woensdag 31 maart 2021

Is het Voorhangsel bedreigend voor je?

Stille Week (3)

We hebben een machtige Hogepriester over het huis van God.
Hebreeën 10 : 21

Misschien vond je die zin aan het einde van de vorige bijbelstudie wel dreigend: “Er hangt wel een voorhangsel voor: Jezus’ offer. Bij de Vader waai je niet zomaar even binnen! Bij binnenkomst word je altijd herinnerd aan het prijskaartje van de toegang…” Zit daar misschien een addertje onder het gras?

Tot God gaan en door dat ‘voorhangsel’ moeten… is er dan eigenlijk wel écht vrije toegang? Zit de deur naar God dan toch een beetje dicht?

Nee, zo moet je die woorden niet opvatten. De deur naar het hemelse Heiligdom staat zeker open; en niet voorwaardelijk alsof jij eerst nog iets moet presteren, hebben, zijn, voordat… Gode zij dank niet!

Maar wij worden eraan herinnerd dat deze levende Weg veel gekost heeft en aanbidden dit Lam. De toegang tot de Vader is niet maar een logische vanzelfsprekendheid… Genade is niet goedkoop. En is dát niet wat we elke voorbereidingsweek overdenken en elke Avondmaalsdienst aanbiddend vieren? Dan staat deze Hogepriester, Die tegelijk Gastheer is, centraal. Ken je dit lied?

“Ik zie een poort wijd open staan,
waardoor het licht komt stromen
van ’t kruis
, waar ’k vrij’lijk heen mag gaan
om vrede te bekomen.
Genade Gods, zo rijk en vrij!
Die poort staat open ook voor mij.
Voor mij, voor mij,
staat open ook voor mij.

De hogepriester in het Oude Testament was de belangrijkste, meest aanzienlijke priester. Hij moest vooral op Grote Verzoendag een uniek werk doen: verzoening doen voor het gehele volk (het ‘huis van God’). Hij was ook de enige die dat mocht doen! Maar hij moest wel eerst verzoening voor zichzelf doen.

De Heere Jezus hoefde echter niet eerst voor Zichzelf verzoening te doen. Hij offerde Zichzelf! Hij was Priester en Offer tegelijk. Op Golgotha hing Hij in de brandende toorn van God, die mij had moeten treffen. Hij deed dat uit pure liefde!

Paulus noemt Hem “een machtige Hogepriester”. Mega (grieks): enorm, groot en groots, verheven en schitterend! Als ik aan déze Hogepriester denk, zing ik met tranen van dankbaarheid dat lied verder:

In ’t hemelrijk, voor Jezus’ troon,
daar leidt het kruis tot zegen;
daar dragen wij voor kruis een kroon,
door Jezus’ bloed verkregen
.
Genade Gods, zo rijk en vrij!
Die poort staat open ook voor mij.
Voor mij, voor mij,
staat open ook voor mij.

dinsdag 30 maart 2021

Welkom in het Heilige der Heilige

Stille Week (2)

Jezus is de nieuwe en levende weg naar God. Over die nieuwe weg kunnen we naar God gaan, achter het gordijn dat voor de hemelse allerheiligste kamer hangt. Jezus Zelf, Zijn lichaam, is als het ware dat gordijn. Alleen door Hem kunnen we binnengaan.
Hebreeën 10 : 20


Als de term ‘Heilige der Heilige’ valt, denk je direct aan de tabernakel. Aan de plek waar één keer per jaar de Hogepriester alleen mocht komen. Niet zomaar en niet elke dag. In het Heilige werden wel elke dag de offers gebracht en de gebeden opgezonden tot God. Maar nú is alles anders! Door Jezus.

Wat had Jezus ook alweer over Zichzelf gezegd? “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14 : 6). Dat leek symbolisch taalgebruik, maar juist door Jezus’ dood werd dit heel concreet waar: er kwam een pad door de zee van zonde en dood, naar het hart van Zijn Vader.

Paulus noemt dit een ‘levende weg’. Dat wordt in de Kanttekeningen uitgelegd als een “levendmakende weg”; een weg die je levend maakt dus! “Want,” zo stellen de kanttekenaren, “Christus’ dood is ons leven”. Kijk jij ook zo naar Goede Vrijdag?

In een stevige discussie met de zogenaamde schriftgeleerden wees Jezus op het Manna. “Jullie voorouders hebben dat brood gegeten, maar zijn uiteindelijk gestorven. Ik ben het levende brood dat uit de hemel gekomen is. Als je daarvan eet, zul je eeuwig leven. Dat brood is Mijn lichaam. Ik geef Mijn lichaam om aan alle mensen leven te geven.” (Joh. 6:48-51).

