Posts tonen met het label begraven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label begraven. Alle posts tonen

maandag 2 april 2018

Ere wie ere toekomt en stank voor dank

De loyale van de royale - XVI


Daarna kwamen de mannen van Juda, en zalfden aldaar David tot een koning over het huis van Juda. Toen boodschapten zij David, zeggende:
Het zijn de mannen van Jabes in Gilead, die Saul begraven hebben.
Toen zond David boden tot de mannen van Jabes in Gilead, en hij zeide tot hen: Gezegend zijt gij den HEERE, dat gij deze weldadigheid gedaan hebt aan uw heer, aan Saul, en hebt hem begraven.
Zo doe nu de HEERE aan u weldadigheid en trouw! En ik ook, ik zal aan u dit goede doen, dewijl gij deze zaak gedaan hebt.
En nu, laat uw handen sterk zijn, en zijt dapper, dewijl uw heer Saul ­gestorven is; en ook hebben mij die van het huis van Juda tot koning over zich gezalfd.
2 Samuël 2 : 4-7


Wat zou er van Jozef van Arimathéa zijn geworden? We lezen nog van hem dat Hij Jezus’ lichaam heeft begraven in zijn eigen, nieuwe graf. Maar daarna blijft het stil. Evenals we over Nicodémus niets meer lezen. Jozef moet zich met die begraaf­actie onmogelijk gemaakt hebben bij de Joodse Raad. Eindelijk had hij openlijk partij gekozen voor Jezus. Temeer zal hij buitengeworpen zijn, toen bleek dat Jezus’ lichaam uit Jozefs graf was verdwenen. Zou Jozef er de hand in hebben gehad? Ongetwijfeld zullen ze hem en Nicodémus erop aan hebben gekeken. Immers, het was Jozefs graf; dus hij wist precies alle sluipweggetjes in de tuin. En die lichtflits? En die aardbeving? Opzet!
Je kunt begrijpen dat Jozef en Nicodémus geen beloning kregen van het Sanhedrin, voor hun daad jegens de Gezalfde. Zouden we zijn opgenomen in de groep van 120? Zouden die hen hebben beloond met broederschap en liefde?

Ik vraag dat, omdat ik dat wel zie bij de mensen van Jabes. Kort na de dood van Saul vraagt David aan de HEERE wast hij nu moet gaan doen. Hij wil niet zelf het heft in handen nemen. Maar de HEERE duwt hem op weg naar het koningschap. Het begint klein. Hij moet naar Hebron gaan en daar roepen de mensen uit Juda hem uit als hun nieuwe koning. Blijkbaar konden zij dat autonoom en onafhankelijk doen van de andere stammen. Maar daarmee was David nog geen koning over het gehele koninkrijk. De zalving door de Judeërs was voor David een bevestiging van zijn eerder verkregen zalving. Je zou haast zeggen dat hij een dubbel-gezalfde was.

En dan lezen we een vreemde zin in vers 4. Als uit het niets gaan mensen opeens tegen David praten. Maar de Kanttekeningen wijzen er terecht op dat David waarschijnlijk eerst een vraag heeft gesteld: “Waar is zijn de lichamen van Saul, Jonathan en zijn broers?” Het het stellen van die vraag stappen er mensen naar voren die het antwoord weten op die vraag. Misschien heeft David hier en daar navraag gedaan; hoe het ook zij: “Toen boodschapten zij David, zeggende: Het zijn de mannen van Jabes in Gilead, die Saul begraven hebben.”
David neemt een besluit. Hij wil zijn erkentelijkheid aan deze mensen tonen en uitspreken. Hij doet dat overigens niet zelf en blijkbaar heeft hij daar een reden voor. Meende hij dat hij zijn leven buiten Juda nog niet zeker was? Was deze actie misschien een doel om te kijken hoe de vlag erbij hing bij de andere stammen en gebruikte hij de actie van de mannen van Jabes om een positieve ingang bij de rest van het volk te vinden?
Hoe het ook zij, hij stuurt boden naar Gilead, over de Jordaan, en vertelt hen: “De Heere zal jullie zegenen, omdat jullie goed zijn geweest voor jullie heer Saul en hem hebben begraven. De Heere zal daarom ook goed voor jullie zijn, en ik ook. Wees dapper en houd moed. Saul is wel gestorven, maar nu hebben de Judeeërs mij tot koning van de stam van Juda gezalfd” (versie: Basisbijbel).

