Posts tonen met het label Pasen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pasen. Alle posts tonen

donderdag 8 april 2021

Veilig in Jezus’ armen

Pasen (4)

Het is vreselijk om door de levende God gestraft te worden!
Hebreeën 10 : 31

Die tekst, maar dan in de SV, wordt in bepaalde kringen nogal eens aangehaald als een dreigende oordeelsprofetie: “Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.” Wat roept dat bij jou op? En welk beeld van God creëert dat bij jou? Is het oordeel over jouw leven ook op het Lam Gods gelegd?

Eenzijdigheid is een gevaarlijk patroon. Het regelmatig citeren van teksen als onze dagtekst roept beelden op. Bij kinderen evenals bij volwassenen. Niettemin kun je ze niet schrappen uit je Bijbel. Omdat deze tekst in Hebreeën staat, wil ik hier toch bij stilstaan.

Als Gods kinderen worden verdrukt, door hun omgeving of – in landen waar een kwaad regime heerst – door hun overheid, mogen ze weten en vertrouwen dat God eenmaal recht zal doen en recht zal spreken. Dat moeten wij niet zelf doen.

We moeten in de verdrukking zien op Hem, Die gezegd heeft: “Van Mij is de wraak, Ik zal vergelding doen.” We mogen Hem wijzen op Zijn belofte en bidden om bescherming. Maar het mes snijdt aan twee kanten. Wie willens en wetens tegen God zondigt komt deze rechtvaardige God eenmaal tegen!

En dat betreft niet enkel goddeloze heidenen. Dat betreft ook vrome kerkmensen die naast het bloed van Christus ook zelf iets willen aanbieden aan God. Die met het bloed van Jezus eigenlijk niet zo uit de voeten kunnen, maar wel eindeloos kunnen praten over wetten en regeltjes in de kerk, welke dominee niet zuiver is en wat er mankeert aan het zogenaamde geloof van die en die. Ik bedoel niet hen die klein van zichzelf denken en zich eigenlijk niet goed tot Gods kinderen durven rekenen. Weliswaar is dat kleingeloof niet tot eer van God, maar hier gaat het om een harde en radicale stroming binnen de religie. Vaak gepaard met met een hypocriete houding.

“Het luistert nauw…” hoor ik weleens zeggen. En ik vraag me af: “Hoe nauw? Waar bestaat dat ‘nauw’ dan eigenlijk uit?” Wordt de lat hoog gelegd voor mensen of voor de HEERE? Misschien luistert het wel nauw op het vlak van kinderlijk vertrouwen op God!

Maar laten we bij deze tekst ook eens luisteren wat de Kanttekeningen zeggen: Ja het gaat hier over Gods wraak over Zijn vijanden, maar aan de andere kant “is het beter te vallen in de handen van God, dan in die van mensen, als Hij de Zijnen genadiglijk tuchtigt”. Ze wijzen op 2 Sam. 24:14 waar David tegen Gad zegt: “Mij is zeer bange; laat ons toch in de hand des HEEREN vallen, want Zijn barmhartigheden zijn vele…”

Dát is nog eens kinderlijk vertrouwen! Zelfs na het in zonde vallen! Ken jij de HEERE ook zo? “Veilig in Jezus’ armen, Veilig aan Jezus’ hart; daar in Zijn teer erbarmen, Daar rust mijn ziel van smart…”

woensdag 7 april 2021

Het bloed van Jezus niet bijzonder vinden?

Pasen (3)

Dan kunnen jullie wel begrijpen dat de straf nog veel zwaarder is als mensen zich helemaal niets meer willen aantrekken van de Zoon van God. Ze vinden het bloed van het verbond waardoor ze gered waren, niets bijzonders meer. Daarmee hebben ze de Geest van Gods goedheid zwaar beledigd.
Hebreeën 10 : 29


Aan de dagtekst gaat vers 28 vooraf: “Als iemand expres ongehoorzaam is aan de wet van Mozes, wordt hij zonder genade gedood. Tenminste, als twee of drie mensen hetzelfde zeggen over wat er is gebeurd.” De SV noemt dat ‘de wet van Mozes tenietdoen’. Jezus heeft daarom de wet niet tenietgedaan, maar vervuld.

Maar in het nieuwe normaal, na Jezus’ komst en offer staat alles op een hoger level. De minachting van de wet van Mozes kostte je je leven, maar de minachting van het offer (niet de wet, maar het bloed!) van Jezus zal nóg zwaarder worden veroordeeld.

Gaat het hier om spotters die lachen om zonde, oordeel en dood en die Jezus een bedenksel vinden van mensen: geloof zit tussen je oren? Dat lijkt wel zo te zijn, maar toch is dat maar zeer de vraag!

