donderdag 1 april 2021

Ben jij ook opgetogen over Jezus’ heerlijkheid?

Stille Week (4)

We hebben een machtige Hogepriester over het huis van God. Daarom kunnen we nu naar God toe komen met een eerlijk hart en vol vertrouwen dat Hij ons zal ontvangen.
Hebreeën 10 : 21-22a

Bij de Statenvertaling zit de spanning al in vers 21: “En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis Gods, zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs…” We hebben niet alleen zo’n machtige Hogepriester, maar Hij is ook de reden voor onze vrijmoedigheid!

Vandaag is het Witte Donderdag; de dag waarop in de Rooms Katholieke kerken een witte doek over alle kruisafbeeldingen wordt gehangen. Men noemt dat ‘omfloersen’. Dat kruis moet vandaag even op de achtergrond: nú is er eerst de Pesachmaaltijd, de verbondenheid in liefde, dankzij de bevrijdende macht van God uit de slavernij.

Als je Jezus hoort bidden in het Hogepriesterlijk gebed (Johannes 17) raak je diep onder de indruk hoe intens Hij en de Vader één zijn. En hoe hartelijk hij begeert, eist haast, dat ál de Zijnen eens zijn waar Hij is. Let op hoe Jezus praat in de tegenwoordige tijd, terwijl ál dat lijden nog moet komen! “Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.”

Hoor je de vrijmoedigheid bij Jezus richting Zijn Vader. Enkele uren later in de Hof is Zijn spreken veel afhankelijker. Hier is Hij de Zoon, Die recht van spreken heeft! Straks is Hij de Borg en Middelaar, de Hogepriester, Die de mensen gelijk is geworden. Geen zonde gekend heeft, maar tot zonde gemaakt wordt door diezélfde Vader!

Op Witte Donderdag wil ik juist met je stilstaan bij die kruis-omfloersende toon van Jezus: Hij praat alsof het offer al is volbracht. Zo keek de Vader aldoor naar Hem: “Mijn Zoon in Wie Ik ál Mijn welbehagen heb.”

Ik zei al: Jezus had recht van spreken bij de Vader. En juist dát element, dat op heel veel plaatsen in dat machtige Hogepriesterlijke gebed naar voren komt, maakt dat Paulus hier niet alleen zegt dat we een machtige Hogepriester hebben – Die met de Vader in de Raad des Vredes het verlossingsplan uitdacht – maar Eén Die ervoor zorgt dat wij met een eerlijk hart en vol vertrouwen tot de Vader zullen kunnen gaan!

In Christus hebben wij een Voorspraak bij de Vader. Als wij komen tot de Vader, kijkt Hij naar Zijn Zoon en verlustigt Zich. Zijn Zoon pleit: “Vader, Ik wil dat hij en zij ook hier zullen zijn om Mijn heerlijkheid eindelijk te kunnen zien. Ja, er deel aan te hebben!” Als Jezus daar zo opgetogen over is, moeten jij en ik het dan toch óók zijn? En als Gods Vaderogen hierbij schitteren over Zijn zoon, hoeveel te meer mijn hart?!

woensdag 31 maart 2021

Is het Voorhangsel bedreigend voor je?

Stille Week (3)

We hebben een machtige Hogepriester over het huis van God.
Hebreeën 10 : 21

Misschien vond je die zin aan het einde van de vorige bijbelstudie wel dreigend: “Er hangt wel een voorhangsel voor: Jezus’ offer. Bij de Vader waai je niet zomaar even binnen! Bij binnenkomst word je altijd herinnerd aan het prijskaartje van de toegang…” Zit daar misschien een addertje onder het gras?

Tot God gaan en door dat ‘voorhangsel’ moeten… is er dan eigenlijk wel écht vrije toegang? Zit de deur naar God dan toch een beetje dicht?

Nee, zo moet je die woorden niet opvatten. De deur naar het hemelse Heiligdom staat zeker open; en niet voorwaardelijk alsof jij eerst nog iets moet presteren, hebben, zijn, voordat… Gode zij dank niet!