Dat klinkt positief en David moet hebben gedacht dat hij hen zo wel gemakkelijk voor zich kon winnen. Er waren geen andere kapers op de kust en men was, dat moet hem wel duidelijk geweest zijn, Saul ook meer dan zat. Daarbij: David is door God aangewezen; de HEERE heeft hem nu een duwtje in de rug gegeven, dus wat kan er nog misgaan?
Hij stuurt hen bewust geen geschenken. Ook zoomt hij in zijn dankwoord alleen in op de gezalfde, Saul, hun oude koning. Maar tussen de regels door mogen we denk ik wel lezen dat hij hen ook zeer dankbaar is voor de respectvolle begrafenis van zijn vriend Jonathan.
De vraag is nu: zullen de mensen in het overjordaanse Gilead nu massaal achter David aankomen? Zal geheel Manasse zich verzamelen achter David? En zullen die twee gescheiden helften van één stam de rest van het land meekrijgen?
Er is echter één gevaarlijk persoon met twee gezichten. Abner! Hij wil zich niet achter David scharen, omdat dat voor hem betekent dat hij macht moet inleveren. Hij ziet zijn kans schoon. De zonen van Saul zijn tegelijk met hun vader gesneuveld, maar er is nog een ­bastaard: Ishboseth. Zijn naam betekent ‘man van schaamte’, een niet zo heldhaftig personage. Maar Abner kiest hem niet uit om een leider te hebben, maar om zijn naam en afkomst te misbruiken voor zijn eigen coupe. Abner dacht in dinastieën en in stambomen. Daar paste David natuurlijk niet in. David en Abner pasten ook niet bij elkaar in geestelijk opzicht. Lees de kernachtige samenvatting van christipedia:
“Isboseth dankte zijn kroon niet aan zichzelf, daar het hem ten enenmale aan moed, kennis en veerkracht ontbrak, maar aan de dappere krijgsoverste Abner. Abner heeft vervolgens tot stand gebracht, wat er dan nog goeds onder de regering van Isboseth is verricht. Onder dit goede behoort in de eerste plaats genoemd te worden de verdrijving van de Filistijnen uit de Israëlitische steden, welke zij na hun overwinning op Saul hadden veroverd en bezet. Daarna sloeg Abner het oog op Juda en trachtte ook deze stam aan de kroon van zijn heer te hechten , maar vruchteloos. Zijn leger werd verslagen, hij zelf moest vluchten. Na een tijdsverloop van zeven jaren, toen hij inzag, dat Isboseth de man niet was, die het rijk waardig besturen kon, knoopte hij met David onderhandelingen aan, en zou zijn heer onttroond hebben, zo Joab hem niet verraderlijk om het leven had gebracht. De zwakke Isboseth, van zijn steun beroofd, werd kort daarna door zijn veldheren Baëna en Rechab gedood , die zijn hoofd aan David brachten. Zij ontvingen echter geen beloning, maar de rechtmatige straf voor de koningsmoord. Daarop huldigde geheel Israël de zoon van Isaï.”

David moet dus nog zeven jaar wachten. En opnieuw beloont hij de moordenaars van zijn ‘gezalfde’ vijand niet, maar straft hen. Daarmee – maar hoeveel geduld moet hem dat gekost hebben? – schaarde hij geheel Israël uiteindelijk achter zich. Een weg van geduld, maar onder Gods zegenende hand.
Wanneer viel het rijk van Israël uiteen in twee rijken? Je zou als antwoord kunnen geven: onder Rehabeam. Maar we zien dat het al direct na Sauls dood gebeurde: Juda achter David; de rest achter Ishboseth. Onder David en Salomo worden de beide bloedgroepen weer met elkaar vermengd. Maar toch blijkt het maar van beperkte duur te zijn. Macht is zo beperkt. Zo kort van stof. Als het volk niet bewust kiest, laat het zich als een dode vis op de stroom meedrijven. Dan kun je misschien met krachtige argumenten en harde hand nog wel wat goede bewegingen ontplooien, maar als het hart van het volk niet bewust kiest is het allemaal korte termijn denken… Zou dat geestelijk in de kerk niet precies eender zo gaan?

zaterdag 31 maart 2018

Ik wil mijn Jonathan zelf begraven

De loyale van de royale - XIII

En zij namen hun beenderen, en begroeven ze onder het geboomte te Jabes;
en zij vastten zeven dagen.
1 Samuël 31 : 13


Afgelopen dagen hoorde ik meerdere keren de indrukwekkende aria uit de Mattheüs Passion ‘Ich will Jesum selbst begraben’ en ik vroeg me af: wat beweegt je ten diepste als je zo iets zingt? Mijn vrouw zei: “Misschien wil je dan zelf toch iets aan toevoegen”. Het blijft me erg intrigeren die zinsnede. Juist toen ik de tekst van deze bijbelstudie zag.

De mensen uit Jabes hebben het mooiste gedaan dat we in deze geschiedenis hebben gelezen. Ik vind dat er, net als met Maria die Jezus’ voeten zalfde, ook over hen in de gehele wereld, alle eeuwen door, mag worden gesproken. Want al hebben ze het aan een afvallige gezalfde (Saul) gedaan, ze hebben het ten diepste aan Jezus zelf gedaan, omdat Saul wel de gezalfde bleef van God!

