Posts tonen met het label geestelijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geestelijk. Alle posts tonen

dinsdag 1 september 2015

Hemelsgezind leven, de Hemel op aarde



“Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen? En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in den hemel is.”
Johannes 3 : 12-13

Met welke motieven wil jij praten over geestelijke zaken? Om indruk te maken? Om toch vooral heel refo te lijken? Of juist om alles onder kritiek te zetten en geloof in God irreëel af te schilderen? Praten over geestelijke zaken vereist ook een levende band met Christus, een toegang tot Gods Vaderhart en de voortdurende inwerking van de Heilige Geest. Jij bent het niet die geestelijke dingen bedenkt, maar Hij is het die deze gedachten in je hart ingiet. En nooit zal deze inspiratie bron van verheffing zijn, maar van vreugde en de drang anderen er op te attenderen.

Valkuil voor vleselijken

Oppervlakkig vers 12 lezend overkomt jou misschien hetzelfde als mij. Ik meende dat Jezus zei: “Als je de aardse dingen al niet snapt, hoe wil je de hemelse dan snappen.” Dat zou dan dus een brug te ver zijn, te hoog gegrepen voor jou. Maar dat zegt Jezus niet; Hij zegt: “Als je al niet tot geloof komt door wat Ik in aardse bewoordingen zeg, hoe zul je dan wel gaan geloven als ik met hemelse woorden je oproep tot bekering en wedergeboorte?” Het gaat niet in eerste instantie om bevattingsvermogen maar om geloof.
Vleselijke mensen – ook heel spirituele of bevindelijke mondchristenen – zien geestelijke kennis als een bezit. Ze gebruiken de Gods Woord als een spoorboekje en hanteren de wet om de wet zelf. Daarmee vallen ze direct door de mand. Helaas hechten velen er toch geloof aan omdat deze mondchristenen zo indringend, bevindelijk, geestelijk, spiritueel of inspirerend praten. Ze zeggen zulke bijzondere dingen… of zulke vertrouwde 'waarheden'. Daar ligt de valkuil voor vleselijke religieuzen en daar ligt evenzeer een gevaar voor zoekers die nog niet kunnen onderscheiden. Laten we oog hebben voor deze zoekers die hierdoor dreigen te verdwalen!

Begeerte van bekeerden

Hoe belangrijk is het dat zoekers aan Jezus’ voeten terecht komen. Dan vallen wij als ‘begeleiders’ weg en we vinden een vreugde en vertroosting in het feit dat ze daar zijn waar ze op hun beste plek zijn! Bekeerden, levendgemaakten of hoe je ze ook wilt omschrijven, gaan opleven als ze hun Meester horen spreken in Zijn Woord. Als ze goed over Christus horen preken en als ze als schapen de stem van de Herder herkennen. Ben jij zo’n schaap van deze Goede Herder?
Dan gaat je hart sneller kloppen als het over Hem gaat in de preek, in de lectuur die je leest en vooral als je Zijn Woord leest. Dan wordt je getrokken naar gesprekken waarin goed wordt gesproken over Hem. Het gaat immers over Hem Die jij liefhebt en Die vooral jouw liefheeft.
En het verlangen naar Hem wordt steeds sterker. Je voelt je al meer vreemdeling op aarde. Omdat je merkt dat hier een heel andere geest heerst, een vijandige geest. En die geest doet ook iets met jouw hart. Voortdurend is er de strijd en al meer komt je wandel (het besef waar je thuishoort) in de hemel te liggen. Maar zolang je leeft heb je een taak. Neem het maar zoals het staat over Samuël en over de Heere Jezus zelf: zij namen toe ik kennis en genade, zowel bij God als bij de mensen! Er zit ontwikkeling in een christenleven. Het blijft niet steken in het hier en nu, maar – net als bij de Avondmaalsviering – hef je je hart telkens weer op naar de hemel, waar Christus is. Ja, daar ben je thuis. Hoe lang nog hier beneden? Hoe lang nog omringd en aangetast door de zonde? Hoe lang nog verkeerde gedachten van God? Hoe lang nog zoveel onrecht en benauwdheid in deze wereld?

