maandag 17 juli 2017

Wij hebben drie aanspreekpunten bij God!

"En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven,
opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid…"
Johannes 14 : 16

Er is iets wezenlijks veranderd – door Jezus’ hemelvaart – met onze verhouding tot God de Vader


Misschien vind je dit wel een uitgekauwde tekst. Er is al zo vaak over deze tekst gepreekt rond Pinksteren. Vandaag bezien we de tekst vanuit hemelvaart en kijken we wat er zo bijzonder is aan deze tekst. Lazen we soms nog steeds ergens overheen?

Waarom belooft Jezus niet gewoon dat de Heilige Geest eraan komt? Waarom zegt hij 'Ik zal de Vader bidden (vragen)…"? Dat is direct al een gedachte die ik nog nooit heb horen bepreken. Vervolgens spreekt Jezus over een 'andere' Trooster. Hij doelt op de Heilige Geest, maar wie is dan de 'eerdere' Trooster? Tenslotte: wat betekent dat woordje 'opdat'? Is er een reden te vinden in de voorgaande zin, een hobbel die genomen moet worden, om tot een doel te komen? Zit er nog wat tussen, wat geregeld moet worden, waarna, als dat is opgelost, de Heilige Geest eeuwig kan blijven?

Een serie beloften

"En Ik zal…" Waar heeft dat mee te maken? Het woord 'en' verbindt iets; maar wat? Is er een link tussen 'geloven in Jezus' en 'Zijn voorbede'? Dan zou Jezus net als de afgoden zijn: jij geeft wat en Ik geef wat terug. Laten we de verzen (12-17) eens op een rij zetten; in vers 12 begint Jezus eigenlijk met Zijn uitleg over de essentie van Zijn heengaan (hemelvaart):
Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden:
  • Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader.

  • En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

  • Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.

  • En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.

Al eerder zagen we dat een aantal verzen bij elkaar hoort en ook de tekst van vandaag hoort daarbij. Jezus somt op wat Hij allemaal gaat doen door Zijn hemelvaart en welk effect dat op Zijn jongeren zal hebben:
  1. Ze zullen grote werken gaan doen, meer nog dan wat Jezus heeft gedaan (al blijven die werken wel illustraties bij de boodschap!);
  2. Wat ze daarvoor nodig hebben – en elke situatie is weer anders – mogen ze aan Hem vragen (uitgangspunt is altijd wel: wordt Mijn Vader er door verheerlijkt?);
  3. Ze kunnen niet op eigen houtje gaan handelen, maar door het houden van Zijn geboden en opdrachten (in alle facetten) moeten ze laten zien dat ze Jezus liefhebben;
  4. Ze hoeven dat ook niet in eigen kracht te doen: Jezus zal naar lichaam niet meer aanwezig zijn bij hen, maar Hij zal de Heilige Geest in hen laten zijn. Dan zullen ze nóg beter tot eer van Zijn Vader kunnen zijn dan nu.
Het is een 'all-inclusive-pakket voor getuigen van Christus'. Je ziet, Jezus doet geen half werk! Hij zet Zichzelf weg als een Trooster, maar spreekt over Zijn Plaatsvervanger als over een 'andere' Trooster. Hij gaat heen naar Zijn Vader en het wordt er alleen maar beter op, voor zowel Zijn apostelen als alle gelovigen die door hen zullen worden toegebracht tot het Koninkrijk.