Je merkt in de Kanttekeningen dat het hier niet gaat om wereldse mensen die niets met het geloof hebben. Luister maar: “Zij wáren schoon en van hun uitwendige slijk gewassen; zij hadden de onreinheid van afgoderij en andere onheiligheden verlaten”, maar dat godsdienstige denken werd hen te zwaar, of juist te licht. Ze zijn hun smaak in Jezus verloren, of ze vinden al dat gepraat over Jezus maar erg oppervlakkig.

Lees eens verder wat de Kanttekenaren schrijven: dit zijn mensen in wie “de Heilige Geest, enige smaak van Gods genade begon te werken, waarover zij zich ook een tijd verblijdden”, maar ze hebben die Geest óf verworpen met een hang naar de wereld óf met vrome voorwendsels laten staan door een hang naar vroomheid naast of los van Christus’ bloed.

Johannes heeft het in zijn eerste zendbrief over mensen die wel uit de gemeente zijn vertrokken, maar die er geestelijk gezien eigenlijk helemaal nooit deel van hebben uitgemaakt!

Geen deel uitmaken van de Kerk (met een hoofdletter) is een angstaanjagende mogelijkheid! Ik bedoel niet dat wij zelf dat onderscheid openbaar moeten gaan maken in de gemeente: jij hoort erbij en jij niet. God kent het hart. Maar mensen door wie jij in discussies geestelijk verder van Christus af komt te staan, zijn voor jou geen broeder of zuster, maar sta-in-de-weg voor het werk van de Geest in jou!

Geestelijk gesprekken gaan over Wie Christus voor je is. Als je samen over Hém kunt praten met woorden van aanbidding en bewondering, komt de werkelijke broederschap openbaar. Maar als men Jezus’ bloed niet bijzonder genoeg vindt… Vraag dan aan de Heilige Geest of je dat contact wel moet voortzetten.

dinsdag 6 april 2021

Gemeente-zijn: er staat druk op de ketel!

Pasen (2)

Laten we blijven geloven… En we moeten ook zorgzaam op elkaar letten. We moeten elkaar aanmoedigen … laten we niet wegblijven uit onze bijeenkomst… Maar we moeten elkaar blijven aanmoedigen… Want de laatste dag komt eraan.
Hebreeën 10 : 23-25

Zodra Jezus fysiek is verschenen aan Zijn jongeren, behalve Thomas, zijn ze overtuigd. Hij opende hun ogen én hun verstand. Zo openbaarde Hij zich met een onuitwisbare indruk. Maar… was dit dan ook Zijn terugkeer, zoals Hij had beloofd? Was nu de laatste Dag nabij? Dan moet Thomas er ook bij zijn!

We zijn als gemeente van Jezus Christus niet zomaar een clubje van mensen met een gelijk ideeën over het (godsdienstig) leven of zo. Eerlijk gezegd heb ik vaak het idee dat dat in de kerk helaas wel zo werkt.

Vóór 2004 merkte ik dat veel Gereformeerde Bonders praatten in termen als “We mogen nog dit” en “We hebben nog dat”; het getuigende elan van 18 april 1906 was eruit. Veel passiviteit, weinig ­apologetiek, laat staan passie of polemiek! Al zie ik de laatste jaren een jongere generatie predikanten opstaan die deze facetten beter weet te gebruiken.

Onze eigen kerk is voor een groot deel ook bezig om als een moederkloek alle kuikens nauwgezet te dicteren met veilige, juist in behoudende kring breed gedragen woordkeuzen. De vraag is hoe ver dit al is verwijderd van Paulus’ oproep hier in Hebreeën 23-25!

Wij moeten niet een gemeente of kerk zijn die voor de toekomst alles veilig stelt en in beton giet met een hang naar vroeger. Wij moeten vooral gericht zijn op de toekomst die verbluffender zal zijn dan wij ons kunnen voorstellen. Thomassen, die treuren over de vervallen hut die door Jezus is verlaten, moeten juist worden ­opgewekt om te blijven geloven! En gemeente­leden hebben de opdracht om zorgzaam op zulke mensen te letten. En dan bedoel ik mensen die wél geloven, maar te zeer zien op de omstandigheden en in teleurstelling het isolement zoeken.

We moeten elkaar (ook als we níet teneer geslagen zijn of ons verdrietig voelen!) blijven aanmoedigen. Maar waarmee? Met clichées als ‘een mens moet verbroken worden’ of ‘Je bent geliefd door God’? Paulus dicteert ons niet welke woorden we moeten kiezen, maar dát we elkaar moeten aanmoedigen!

De Kanttekeningen geven de voorzet bij “Laat ons elkander vermanen”: “of uit vreze der Joden, of ook door nalatigheid, of uit een groot gevoelen van zichzelve, of uit andere oorzaken hierin vertragen.”