We lezen wel merkwaardige dingen, op het eerste gezicht. Ze hebben de lichamen van Saul en zijn zonen, dus ook Jonathan, verbrand. Is dat crematie? Nee. De lichamen waren reeds verminkt en in een zekere staat van ontbinding. Die moet een ondraaglijke lucht hebben gegeven en daarom werd hun rottende vlees verbrand. Maar hun as werd niet verstrooid. Integendeel. We lezen dat hun beenderen met respect en eerbied werden begraven. Begraven in een natuurbegraafplaats: onder het geboomte van Jabes.
En ook daarmee was de kous niet af. Ze vastten zeven dagen. Zouden alleen de mensen van Jabes die hebben gedaan? De rest van Israël dus niet? Het lijkt er wel op helaas!

Hoe aangrijpend is het vervolgens als je te horen krijgt dat een geliefde is overleden en reeds begraven?! De plek kan nog worden aangewezen waar hij of zij stierf/verongelukte en misschien is er ook een plaats aan te wijzen waar het lichaam begraven ligt. Maar verder is er niets meer te doen. Ik kan me daarom zo voorstellen dat David deze aria had meegezongen uit het diepst van zijn hart, gewijzigd met deze woorden: “Ik wil mijn Jonathan zelf begraven”. Alleen… hij is al begraven.
Sterker nog… David riep uit toen hij hoorde dat zijn hartsvriend was gesneuveld: “Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der ­vrouwen.”

Naast Jonathan roemde hij ook de daadkracht van Saul. Een wonderlijk loflied op de man die hem naar het leven stond! Hij zong goed over zijn vijand. Hij schold niet terug, maar riep tot God. Er is nog iets dat David doet, dat doet denken aan het intro van de Matteüs Passion: “Gij, dochteren Israëls, weent over Saul; die u kleedde met scharlaken, met weelde; die u sieraad van goud deed dragen over uw kleding.”
David benadrukt dat Saul en Jonathan onafscheidelijk aren in hun leven: “Saul en Jonathan, die beminden, en die liefelijken in hun leven, zijn ook in hun dood niet gescheiden; zij waren lichter dan arenden, zij waren sterker dan leeuwen.” Vandaar dat ik ook zo vaak de geschiedenissen over Saul waarin Jonathan ontbrak heb gekoppeld aan de aanwezigheid van Jonathan.

Ondank zijn vlucht, waarin David gescheiden was van zijn vriend, valt er nu een definitief gat in zijn leven dat geen van zijn vrouwen of ­kinderen zal kunnen vullen. Hoe graag had hij Jonathan zelf begraven en tranen gestort op de plek waar jonathans bloed de aarde had rood­gekleurd. Zou hij ooit nog eens naar Gilboa of Jabes gaan?

dinsdag 25 oktober 2016

Opbaring voor een openbaring

"En Jozef stierf, honderd en tien jaren oud zijnde; en zij balsemden hem, en men leide hem in een kist in Egypte."
Genesis 50 : 26

Het lichaam van Jozef wordt gebalsemd en opgebaard; illustratie uit de Holman Bijbel uit 1890

Gisteren zag ik een harde, zelfverzekerde en dictatoriale man. Zijn toon was dwingend, zijn gezicht emotieloos en zijn optreden was hard. Achter dat masker zat een mens met heftige levenservaringen; een mens die niet kon omgaan met tranen en emoties en die alles in eigen hand wilde houden. Er flitste door mij heen: als zo iemand in een rolstoel terecht zal komen, of erger… op zijn sterfbed, hoe zal dat dan voor hem zijn (en voor zijn omgeving)? Misschien wel eens goed om over na te denken, juist als je je in deze karakter-tekening herkent.
Jozef is waarschijnlijk geen hard en heerszuchtig mens geweest (al weten we dat natuurlijk niet 100% zeker). Niettemin had hij een heel heftig leven achter de rug, waarin familiebinding en presoonlijke hechting onder druk hebben gestaan. Overleven moet ook voor hem een mechanisme zijn geweest. Natuurlijk was er het geloof in God en Gods merkbare nabijheid. Maar laten we niet uitvlakken dat zelfs de meest intens gelovende mens kapot kan gaan aan kleinering en onrecht. We mogen het zeker aan God danken dat Jozef het geloof heeft behouden en ook de liefde tot zijn broeders.
Daarnaast heeft God hem rijk gezegend en grote macht gegeven. Maar al die macht heeft niet kunnen voorkomen dat ook hij op zijn sterfbed terecht kwam. Het was gedaan met Jozef. Hoe heerlijk hij ook in aanzien was, hij was nu een hulpbehoevende. Echter, hij weet dat sterfbed te gebruiken om zijn nabestaanden te troosten en zijn laatste wil bekend te maken. Daarin spreekt hij groot van de HEERE. Tot dat… zijn laatste adem zijn neusgaten verlaat, zijn longen niet meer volgezogen worden en zijn hart staakt met kloppen. Honderdtien jaar heeft zijn hart hem gesteund, maar nu staakt het en sijpelt het leven weg. Jozef is gestorven; overleden. En nu?