Maar wij worden eraan herinnerd dat deze levende Weg veel gekost heeft en aanbidden dit Lam. De toegang tot de Vader is niet maar een logische vanzelfsprekendheid… Genade is niet goedkoop. En is dát niet wat we elke voorbereidingsweek overdenken en elke Avondmaalsdienst aanbiddend vieren? Dan staat deze Hogepriester, Die tegelijk Gastheer is, centraal. Ken je dit lied?

“Ik zie een poort wijd open staan,
waardoor het licht komt stromen
van ’t kruis
, waar ’k vrij’lijk heen mag gaan
om vrede te bekomen.
Genade Gods, zo rijk en vrij!
Die poort staat open ook voor mij.
Voor mij, voor mij,
staat open ook voor mij.

De hogepriester in het Oude Testament was de belangrijkste, meest aanzienlijke priester. Hij moest vooral op Grote Verzoendag een uniek werk doen: verzoening doen voor het gehele volk (het ‘huis van God’). Hij was ook de enige die dat mocht doen! Maar hij moest wel eerst verzoening voor zichzelf doen.

De Heere Jezus hoefde echter niet eerst voor Zichzelf verzoening te doen. Hij offerde Zichzelf! Hij was Priester en Offer tegelijk. Op Golgotha hing Hij in de brandende toorn van God, die mij had moeten treffen. Hij deed dat uit pure liefde!

Paulus noemt Hem “een machtige Hogepriester”. Mega (grieks): enorm, groot en groots, verheven en schitterend! Als ik aan déze Hogepriester denk, zing ik met tranen van dankbaarheid dat lied verder:

In ’t hemelrijk, voor Jezus’ troon,
daar leidt het kruis tot zegen;
daar dragen wij voor kruis een kroon,
door Jezus’ bloed verkregen
.
Genade Gods, zo rijk en vrij!
Die poort staat open ook voor mij.
Voor mij, voor mij,
staat open ook voor mij.

dinsdag 30 maart 2021

Welkom in het Heilige der Heilige

Stille Week (2)

Jezus is de nieuwe en levende weg naar God. Over die nieuwe weg kunnen we naar God gaan, achter het gordijn dat voor de hemelse allerheiligste kamer hangt. Jezus Zelf, Zijn lichaam, is als het ware dat gordijn. Alleen door Hem kunnen we binnengaan.
Hebreeën 10 : 20


Als de term ‘Heilige der Heilige’ valt, denk je direct aan de tabernakel. Aan de plek waar één keer per jaar de Hogepriester alleen mocht komen. Niet zomaar en niet elke dag. In het Heilige werden wel elke dag de offers gebracht en de gebeden opgezonden tot God. Maar nú is alles anders! Door Jezus.

Wat had Jezus ook alweer over Zichzelf gezegd? “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14 : 6). Dat leek symbolisch taalgebruik, maar juist door Jezus’ dood werd dit heel concreet waar: er kwam een pad door de zee van zonde en dood, naar het hart van Zijn Vader.

Paulus noemt dit een ‘levende weg’. Dat wordt in de Kanttekeningen uitgelegd als een “levendmakende weg”; een weg die je levend maakt dus! “Want,” zo stellen de kanttekenaren, “Christus’ dood is ons leven”. Kijk jij ook zo naar Goede Vrijdag?

In een stevige discussie met de zogenaamde schriftgeleerden wees Jezus op het Manna. “Jullie voorouders hebben dat brood gegeten, maar zijn uiteindelijk gestorven. Ik ben het levende brood dat uit de hemel gekomen is. Als je daarvan eet, zul je eeuwig leven. Dat brood is Mijn lichaam. Ik geef Mijn lichaam om aan alle mensen leven te geven.” (Joh. 6:48-51).

Dat betekent niet dat Jezus alle mensen zaligmaakt, maar Hij geeft Zijn lichaam zódanig, dat er genoeg leven voorradig. Over de voorraad vaccins is vandaag de dag veel te doen. Maar niet over de voorraad leven die er is in deze weg van Christus! Er is wonderbare kracht in het bloed van het Lam!

De zware lijdensweg die Jezus wilde gaan, had naast de vergeving van zonden nóg een doel: de toegang tot de Vader. Die toegang is er niet op de wankele basis van onze toegewijdheid of onze vrome nauwgezetheid, maar door Christus’ verdiensten. Daarom bidden we ook altijd “in Jezus naam”!