De omstandigheden kunnen ons de moed in de schoenen laten zinken. Maar scherp elkaar op, zoals ook de Kanttekeningen doen met Matth. 18:20: “Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen! Waar God wil zijn, dáár moet jij ook wezen! Juist met het oog op de Jongste Dag! Er zit dus druk op de ketel: Jezus komt eraan!

maandag 5 april 2021

Niet wegblijven uit onze bijeenkomsten!

Pasen (1)

En we moeten ook zorgzaam op elkaar letten. We moeten elkaar aanmoedigen tot liefde en tot het doen van goede dingen. En laten we niet wegblijven uit onze bijeenkomst, zoals sommigen van jullie gewend zijn te doen. Maar we moeten elkaar blijven aanmoedigen om te leven zoals God het wil. Want de laatste dag komt eraan.
Hebreeën 10 : 24-25

Met Pasen breekt de échte feestvreugde nog niet direct door. Kun je begrijpen! Niet alleen is Jezus gedood; ook Zijn lichaam is gestolen! De discipelen voelen als het ware de complottheorieën als een klem om hun keel. Zouden de Joden hen op het spoor zijn? Wat gaat dit betekenen?

Hoewel Paulus dat natuurlijk nooit heeft bedoeld, denk je op een dag als vandaag bij deze tekst toch direct aan Thomas. Het aangevuurd worden om in het geloof op Jezus te zien is nodig. Het blijven benadrukken dat we tot de Vader mogen gaan ook.

De satan is er als de kippen bij, wanneer mensen goed zicht op Jezus hebben. Als het geloof opbloeit, vrucht draagt, dan moet daar koste wat het kost onkruid bij. Wij hebben maar niet een strijd tegen ‘vlees en bloed’ (mensen), maar tegen de ‘geestelijk boosheden in de lucht’ (de duivelse machten).

En de wapens die satan gebruikt zijn echt niet altijd ketterijen, vervolging en brandstapels. De meeste keren zet hij het wapen van de twijfel in. Twijfel is als een rookgordijn vóór Gods beloften.

Wie zaten daar in die opperzaal? Maria, de ­moeder van de Heere Jezus. Zij had het verhaal van Maria Magdalena gehoord: “Ik heb Jezus gezien! Hij is opgestaan!” en ze heeft mensen als Thomas gehoord: “Dwaasheid! Je hebt het je ingebeeld!” Ze had hem weg zien gaan, alleen met zijn verdriet om Jezus.

Ze had Johannes aangekeken en Petrus, toen die terugkeerden van het graf. Die gingen redeneren over wat Jezus had gezegd; zouden dat puzzelstukjes zijn die in elkaar pasten? Maria kon niet anders dan die dingen in haar hart bewaren en overleggen. Maar een concreet antwoord gaf het nog niet.

Maria Magdalena zat er. Ze had Jezus nota bene willen aanraken. Hij had haar naam genoemd. Het klonk nóg in haar oren… geen twijfel mogelijk. Niemand kon haar naam zó noemen! Maar ja… dat ongeloof om haar heen… Is het wel écht geweest?

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik kan zelfs tot de conclusie komen dat het daar bij elkaar zitten ook niet een echte oplossing was tegen twijfel. Hoe moet de blinde twijfelaar de andere blinde leiden? Zullen ze niet beiden in de gracht vallen?

De gemeente heeft vast geloof nodig, dat woorden geeft aan geestelijke zaken. Dat wijst op wat God zegt. De betrouwbaarheid van Zijn woorden onderstreept. Wat is het nodig dat er op de weg ontmoetingen zijn met Jezus! Ben jij zo’n zorgzame aanmoediger?

zaterdag 31 maart 2018

Wir setzen uns mit Tränen nieder

De loyale van de royale - XV


Toen vatte David zijn klederen en scheurde ze; desgelijks ook al de mannen, die met hem waren. En zij weeklaagden, en weenden, en vastten tot op den avond, over Saul en over Jonathan, zijn zoon, en over het volk des HEEREN, en over het huis Israëls, omdat zij door het zwaard gevallen waren.
2 Samuël 1 : 11-12


Wir setzen uns mit Tränen nieder
und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh !
Ruht, ihr ausgesognen Glieder !
Ruhet sanfte, ruhet wohl !
Euer Grab und Leichenstein
soll dem ängstlichen Gewissen
ein bequemes Ruhekissen.
und der Seelen Ruhstatt sein.
Höchst vergnügt schlummern da die Augen ein.
Wir setzen uns mit Tränen nieder
und rufen dir im Grabe zu:
ruhe sanfte, sanfte ruh !
Huilend gaan wij zitten
en roepen u in het graf toe:
rust in vrede, rust zacht.
Rust nu, uitgeputte ledenmaten.
Rust zacht, rust goed.
Uw graf en uw grafsteen
zullen voor het angstige geweten
een aangenaam hoofdkussen
en rustplaats voor de ziel zijn.
Vergenoegd sluimeren de ogen toe.
huilend gaan wij zitten
en roepen u in het graf toe:
rust in vrede, rust zacht.
http://matthauspassion.nadro.nl