Zorg voor zijn ziel

De Bijbel zwijgt meer dan eens over de ziel van de overledene. In de gelijkenis van de rijke man en de 'arme' Lazarus krijgen we een inkijkje (in door Jezus met wijsheid gekozen woorden die voor ons mensen enigszins te bevatten zijn en dus niet persé letterlijk letterlijk zo behoeven te zijn) in het hiernamaals. Ook Jozef zal in de 'schoot' van opa Abraham zijn gedragen door de engelen. Die figuurlijke uitspraak lijkt te zijn ontleend aan de woorden van God 'in u zullen alle geslachten der aarde gezegend worden' en de geestelijke kinderen die uit Abrahams heup zouden voortkomen. Jozefs ziel is weliswaar in de hemel, maar daarmee is het nog niet klaar. Zijn lichaam blijft nog achter op aarde. Op de Jongste Dag zal dat lichaam, dat men nu aan het balsemen is, opstaan in een vernieuwde hoedanigheid, een herschepping. En lichaam en ziel zullen verenigd worden. Dan pas zal het compleet en eeuwig heel zijn.

Zorg voor zijn lichaam

Maar terwijl de ziel voor God verschijnt ontfermen de deskundigen zich over Jozefs lichaam. Het moet naar de gebruiken van Egypte gebalsemd worden. En na lange tijd (is het zeventig dagen?) begraven worden in een graf dat zich in de directe nabijheid van de nu heersende farao bevindt. De bekende rituelen zullen door de vaardige Egyptenaars zijn uitgevoerd en ik vermoed dat Jozefs familie het allemaal met een zekere scepsis heeft staan te bekijken.
Wat een overdreven zorg voor een dode en wat een bijgelovige handelingen allemaal. Althans, dat is het beeld dat bij me opkomt. Dat zou ook een hele juiste reactie zijn geweest. Of moeten we vaststellen dat ze al aardig gewend waren in Egypte en al deze dingen heel normaal zijn gaan vinden? Misschien wel een eye-opener voor ons; onze tijd is vergeven van oude en nieuwe rituelen (omdat men God ten diepste kwijt is). Rituelen zijn in en dat merk je bij ongemakkelijke momenten als overlijden en begraven, maar ook bij kerkdiensten waarin het Woord niet meer of niet écht centraal staat. Ik denk aan overdoop en aan handoplegging die een bijzondere emotie moeten oproepen, zodat het geloof weer tastbaar wordt en eigenlijk (ten diepste) niet meer geloven is doch 'aanschouwen'. Het moet allemaal emotioneler, tastbaarder. En ergens hoor je er die hang in die het volk Israël ook had toen het gouden kalf moest worden gemaakt. Een onzichtbare God is 'uit' en 'lastig uitlegbaar'. Velen haken af als iets ze niet aanstaat of als God op Zich laat wachten. Hij is je hondje niet!

Zorg voor zijn toekomst

Wat Jozefs familie ook heeft gedacht, ze wísten in ieder geval beter. Jozefs lichaam werd niet verafgood, maar 'bewaard' tot de exodus. Geen grafmaker vol attributen voor de lange reis naar de eeuwige horizon. Met recht kan Jozefs graf een 'wachtkamertje' worden genoemd. Het zou nog wel een flinke tijd duren (was het 1 eeuw of langer?), maar het lichaam lag er in afwachting. En dat heeft Jozef heel duidelijk kunnen maken aan zijn broers, voor hij overleed.
Het uiteindelijke graf was ook bekend bij de nabestaanden: Sichem. Wij Nederlanders zijn niet zo van de familie-verhalen en -tradities (hoewel…), maar Joden kennen dat heel sterk. Ik heb me laten vertellen dat families als Kahn, Cohen en Duhen etc. nazaten zijn van de stam van Levi (ik vind het juist daarom interessant omdat mijn overgrootmoeder ook Duhen heette). Er wordt beweerd dat zij de overlevering van de priesterdienst nog kennen. En wanneer ooit die derde tempel er zal staan, weet elke Leviet wat hem te doen staat.
Wat Jozef betreft: het bevel voor de toekomst van zijn sarcofaag is ook prima van vader op zoon doorgegeven. Luister maar wat er gebeurt bij en na de exodus:
  • "En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen Israëls bezworen, zeggende: God zal ulieden voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met ulieden op van hier!" (Exodus 13:19)
  • "Zij begroeven ook de beenderen van Jozef, die de kinderen Israëls uit Egypte opgebracht hadden, te Sichem, in dat stuk velds, hetwelk Jakob gekocht had van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds, want zij waren aan de kinderen van Jozef ter erfenis geworden." (Jozua 24:32)
Die eed, die Jozef liet zweren, werd dus écht gehouden en serieus genomen. Wat je er ook van vindt, dit moet ons Christenen toch wel aanspreken. De Heere Jezus roept ons op om niet te zweren, maar laat uw 'ja' ook 'ja' zijn. Houdt je belofte en wees eerlijk en oprecht/transparant. Hij heeft ons ook getoond dat Zijn Vader doet wat Hij belooft. De HEERE noemt Zich Jahweh, de Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Wel hier wordt door Zijn volk dat beeld vertoond. Tot zover Jozef en diens beeldtenis van de komende Christus. Zijn onbeschrijfelijk en diepe vermogen om lief te hebben die hem in zoveel ellende hadden gestort. Geen kort lontje, maar steeds weer het goede zoekend voor zijn volk. Een echte Zaphnath Paäneah. Een schaduw van Christus, Die als Hem kwaad werd gedaan niet terugschold maar het overgaf in de handen van Hem Die rechtvaardig en ook accuraat oordeel velt: Zijn Vader.