En nu het rijkste en meest aangrijpende. Jezus bad Zijn Vader of het ook zonder de drinkbeker van Gods toorn kon. Het kon niet. In de totale duisternis op Golgotha riep Hij: “Mijn God, waarom verlaat Gij Míj?” Vanwege Hemzelf was daar geen enkele reden toe, maar vanwege mij des te meer! Hij voor Mij, opdat ik nooit meer door God verlaten zou worden.

Jezus baande een begaanbaar pad naar het hart van Zijn Vader. Nu kan Zijn Vader ook mijn Vader zijn. Toegang is er en hoe?! Er hangt wel een voorhangsel voor: Jezus’ offer. Bij de Vader waai je niet zomaar even binnen! Bij binnenkomst word je altijd herinnert aan het prijskaartje van de toegang én aan het van harte welkom zijn vanuit Zijn geopend Vaderhart!

maandag 29 maart 2021

Mag ik het heiligdom van God binnengaan?

Stille Week (1)

Broeders en zusters, door het geofferde bloed van Jezus kunnen we nu dus zonder vrees en vol geloof het hemelse heiligdom binnengaan.
Hebreeën 10 : 19

De serie overdenkingen uit Hebreeën wil ik voor dit moment toespitsen op de Stille Week die we zijn ingegaan. Het lijden van Jezus op een rechte, juiste manier betrachten kan niet zonder ook op het doel en het effect van Zijn lijden te letten. Zo wordt het zicht op deze lijdensweg nóg meer verdiept.

Hebreeën 10 draagt in de Basisbijbel het kopje “Jezus’ offer is volmaakt”. We zijn nu aangekomen bij het effect van dit volmaakte offer: de vrijmoedigheid die het ons geeft. De tekst van vandaag spreekt over “zonder vrees en vol geloof binnengaan”. De SV vertaalt dat met “vrijmoedigheid hebben om in te gaan”.

Als je net binnenvalt in deze serie en het voorgaande hebt gemist, kun je je misschien afvragen: wat gaat de gelovige binnen? De hemel? Dus de eeuwigheid? Of iets anders?

De Kanttekeningen leggen uit dat je dit ook kunt vertalen als ingaan “door de ingang van het heiligdom”; dat is beeldspraak voor het door geloof, hoop en gebeden regelrecht gaan tot God in de hemel. Paulus trok in het voorgaande telkens de lijn tussen het aardse heiligdom (de tempel, of beter: de tabernakel) en het hemelse heiligdom (Gods troonzaal).

Hij spreekt hier niet over het eenmaal de hemel mogen binnengaan. Ook daarover bestaan heel uiteenlopende gedachten. Maar hij trekt dat moment naar voren: dagelijks moeten wij in dit hemelse heiligdom te vinden zijn. Vind je dat een angstige of juist een heerlijke gedachte? En vind je dat woord ‘vrijmoedigheid’ in die context misschien ook heel ingewikkeld? Dat woord parrhesia heeft meerdere betekenissen: 1. vrijmoedig spreken; 2. zonder verhulling of beeldspraak spreken; 3. blij vertrouwen met verzekerdheid en goede moed. Prachtig woord!

Als je met God spreekt moet je geen verhullend taalgebruik hanteren. Hij doorziet dat direct. Je mag direct en zonder omhaal van woorden tot Hem spreken. Wat nóg mooier is, je mag met verwachting en in een blij vertrouwen tot Hem gaan. Want Hij hoort altijd en weet alles al, nog vóór jij spreekt!

Hoe kan dat? “Door het geofferde bloed van Jezus”. Dáárdoor kan ik, gereinigd van mijn zonden, de Vader weer onder ogen komen! Toen God na de zondeval in Adams buurt kwam, doken hij en Eva weg. Terecht! Maar toen de HEERE Adam en Eva uit de Hof verdreef, stuurde Hij hen weg met een belofte, een uitnodiging om Hem daar voortdurend aan te herinneren.

Nu het ‘Nieuwe Normaal’ is aangebroken, hebben wij hier beneden niet alleen een belofte, maar heeft God in de hemel het bloed van Zijn Zoon! Dát geeft mij de vrijmoedigheid om open kaart voor Hem te spelen en in blij vertrouwen met Hem te wandelen.

zaterdag 13 maart 2021

Hoe richt je je leven dan wél in?