De mannen van Jabes vastten en klaagden zeven dagen. Bij David zien we een klagen en vasten tot op de avond. De rest van de dag dus.
De Amelekiet die dit semi-nepnieuws kwam brengen, om daarmee de bink uit te hangen, heeft dat met de dood moeten bekopen. Terecht. Zeker als je Davids argument hoort: “Je hebt je vergrepen aan de gezalfde des HEEREN!” David is consequent en ziet de dood van Saul zelfs nu niet al een welkome oplossing van zijn ballingschap.
Voor David was het koningschap geen doel op zich. Althans hier niet. Hij kon op Gods tijd wachten. Maar wat er nu is gebeurd doorziet hij beter dan wie ook: hier ondergaat het volk dat hij straks zal moeten gaan leiden, het oordeel van God. Hoe pijnlijk precies zal het dus in de komende tijd voor hem komen om Gods beeld in het volk van het verbond weer te herstellen! De straf op deze Amelekiet is er het eerste begin van.


Wat David altijd heeft gezegd over ‘niet je handen uitsteken naar de gezalfde’ handhaaft hij ook nu. En wat hij altijd heeft gedaan, wanneer zijn innerlijk werd bewogen in blijheid of droefheid, doet hij evenzeer ook nu: hij zingt een lied. Enerzijds roept hij in het lied op om de schande van de gesneuvelde helden niet toe te laten in het land van de vijand: “Hoe zijn de helden gevallen! Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon; opdat de dochters der Filistijnen zich niet verblijden, opdat de dochters der onbesnedenen niet opspringen van vreugde.” Anderzijds roept hij tot de dauw en de regen om de sporen van Sauls en Jonathans bloed niet uit te wissen. Het lijkt een bede om gerechtigheid en om respect en eerbied voor de doden.
Ook benoemt hij de pijn over dat ‘de krijgswapens zijn verloren’. Het is de schande, de smaad, die hem hier meer raken haast dan de dood zelf. Veel mensen zijn bang voor de dood, omdat mensen hen dan op hun kwetsbaarst zien. Dan ben je pas echt wie je bent. Zolang je leeft kun je de schijn ophouden en mooie woorden spreken. Maar de dood liegt niet. Dat is nog maar een slap aftreksel van hoe er in de Bijbel over schande wordt gesproken. Smaad die wordt aangedaan is vele malen ingrijpender dan lichamelijk pijn, zo zei onze dominee pas.

Daarbij is de liefde en verbondenheid die David in Jonathan met elkaar hebben gedeeld, iets dat zo kostbaar en teer is, dat de dood en het sneuvelen in de strijd, daar iets verachtelijks van maakt. De wapens zijn verloren; dat is: de macht en dapperheid die je een leven lang hebt laten zien, hebben toch het onderspit gedolven. Maar de vriendschap was nog iets veel indrukwekkenders.
Het is daarom opmerkelijk dat David juist Jonathan zo vaak in het lied betrekt: “Hoe zijn de helden gevallen in het midden van den strijd! Jonathan is verslagen op uw hoogten! Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jonathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen. Hoe zijn de helden gevallen, en de krijgswapenen verloren!” Jonathan, die zich altijd wist te redden, tegenover welke grote overmacht ook. En vlak zijn wapendrager niet uit! Maar nu hebben ze gefaald… ze hebben het niet kunnen redden. Helden? Als een stuk vuil zijn ze aan de muur van Beth-San gehangen. Jonathan… het beeld van zijn lieve vriend schuift voor zijn geestesoog en David probeert dat beeld te rijmen met de boodschap dat zijn sterke lichaam al een stuk vuil is opgehangen… Mensen mochten er zomaar op spugen, om lachen en van griezelen.

Is dat niet het beeld dat Golgotha oproept? Kennen we Jezus zo persoonlijk, dat we dat beeld van het kruis op Golgotha niet kunnen verdragen? Past dat afzichtelijke van Zijn kruisafname en zijn graf­legging ook niet in ons beeld over Hem? Omdat we Hem zo lief hebben gehad?

Wat David niet doet is: een bedevaart naar Gilboa of Jabes. Geen bezoek aan die afschrikwekkende plaatsen. Misschien dat hij ze later nog wel heeft bezocht. Mij hij laaft zich aan het beeld dat hij nog van Jonathan heeft… misschien wel die laatste ontmoeting. Laten wij hetzelfde doen op deze Stille Zaterdag en “…huilend gaan wij zitten en roepen U in het graf toe: rust in vrede, rust zacht.” Maar laten we dat wel doen met het oog op de wederopstanding van het vlees: Pasen!