  1. Jozef wilde in Egypte begraven worden; maar liet wel zweren dat zijn lichaam in Sichem zou worden herbegraven. Heeft dat ons in 2016 nog iets te zeggen?
  2. Jozef werd begraven. Heeft dat ons in 2016 nog iets te zeggen?
  3. Jozef werd als een hoogwaardigheidsbekleder begraven. Niettemin moest hij sterven zoals elk ander mens (ook een bedelaar). Wat zegt ons dat over het sterven? Mag er een zeker status en deftigheid getoond worden bij een begrafenis?

vrijdag 16 september 2016

Sterven en leven met eeuwigheidsperspectief

"En Jozef zeide tot zijn broederen: Ik sterf; …"
Genesis 50 : 24a


Talloze graven voor de Golden Gate in Jeruzalem; wachtend op de komst van de Messias.
Hoe begraven wij tegenwoordig onze doden? Ook in de verachting van de Komende?

Hoeveel mensen zouden bij volle bewustzijn sterven? Althans, hoevelen zullen er aanvoelen dat ze gaan sterven? Ik weet het niet, maar vermoedelijk zijn dat er niet heel veel. Ik vermoed dat de meesten zwoegend voor hun leven, of snakkend naar adem wegzinken in de dood. Een lang ziekbed is niet altijd een bewust toeleven naar het einde. Een coma of beneveling door morfine zijn gemakkelijker voorstelbaar. Ook de aftakeling door dementie behoort tot de mogelijkheden die misschien wel dagelijks voorkomen. Hoeveel gelegenheid is er dan om jouw geliefden nog toe te sprekende van de Komende en het eeuwigheidsperspectief dat je in dit leven hebt (of had moeten hebben)?

"Gedenk aan je Schepper," adviseerde Salomo, "nog vóórdat de gebreken van de ouderdom zich aandienen." Je zou er ook aan toe kunnen voegen: en weest bereid om te sterven, vóórdat je verongelukt, plotseling sterft door een hartstilstand of in een onbereikbaar psychisch gebied belandt door een hersenbloeding. Hoewel de dood in het walgelijk modernisme een goede vriend moest zijn geworden – de dood zou bij het leven horen, aldus deze dwaallichten – denken weinigen over hun sterven na. Ja, als je na de dood niets wilt hebben (dood = dood) dan moet je er inderdaad maar niet aan denken dat er tóch wel iets zou zijn. Het is voor de atheïst ook vele malen afgrijselijker te denken aan de mogelijkheid dat er misschien tóch iets zou kunnen zijn, dan voor de christen om te denken aan de mogelijkheid dat alles bij de dood ophoudt (hoewel hij gelukkig beter weet). Maar… denken we ook weleens na over het feit dat na onze dood onze kinderen/familie/vrienden verder moeten? We zijn vaak egocentrisch gericht op onze eigen zaligheid, maar wat laten we na? In de bijbelstudies van vandaag en de komende keren wil ik vanuit dat perspectief naar Jozef kijken en luisteren. Noem het 'The Joseph Legacy'.

Confronterend

Nadenken over 'ik sterf' wanneer je dochter 'op alledag loopt'? Nadenken over de dood, als misschien wel vandaag juist het léven centraal staat? Nou, beginnen te leven is tevens beginnen te sterven; dat dan weer wel. Cole Porter maakte ooit een vreemdsoortig liedje dat begon met de woorden "Every time we say goodbye, I die a little". Elk afscheid is een stukje sterven. We zijn daar misschien wel te zeer aan gewend. Vroeger emigreerden mensen (soms alleen slechts naar een andere provincie), niet wetend of ze elkaar ooit nog zouden zien. Tegenwoordig zijn afstanden niets en is alles bereikbaarder dan ooit. Is het niet fysiek, dan wel digitaal (mail, app, skype etc.).
De betrekkelijkheid van alles wordt niettemin vandaag de dag wel heel erg verbloemd! Over de dood moet niet te zwaar worden nagedacht. Tuurlijk, je moet je dingen regelen voor je kids en je vrienden (mocht je plots overlijden), maar als dat gedaan is kun je volop leven zonder één gedachte aan het einde. En wat zal dat einde zijn? Is dat een nieuw begin, in de vorm van reïncarnatie? Of een nieuw begin vanuit de Bijbelse eeuwigheidsgedachte? Ik ben zo benieuwd hoe Jozef dat zal hebben gezien. In ieder geval confronteert hij zijn familie er mee. En hoe!

