Posts tonen met het label Mattheüs Passion. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mattheüs Passion. Alle posts tonen

zaterdag 31 maart 2018

Wir setzen uns mit Tränen nieder

De loyale van de royale - XV


Toen vatte David zijn klederen en scheurde ze; desgelijks ook al de mannen, die met hem waren. En zij weeklaagden, en weenden, en vastten tot op den avond, over Saul en over Jonathan, zijn zoon, en over het volk des HEEREN, en over het huis Israëls, omdat zij door het zwaard gevallen waren.
2 Samuël 1 : 11-12


Wir setzen uns mit Tränen nieder
und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh !
Ruht, ihr ausgesognen Glieder !
Ruhet sanfte, ruhet wohl !
Euer Grab und Leichenstein
soll dem ängstlichen Gewissen
ein bequemes Ruhekissen.
und der Seelen Ruhstatt sein.
Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein.
Wir setzen uns mit Tränen nieder
und rufen dir im Grabe zu:
ruhe sanfte, sanfte ruh !
Huilend gaan wij zitten
en roepen u in het graf toe:
rust in vrede, rust zacht.
Rust nu, uitgeputte ledenmaten.
Rust zacht, rust goed.
Uw graf en uw grafsteen
zullen voor het angstige geweten
een aangenaam hoofdkussen
en rustplaats voor de ziel zijn.
Vergenoegd sluimeren de ogen toe.
huilend gaan wij zitten
en roepen u in het graf toe:
rust in vrede, rust zacht.
http://matthauspassion.nadro.nl


De mannen van Jabes vastten en klaagden zeven dagen. Bij David zien we een klagen en vasten tot op de avond. De rest van de dag dus.
De Amelekiet die dit semi-nepnieuws kwam brengen, om daarmee de bink uit te hangen, heeft dat met de dood moeten bekopen. Terecht. Zeker als je Davids argument hoort: “Je hebt je vergrepen aan de gezalfde des HEEREN!” David is consequent en ziet de dood van Saul zelfs nu niet al een welkome oplossing van zijn ballingschap.
Voor David was het koningschap geen doel op zich. Althans hier niet. Hij kon op Gods tijd wachten. Maar wat er nu is gebeurd doorziet hij beter dan wie ook: hier ondergaat het volk dat hij straks zal moeten gaan leiden, het oordeel van God. Hoe pijnlijk precies zal het dus in de komende tijd voor hem komen om Gods beeld in het volk van het verbond weer te herstellen! De straf op deze Amelekiet is er het eerste begin van.


Wat David altijd heeft gezegd over ‘niet je handen uitsteken naar de gezalfde’ handhaaft hij ook nu. En wat hij altijd heeft gedaan, wanneer zijn innerlijk werd bewogen in blijheid of droefheid, doet hij evenzeer ook nu: hij zingt een lied. Enerzijds roept hij in het lied op om de schande van de gesneuvelde helden niet toe te laten in het land van de vijand: “Hoe zijn de helden gevallen! Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon; opdat de dochters der Filistijnen zich niet verblijden, opdat de dochters der onbesnedenen niet opspringen van vreugde.” Anderzijds roept hij tot de dauw en de regen om de sporen van Sauls en Jonathans bloed niet uit te wissen. Het lijkt een bede om gerechtigheid en om respect en eerbied voor de doden.
Ook benoemt hij de pijn over dat ‘de krijgswapens zijn verloren’. Het is de schande, de smaad, die hem hier meer raken haast dan de dood zelf. Veel mensen zijn bang voor de dood, omdat mensen hen dan op hun kwetsbaarst zien. Dan ben je pas echt wie je bent. Zolang je leeft kun je de schijn ophouden en mooie woorden spreken. Maar de dood liegt niet. Dat is nog maar een slap aftreksel van hoe er in de Bijbel over schande wordt gesproken. Smaad die wordt aangedaan is vele malen ingrijpender dan lichamelijk pijn, zo zei onze dominee pas.

Daarbij is de liefde en verbondenheid die David in Jonathan met elkaar hebben gedeeld, iets dat zo kostbaar en teer is, dat de dood en het sneuvelen in de strijd, daar iets verachtelijks van maakt. De wapens zijn verloren; dat is: de macht en dapperheid die je een leven lang hebt laten zien, hebben toch het onderspit gedolven. Maar de vriendschap was nog iets veel indrukwekkenders.
Het is daarom opmerkelijk dat David juist Jonathan zo vaak in het lied betrekt: “Hoe zijn de helden gevallen in het midden van den strijd! Jonathan is verslagen op uw hoogten! Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen. Hoe zijn de helden gevallen, en de krijgswapenen verloren!” Jonathan, die zich altijd wist te redden, tegenover welke grote overmacht ook. En vlak zijn wapendrager niet uit! Maar nu hebben ze gefaald… ze hebben het niet kunnen redden. Helden? Als een stuk vuil zijn ze aan de muur van Beth-San gehangen. Jonathan… het beeld van zijn lieve vriend schuift voor zijn geestesoog en David probeert dat beeld te rijmen met de boodschap dat zijn sterke lichaam al een stuk vuil is opgehangen… Mensen mochten er zomaar op spugen, om lachen en van griezelen.

