zaterdag 21 november 2020

Maar wij zien Jezus!


Toch zien we nu niet dat de mensen over alles heersen. Maar we zien wel Jezus. Hij had voor een korte tijd een lagere plaats gekregen dan de engelen, omdat Hij moest sterven. Maar daarna kreeg Hij alle eer en macht en majesteit. Hebreeën 2 : 8b-9a

Na een flink betoog dat Jezus belangrijker is dan de engelen, gaat Paulus in op iets onbegrijpelijks. Jezus, de Zoon van God, vele malen hoger dan de engelen, werd mens! Hoe kan dat ooit bevat worden? De Basisbijbel vat dat mooi samen in een kopje ‘Jezus werd mens om mensen te kunnen redden’.

En nee, Jezus is niet gelijk aan de mensen gebleven. Door Zijn verlossingswerk is Hij in alle heerlijkheid verheven en is Hem alle macht in hemel en op aarde gegeven. Ook daarin onderscheidt Hij Zich van de engelen en de mensen.

Paulus citeert Psalm 8 en stamelt in opperste verbazing: “Hoe kan het dat U aan de mens denkt? Hoe kan het dat U Zich met hem bezighoudt? U heeft hem een iets lagere plaats gegeven dan de engelen. Maar U heeft hem ook alle eer en macht en majesteit gegeven. En U laat hem over alles heersen.”

Inderdaad dacht God in genade aan de mens. Maar deze Psalm krijgt hier een diepere dimensie op Jezus. Want we zien nu nog geen mens over alles heersen. Al helemaal niet over 'alles'!

“Maar we zien wél Jezus. Hij had voor een korte tijd een lagere plaats gekregen dan de engelen, omdat Hij moest sterven. Maar daarna kreeg Hij álle eer en macht en majesteit.” Hoe geweldig is die wetenschap!

Blijkbaar is er in dat machtige werk van Jezus alle reden om Hem te loven en te prijzen. Paulus komt woorden tekort. Dat is een herkenbaar iets; woorden te kort komen om Hem groot te maken. Ken je dat?
Jezus bracht een offer voor de zonde. Niet van Hemzelf maar van ons. Hij betaalde onze schuld. Maar let dan even goed op hoe Paulus dat verwoordt in deze tekst! Hij zegt niet 'Jezus kwam' en 'Jezus stierf' en 'Jezus nam de straf op Zich', maar juist hier accentueert Paulus het werk van de Vader door de Zoon, zoals bij de schepping! Luister maar: “Want God liet zijn Zoon in onze plaats sterven. Hij nam zo onze straf voor al onze ongehoorzaamheid, en legde die op Zijn Zoon. Dat deed Hij omdat Hij zoveel van ons houdt.”

Dus in al dat werk toont Jezus ons Zijn Vader. En dat vraagt van ons dat we ons beeld van God moeten bijstellen. Vers 11 stelt dat de Eersteling Zijn werk zó volmaakt heeft gedaan, dat Zijn Vader allen die door Hem worden wedergeboren gelijkstelt aan Zijn Zoon.

En Jezus schaamt Zich er niet voor om jou en mij Zijn broers en zussen te noemen. Dat klinkt heel plat maar het is een pijlloos genadig diepe werkelijkheid! Snap je Paulus opgetogenheid als hij Jezus ziet?

vrijdag 20 november 2020

Het risico van God niet serieus nemen

Nu heeft de Heere ons Zélf het goede nieuws verteld. Dan kunnen jullie wel begrijpen dat er een nog veel zwaardere straf volgt, als we dáár niet aan gehoorzamen. En andere mensen die het goede nieuws van Hem hebben gehoord, hebben ons laten zien dat dat nieuws de waarheid is. Ook God Zelf laat zien dat het de waarheid is. Namelijk door de wonderen die Hij doet, en doordat Hij de gaven van de Heilige Geest geeft. Hebreeën 2 : 3-4a

Er zijn mensen die hun hele leven tobben over de vraag of God hen wel wil zaligmaken. Of Zijn Woord ook wel voor hén bestemd is. Dat heeft hele generaties kapotgemaakt en wantrouwig tegenover een welmenend God. Overal wordt wat achter gezocht. Achterdocht maakt meer kapot dan je lief is.

De dagteksten gaan nog een stapje verder. Er is een risico, dat je loopt, als je achterdochtig bent over Gods goede nieuws. Mensen die de wet graag hanteren zeggen: wie de wet niet houdt, kan niet zalig worden. Zondaars kunnen immers niet met God omgaan, omdat God de zonde haat.