Constaterend

Jozef is zich bewust van het feit dat zijn stervensuur nadert. Daarin is hij misschien wel in een bijzondere positie; niet ieder krijgt dat zicht op zijn of haar dood. Wat Jozef niet doet is angstig en gestrest raken. Hij voelt zijn einde, zijn ontbinding (zoals Paulus dat noemt) naderen en dat schept een diepe vreugde. Niet dat hij dan van alle ellende in dit leven af is; immers hij moet toch ook zijn kinderen, zijn klein- en achterkleinkinderen loslaten! Maar hij mag over dood en graf heen zien. Hij constateert als nooit te voren dat Gods dubbele bevrijding aanstaande is: Jozefs aardse huis wordt afgebroken en hij mag een huis bij God in de hemel gaan bewonen, het hemels Kanaän. Maar daarnaast: het volk van Israël zal – na een diepe vervolging en onderdrukking – weer huiswaarts gaan, naar het aardse Kanaän.

Conformerend

Ook valt het me op dat Jozef niet van alles aangrijpt om zijn levenseinde op te rekken. Hij conformeert zich aan Gods tijd en richt zich op zijn geliefden in opdracht van God Die hem nog een boodschap geeft om door te geven. God had hem verder doen zien dan dit aanstaande stervensmoment. Hij had Jozef een opdracht gegeven om nogmaals zijn broederen te troosten met warme woorden over Gods ontferming. Het zou er echt van gaan komen dat God ze uit deze eerste ballingschap, hier in Egypte, zou terugbrengen naar het beloofde land, waarover overgrootvader Abraham al zulke enorm rijke beloften had gekregen. Overgrootvader Abraham… die was toch al jaren overleden? Ja, en toch… en toch… hij had de toekomst van verre gezien en Christus’ Dag bewonderd. Hij had reeds omhelsd, wat nog in het verschiet lag. Moet je eens over nadenken. Omhels jij zo ook wel eens het zalig hemelleven? Zo, alsof je er al bent?

Contrasterend

Jozef wel. Hij mag verrukt spreken over Gods naderend optreden en handelen. En werkelijk waar, dat moeten troostvolle woorden zijn geweest voor zijn nabestaanden! Woorden die hout sneden, harten troffen en perspectief boden. Want… dat terugkeren naar Kanaän was geen doel op zich. Er was een reden. Sommigen staren zich blind op het land Israël, alsof dat koste wat kost moet worden gekoesterd. Maar het grondgebied van Israël is geen eindstation, doch een ontvangsthal voor de Messias! Toen, in de volheid des tijds (en dat lag voor Jozef en de zijnen nog ver in de toekomst) en straks voor Zijn wederkomst. Dat lag voor de mensen uit het Oude Testament als 1 punt op elkaar, maar wij staan ertussenin en zien de steeds groter wordende afstand tussen 'Komst' en 'Wederkomst'. Niettemin ligt er een onverbrekelijke lijn tussen die beiden 'Komsten'. En daarin ligt eveneens een contrast. Christus’ eerste komst was er een van genade en bijeenvergadering; Zijn tweede komst zal er een zijn van oordeel en scheiding.
Alle oog zal Hem zien. Jozef en de zijnen hadden wel de beloften, en zagen ook in de verte, alsof die dag al zeer binnenkort kon aanbreken, maar concreet waren hun beelden nog niet. En wij? Wij staan achter Christus’ eerste komst… is voor ons Zijn wederkomst een realiteit? En welk beeld staat er op ons netvlies? Hoe ziet in 2016 dat grote verlangen eruit, waarover de Nederlandse Geloofsbelijdenis in het slot spreekt?  
"Zie, ik sterf…" En dan? Al worden er vandaag 10.000 baby's geboren, zou ik dan niet over mijn eigen sterven nadenken? En is elke geboorte niet een moment waarop de dood heel dichtbij kan zijn? Laten we daar niet gering over denken. Het gaat vaak goed, maar er zijn helaas ook andere voorbeelden. Dankbaarheid aan God Die moeder en kind spaarde is wel op zijn plaats.

Zes jaar geleden wenste een predikant mijn vrouw een gezegende baring, toen ze op het laatst liep van onze jongste. Gezegende baring… eigenlijk vóór die tijd nog nooit van gehoord. Maar wat een bijzonder rijke wens is dat. Dat baren niet een worsteling alleen is, maar onder Gods zegenende hand nieuw leven voortbrengen dat wellicht fysiek Zijn komst zal meemaken. In ieder geval een leven ter wereld brengen, dat gestempeld mag zijn van hetzelfde perspectief als dat van Jozef: "Ik sterf; maar God zal u gewisselijk bezoeken…" Zo gaat hij in de volgende Bijbelstudie verder. Opvoeden met eeuwigheidsperspectief; wat ben je dan best af!
  1. Wat verwacht jij van het sterven? Wat verwacht jij van Christus' wederkomst? Wat verwacht jij van de hemel?
  2. Hoe denk je dat God de dood ziet? Hoe kun je tegen de modernistische stroom in roeien, die de dood bij het leven vindt horen?
  3. Praat jij met je 'broeders' (gezinsleden, echtgenoot/echtgenote, kinderen) over sterven? Loop je ook tegen moeilijkheden op? Deel je die met anderen?