Dat betekent niet dat Jezus alle mensen zaligmaakt, maar Hij geeft Zijn lichaam zódanig, dat er genoeg leven voorradig. Over de voorraad vaccins is vandaag de dag veel te doen. Maar niet over de voorraad leven die er is in deze weg van Christus! Er is wonderbare kracht in het bloed van het Lam!

De zware lijdensweg die Jezus wilde gaan, had naast de vergeving van zonden nóg een doel: de toegang tot de Vader. Die toegang is er niet op de wankele basis van onze toegewijdheid of onze vrome nauwgezetheid, maar door Christus’ verdiensten. Daarom bidden we ook altijd “in Jezus naam”!

En nu het rijkste en meest aangrijpende. Jezus bad Zijn Vader of het ook zonder de drinkbeker van Gods toorn kon. Het kon niet. In de totale duisternis op Golgotha riep Hij: “Mijn God, waarom verlaat Gij Míj?” Vanwege Hemzelf was daar geen enkele reden toe, maar vanwege mij des te meer! Hij voor Mij, opdat ik nooit meer door God verlaten zou worden.

Jezus baande een begaanbaar pad naar het hart van Zijn Vader. Nu kan Zijn Vader ook mijn Vader zijn. Toegang is er en hoe?! Er hangt wel een voorhangsel voor: Jezus’ offer. Bij de Vader waai je niet zomaar even binnen! Bij binnenkomst word je altijd herinnert aan het prijskaartje van de toegang én aan het van harte welkom zijn vanuit Zijn geopend Vaderhart!

maandag 29 maart 2021

Mag ik het heiligdom van God binnengaan?

Stille Week (1)

Broeders en zusters, door het geofferde bloed van Jezus kunnen we nu dus zonder vrees en vol geloof het hemelse heiligdom binnengaan.
Hebreeën 10 : 19

De serie overdenkingen uit Hebreeën wil ik voor dit moment toespitsen op de Stille Week die we zijn ingegaan. Het lijden van Jezus op een rechte, juiste manier betrachten kan niet zonder ook op het doel en het effect van Zijn lijden te letten. Zo wordt het zicht op deze lijdensweg nóg meer verdiept.

Hebreeën 10 draagt in de Basisbijbel het kopje “Jezus’ offer is volmaakt”. We zijn nu aangekomen bij het effect van dit volmaakte offer: de vrijmoedigheid die het ons geeft. De tekst van vandaag spreekt over “zonder vrees en vol geloof binnengaan”. De SV vertaalt dat met “vrijmoedigheid hebben om in te gaan”.

Als je net binnenvalt in deze serie en het voorgaande hebt gemist, kun je je misschien afvragen: wat gaat de gelovige binnen? De hemel? Dus de eeuwigheid? Of iets anders?

De Kanttekeningen leggen uit dat je dit ook kunt vertalen als ingaan “door de ingang van het heiligdom”; dat is beeldspraak voor het door geloof, hoop en gebeden regelrecht gaan tot God in de hemel. Paulus trok in het voorgaande telkens de lijn tussen het aardse heiligdom (de tempel, of beter: de tabernakel) en het hemelse heiligdom (Gods troonzaal).

Hij spreekt hier niet over het eenmaal de hemel mogen binnengaan. Ook daarover bestaan heel uiteenlopende gedachten. Maar hij trekt dat moment naar voren: dagelijks moeten wij in dit hemelse heiligdom te vinden zijn. Vind je dat een angstige of juist een heerlijke gedachte? En vind je dat woord ‘vrijmoedigheid’ in die context misschien ook heel ingewikkeld? Dat woord parrhesia heeft meerdere betekenissen: 1. vrijmoedig spreken; 2. zonder verhulling of beeldspraak spreken; 3. blij vertrouwen met verzekerdheid en goede moed. Prachtig woord!

Als je met God spreekt moet je geen verhullend taalgebruik hanteren. Hij doorziet dat direct. Je mag direct en zonder omhaal van woorden tot Hem spreken. Wat nóg mooier is, je mag met verwachting en in een blij vertrouwen tot Hem gaan. Want Hij hoort altijd en weet alles al, nog vóór jij spreekt!

Hoe kan dat? “Door het geofferde bloed van Jezus”. Dáárdoor kan ik, gereinigd van mijn zonden, de Vader weer onder ogen komen! Toen God na de zondeval in Adams buurt kwam, doken hij en Eva weg. Terecht! Maar toen de HEERE Adam en Eva uit de Hof verdreef, stuurde Hij hen weg met een belofte, een uitnodiging om Hem daar voortdurend aan te herinneren.

Nu het ‘Nieuwe Normaal’ is aangebroken, hebben wij hier beneden niet alleen een belofte, maar heeft God in de hemel het bloed van Zijn Zoon! Dát geeft mij de vrijmoedigheid om open kaart voor Hem te spelen en in blij vertrouwen met Hem te wandelen.

zaterdag 13 maart 2021

Hoe richt je je leven dan wél in?

Hoe richt je je leven dan wél in? (1)

Als dan nu alles helemaal vergeven is, is er verder geen offer voor de ongehoorzaamheid meer nodig. Hebreeën 10 : 18

Nu zou je kunnen denken, als je de vorige overdenking oppervlakkig hebt gelezen: wil je nu beweren dat we geen leven der dankbaarheid hoeven te hebben? Maakt het dan niet uit hoe je leeft?

Ik zei dat je de Geest de wet niet moet voorschrijven. Ook stelde ik dat je niet moest meedoen met allerlei voorschriften die je opleggen dat je zus of zo moet leven. Maar begrijp me niet verkeerd: ik beweer niet dat het niet uitmaakt hoe je leeft. Integendeel.

Als je je leven niet door de Geest laat vullen met goede dingen, nadat het is gezuiverd, loop je het grote risico dat het zo weer is gevuld met dingen die nutteloos zijn en je van God afhouden. Enerzijds moet je je leven niet vullen met een wettisch en dwangmatig navolgen van allerlei regels. Anderszijds is het ook niet zo dat je er dan maar op los leeft.

In de komende verzen komen zaken aan de orde die juist in deze context tot nadenken stemmen: “Want ons hart is schoongewassen door het bloed van Jezus. Daardoor hebben we nu een goed geweten” (vs. 22). Dat geweten is bevrijd en daar moet de Heilige Geest alle ruimte krijgen. Laat die reiniging door Jezus' bloed voor je een reden zijn om af te stemmen op dingen die Jezus aanbidden: hoe kun je je gedachten richten op Hem, met Hem praten onder je werk door en je dagelijks werk, dat Hij je geeft, in dankbaarheid aan Hem uitvoeren? En hoe kun je anderen iets laten merken van jouw bevrijding?

“Laten we blijven geloven in wat Hij heeft beloofd, zonder eraan te twijfelen. Want Hij die de beloften heeft gedaan, is trouw.” (vs. 23). Als Hij beloofd heeft dat jouw zonden zijn vergeven, dan moet je je niet elke dag weer afvragen of het nu wel écht en voldoende is vergeven. De twijfel aan Gods beloften, wekt juist afstand, waardoor je in onzekerheid terecht komt. Lees Zijn Woord en zing Hem biddend toe.

“We moeten elkaar aanmoedigen tot liefde en tot het doen van goede dingen” (vs. 24). Aanmoedigen is zo totaal anders dan elkaar de wet voorschrijven. En is aanbidding van God (stempelt dat jouw dagvulling?) niet het beste dat je kunt doen? Stimuleer elkaar om veel aan God te denken en aan Zijn heerlijkheid!

“Wij hebben niets te maken met luiheid waardoor we verloren gaan, maar met geloof waardoor we worden gered” (vs. 39). Vuur elkaar aan om vol verwachting uit te zien naar Jezus’ wederkomst. De NGB eindigt zo prachtig met dat grote verlangen waarmee de gelovigen uitzien. Als Hij komt, dán begint onze definitieve toekomst volmaakt. Zouden we niet al onze aandacht daarop richten? Juist het bezig zijn met deze toekomst voorkomt dat je in aardse en meetbare vroomheid blijft denken en geloven. 

 

Hoe richt je je leven dan wél in? (2)

Als dan nu alles helemaal vergeven is, is er verder geen offer voor de ongehoorzaamheid meer nodig. Hebreeën 10 : 18

Maar ik ben nog niet zo snel van orthodoxe critici af. Want hoe zit het dan met ‘de wet van Christus’ en de voorschriften die Paulus in zijn brieven geeft over de werken of vruchten van de Geest? Eist die Geest dan niet van ons dat we meer en meer het beeld van Christus gaan vertonen in ons leven?

Paulus schrijft in Efeze 4:32 zo iets: “Maar wees jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkaar, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” En in het vers ervoor somt hij op wat daar dus niet bij hoort: “Alle bitterheid, toornigheid, gramschap, geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid...”

In dit lijstje tekent hij het verschil tussen oude en nieuwe mens. Hij geeft geen puntenlijstje om dwang- matig na te streven, maar adviseert bij keuzes die je maakt in het leven. Het is dan ook merkwaardig dat men wel vaak citeert “legt af de leugen”, maar zelden “wordt toornig, en zondigt niet” of “Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever”. Zie je dat daar geen meetlat wordt gebruikt, maar een dringend advies om je leven bij te stellen. Ook niet in het stof moeten kruipen voor de heilige God, maar dat we ons dagelijks leven ánders laten inrichten door de Geest.