Nou, ze gaan wel gemakkelijk voorbij aan de offers die in die wetten waren aangeprezen. Voor allerlei gelegenheden waren offers bedacht door de Heere. Er moest bloed vloeien. Daarmee kon (in zekere zin) de zonde verzoend worden.

Was het daarmee ook weer goed tussen de zondige Jood en God? Ja en nee. Het is iets té ­gemakkelijk als je zou zeggen dat die offers de zonde wegnamen. Het bloed van stieren en bokken was geen verzoening op zich. Het was een tegoedbon voor hét Lam dat komen zou, de Messias.

Daarnaast ging het God niet om het bloed op zich, maar om de gezindheid. Dat zit zo. Toen er giftige slangen in de woestijn waren die de Israëlieten een dodelijke beet toebrachten, moest Mozes in allerijl een kopie-slang van brons of koper maken. Die slang van metaal kon niets. Het ging God ook helemaal niet om dat koper of brons, maar om de houding van de Israëlieten: gehoorzaamheid.

God gebood de offers, maar dat bloed, noch die dieren, deden iets. Het offeren zoals God het had geboden vereiste diezelfde gehoorzame houding. En daarbij vertelde het van het betere, volmaakte Lam, Dat eens zou komen.

Het gehoorzamen van de wet was voor de mens nog een stuk gemakkelijker dan het gehoorzamen in dit ‘nieuwe normaal’: geloven in de Zoon van God. Sommige orthodoxe Joden stellen die Godheid van Jezus onder kritiek. Sommige orthodoxe christenen stellen de bedoelingen van God in de zending van Zijn Zoon onder kritiek. Ze zeggen, hoe vroom ze het ook aankleden: “Het is wel waar, maar niet echt voor mij gebeurd.” Maar aan die houding hangt hetzelfde risico als bij de door slangen gebetenen: de dood!

donderdag 19 november 2020

Doe dat en leef

 

Daarom moeten we ons houden aan wat we hebben gehoord. Anders komen we verkeerd uit. Let op: de boodschap die door engelen aan de mensen was gegeven (namelijk de wet van Mozes), moest worden gehoorzaamd. Wie dat niet deed, werd streng gestraft. Hebreeën 2 : 1-2

Vooraf moet ik eerlijk toegeven dat de theologie van de Kanttekeningen – over het bewijs in het Oude Testament dat Jezus Gods Zoon is – voor mij wel waar is, maar voor bijvoorbeeld Joden helemaal niet doorslaggevend is. Het is namelijk niet sterk om vanuit het Nieuwe Testament bewijs in het Oude Testament aan te wijzen, maar vervolgens daar – als bewijs voor het feit dat op die plek over Christus wordt gesproken – weer terug te verwijzen naar het Nieuwe Testament.

Zo wordt in Hebreën 1 vers 8 naar Psalm 45 vers 7, maar dáár zeggen de Kanttekeningen dan weer: “Dat dat 'o God' slaat op den Heere Jezus Christus, betuigt de Heilige Geest duidelijk in Hebr. 1:8, 9.” Zo kan ik het ook. Maar dan voer je je eigen bewijs aan en dat overtuigt een Jood niet! Die zal zeggen: deze Psalm gaat over Salomo en meer niet!

De enige tekst die overeind blijft is Psalm 110 : 1, waar staat “De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit tot Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.” Al zou je ook kunnen zeggen dat het daar over David gaat.

Hiermee wil ik graag dat je kritisch nadenkt bij wat je leest, ook wat wordt gezegd in de Kanttekeningen. Daarmee twijfel ik er niet aan, maar voor de Jood zal dit geen bewijs zijn, dat Jezus Gods Zoon is.

Dat brengt me direct bij de oproep van Paulus om ervoor te waken dat je zomaar, door kopieergedrag, 'doorvloeit' of 'ontspoort'. Er waren Joden die de Hebreeën weer terug wilden trekken, de wettische gehoorzaamheid in. Let dus op wat je hebt gehoord of gelezen en vorm daarmee je mening, zodat je ruggengraat hebt tegen de dwalingen.

Let op… Paulus blijft nog even doorzagen over de engelen: De boodschap (de wet) is ons door engelen overgeleverd. Er wordt verwezen naar Hand. 7 : 53 en Gal. 3 : 19. Bij de wet klonk de opdracht: “Doe dat en leef!” Met andere woorden: “Doe je dit niet, dan zul je de dood sterven.”

God liet die boodschap – ook al gaf Hij die Zelf – door engelen aan de mensen verkondigen. Daarmee stond die boodschap op een lager plan. Dát heeft God op een hoger plan getrokken door voortaan te spreken – dan zijn we weer terug bij Hebreeën 1 : 1 – door Zijn Zoon!

