheid.”
Die gerechtigheid wordt uitgeschilderd als “die voor God geldt (geldig is), en die God schenkt”, twee kanten van hetzelfde schilderij! Je zou al die tekst­verwijzingen eens moeten overdenken! Zoveel pareltjes!
De wet schildert Gods gerechtigheid namelijk zo anders uit! Die accentueert enkel de eis van de volkomen gehoorzaamheid van den mens. Het Evangelie daarentegen wijst ons op Christus’ gehoorzaamheid. Tegelijk is het mooie dat de Schriften van Mozes, evenals de profeten ons tóch iets wezenlijks vertellen over de rechtvaardigheid van God door Christus! Zonder hen zie je lang niet zoveel diepte en detail in Christus’ offer! Het zijn dode wegwijzers tot het leven.

Onze Vader in de Aanspraakplaats

Lijdenstijd 2019 - Bezinning XVIII


Uw wet is in het midden Mijns ingewands.
Psalm 40 : 9b


Al eerder legde ik een link tussen ‘midden Mijns ingewands’ en het ‘Heilige der Heilige’, ofwel het binnenste heiligdom (HSV) of de aanspraakplaats (SV) in de tempel (2 Kron. 4:20). Als je de tempel als een lichaam ziet zing je in Psalm 40 met ‘…in ’t binnenste ingewand’ iets heel dieps! Jezus droeg de wet niet alleen in Zijn heilige hart, maar Hij droeg ze ook mee tot voor de troon van Zijn Vader! Alleen Híj kon oprecht verschijnen voor Zijn Vader.
Ik vind ‘aanspraakplaats’ een stuk intiemer klinken dan ‘binnenste (of meest verborgen) heiligdom’. Immers, dát is dus de plek waar je met God kunt communiceren; dáár is Hij online! En hoe bijzonder is dat?! Dat is dankzij Jezus, Die niet het heiligdom hier op aarde – dat dus leeg was (!) – maar het hemelse Heiligdom binnenging met Zijn Eigen offerbloed!
Daarover staan diepe dingen in de Hebreeënbrief. “Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons…” (Hebr. 9:24). En “Welke (de hoop) wij hebben als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel; daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Jezus…” (Hebr. 6:19-20).
Het Heilige der Heilige in de tempel is niet meer de aanspraakplaats; onze hoop richt zich voortaan op die nieuwe aanspraakplaats, die Christus in de hemel heeft gecreëerd met Zijn offer. Geen offer- en schaduwendienst meer. Geen duistere raadsels, maar heel concreet 1 op 1 spreken tot God Zelf!
Jezus legt het in Johannes 16 uit, vlak voor Zijn ­Hogepriesterlijk gebed, dat als een illustratie hierbij dient (Joh. 17): “Nadat Ik zal zijn opgestaan uit de dood moeten jullie in Mijn Naam bidden tot de Vader; Ik doe dat niet meer voor jullie, want Mijn Vader heeft jullie Zelf lief!” Daar word je toch zeker heel stil en klein van? Met het offer op Golgotha ging Hij ons weer in contact brengen met Zijn Vader! Vrijmoedig bidden we: “Onze Vader Die in de hemelen zijt…”

woensdag 10 april 2019

Wet staat niet los van Woord

Lijdenstijd 2019 - Bezinning XVII


Uw wet is in het midden Mijns ingewands.
Psalm 40 : 9b


Dat ‘midden in Mijn ingewand’ lijkt iets mystieks te zijn. De International Standard Version vertaalt het met “Your Law is part of my inner being”, ‘een onderdeel van mijn innerlijke wezen’. Het ‘ingewand’ is dus niet letterlijk bedoeld. De New Living Translation verbindt de twee delen van vers 9 zo met elkaar: “I take joy in doing your will, my God, for your instructions are written on my heart.” Daar is het feit dat Gods geboden op ‘de tafels van’ mijn hart zijn geschreven, de reden waarom ik er vreugde aan beleef om Gods wil te doen.
Er zijn mensen die een merkwaardig vermaak in Gods regeltjes hebben. Ze lijken op Paulus (vóór zijn bekering) en op de ‘rijke’ jongeling die meenden dat Gods ‘regels’ een soort afturflijstje waren. Deze mensen kunnen jou precies vertellen waarom datgene wat jij zegt, vindt of doet niet klopt. Want overal hebben ze wel een ‘citaatje’ waaruit blijkt dat zij het zuiverder weten dan jij.
Het is echter maar de vraag of Gods wet wel echt in hun hart is geschreven; het is te vrezen dat zij nooit werkelijk vreugde hebben beleefd aan het doen van Gods wil. Zij vereenzelvigen Gods geboden met Gods wil, maar verengen zo Gods vreugde tot een star naleven van instructies. Daar zit geen vreugde in en daarom ook geen leven! En satan maakt daar handig gebruik van!
De vreugde die Jezus beleefde aan het doen van de wil van Zijn Vader laat zich niet beschrijven in instructies, maar in toegewijde liefde: agapè. Hoe is God de Vader? Mensen die zeggen dat je dat niet kunt weten, hebben meer dan de helft van hun Bijbel dichtgemetseld. Jezus heeft gezegd: “Wie Mij ziet, heeft ook de Vader gezien”. In Hem heb je een levende en levendige illustratie van Wie God is. En denk niet dat je je dan moet beperken tot het Nieuwe Testament. Juist Jezus heeft enorm veel lijnen getrokken vanuit het Oude Testament – ook vanuit de thora – naar Hemzelf. Beide Testamenten versterken elkaar en zetten God weer centraal in ons leven. Hij wil in het aller-innerlijkste van jouw wezen functioneren met Zijn Geest! Net zoals bij Jezus!