Gunning door geestelijken

In dit licht komt er een andere visie op het leven en op geestelijk kennis. Je ziet mensen om je heen in de kerk, die tastend in het schemer, zo niet in het duister, hun weg gaan. Er komt geen doorbraak, het blijft maar bij zuchten en steunen. Wat gun je ze het volle licht van Gods genade! Het volle zicht op de Schrift. Wat bid je vaak om de doorbraak van Gods Geest in hun leven, zodat ze in ruimte worden gesteld. En wat kan het teleurstellend zijn als dat niet gebeurt of niet lijkt te gebeuren. In dat opzicht heb ik grote moeite met predikers die dan al gauw roepen: we moeten Gods tijd maar afwachten. In zekere zin is dat wel zo, Gods plan is het doorslaggevende stramien en Zijn tijd is zo vaak niet onze tijd. Maar het probleem dat ik heb met dit soort gemakkelijke uitspraken is dat mensen snel lijdelijk worden gemaakt. De Bijbel vuurt ons juist aan tot aanhoudend gebed, alsof ons leven ervan afhangt. Je gunt anderen geen duisternis en je kunt er ook niet mee leven als mensen laconiek en traag worden (gemaakt)! De satan vindt dat namelijk een prima idee, wanneer mensen vooral lijdelijk afwachten. Wees godsdienstig en doe vooral niets… Hij misbruikt zelfs die Bijbelse waarheid dat Gods tijd de beste tijd is!
Met de laatste woorden in vers 13 wordt de aandacht toch uiteindelijk van Johannes de Doper afgevoerd naar de Zoon des mensen Zelf. Hij is het die als geen ander weet wat hemelse zaken zijn. Hij weet als enige hoe het zit, hoe het in de hemel is en eraan toe gaat. Je voelt wel aan dat je bij Christus aan het meest juiste en enig juiste adres bent. Wat is er nog veel te leren en wat kan Hij die ervaring en kennis goed doceren en doseren! Kom erbij en neem plaats aan Zijn voeten. Ook aan Zijn tafel mag ik aan Zijn voeten zitten en op Hem gericht zijn. Hij heeft grotelijks begeert… zou ik dan niet grotelijks begeren? Ik gun je diezelfde intense begeerte naar Hem. Hij is de hemel op aarde en vertegenwoordigt de aarde in de hemel.

woensdag 19 augustus 2015

Geestelijk leven heeft eeuwigheidswaarde

"Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest."
Johannes 3 : 6

Als God in de dagen van Noach een punt wil zetten achter de wereld, zegt Hij dat Zijn Geest niet aldoor in conflict zal blijven met de mens omdat die 'ook vlees is'. De identificering van 'vlees' is hier 'bedorven door de zonde'. Je merkt hoe wezensvreemd de mens is geworden ten opzichte van zijn Schepper. Wezensvreemd in zijn lifestyle, zijn visie op de dingen die zichtbaar zijn en de dingen van de toekomst. Eveneer wezensvreemd voor wat betreft de onzichtbare, geestelijke dingen. Raakt dat je?

Moe van het zichtbare

Als je het geestelijke in onze dagtekst zou willen omschrijven als het onzichtbare, dan zou je het vleselijke het zichbare kunnen noemen. Dat klinkt misschien wat spiritueel, maar dat is minder zo dan het lijkt. De zichtbare dingen dringen zich aan je op en doen alsof ze enorm belangrijk zijn. Je dagelijks leven, je werk, je geld, je onderhoud en je gezin. Daarmee zeg ik niet dat ze niet belangrijk zijn, maar ze proberen een belangrijker plaats in te nemen dan goed is.
Het is ook niet om het even of je ze serieus neemt of niet, want er worden nu eenmaal keuzes, soms ingrijpende keuzes, van ons gevraagd. Keuzes die geen uitstel kunnen lijden. Toch zegt Jezus: "Zoekt eerst het Koninkrijk van God en al het andere zal u worden toegeworpen." Dat neemt weliswaar niet weg dat het ook geldt: "Bidt en werkt". Niet lijdelijk afwachten. En soms wordt je moe van al die dingen die blijven malen en aan je hoofd zeuren. Je kunt ze wegslaan als een vlieg, maar ze vliegen en rondje en keren weer terug. Toch zou het te oppervlakkig zijn als we de tekst enkel zo zouden zien.