dinsdag 12 juli 2016

Jozef sluit de ogen van zijn vader

"Toen viel Jozef op zijns vaders aangezicht, en hij weende over hem, en kuste hem."
Genesis 50 : 1

Toen ik gisteravond onze jongste voorlas uit de kinderbijbel, was de geschiedenis aan de beurt die in dit hoofdstuk beschreven staat. Na de dood van vader Jacob schieten de broers in de stress, omdat ze bang zijn voor Jozefs wraak. Er gebeuren bijzondere, zelfs onbekende dingen in dit hoofdstuk. Er komen nogal wat lijnen uit de voorgaande hoofdstukken samen. En… er zitten nogal wat beelden in die herkenning oproepen, wanneer we naast Jozef aan de Heere Jezus denken. Jozef is voor mij iemand die me al jong interesseerde. Ik vond namelijk de geschiedenis van Egypte enorm interessant en Jozef maakte van die geschiedenis korte tijd deel uit! Boeiend, maar ook aangrijpend. Later leerde ik ook zien hoe diep het leven van Jozef is gegaan en dat hij veel heeft geleerd met betrekking tot vergeving en genade. Graag wil ik dit hoofdstuk tekst voor tekst overdenken en stilstaan bij veel dingen waar je zomaar langs heen leest tijdens het 'gewone' Bijbellezen.

Jacob zegent zijn zonen (Genesis 49); hier zegent hij Jozef, terwijl hij even daarvoor diens zonen al had gezegend.

In het voorgaande hoofdstuk heeft Jacob zijn zonen gezegend. Daarbij heeft Jozef ook een zegen ontvangen, maar Jacob had Jozef en diens twee oudste zonen Manasse en Efraïm vooraf apart genomen en een bijzondere zegen gegeven. Hij had gezegd dat hij Efraïm en Manasse, die in Egypte waren geboren, beschouwde als zijn eigen zonen en zelfs gelijkstelde aan Ruben en Simeon. En… dat hij Jozef een erfdeel zou geven bóven zijn andere zonen: Sichem (we zagen daar iets van toen we nadachten over de samaritaanse vrouw uit Johannes 4). Zelfs op zijn sterfbed trok hij Jozef nog voor. Ik weet echter niet of ik hem daarom op dit moment hard zou moeten vallen. Immers, dit heeft ook wel iets van een schuldoffer weg. Maar daarover bij een volgend vers.
Vandaag lezen we dat Jozef in de sterfkamer van zijn vader staat. Ik weet niet hoeveel tijd er zat tussen de zegeningen uit Genesis 49 en het overlijden van Jacob in het laatste vers van dat hoofdstuk. Als je het hoofdstuk in één keer leest krijg je het idee dat het direct na de zegeningen gebeurde. Hij laat daar zijn zonen zweren dat hij in het familiegraf te Machpéla zal worden begraven. Dat had hij Jozefs ook al speciaal laten zweren, voorafgaand aan deze bijeenkomst! Jacob zegt daarbij heel nadrukkelijk dat hij bij zijn ouders en grootouders wil worden begraven én bij Lea! Rachel was zijn lieveling, die ligt elders begraven. En, let erop, zij was de moeder van Jozef! Jacob kiest er bewust voor níet bij Jozefs moeder te worden begraven. En dat maakt de reactie in onze dagtekst des te bijzonderder.

Jozef raakt zijn dode vader aan

Wat iemand zegt of doet bij een dode, mag hij of zij tot op zekere hoogte zelf weten. Ik vraag me wel eens af wat je wil zeggen, wanneer je een dode aanraakt. Wil je daarmee je innige liefde uiten of wil je ontkennen dat de dood scheiding heeft gemaakt? Ga je praten tegen een dode, alsof hij of zij er nog is? Toen ik acht jaar was en mijn oma overleed, wilde ik aanvankelijk niet kijken in de kist. Op de dag van de begrafenis heb ik het, vlak voor de kist definitief dicht ging, toch gedaan en ik heb er eigenlijk nog steeds enige spijt van. Ik zag daar het lichaam van iemand, die ik niet meer herkende. Oma had een strenge gelaatstrek en haar zachte, lieve wezen was weg. Haar persoonlijkheid was weg; immers haar ziel had haar verlaten. En eerlijk gezegd heb ik dat gevoel nog altijd, wanneer ik bij een condolatie of begrafenis de opgebaarde overledene zie. Er is afstand gekomen, het wezen is eruit. Dat lichaam wordt straks in verderfelijkheid gezaaid… het roept niet meer de liefde op, die je in het leven wel voor die persoon had. Ik heb dat onlangs opnieuw ervaren, toen mijn vader overleed.
Roerloos staan de broers rond het bed van vader Jacob. Ook zij moeten iets van die afstand hebben ervaren. Vanuit hun ooghoeken zien ze dat een van hen zich losmaakt uit de kring en naar het bed gaat. Hij buigt zich voorover en duwt zijn hoofd tegen het hoofd van zijn overleden vader. Hij kust het gezicht zelfs. Mocht dat? Later, na de wet van Mozes, zou je onrein zijn als je een dode aanraakte; en daar valt ook deze liefdesuiting onder uiteraard. De HEERE wilde blijkbaar duidelijke scheiding tussen de dood en het leven. Hier is die scheiding flinterdun…