Is dat niet het beeld dat Golgotha oproept? Kennen we Jezus zo persoonlijk, dat we dat beeld van het kruis op Golgotha niet kunnen verdragen? Past dat afzichtelijke van Zijn kruisafname en zijn graf­legging ook niet in ons beeld over Hem? Omdat we Hem zo lief hebben gehad?

Wat David niet doet is: een bedevaart naar Gilboa of Jabes. Geen bezoek aan die afschrikwekkende plaatsen. Misschien dat hij ze later nog wel heeft bezocht. Mij hij laaft zich aan het beeld dat hij nog van Jonathan heeft… misschien wel die laatste ontmoeting. Laten wij hetzelfde doen op deze Stille Zaterdag en “…huilend gaan wij zitten en roepen U in het graf toe: rust in vrede, rust zacht.” Maar laten we dat wel doen met het oog op de wederopstanding van het vlees: Pasen!

Ik wil mijn Jonathan zelf begraven

De loyale van de royale - XIII

En zij namen hun beenderen, en begroeven ze onder het geboomte te Jabes;
en zij vastten zeven dagen.
1 Samuël 31 : 13


Afgelopen dagen hoorde ik meerdere keren de indrukwekkende aria uit de Mattheüs Passion ‘Ich will Jesum selbst begraben’ en ik vroeg me af: wat beweegt je ten diepste als je zo iets zingt? Mijn vrouw zei: “Misschien wil je dan zelf toch iets aan toevoegen”. Het blijft me erg intrigeren die zinsnede. Juist toen ik de tekst van deze bijbelstudie zag.

De mensen uit Jabes hebben het mooiste gedaan dat we in deze geschiedenis hebben gelezen. Ik vind dat er, net als met Maria die Jezus’ voeten zalfde, ook over hen in de gehele wereld, alle eeuwen door, mag worden gesproken. Want al hebben ze het aan een afvallige gezalfde (Saul) gedaan, ze hebben het ten diepste aan Jezus zelf gedaan, omdat Saul wel de gezalfde bleef van God!

We lezen wel merkwaardige dingen, op het eerste gezicht. Ze hebben de lichamen van Saul en zijn zonen, dus ook Jonathan, verbrand. Is dat crematie? Nee. De lichamen waren reeds verminkt en in een zekere staat van ontbinding. Die moet een ondraaglijke lucht hebben gegeven en daarom werd hun rottende vlees verbrand. Maar hun as werd niet verstrooid. Integendeel. We lezen dat hun beenderen met respect en eerbied werden begraven. Begraven in een natuurbegraafplaats: onder het geboomte van Jabes.
En ook daarmee was de kous niet af. Ze vastten zeven dagen. Zouden alleen de mensen van Jabes die hebben gedaan? De rest van Israël dus niet? Het lijkt er wel op helaas!

Hoe aangrijpend is het vervolgens als je te horen krijgt dat een geliefde is overleden en reeds begraven?! De plek kan nog worden aangewezen waar hij of zij stierf/verongelukte en misschien is er ook een plaats aan te wijzen waar het lichaam begraven ligt. Maar verder is er niets meer te doen. Ik kan me daarom zo voorstellen dat David deze aria had meegezongen uit het diepst van zijn hart, gewijzigd met deze woorden: “Ik wil mijn Jonathan zelf begraven”. Alleen… hij is al begraven.
Sterker nog… David riep uit toen hij hoorde dat zijn hartsvriend was gesneuveld: “Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der ­vrouwen.”

Naast Jonathan roemde hij ook de daadkracht van Saul. Een wonderlijk loflied op de man die hem naar het leven stond! Hij zong goed over zijn vijand. Hij schold niet terug, maar riep tot God. Er is nog iets dat David doet, dat doet denken aan het intro van de Matteüs Passion: “Gij, dochteren Israëls, weent over Saul; die u kleedde met scharlaken, met weelde; die u sieraad van goud deed dragen over uw kleding.”
David benadrukt dat Saul en Jonathan onafscheidelijk aren in hun leven: “Saul en Jonathan, die beminden, en die liefelijken in hun leven, zijn ook in hun dood niet gescheiden; zij waren lichter dan arenden, zij waren sterker dan leeuwen.” Vandaar dat ik ook zo vaak de geschiedenissen over Saul waarin Jonathan ontbrak heb gekoppeld aan de aanwezigheid van Jonathan.

Ondank zijn vlucht, waarin David gescheiden was van zijn vriend, valt er nu een definitief gat in zijn leven dat geen van zijn vrouwen of ­kinderen zal kunnen vullen. Hoe graag had hij Jonathan zelf begraven en tranen gestort op de plek waar jonathans bloed de aarde had rood­gekleurd. Zou hij ooit nog eens naar Gilboa of Jabes gaan?