Of Galaten 4: een puntenlijst met zonden en één met vruchten van de Geest: “liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” Dit lijstje wijkt af van dat uit Efeze 4. Welk lijstje moet je nu aanhouden? Kijk, daar gaat het nu mis. Deze richtlijnen worden ons

gegeven op momenten dat je kunt kiezen. Kijk het na wat de beste keuze is en kies voor dingen die bij God horen. Denk in ‘oude mens’ en ‘nieuwe mens’, maar niet in een slaafs naleven van allerlei eigenschappen.

Want... het zijn vruchten van de Geest! Als jij ze zelf gaat ondernemen, wat is dan de rol van de Geest? Dan wordt het vroeg of laat jouw levensstijl en niet het wandelen door de Geest. Daarom zei ik: doe niet mee aan het naleven van afturflijstjes.

In vers 26 waarschuwt Paulus om geen ijdele eer te zoeken (eergierig boven anderen willen uitsteken om te heersen) juist op het gebied van onze levens- wandel! Terg elkaar niet (met vrome lasten) en benijd elkaar niet vanwege “elkanders deugden, staten, of gelegenheden, dat meestal uit eergierigheid voortkomt”.

Paulus besluit de Galatenbrief met “zovelen er naar deze regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid...”. Regel? “Dat is naar deze leer die ik in deze brief over rechtvaardigmaking, Christelijke vrijheid en Christelijken wandel heb uitlegd.” God verlost ons niet van zonden om weer nieuwe lasten op te leggen, maar Hij geeft Zijn kind vrijheid om in kinderlijke liefde te wandelen met Hem.

 

Schrijf de Geest de wet niet voor!

Je mag vaststellen dat Paulus, die een rasechte farizeeër en schriftgeleerde tegelijk was, toch wel wist dat de wet een grote waarde had bij de Joden? En juist tegen hen zegt hij hier: “Er is verder GEEN offer meer nodig voor de ongehoorzaamheid.” Onze bewijsdrang zit ons vaak danig in de weg!

Toen ik als ventje van drie de werkmannen, die de nieuwe vloerbedekking kwamen leggen, zag binnen- komen greep ik snel mijn rode plastic hamertje en wat spijkertjes om mee te helpen die vloerbedekking vast te spijkeren. Ik zie het nóg voor me. De spijkertjes gingen er niet récht in, dus tikte ik ze schuin in de wollen vloerbedekking. Dat ging mooi en ik had het idee dat ik goed meehielp. De mannen lieten mij m’n gang gaan. Ik kreeg een aai over mijn bol, toen ze weggingen. Maar na afloop had mijn moeder nog dagenlang losse spijkertjes in haar stofzuiger!

Houd dat beeld vast. Zit ons dankbaarheidsleven vaak niet zo in elkaar? Wil je God iets aanbieden? Wát leef je dan na? En hoe? En waarom? Het is, laat ik het voorzichtig zeggen, lief bedoeld, maar gaat het iets uitwerken? Het dankbaarheidsleven is, vrees ik, door de eeuwen heen een oud hinderlijk rooms patroon gebleven, dat het rechte zicht op Gods Vaderhart vertroebelt. Dankbaarheid is goed. Maar hóe?

Let maar op wat de Kanttekeningen hierbij ter correctie formuleren: “Nee, geen extra offer meer voor de verzoening; maar alleen offeranden der dankbaarheid die in het Nieuwe Testament van ons worden vereist.”

Dat woord ‘vereist’ klinkt al direct als een voorwaarde en wettisch getint bevel. Daardoor zien veel mensen het leven der dankbaarheid toch weer als iets dat moet en dat er zus en zo behoort uit te zien. En als dat niet zo is, klopt er niks van. Voordat je het weet zit je in dezelfde oudtestamentsche godsdienstigheid. Je komt die misvatting in orthodoxe, maar evengoed in charismatische kring tegen. Doe daar niet aan mee!

De bewijsteksten in de Kanttekeningen “eisen” of dwingen echter nergens, maar stimuleren! Rom. 12:1 Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode wel- behaaglijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.” Hebr. 13:15 Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is de vrucht der lippen die Zijn Naam belijden.” 1 Petr. 2:5 Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” De Heilige Geest wil ons Zelf, op Zijn wijze, vullen met aanbidding van God en Christus. Laat Hem besturen, waken... ook hierin! Hij weet veel beter waar de Vader blij van wordt! En dat is genoeg.

dinsdag 9 maart 2021

Het formulier van het Nieuwe Verbond?