Hoe richt je je leven dan wél in? (1)

Als dan nu alles helemaal vergeven is, is er verder geen offer voor de ongehoorzaamheid meer nodig. Hebreeën 10 : 18

Nu zou je kunnen denken, als je de vorige overdenking oppervlakkig hebt gelezen: wil je nu beweren dat we geen leven der dankbaarheid hoeven te hebben? Maakt het dan niet uit hoe je leeft?

Ik zei dat je de Geest de wet niet moet voorschrijven. Ook stelde ik dat je niet moest meedoen met allerlei voorschriften die je opleggen dat je zus of zo moet leven. Maar begrijp me niet verkeerd: ik beweer niet dat het niet uitmaakt hoe je leeft. Integendeel.

Als je je leven niet door de Geest laat vullen met goede dingen, nadat het is gezuiverd, loop je het grote risico dat het zo weer is gevuld met dingen die nutteloos zijn en je van God afhouden. Enerzijds moet je je leven niet vullen met een wettisch en dwangmatig navolgen van allerlei regels. Anderszijds is het ook niet zo dat je er dan maar op los leeft.

In de komende verzen komen zaken aan de orde die juist in deze context tot nadenken stemmen: “Want ons hart is schoongewassen door het bloed van Jezus. Daardoor hebben we nu een goed geweten” (vs. 22). Dat geweten is bevrijd en daar moet de Heilige Geest alle ruimte krijgen. Laat die reiniging door Jezus' bloed voor je een reden zijn om af te stemmen op dingen die Jezus aanbidden: hoe kun je je gedachten richten op Hem, met Hem praten onder je werk door en je dagelijks werk, dat Hij je geeft, in dankbaarheid aan Hem uitvoeren? En hoe kun je anderen iets laten merken van jouw bevrijding?

“Laten we blijven geloven in wat Hij heeft beloofd, zonder eraan te twijfelen. Want Hij die de beloften heeft gedaan, is trouw.” (vs. 23). Als Hij beloofd heeft dat jouw zonden zijn vergeven, dan moet je je niet elke dag weer afvragen of het nu wel écht en voldoende is vergeven. De twijfel aan Gods beloften, wekt juist afstand, waardoor je in onzekerheid terecht komt. Lees Zijn Woord en zing Hem biddend toe.

“We moeten elkaar aanmoedigen tot liefde en tot het doen van goede dingen” (vs. 24). Aanmoedigen is zo totaal anders dan elkaar de wet voorschrijven. En is aanbidding van God (stempelt dat jouw dagvulling?) niet het beste dat je kunt doen? Stimuleer elkaar om veel aan God te denken en aan Zijn heerlijkheid!

“Wij hebben niets te maken met luiheid waardoor we verloren gaan, maar met geloof waardoor we worden gered” (vs. 39). Vuur elkaar aan om vol verwachting uit te zien naar Jezus’ wederkomst. De NGB eindigt zo prachtig met dat grote verlangen waarmee de gelovigen uitzien. Als Hij komt, dán begint onze definitieve toekomst volmaakt. Zouden we niet al onze aandacht daarop richten? Juist het bezig zijn met deze toekomst voorkomt dat je in aardse en meetbare vroomheid blijft denken en geloven. 

 

Hoe richt je je leven dan wél in? (2)

Als dan nu alles helemaal vergeven is, is er verder geen offer voor de ongehoorzaamheid meer nodig. Hebreeën 10 : 18

Maar ik ben nog niet zo snel van orthodoxe critici af. Want hoe zit het dan met ‘de wet van Christus’ en de voorschriften die Paulus in zijn brieven geeft over de werken of vruchten van de Geest? Eist die Geest dan niet van ons dat we meer en meer het beeld van Christus gaan vertonen in ons leven?

Paulus schrijft in Efeze 4:32 zo iets: “Maar wees jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkaar, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” En in het vers ervoor somt hij op wat daar dus niet bij hoort: “Alle bitterheid, toornigheid, gramschap, geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid...”