En met de wijziging van de Boodschapper, wijzigt ook de opdracht. Niet 'doe dat en leef', maar “Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. Maar wie niet gehoorzaam is aan de Zoon, zal niet eeuwig leven. Hij blijft schuldig en God moet hem straffen." (Joh. 3 : 36).

vrijdag 13 november 2020

Niet zomaar een Naam!

Hij heeft een veel machtiger plaats gekregen dan de engelen. Dat is omdat Hij veel belangrijker is dan zij. Want tegen geen één engel heeft God ooit gezegd: “Jij bent Mijn Zoon. Vanaf vandaag ben Ik Jouw Vader.” Maar wel tegen de Zoon. Tegen geen één engel heeft Hij ooit gezegd: “Ik zal jouw Vader zijn, en jij zal Mijn Zoon zijn.”
Hebreeën 1 : 4-5

Waar in de Statenvertaling wordt gesproken van een hogere 'Naam' die Christus zou hebben gekregen, hoger dan die van de engelen, daar vertaalt de Basisbijbel dat met 'plaats' of 'positie'. Dát is de lading die 'Naam' draagt in de Bijbel. In ons westers taalgebruik stelt een naam niet zoveel voor, of het moet zijn 'naam maken' dan gaat het om 'reputatie' of 'aanzien'; dat klopt dan weer wel.

Waarom worden de engelen hier opeens ingevoerd? Was er verschil van mening over hun positie of was er een wedijver gaande onder de Hebreeën over de belangrijkheid van de engelen?

Nou, de engelen worden ook wel ‘Gods zonen’ of 'kinderen Gods' genoemd. Het moet duidelijk zijn dat Christus écht God was en geen tussenwezen of een engel. De positie van Christus is van eeuwigheid af hoger en is dat tot in eeuwigheid. Wij moeten Hem dus niet bezien, zoals we engelen bezien. Hij is God en Hij zit aan Gods rechterhand. Daarmee bevindt Hij Zich in een positie boven de engelen.

Christus heeft niet alleen alle macht in hemel en op aarde, maar alles staat ook ten dienste van Hem. En tóch eist Hij die macht, dat bezit, niet voor Zichzelf op maar voor Zijn Vader.

En dat tekent direct ook het verschil met de engelen: Jezus noemt God Zijn Vader en God de Vader noemt Jezus Zijn Zoon. Maar zo'n relatie is op geen enkele wijze aan de orde met wie ook van de engelen! Daarom moeten we van Jezus geen aarts­engel of zo iets maken. Dat was een dwaling die probeerde om positie van Jezus af te snoepen. Maar daarmee werd ook de verlossing uitgehold en onvolwaardig gemaakt.

Kijk, God heeft iets dergelijks ook over Salomo gezegd en dat maakt het best wat ingewikkeld. “Híj (Salomo) zal voor Mij een tempel bouwen. Hij zal mijn zoon zijn en Ik zal zijn Vader zijn.” (1 Kron. 22:10).

Nee, Jezus' naam en positie stijgen daar ver bovenuit. En toch… en toch… Jezus verlaagt Zich om een onzer te worden. Sterker nog: Hij heeft ervoor gezorgd dat wij kinderen van God kunnen worden, waarvan Hij de Eerste is! Binnen die gelijkheid heeft Hij toch weer een aparte, verheven status. En allen die in Hem geloven zullen het daar hartelijk mee eens zijn. Ze zullen Hem eeuwig loven, omdat Hij dit gedaan heeft. Het is dus geen Naam die Hij opeist, maar die Hem van harte wordt gegeven. En weet je, de engelen doen daarin met ons mee!

woensdag 11 november 2020

Met het Woord en de Zoon heb je álles!

 


 

Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat.
De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.
Hebreeën 1: 2-3)

Er wordt wel altijd beweerd dat God door Zijn Zoon de wereld heeft geschapen, maar waar staat dat in Genesis 1? Is het niet begrijpelijk dat Joden dat feit niet kunnen meemaken, dat God een Zoon zou hebben en dat juist bij de schepping het bewijs wordt geleverd? Voor Paulus is het helder; en voor ons?

Het bijzondere is dat Paulus er zomaar vanuit gaat dat de Hebreeën ook geloven dat God door de Zoon de wereld heeft geschapen. Hij stelt het alsof het een geaccepteerd feit is. Wat hij daarna doet is de Zoon verder uitschilderen in hóe Christus te werkt gaat en wát Hij precies doet.