Moe van de zonde

Jezus stelt hier het geestelijke tegenover het vleselijke. En dat heeft wel degelijk de lading die het ook in die geschiedenis voorafgaand aan de zondvloed had. De zonde staat God zó tegen, dat Hij er moet van wordt. Continue staat het tegen Hem op, zit Hem dwars en maakt Hem verdacht. Dat God daar moe van wordt snappen we hopelijk wel. Maar de vraag is of wij al moe zijn geworden van de zonde. Als we dagelijks in zonde vallen, worden we daar dan niet moe van?
Niet moedeloos of hopeloos. Want het Avondmaalsformulier roept ons heel nadrukkelijk op dat we, wanneer we in de zonde vallen, niet aan Gods genade moeten twijfelen. Het doopformulier roept ons op om vooral niet in de zonde te blijven zitten maar ons moedwillige en heel bewust richten op God.
Want het omgekeerde is ook zo: het geestelijke staat tegen het vleselijke. Bidden en zingen zijn wapens tegen het vleselijke. Je richten tot God, in het gebed, is een actieve daad tegen de zonde. Je laat Hem daarom zien dat je moe wordt van de zonde en Hem wilt dienen. Hij weet het al lang en het is ook zeker Zijn werk, het werk van Zijn Geest in je hart. Maar Hij wil het zo graag merken in je gedrag en zien in je daden. Moe worden van de zonde is een zeer positieve activiteit. De ellende is dat onze oude natuur bepaald niet moe wordt van de zonde. Die voelt zich daar kiplekker in. Merk je dat ook? Staar je er niet blind op, blijf er niet in hangen, maar bekeer je. Keer je daadwerkelijk en concreet tot God en keer de zonde, het vergankelijke en vleselijke de rug toe. En alle andere dingen in het leven die je bij God vandaan houden… hoe goed ook wellicht… keer ze de rug toe. Verandert daarmee het zichbare? Nee, maar het je richten op de geestelijke werkelijkheid, die nota bene eeuwig is, leert je wel hoger en verder te zien dan je aardse neus lang is.

Moe van het wezensvreemd zijn

Tenslotte brengt dat nog iets anders aan het licht: we zijn wezensvreemd aan de bedoeling van onze Schepper. En die wezensvreemdheid maakt ons ook aardsgericht. We maken ons druk om wat we vergaderen op aarde. We zijn druk met peanuts. Op de Jongste Dag zal alles vergaan, waarmee we zo druk waren. Zelfs onze ijver voor de 'waarheid', want het zal op die Dag blijken geen wisselgeld voor de hemel te zijn. Moet je je dan niet druk maken over onrecht, over dwaalleer, over goddeloosheid. Ja en nee. Als die dingen ons duidelijk maken dat we zelf van nature wezensvreemd zijn geworden aan Gods doel (Hem groot maken in Zijn Schepping), dan doet het ons met de ganse schepping zuchten om Zijn wederkomst. Niet om van onze problemen en zorgen af te zijn, maar opdat we eindelijk niet meer wezensvreemd, niet meer vleselijk (bedorven) zijn, maar Hem zullen behagen. Hem zullen zien zoals Hij is. Dat is niet wezensvreemd meer, maar wezenlijk! Aan Zijn Vaderhart is geen moeheid meer, maar eeuwige rust en ontspanning. Daar leidt niets ons meer af. Daar komt geen vleselijke gedachte meer in ons op. Waarom zouden we? Wellicht is het ook een opbouwende raad om bepaalde zorgen aan God over te laten. Dan maken we ons minder druk over dingen die uiteindelijk alleen Hij in Zijn Vaderhand heeft en houdt. My life is in Your hand, zingt een lied.
En als je Zijn leiding niet meer ervaart? Dat is een taaie werkelijkheid die we, als stroop of pek, niet gemakkelijk van ons afschudden. En toch, en toch… Bepaalde zorgen – en meer dan wij denken – neemt Hij graag van ons af; opdat we meer op Hem vertrouwen. God niet ervaren wil nog niet zeggen dat Hij er niet is! Het verdriet van 'Hem niet ervaren' is een goed verdriet; stel dat je er geen verdriet over zou hebben! Roep Hem aan in de dag van zulke benauwdheden, opdat Hij je eruit redt. Dat gaat nog vooraf aan het uitredden uit zichtbare noden. Als je dat mag doen en weer mag ervaren dat Hij er is, vergeet dan het gebed niet om voor anderen die in deze 'stroop' lopen, opdat ook zij mogen zien dat God wel degelijk regeert! Dat is geestelijk leven. Dat kan alleen door Gods Geest in stand worden gehouden en dat heeft eeuwigheidswaarde. Kom Schepper Geest, doorwaai onze vleselijke hof en maak het tot een bloeiende geestelijke hof.