Ook de Heilige Geest heeft daarover gesproken. Want vroeger heeft Hij gezegd: “De Heer zegt: Dit is het verbond dat Ik later met hen zal sluiten: Ik zal mijn wet in hun binnenste schrijven, in hun hart en in hun verstand. En Ik zal niet meer denken aan alles waarin ze Mij ongehoorzaam zijn geweest.”
Hebreeën 10 : 15-17

In de kanttekeningen bij vers 15 kom je tweemaal de term ‘Formulier van het Nieuwe Verbond’ tegen. Ik was verrast over die term. Een formulier? Als je gaat googelen op ‘formulier’ en ‘nieuwe verbond’ kom je bij allerlei variaties van het doopformulier of avondsmaalsformulier terecht, maar niet bij dit.

Vul je echter als zoekterm “formulier van het Nieuwe Verbond” (tussen aanhalingstekens) in dan ontdek je dat Ursinus er ook al over spreekt in zijn Schatboek. Wat is dat? Jeremia heeft als eerste iets mogen zien en kernachtig kunnen samenvatten, van de nieuwe manier waarop God de zonden gaat verzoenen.

En dan bedoel ik met ‘nieuw’ niet dat God de ­voorwaarden van Zijn kijk op de zonde gaat bijstellen, maar dat Hij de zaligheid niet in handen legt van een zondig mens (door het houden van de wet), maar dat Hij die legt in de handen van dé Mens die in onze plaats de wet gaat vervullen.

Eerst naar de tekst: De Heilige Geest getuigt dus iets over het offer van Christus. Specifieker nog: Hij getuigt iets over de kracht van dat éne/eenmalige offer, dat die mensen volmaakt die geheiligd worden.

Blijkbaar vond Paulus het zó belangrijk, dat hij dit citaat van Jeremia herhaalt én er de Heilige Geest bij betrekt. Dat moet ons iets te zeggen hebben! En ik vrees dat we hier te maken hebben met een blinde vlek in onze gereformeerde dogmatiek.

Waar heeft de Heilige Geest daarover gesproken? Lees de Kanttekeningen: “in Zijn Woord, en in het bijzonderlijk in het formulier des nieuwen verbonds (Jeremia 31), dat Hij met ons heeft gemaakt. Waaruit dan blijkt dat de Heilige Geest de ware God is, en een onderscheiden Persoon in het Goddelijk Wezen.”

Dat Nieuwe Verbond (het nieuwe normaal) is “met ons” gesloten. De vraag is: zijn dat de Joden of wij allemaal? Hoewel Paulus hier aan Hebreeën schrijft, geldt dit alle gelovigen, zowel Jood als niet-Jood.

Jezus’ offer was eenmalig. Het was, aldus de Kanttekeningen – die erg wollig zijn hierin – nodig om het Testament (verbond) vast te maken. Maar meer is niet nodig. Er hoeft niets meer aan te worden toegevoegd. Geen enkel offer; geen nagelslijpseltje!

Waarin men een denkfout maakt is dat men direct komt met: “Ja, maar we moeten toch de wet houden uit dankbaarheid?” Waar zegt God dat? Hij zegt dat je niet doodslaat, geen overspel pleegt en niet roddelt etc. Maar niet om Hem iets aan te bieden! Ik ga daar bij vers 18 nog verder op in. Leef uit genade alleen!

maandag 8 maart 2021

Hoe ziet God mij? Hoe moet ik mezelf zien?


…Hij doet het eerste weg en vervangt het door het tweede. En door het offer van het lichaam van Jezus Christus zijn wij voor altijd volmaakt gemaakt.
Hebreeën 10 : 9b-10

Ja, want de vorige keer is er nog een vraag blijven liggen: Hoe moet ik mezelf zien en vooral: hoe ziet God mij? Dat heeft namelijk alles te maken met de kracht van die heiligmaking. Wat zegt het Oude Testament over de zondaar die offert? Wat zegt het Nieuwe Testament? En wat zegt onze dogmatiek?

In vers 3 lazen we dat de jaarlijks terugkerende offers de Joodse gelovige herinnerden aan het feit dat hij of zij ongehoorzaam aan God was. Is dat nog zo?

Dan slaat Paulus een vreemde weg in. Hij gaat Psalm 40 citeren en op Jezus betrekken: “Daarom zegt Jezus bij Zijn komst in de wereld: "U wilde eigenlijk geen dier-offers, meel-offers en wijn-offers. Maar U heeft Mij een lichaam gegeven om te offeren. Het gaat U niet om brand-offers en vergevings-offers. Daarom zei Ik: 'Kijk God, hier ben Ik om te doen wat U wil, zoals in de Boeken al over Mij staat geschreven.' " Eerst zegt Hij dus: "U wilde geen vlees-offers, brand-offers en vergevings-offers. Het gaat U daar niet om." Toch werden die gebracht, omdat dat moest van de wet van Mozes. Maar daarna zegt Hij: "Kijk, Ik ben gekomen om te doen wat U wil".”