Eerst nog even dat scheppen door de Zoon. Ooit volgde ik een eenvoudige cursus Hebreeuws. We begonnen bij Genesis 1: Bereshit bara Elohim et hashamayim ve’et ha’aretz. ‘Be-reshit’ (בְּרֵאשִׁית) bestaat uit 2 delen 'be' (בְּ) en 'reshit' (רֵאשִׁית); 'reshit' = begin, hoofd, eerste of eersteling. En het 'be' = voorzetsel: in (het) of met (de)… Op die cursus werd gesteld dat je het ook kon lezen als “Met de Eersteling schiep God de hemel en de aarde…” En samen met de Geest van God Die zweefde of broedde op de wateren zien we daar de Drieënige God tóch aan het werk.

God sprak… het Woord… en het was er. En dat element 'spreken' komt hier terug: God “heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon”. Woord en Zoon worden vaker door elkaar gebruikt. God heeft niet alleen geschapen door Zijn Woord (Zoon) maar Hij “draagt” (= onderhoudt) “alle dingen door het woord Zijner kracht”; dat moeten we dan lezen als “door Zijn almachtige wil of bevel”. Overigens lijkt het in de Basisbijbel duidelijker dat niet God de Vader, maar God de Zoon ervoor zorgt dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door Zijn woord dat één en al kracht is.”

Volgens vers 2 heeft de Zoon niet alleen alles geschapen met Zijn Vader, maar hij heeft ook alles gekregen van Zijn Vader! Dus Hij is ook de Bezitter van heel de aarde. Christus heeft niet alleen te maken met de bekering en wedergeboorte maar ook met de hele schepping, alles wat je om je heen ziet.

Tot slot: “In Hem (de Zoon) zien we Wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God.” Niemand had ooit God gezien, maar ook hier stelt Paulus, in navolging van Johannes, dat we God kunnen zien, als we maar naar Jezus kijken. Deze brief zet al meteen in de eerste verzen hóóg in!

dinsdag 10 november 2020

Even vooraf…


 

God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door Zijn Zoon. (Hebreeën 1 : 1)

De afgelopen weken heb ik de Hebreeënbrief aan tafel gelezen in de vertaling van de Basisbijbel. Er vielen een aantal dingen op die ik graag met je wil delen. In deze brief ontdek je heel veel over de Heere Jezus en het nieuwe leven dat Hij heeft gerealiseerd voor al Zijn kinderen. Je zou het kunnen noemen ‘de christelijke vrijheid’, maar dat woord wordt niet gebruikt. Enerzijds heeft het er mee te maken en anderzijds is het breder. Daarom wil ik de gedeelten langs waarin Jezus ter sprake komt.

Het eerste dat opvalt in vers 1 is dat God op allerlei manieren en vooral ook vaak tegen de voorouders van de Hebreeën heeft gesproken. Het spreken van God komt ter sprake. Je kunt er als Hebreeër dus niet zomaar onderuit dat God wel tot je gesproken heeft. Maar geldt dat niet ook voor christenen? Voor jou en mij? Hoe vaak heeft hij dat al gedaan? 

Het volgende dat aandacht verdient is dat God het er niet bij heeft laten zitten, toen Hij ontdekte dat de mensen niet luisterden. Hij liet hen niet in hun sop gaar koken, maar hij probeerde het op een andere manier. Nu zeg ik dat heel menselijk, want God probeert niet zomaar wat; Hij weet heus wel wat Hij doet. Maar voor jou en mij is dat heel belangrijk: God gaat tot het uiterste om ons te bereiken! 

Eerst door de profeten. Dat deed Hij letterlijk, door in hen of met hen te spreken. Maar ook door middel van visioenen, gezichten, dromen en andere verschijningen. En wat die boodschap ook was, zij moesten die aan het volk doorgeven. 

Toch is er nog een manier waarop God sprak: de zichtbare manier, middels de offers en de wetten. Dat was de manier waarop Hij Zijn volk bij de les en op het rechte pad hield. Juist met betrekking tot die wetten is er iets wezenlijks veranderd; meer dan vandaag de dag wordt verkondigd. 

De schrijver, laten we er voor het gemak maar vanuit gaan dat het Paulus is geweest, gebruikt in dit verband de profeten om er een andere groep tegenover te zetten: de apostelen. Tóen sprak God tot Zijn dienaren, de profeten. Nú doet Hij dat via zijn nieuwe dienaren, de apostelen. Het profetische ambt blijft zo overeind staan, maar het krijgt een nieuwe jas. Die twee zullen geen tegenstrijdige dingen zeggen, maar de nieuwtestamentische profeten hebben wel dieper zicht op God en Zijn spreken. Verderop zal Paulus zeggen dat de mensen van het Oude Testament deze tijd met verlangen hebben verwacht, maar hebben die nog niet gekend. Hun onvolkomenheid was hen bekend, maar was voor hen geen hindernis!