In dit lijstje tekent hij het verschil tussen oude en nieuwe mens. Hij geeft geen puntenlijstje om dwang- matig na te streven, maar adviseert bij keuzes die je maakt in het leven. Het is dan ook merkwaardig dat men wel vaak citeert “legt af de leugen”, maar zelden “wordt toornig, en zondigt niet” of “Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever”. Zie je dat daar geen meetlat wordt gebruikt, maar een dringend advies om je leven bij te stellen. Ook niet in het stof moeten kruipen voor de heilige God, maar dat we ons dagelijks leven ánders laten inrichten door de Geest.

Of Galaten 4: een puntenlijst met zonden en één met vruchten van de Geest: “liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” Dit lijstje wijkt af van dat uit Efeze 4. Welk lijstje moet je nu aanhouden? Kijk, daar gaat het nu mis. Deze richtlijnen worden ons

gegeven op momenten dat je kunt kiezen. Kijk het na wat de beste keuze is en kies voor dingen die bij God horen. Denk in ‘oude mens’ en ‘nieuwe mens’, maar niet in een slaafs naleven van allerlei eigenschappen.

Want... het zijn vruchten van de Geest! Als jij ze zelf gaat ondernemen, wat is dan de rol van de Geest? Dan wordt het vroeg of laat jouw levensstijl en niet het wandelen door de Geest. Daarom zei ik: doe niet mee aan het naleven van afturflijstjes.

In vers 26 waarschuwt Paulus om geen ijdele eer te zoeken (eergierig boven anderen willen uitsteken om te heersen) juist op het gebied van onze levens- wandel! Terg elkaar niet (met vrome lasten) en benijd elkaar niet vanwege “elkanders deugden, staten, of gelegenheden, dat meestal uit eergierigheid voortkomt”.

Paulus besluit de Galatenbrief met “zovelen er naar deze regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid...”. Regel? “Dat is naar deze leer die ik in deze brief over rechtvaardigmaking, Christelijke vrijheid en Christelijken wandel heb uitlegd.” God verlost ons niet van zonden om weer nieuwe lasten op te leggen, maar Hij geeft Zijn kind vrijheid om in kinderlijke liefde te wandelen met Hem.

 

Schrijf de Geest de wet niet voor!

Je mag vaststellen dat Paulus, die een rasechte farizeeër en schriftgeleerde tegelijk was, toch wel wist dat de wet een grote waarde had bij de Joden? En juist tegen hen zegt hij hier: “Er is verder GEEN offer meer nodig voor de ongehoorzaamheid.” Onze bewijsdrang zit ons vaak danig in de weg!

Toen ik als ventje van drie de werkmannen, die de nieuwe vloerbedekking kwamen leggen, zag binnen- komen greep ik snel mijn rode plastic hamertje en wat spijkertjes om mee te helpen die vloerbedekking vast te spijkeren. Ik zie het nóg voor me. De spijkertjes gingen er niet récht in, dus tikte ik ze schuin in de wollen vloerbedekking. Dat ging mooi en ik had het idee dat ik goed meehielp. De mannen lieten mij m’n gang gaan. Ik kreeg een aai over mijn bol, toen ze weggingen. Maar na afloop had mijn moeder nog dagenlang losse spijkertjes in haar stofzuiger!

Houd dat beeld vast. Zit ons dankbaarheidsleven vaak niet zo in elkaar? Wil je God iets aanbieden? Wát leef je dan na? En hoe? En waarom? Het is, laat ik het voorzichtig zeggen, lief bedoeld, maar gaat het iets uitwerken? Het dankbaarheidsleven is, vrees ik, door de eeuwen heen een oud hinderlijk rooms patroon gebleven, dat het rechte zicht op Gods Vaderhart vertroebelt. Dankbaarheid is goed. Maar hóe?

Let maar op wat de Kanttekeningen hierbij ter correctie formuleren: “Nee, geen extra offer meer voor de verzoening; maar alleen offeranden der dankbaarheid die in het Nieuwe Testament van ons worden vereist.”

Dat woord ‘vereist’ klinkt al direct als een voorwaarde en wettisch getint bevel. Daardoor zien veel mensen het leven der dankbaarheid toch weer als iets dat moet en dat er zus en zo behoort uit te zien. En als dat niet zo is, klopt er niks van. Voordat je het weet zit je in dezelfde oudtestamentsche godsdienstigheid. Je komt die misvatting in orthodoxe, maar evengoed in charismatische kring tegen. Doe daar niet aan mee!

De bewijsteksten in de Kanttekeningen “eisen” of dwingen echter nergens, maar stimuleren! Rom. 12:1 Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode wel- behaaglijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.” Hebr. 13:15 Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is de vrucht der lippen die Zijn Naam belijden.” 1 Petr. 2:5 Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.” De Heilige Geest wil ons Zelf, op Zijn wijze, vullen met aanbidding van God en Christus. Laat Hem besturen, waken... ook hierin! Hij weet veel beter waar de Vader blij van wordt! En dat is genoeg.

dinsdag 9 maart 2021

Het formulier van het Nieuwe Verbond?


Ook de Heilige Geest heeft daarover gesproken. Want vroeger heeft Hij gezegd: “De Heer zegt: Dit is het verbond dat Ik later met hen zal sluiten: Ik zal mijn wet in hun binnenste schrijven, in hun hart en in hun verstand. En Ik zal niet meer denken aan alles waarin ze Mij ongehoorzaam zijn geweest.”
Hebreeën 10 : 15-17

In de kanttekeningen bij vers 15 kom je tweemaal de term ‘Formulier van het Nieuwe Verbond’ tegen. Ik was verrast over die term. Een formulier? Als je gaat googelen op ‘formulier’ en ‘nieuwe verbond’ kom je bij allerlei variaties van het doopformulier of avondsmaalsformulier terecht, maar niet bij dit.

Vul je echter als zoekterm “formulier van het Nieuwe Verbond” (tussen aanhalingstekens) in dan ontdek je dat Ursinus er ook al over spreekt in zijn Schatboek. Wat is dat? Jeremia heeft als eerste iets mogen zien en kernachtig kunnen samenvatten, van de nieuwe manier waarop God de zonden gaat verzoenen.

En dan bedoel ik met ‘nieuw’ niet dat God de ­voorwaarden van Zijn kijk op de zonde gaat bijstellen, maar dat Hij de zaligheid niet in handen legt van een zondig mens (door het houden van de wet), maar dat Hij die legt in de handen van dé Mens die in onze plaats de wet gaat vervullen.

Eerst naar de tekst: De Heilige Geest getuigt dus iets over het offer van Christus. Specifieker nog: Hij getuigt iets over de kracht van dat éne/eenmalige offer, dat die mensen volmaakt die geheiligd worden.

Blijkbaar vond Paulus het zó belangrijk, dat hij dit citaat van Jeremia herhaalt én er de Heilige Geest bij betrekt. Dat moet ons iets te zeggen hebben! En ik vrees dat we hier te maken hebben met een blinde vlek in onze gereformeerde dogmatiek.

Waar heeft de Heilige Geest daarover gesproken? Lees de Kanttekeningen: “in Zijn Woord, en in het bijzonderlijk in het formulier des nieuwen verbonds (Jeremia 31), dat Hij met ons heeft gemaakt. Waaruit dan blijkt dat de Heilige Geest de ware God is, en een onderscheiden Persoon in het Goddelijk Wezen.”

Dat Nieuwe Verbond (het nieuwe normaal) is “met ons” gesloten. De vraag is: zijn dat de Joden of wij allemaal? Hoewel Paulus hier aan Hebreeën schrijft, geldt dit alle gelovigen, zowel Jood als niet-Jood.

Jezus’ offer was eenmalig. Het was, aldus de Kanttekeningen – die erg wollig zijn hierin – nodig om het Testament (verbond) vast te maken. Maar meer is niet nodig. Er hoeft niets meer aan te worden toegevoegd. Geen enkel offer; geen nagelslijpseltje!

Waarin men een denkfout maakt is dat men direct komt met: “Ja, maar we moeten toch de wet houden uit dankbaarheid?” Waar zegt God dat? Hij zegt dat je niet doodslaat, geen overspel pleegt en niet roddelt etc. Maar niet om Hem iets aan te bieden! Ik ga daar bij vers 18 nog verder op in. Leef uit genade alleen!