Jozefs kust Gods belofte in vervulling

Die voorovergebogen houding herkennen we vanuit het laatste vers van Genesis 47, waar Jozef zijn vader gezworen heeft dat hij hem in Kanaän zal begraven. We lezen dan: "En Israël boog zich ten hoofde van het bed." Jacob was te oud en te zwak om zijn bed uit te komen en te knielen voor de HEERE; daarom boog hij zich voor de HEERE op het hoofdeind van zijn bed en dankte Hem voor de bevestiging van Zijn belofte in de eed die Jozef daarnet zwoer. Want… er gaat in onze dagtekst iets in vervulling, dat Jacob op dít moment niet meer heeft meegemaakt, maar waar hij aan het einde van Genesis 47 dus wel de bevestiging van kreeg. Wat?
Voordat Jacob naar Egypte aftrekt om zijn zoon Jozef in levende lijve te zien, vraag hij eerst of de HEERE het goed vindt dat hij Kanaän verlaat (Genesis 46). Luister eens goed wat de HEERE dan belooft in vers 4: "Ik zal met u aftrekken naar Egypte en Ik zal u doen weder optrekken, mede optrekkende; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen." Daarmee bevestigt de HEERE dat Jozef inderdaad nog leeft en dat Jacob in zijn aanwezigheid zal sterven. Hier in onze tekst zien we dat gebeuren. Jozef is de enige die dicht bij zijn stervende vader is. Hij duwt zijn hoofd net als een kind tegen het hoofd van zijn vader. Als het ware om nog een keer weg te kruipen bij zijn vader. Hij kust hem; maar dat moet je zien als: hij kuste of streelde de ogen van zijn vader dicht. Precies zoals de HEERE het had voorzegd…

Jozef is de enige die reageert

Vind je het niet vreemd dat Jozef de enige is die reageert? Als je bedenkt dat die andere broers ook daar rondom dat bed stonden, dan zou je toch wel verwachten dat er meerderen zijn die zo bij hun vader zitten? Zou het schaamte en intuïtieve afstand van een dode zijn? Of… ontbrak die innige liefde die er was tussen Jozef en Jacob? Het verbaast me toch, zeker omdat ik ook Benjamin niet zie reageren. Hij was immers ook Jacobs lieveling?
 Zou Jozef zelf misschien de reden zijn dat de broers niet dichterbij durven komen? Als je de rest van het hoofdstuk leest zou dat inderdaad weleens zo kunnen zijn. Ze zijn namelijk zeer gereserveerd naar Jozef toe, want ze denken dat hij na het overlijden van Jacob (die wellicht toch nog een wat verzoenende en bruggenbouwende functie in de clan in Gosen had) wel wraak zal gaan nemen. Het sterven van Jacob is voor de broers vooral een zaak van angstige voorgevoelens.
Maar Jozef uit zich spontaan. Bij hem is enkel puur verdriet omdat hij zijn vader nu ook moet missen, die hem van jongs af aan heeft opgevoed, nadat zijn moeder Rachel in het kraambed van Benjamin overleed. En nu wil vader Jacob juist niet bij Jozefs moeder, maar bij zijn andere vrouw, Lea, worden begraven; bijzonder dat juist Jozef zo emotioneel reageert!
Jozef, de man die in prachtige egyptische kleding rondliep en farao, de koning van Egypte, met zijn masterplan tijdens de zeven jaar honger schatrijk heeft gemaakt. Jozef, de vizier, de machtigste onder de wereldheerser farao, hij acht het niet te min om zich te bukken bij het bed en als een kind tegen zijn vader aan te schuiven. Zelfs niet als die al overleden is. Hij weet dat zijn vader in de zaligheid is, waarover hij daarstraks nog zei dat hij daarop wachtte. Hij begeert hem niet terug. Hij mist hem wel, want hij had grote gedachten van zijn vader, omdat hij grote gedachten van de God van zijn vader had!

  1. Wat vind jij van de houding van Jozef bij het sterfbed van vader Jacob?
  2. Kende je de belofte van God aan Jacob, dat Jozef zijn ogen zou toesluiten?
  3. Heb jij ook een geestelijke band met je ouders of andere (ouderen) uit de gemeente?