Helaas vertel Paulus niet hoe een Jood dat dan precies zag, omdat hij hier tegen Joden spreekt. Voor hen was alles duidelijk. Maar voor ons niet. Volgden ze dus echt als een robot de wet van Mozes? Omdat het moest? Dat kan ik mij niet voorstellen. Er is meer dan alleen het gehoorzamen van Mozes. Het is ook de gehoorzaamheid aan wat God voorschreef.

Paulus wil iets duidelijk maken: Jezus’ komst was omdat Hij iets wegneemt en er iets anders voor in de plaats zet. Schaft Jezus de wet af? Dat zou je kunnen concluderen. Maar dat is niet wat Hij doet. Hij vervult, wat wij hadden moeten vervullen, zodat de wet er het zwijgen toe zou doen. Hij legde dus plaats­vervangend de ons vervloekende wet het zwijgen op.

En dan kom ik bij die er nog liggende vraag: wat ben ik dan? Hoe moet ik mezelf dan nu zien? En… hoe ziet God mij? Nou, daar geeft Paulus direct antwoord op: “Door het offer van het lichaam van Jezus Christus zijn wij voor altijd volmaakt gemaakt.” Jezus vergeeft niet de zonden van gisteren of vandaag, maar Hij maakt ons “voor altijd” volmaakt.

De SV spreekt over dat we door Christus’ offer geheiligd zijn. Wat is dat? “Alles hebben wat nodig is tot onze volkomen heiligmaking, namelijk vergeving der zonden, vernieuwing des geestes en eeuwige zaligheid.” Niet ooit eens krijgen, maar hebben! God ziet mij in Christus als heilig. Nee, dat krijg je niet klein, maar dat is wel zo! En zo moet ik mijzelf ook zien. En diepe dankbare vreugde in God genieten. Nu reeds.

Geeft God iets dat niet werkt?


Want het bloed van stieren en geiten kan nu eenmaal niet de ongehoorzaamheid zelf wegnemen.
Hebreeën 10 : 4

Bloed kan niet heiligen? De vraag blijft bij me aandringen: maar waarom gaf God dan die opdrachten om te offeren en met bloed te heiligen? Hoe zit dat en heeft dat ons ook iets te zeggen aangaande de kracht van Jezus’ bloed? Hoe moet ik mezelf zien en vooral: hoe ziet God mij?

In de Thora worden situaties getekend waarbij zonde ontheiligt, maar het offeren weer heiligt. En bijna altijd is daar bloed bij aanwezig.

We gaan naar Exodus 29 waar voor het eerst over verzoening wordt gesproken. Nou, eigenlijk is dat al eerder, toen Jacob terugkeerde en Ezau onder ogen moest komen; hij stuurde kadootjes voor zich uit om zich met Ezau te verzoenen. Maar dat is een slecht en eigengerechtigd voorbeeld.

Nee, wanneer priesters zoals de zonen van Aäron voor de dienst worden geheiligd, moeten er allerlei rituelen en offers plaatsvinden. In vers 20-21 moet Mozes bloed nemen en het oorlelletje van Aäron en diens duimen besmeren. Vervolgens moet het altaar worden besprenkeld en ook de witte priesterkleding.

Weer vinden allerlei rituelen plaats en vervolgens wordt in vers 36 gezegd dat én het offer van de var én de zalfolie worden ingezet om het altaar te ontzondigen (reiningen van zonden!). En dan zegt de HEERE: dán is het altaar voor Mij ‘een heiligheid der heiligheden’. Het zal zó heilig zijn, dat alles wat dat altaar aanraakt per direct heilig is. In die context zeg je toch niet: “Ja, maar dat bloed en die offers konden niet ontzondigen.” En de HEERE is er ook nog heel strikt in, zowel in de voorschriften als in de beloften.

Zelfs de Heere Jezus zegt in Math. 23:19 “Wat is belangrijker: het offer, of het altaar dat het offer dat er op ligt, heilig heeft gemaakt?” Hij zei niet: nou, dat is eigenlijk allemaal nep, want het verwees naar Mij.

En tóch zegt Paulus: “dat bloed kon nu eenmaal de ongehoorzaamheid niet wegnemen (ontzondigen)!”

Lees eens hoe Genesis 29 eindigt. Al die rituelen moest men doen. “Door alle eeuwen heen moeten elke dag bij de ingang van de tent van ontmoeting deze offers voor Mij gebracht worden. Daar zal Ik bij jullie komen om jullie te ontmoeten en met jullie te spreken. Door Mijn aanwezigheid zullen de Israëlieten Mijn Eigen volk (geheiligd, SV) zijn. […] Ik zal bij de Israëlieten wonen […] en ze zullen toegeven dat Ik hun Heere en God ben […] omdat Ik bij hen wilde wonen.” Dáár staat of valt het mee: God moet erbij zijn en er blij van worden (vs.41).

Hier licht iets op dat Gods genadige aanwezigheid het is die écht heiligt! En was Jezus niet Immanuël, God bij ons? “U wilde eigenlijk geen dier-offers, meel-offers en wijn-offers. Maar U heeft Mij een lichaam gegeven om te offeren” (Hebr. 10 : 5 naar Psalm 40).

donderdag 4 maart 2021

Klantenbinding?


Maar juist door de offers worden de mensen er elk jaar aan herinnerd dat ze ongehoorzaam zijn.
Hebreeën 10 : 3

Want nog steeds is die vraag niet beantwoord hoe het nu zit met het offer van Christus. Is dat nu wel of niet volmaakt en welk effect, welke situatiewijziging heeft dat voor ons tot gevolg?

Paulus sprak niet over het suggereren dat offers volmaakt zijn en dat je dan je geweten dichtschroeit. Nee, hij sprak over het effect van de offers die – áls ze de mens volmaakt hadden kunnen maken – op den duur overbodig werden.

We zagen dat de SV en HSV dit onjuist vertaalden en zo ook onjuist interpreteerden. Zo kun je mensen mooi in een kadertje zetten en zeggen: “Dus jullie willen niet van zonde weten? Jullie sussen je geweten en zondigen vrolijk door!”

Weet je wat die redenatie tot gevolg heeft: dat ze zich in de uitleg bij vers 3 vergalopperen, als er wordt uitgelegd voor welke zonden wordt geofferd: “niet alleen de zonden die dat jaar geschied zijn, maar al de zonden die tevoren begaan waren.”

En merkwaardig genoeg wordt dan Lev. 16 : 21 als bewijs opgevoerd: “En Aäron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd van den bok leggen…”

Daar staat wel ‘al hun overtredingen’ en ‘al hun zonden’, maar dat betekent nog niet dat het om het totale pakket van zonden gaat… elk jaar werd de zonde van het afgelopen jaar verzoend en waren de toekomstige zonden mede ingedekt.

Want dan moesten er niet alleen telkens opnieuw offers worden gebracht omdat er steeds weer nieuwe zonden worden gedaan, maar dan zouden zonden steeds door nieuwe offers moeten worden verzoend. En dat klopt niet. Dat schept een verkeerd beeld van God. Zo krijg je mensen die wel weten van vergeving, maar altijd blijven tobben of hun zonden nu wel écht en voldoende vergeven zijn. Ze wachten op speciale tekens. Juist vanwege deze dwaling met desastreuze gevolgen besteed ik hier zoveel aandacht aan!

Juist daarom is Jezus’ offer volmaakt, volkomen en voor eens en voor goed voldoende! Wij moeten niet meer elke dag onze zonden door Christus’ offer laten verzoenen, als we wedergeboren zijn. Nee, we belijden elke dag onze zonden, maar ze zijn reeds vergeven. Eens vergeven, blijft vergeven! We moeten van God geen grillige en onberekenbare despoot maken. Wij moeten een nauwe en open relatie met Hem hebben, ja, maar niet uit angst en onzekerheid, alsof Hij ons in onzekerheid houdt en aan klantenbinding doet. Want Hij wil een betrouwbaar Vader voor Zijn kinderen zijn. En zo zit het en niet anders!

Niet-kloppende redenatie


Als de mensen door de offers wél volmaakt werden, zouden die offers vanzelf zijn gestopt. Want dan zouden de mensen die hun offer hadden gebracht en vergeving gekregen hadden, daarna nooit meer ongehoorzaam zijn geweest aan God.
Hebreeën 10 : 2

We zagen dat de offers geen kracht hadden om mensen volmaakt te maken. Ze wezen naar iets beters; en dat Betere was nu, toch? Maar juist over het offer van Jezus Christus zegt Paulus heel stellige dingen. Het is eenmalig, volmaakt en krachtig. Het is door God de Vader geaccepteerd. Dus…

Hierover zijn te veel clichées dat je niet zonder ruzie te krijgen in de kerk zult kunnen zeggen: Ja, door Christus zijn we wel een volmaakt nieuwe schepping. Zijn offer was wel volmaakt, maar wat merk ik daar als geredde zondaar dan dagelijks van? Is dat enkel iets voor straks? Wordt het alleen straks beter?

Het is heel veilig om dat met ‘ja’ te beantwoorden. Dan heb je geen gedoe en word je niet verdacht van remonstrantisme of overwinningsleventheologie. Maar het gevaar is dat we doorslaan naar de andere kant en passief en afstandelijk blijven kijken naar wat Jezus heeft gedaan. Mooi voor straks. Maar nu blijven we zondaars, dwaalzieken, vijanden van God zelfs. Dat laatste is overigens onbijbelse vrome ketterij!

Ik moet eerst even vers 2 in de SV en HSV citeren, zodat je kunt zien dat daar iets mis gaat “Anderszins zouden zij opgehouden hebben geofferd te worden, omdat degenen die den dienst pleegden, geen consciëntie meer zouden hebben der zonden, eenmaal gereinigd geweest zijnde” (SV) of “Zou er anders niet een einde gekomen zijn aan het offeren? Want zij die de dienst verrichtten, zouden zich dan in geen enkel opzicht meer bewust zijn van zonden, wanneer zij eens en voor altijd gereinigd waren” (HSV). Met deze vertaling wordt er gesuggereerd dat je lekker doorzondigt als je ‘voor eens en voor altijd’ gereinigd was; ook uit de Kant­tekeningen kun je opmaken dat dit zo wordt gelezen. Maar dat staat er helemaal niet. De Basisbijbel is hier toch helderder in: als je voorgoed zou zijn gereinigd dan heb je op een gegeven moment geen offers meer nodig… want er is geen schuld meer. Voor de duidelijkheid: die volmaaktheid van de offers ontkent Paulus wel, maar hij schetst geen mensen die hun geweten dichtschroeien. Laten we dus goed duidelijk houden wát Paulus hier ontkent en niet óns dogma bouwen op wat we Paulus te laten buikspreken.

De Kanttekeningen maken een interpretatiefout: ze zijn zich niet meer bewust van hun zonden; of: ze hebben geen gewetenswroeging over hun zonde; en weten zich niet meer schuldig aan die zonden, omdat zij er eenmaal van gereinigd of verlost zijn.”

Paulus had het over serieuze volmaaktheid en niet over hypocriete volmaaktheid! Door deze foute interpretatie gaat er in het vervolg iets wezenlijks mis!

woensdag 3 maart 2021

Kloppende redenatie


Als de mensen door de offers wél volmaakt werden, zouden die offers vanzelf zijn gestopt. Want dan zouden de mensen die hun offer hadden gebracht en vergeving gekregen hadden, daarna nooit meer ongehoorzaam zijn geweest aan God.
Hebreeën 10 : 2


Ik houd wel van redenaties die kloppen. Je moet ze niet blind volgen, maar narekenen. En als het klopt, moet je je afvragen waarom ze kloppen. Zit er een kern van waarheid in en kloppen ze met andere redenaties? En aan het eind van de rit moet het weer kloppen met je bron: Gods Woord.

Paulus zet hier zo’n redenatie op papier en hij klopt: je blijft zonden doen => nieuwe offers blijven dus nodig => dus offers maken je NIET volmaakt. Wel vrees ik dat doorsnee orthodoxe Joden het oneens zijn met Paulus. Die zien offers als door God bevolen en dus goed/volmaakt. En daar zit wel wat in!

Waarom zijn er offers? Omdat mensen zondigen. Ze kregen van God een middel om hun schuld kwijt te raken: offers. Dus als je offert, ben je weer vrij van schuld. Tot zover klopt het nog. Maar konden die offers je ook volmaakt maken? Dat zou betekenen dat je op den duur geen offers meer nodig hebt, want je doet dan geen zonden meer en hebt dus ook geen offers voor de schuld meer nodig. De noodzaak van die offers droogt dus op.

De grote vraag is: ontkennen de priesters de kracht van de offers, om de mensen aan hun dienst te blijven binden? Of was het zo dat die offers fake waren? Beide uitersten zijn niet waar. Het offer gaf je eigenlijk een kwijtscheldingsbrief voor dat deel van je schuld. Je moest, nadat je had gezondigd, dus elke keer weer opnieuw een offer brengen. Je liep altijd met een stuk ongedekte schuld rond. En juist daarvoor was Grote Verzoendag waarop de gehele schuld van het afgelopen jaar werd verzoend… en de reikwijdte liep zelfs een jaar vooruit. Dus als je als Jood een half jaar na Grote Verzoendag overleed, zat je niet met een half jaar schuld, maar dekte het offer van die grote dag ook de schuld tot aan de volgende Grote Verzoendag.

Wat ik zo merkwaardig vind is dat Paulus zich niet afvraagt waarom die offers de mens niet volmaakt maken. Hij stelt alleen dát ze dat niet deden, om het simpele feit dat anders de Joodse wereld gaandeweg steeds heiliger en volmaakter had geworden. En dan hadden de offers na verloop van tijd gerust kunnen stoppen; want er was immers geen schuld meer.

Maar nu die vraag: waarom waren die offers niet in staat de mens volmaakt te maken? Omdat ze naar iets beters en volmaakters verwezen. Maar… is dat betere dan wel volmaakter? Dus wordt ik door Jezus’ offer wél volmaakt? En hoe zit het dan met de zonde die ik nog elke dag doe? Hier ga ik in de volgende overdenkingen dieper op in.