Een Plaatsvervanger

Je zou verwachten dat, zoals een generaal in de strijd dicht bij zijn soldaten blijft, Jezus juist nú dicht bij Zijn apostelen blijft. Maar nee, Hij probeert hen duidelijk te maken dat Hij weggaat. Dan denk je toch als bekrompen redenerend mens: Jezus is toch God? Hij hoeft toch niet persé daar in de hemel te zijn om dingen bij Zijn Vader gedaan te krijgen? Dat kan toch ook perfect hier vanaf de aarde? God is toch almachtig? Hij hoort elk gebed, nietwaar? En zeker dat van Zijn Zoon. Maar nee, het gaat toch anders. Blijkbaar wil Jezus voor alles naar Huis om nóg dienstbaarder voor Zijn jongeren te zijn.
Ik moet zeggen dat mijn verstand hier ophoudt. Natuurlijk zijn Gods wegen hoger dan die van mij. Maar Hij kent toch ook Zijn zwakke jongeren? Dicht bij hen zijn is toch verreweg het beste voor hen, zou je zeggen? Waarom koos Hij dan toch de afstand?
Een dominee zei hierover onlangs: op aarde kon Jezus wel bij Zijn discipelen zijn, maar nu Hij in de hemel is en Zijn Geest heeft uitgestort kan Hij ín hen zijn! Dat is wel een ding om te overdenken. Door weg te gaan kon Hij nóg dichterbij hen zijn dan Hij al was! Diepe gedachte!

Daarnaast zouden de jongeren zich focussen op Jezus (God de Zoon), maar zou Zijn Vader toch onbedoeld op de achtergrond blijven. Door weg te gaan bracht Jezus Zijn jongeren in direct contact met Zijn Vader. Ze mochten via Hem bidden, maar beter was om zélf tot de Vader te bidden en Jezus erbij te roepen. Hoe dat moest, zou juist de Heilige Geest hen leren. Het was een nieuwe manier van bidden en een nieuwe manier van geloven. Geen andere manier in de zin van dat het opeens iets heel anders was. Maar ze zouden op een nieuwe manier tegenover God de Vader komen te staan. De offers uit het Oude Verbond zouden er niet meer tussen staan. Doordat Jezus met Zijn offer de definitieve punt had gezet achter die offers, zou de directe weg tot de Vader weer open zijn.

Een oneindige verbetering


Die directe toegang tot God de Vader wordt door Paulus in de Hebreeënbrief ook uitgelegd: "Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd." (Hebr. 4 : 16). Er lijkt dus een soort 'nieuwe troon' in de hemel opgericht te zijn, dankzij Jezus' offer. En wij ontvangen vrijmoedigheid om ons rechtstreeks naar die troon (waarop de Vader zit) te wenden.
En in hoofdstuk 10: “Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde. Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees…” (Hebr. 10 : 18-19). Dus ook die directe toegang is een nieuwe weg, een nieuwe manier van 'naderen tot God'. Ik vermoed dat wij ons die geestelijke cultuurschok in de 21e eeuw niet meer zo kunnen voorstellen, maar voor de discipelen en alle Joden van die tijd was dat een ingrijpende verandering. Daar was de Heilige Geest voor nodig om niet buiten mensen maar ín mensen die knop om te zetten!

En naast het feit dat dat al een enorme verbetering betekende, is Zijn eeuwige nabijheid evenzeer een oneindige verbetering. Zoals God middels de regenboog beloofde de aarde nooit meer te verdoen door water, zo belooft Hij door de 'regenboog' van Zijn Geest dat Hij ons nooit meer zal verlaten. Hoe ook het leven bedreigend kan zijn, Hij verlaat Zijn kinderen nooit meer. Hij maakt dat ze niet als wezen treuren over Zijn 'heengaan', maar dat ze juist intens doortinteld zijn van Zijn gelukkige nabijheid. De zending van die andere Trooster heeft dus een heel speciaal doel (vandaar dat woordje 'opdat'): eeuwige, blijvende, nabijheid.
Zie je dat Jezus telkens weer Zijn Vader op de voorgrond probeert te krijgen? En dat juist daardoor een intense verbetering op stapel staat in onze tekst? Hij wil niets doen zonder Zijn Vader. Daarom lezen we in de tekst dat de Zoon aan de Vader zal bidden (vragen; eigenlijk extra attenderen), wat wij van Hem begeren. Maar vooraf belooft Hij al de verhoring. Hij kent de Vader door en door. Maar er is Hem alles aan gelegen dat ook wij Zijn Vader zo goed (en steeds beter) leren kennen. Dus zo hebben wij Gods aanspreekpunt hier op de aarde (de Heilige Geest) in ons en in de hemel zelfs een dubbel aanspreekpunt (zowel de Zoon als de Vader)!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten