Posts tonen met het label aan Jezus' voeten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aan Jezus' voeten. Alle posts tonen

donderdag 23 februari 2017

Jezus' eigenlijke missie

"Maar Hij zeide tot hen: Ik moet ook anderen steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben Ik uitgezonden."
Lukas 4 : 43

Lees deze tekst nog eens, maar dan vanuit de motivatie van Jezus: waarom Hij evangeliseert!


Nu was ik misschien wat té positief over Jezus reactie op de mensen die Hem bij zich wilden houden. Hij blijft inderdaad, maar… Hij vertrekt wel. Ik was vooral gericht op het feit dat Hij zich liet terughalen uit de wildernis. Hij stopt met verder lopen en gaat met de mensen in gesprek.

Niettemin blijft Hij bij Zijn besluit om Kapernaüm (voor enige tijd) te verlaten. Hij blijft niet op de plek, waar Hij wonderen verrichtte die de mensen in extase hebben gebracht. Wonderen zijn geen doel op zichzelf. Hij laat in dit korte gesprek duidelijk zien dat Zijn missie niet 'het doen van wonderen' is, maar 'evangeliseren in opdracht van Zijn Vader'! Daar zoomen we vandaag op in.

Maar Hij zeide…

'Maar' is altijd een tegenstelling. Ook hier. De mensen willen Jezus bij zich houden, maar Jezus geeft Zijn argumenten weer, waarom Hij toch weggaat. Andere schapen van Zijn kudde opzoeken en het evangelie verkondigen. Hij praat over 'steden', maar het gaat Hem natuurlijk om de mensen. Dat Jezus tekst en uitleg wil geven is genade. Soms vertelt de HEERE ons waarom Hij die of die weg met ons gaat. Maar Hij is niets verplicht; daarom blijft het soms ook duister waarom we die of die weg moeten gaan. Waarom ons leven zo gaat. We kunnen – hoe moeilijk te begrijpen vaak – er toch blind vanuit gaan dat het is vanwege het welzijn van ons of van de mensen die ons pad zullen kruisen.
Als dienaren van het Woord gaan (een beroep naar een andere gemeente aannemen) doet ons dat als het goed is pijn. Toch, als we mogen zien dat hij naar die gemeente moet omdat de HEERE hem stuurt, weten we dat er voor hem daar dus werk aan de winkel is. Maar wie doet dan het werk bij 'ons'? Die vraag wordt nog weleens gesteld door achterblijvende gemeenteleden. Ik kan me voorstellen dat de mensen in Kapernaüm – toch nog niet helemaal op de hoogte van Wie Jezus écht was en wat Zijn missie eigenlijk inhield – dat ook dachten. "We hebben U juist zo nodig, anders krijgen de farizeeën en saduceeën het weer voor het zeggen; en dat is niet goed voor het geestelijk klimaat in onze gemeente!" Als een dominee gaat is hij weg; dan moet de kerkenraad het beleid voortzetten. Als Jezus weggaat om anderen te evangeliseren, dan mag je weten dat Hij toch blijft. Hij is immers God?!

Ik moet ook…

Dat woordje 'ook' is ook al zo'n bijzonder woordje. Wij kunnen dat niet zo goed handelen. De Kapernaümmers wilden Jezus vasthouden. Maar in dat woordje 'ook' kun je ook 'toch ook' beluisteren; een licht verwijt: "Ik moet toch óók anderen het Evangelie brengen?!" Je mag het toch niet voor jezelf houden? De predikant waar je vier of meer jaar zoveel aan hebt gehad gun je toch ook aan andere gemeenten? Of wil je die voor jezelf houden? Is dat niet egoïstisch?
Jezus is niet gekomen om Zich te verbinden aan één bepaalde gemeente (hoewel Zijn 'pastorie' er wel stond). Nee, Hij moet zélfs afgedwaalde schapen zoeken van ándere schaapskudden (de heidenen). "Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal (Israël) niet zijn…" vertelde Jezus in Johannes 10. Maar… dat heeft een doel, een hoger doel: "en het zal worden één kudde, en één Herder." Allemaal onder 1 Herder; is dat niet geweldig? Daarom 'moet' het!


Daartoe ben Ik…

Je kunt natuurlijk de preken van een bepaalde dominee geweldig vinden, maar preken is geen doel op zichzelf. We behagen de mensen niet met rethorica… al is het natuurlijk wel erg fijn als je een predikant hebt die boeiend kan spreken. Elke zondag (misschien wel 2 diensten) met een filter in je oor moeten luisteren is bepaald een verzoeking. Sommige 'zwakke' predikanten krijgen die goodwill toch voor elkaar en dat is toch mooi!
Maar waarom kwam Jezus? Hij preekte, maar het was niet eens de preek, waar mensen door geraakt werden. Het was vooral Zijn manier van exegese/theologie én… de wonderen. Jezus bij je hebben is voor velen hetzelfde als 'gevrijwaard zijn van ellende en de dood'. En dat is een slecht argument. Jezus haalt er een vette streep door: Ik ben niet door Mijn Vader naar de aarde gestuurd om allerlei kunstjes te verrichten, maar om het Evangelie te brengen. Ik kan jullie als geen ander vertellen Wie Mijn Vader is. Daarom zou je aan Mijn lippen moeten hangen.
Als een predikant het beeld van God de Vader op een goede manier voor je kan schilderen, is hij goed bezig. Toch zie je dat veel reformatorische, zich christen noemdende, kerkmensen aan de lippen hangen van predikers die een karikatuur van God schilderen. Gods liefde moet verzwegen, Zijn barmhartigheden als een granieten rotsblok en Zijn verkiezende genade als een zwaard van Damocles uitgebeeld worden. Daar smullen de mensen van, lijkt het wel! Maar om die reden ben je geen dominee geworden. Zelfs ben je niet geroepen om mensen voortdurend op te roepen zich niet zomaar in te beelden dat ze een kind van God zijn. De roeping van een dominee is niet die van een rechter, zifter of ontmoediger, maar van evangelist, dienaar en aanmoediger om mensen aan de voeten van Jezus te brengen. Dan valt de predikant er inderdaad geheel tussenuit en staat de mensen tegenover zijn of haar Schepper, oog in oog! Anders niet.

dinsdag 1 september 2015

Hemelsgezind leven, de Hemel op aarde



“Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft, hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse zou zeggen? En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in den hemel is.”
Johannes 3 : 12-13

Met welke motieven wil jij praten over geestelijke zaken? Om indruk te maken? Om toch vooral heel refo te lijken? Of juist om alles onder kritiek te zetten en geloof in God irreëel af te schilderen? Praten over geestelijke zaken vereist ook een levende band met Christus, een toegang tot Gods Vaderhart en de voortdurende inwerking van de Heilige Geest. Jij bent het niet die geestelijke dingen bedenkt, maar Hij is het die deze gedachten in je hart ingiet. En nooit zal deze inspiratie bron van verheffing zijn, maar van vreugde en de drang anderen er op te attenderen.

Valkuil voor vleselijken

Oppervlakkig vers 12 lezend overkomt jou misschien hetzelfde als mij. Ik meende dat Jezus zei: “Als je de aardse dingen al niet snapt, hoe wil je de hemelse dan snappen.” Dat zou dan dus een brug te ver zijn, te hoog gegrepen voor jou. Maar dat zegt Jezus niet; Hij zegt: “Als je al niet tot geloof komt door wat Ik in aardse bewoordingen zeg, hoe zul je dan wel gaan geloven als ik met hemelse woorden je oproep tot bekering en wedergeboorte?” Het gaat niet in eerste instantie om bevattingsvermogen maar om geloof.
Vleselijke mensen – ook heel spirituele of bevindelijke mondchristenen – zien geestelijke kennis als een bezit. Ze gebruiken de Gods Woord als een spoorboekje en hanteren de wet om de wet zelf. Daarmee vallen ze direct door de mand. Helaas hechten velen er toch geloof aan omdat deze mondchristenen zo indringend, bevindelijk, geestelijk, spiritueel of inspirerend praten. Ze zeggen zulke bijzondere dingen… of zulke vertrouwde 'waarheden'. Daar ligt de valkuil voor vleselijke religieuzen en daar ligt evenzeer een gevaar voor zoekers die nog niet kunnen onderscheiden. Laten we oog hebben voor deze zoekers die hierdoor dreigen te verdwalen!

Begeerte van bekeerden

Hoe belangrijk is het dat zoekers aan Jezus’ voeten terecht komen. Dan vallen wij als ‘begeleiders’ weg en we vinden een vreugde en vertroosting in het feit dat ze daar zijn waar ze op hun beste plek zijn! Bekeerden, levendgemaakten of hoe je ze ook wilt omschrijven, gaan opleven als ze hun Meester horen spreken in Zijn Woord. Als ze goed over Christus horen preken en als ze als schapen de stem van de Herder herkennen. Ben jij zo’n schaap van deze Goede Herder?
Dan gaat je hart sneller kloppen als het over Hem gaat in de preek, in de lectuur die je leest en vooral als je Zijn Woord leest. Dan wordt je getrokken naar gesprekken waarin goed wordt gesproken over Hem. Het gaat immers over Hem Die jij liefhebt en Die vooral jouw liefheeft.
En het verlangen naar Hem wordt steeds sterker. Je voelt je al meer vreemdeling op aarde. Omdat je merkt dat hier een heel andere geest heerst, een vijandige geest. En die geest doet ook iets met jouw hart. Voortdurend is er de strijd en al meer komt je wandel (het besef waar je thuishoort) in de hemel te liggen. Maar zolang je leeft heb je een taak. Neem het maar zoals het staat over Samuël en over de Heere Jezus zelf: zij namen toe ik kennis en genade, zowel bij God als bij de mensen! Er zit ontwikkeling in een christenleven. Het blijft niet steken in het hier en nu, maar – net als bij de Avondmaalsviering – hef je je hart telkens weer op naar de hemel, waar Christus is. Ja, daar ben je thuis. Hoe lang nog hier beneden? Hoe lang nog omringd en aangetast door de zonde? Hoe lang nog verkeerde gedachten van God? Hoe lang nog zoveel onrecht en benauwdheid in deze wereld?

Gunning door geestelijken

In dit licht komt er een andere visie op het leven en op geestelijk kennis. Je ziet mensen om je heen in de kerk, die tastend in het schemer, zo niet in het duister, hun weg gaan. Er komt geen doorbraak, het blijft maar bij zuchten en steunen. Wat gun je ze het volle licht van Gods genade! Het volle zicht op de Schrift. Wat bid je vaak om de doorbraak van Gods Geest in hun leven, zodat ze in ruimte worden gesteld. En wat kan het teleurstellend zijn als dat niet gebeurt of niet lijkt te gebeuren. In dat opzicht heb ik grote moeite met predikers die dan al gauw roepen: we moeten Gods tijd maar afwachten. In zekere zin is dat wel zo, Gods plan is het doorslaggevende stramien en Zijn tijd is zo vaak niet onze tijd. Maar het probleem dat ik heb met dit soort gemakkelijke uitspraken is dat mensen snel lijdelijk worden gemaakt. De Bijbel vuurt ons juist aan tot aanhoudend gebed, alsof ons leven ervan afhangt. Je gunt anderen geen duisternis en je kunt er ook niet mee leven als mensen laconiek en traag worden (gemaakt)! De satan vindt dat namelijk een prima idee, wanneer mensen vooral lijdelijk afwachten. Wees godsdienstig en doe vooral niets… Hij misbruikt zelfs die Bijbelse waarheid dat Gods tijd de beste tijd is!
Met de laatste woorden in vers 13 wordt de aandacht toch uiteindelijk van Johannes de Doper afgevoerd naar de Zoon des mensen Zelf. Hij is het die als geen ander weet wat hemelse zaken zijn. Hij weet als enige hoe het zit, hoe het in de hemel is en eraan toe gaat. Je voelt wel aan dat je bij Christus aan het meest juiste en enig juiste adres bent. Wat is er nog veel te leren en wat kan Hij die ervaring en kennis goed doceren en doseren! Kom erbij en neem plaats aan Zijn voeten. Ook aan Zijn tafel mag ik aan Zijn voeten zitten en op Hem gericht zijn. Hij heeft grotelijks begeert… zou ik dan niet grotelijks begeren? Ik gun je diezelfde intense begeerte naar Hem. Hij is de hemel op aarde en vertegenwoordigt de aarde in de hemel.