Posts tonen met het label gemeente. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gemeente. Alle posts tonen

dinsdag 15 september 2015

Ambtsdragersverkiezing


Vruchtbare ambtsdragers en andere arbeiders in de kerk worden vanuit de hemel geroepen tot opbouw van de Gods Kerk

“Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen,
zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.”
Johannes 3 : 27

Johannes hoort het twistgesprek tussen de farizeeën en zijn discipelen aan en doorziet de werken van satan. Altijd maar weer onrust stoken; altijd maar weer discussies die niet over de kern gaan. Zijn eerste stelling zet de toon krachtig aan. Je hoort de ruziërs als het ware opeens stilvallen.

Een mens kan niets aannemen

Vandaag stoten we op een ware maar o zo vaak verknipt gehanteerde tekst. Hier hebben de mensen van de passieve godsdienstigheid een sterk wapen in handen: “Een mens kan niks aannemen; ja, of het moet hem uit de hemel worden gegeven.” Je begrijpt wel dat dát hier niet staat en ik laat deze dwaalleraren dan ook liefst onbesproken. De Kanttekeningen geven ook helemaal geen aanleiding om deze tekst zo uit te leggen. Ze wijzen op de bedoeling van Johannes’ woorden: Niemand kan een ambt op de juiste manier bedienen en vrucht zien op zijn werk, als God hem niet heeft geroepen.

Nou is de mens super geraffineerd om dit gegeven te manipuleren. Succes kun je ‘faken’ of zo je wilt ‘creëren’. Dat doe je door de omstandigheden zo te manipuleren dat je de mensen kunt laten geloven dat er vrucht op je werk is gekomen. Zo zijn er nogal wat valse gebedsgenezers de jaren door geweest die vriendjes optrommelden om een of andere ziekte te ‘spelen’. Na de seance veren ze dan op uit hun rolstoel of van hun bed en lopen huppelend weg. Zie je wel…?! Maar al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Vroeg of laat komt dit uit en is de schade voor Gods Koninkrijk soms enorm. Niet zelden haken hele generaties af en keren God definitief de rug toe.
Dat kan ook aan de ‘zware’ kant van de godsdienst. Het is niet zo moeilijk om op mensen in te praten en ze laten geloven dat God niet zomaar hoort. Vele labiele mensen gaan gebukt onder het juk van slavenpredikers die hen doen geloven dat God eerst wil dat je jezelf tot in de hel mishaagt en veracht en daarna… ja, misschien dan… zal God in Zijn ondoorgrondelijke genade misschien naar je omzien; maar Hij is natuurlijk niks verplicth!
De satan is wat dat betreft vindingrijk en in alle flanken van de kerk (en daarbuiten in vrije groepen) weet hij wel aansluiting te vinden. Het beeld van God zijn we sinds Genesis 3 kwijt. Daardoor kan ons beeld van God heel gemakkelijk worden bijgesteld in de verkeerde richting. Het meest tartende beeld dat de man met het ene talent uit de gelijkenis van God schetste was: “Ik wist dat U een hard mens was, maaiend waar U niets gezaaid hebt…” Een mens kan niets… want hij is – en dat is helaas waar – sinds Genesis 3 slechts in staat God en zijn naaste te haten en zichzelf te verheffen. Ja dat is waar, voor wat betreft de oude mens. Maar de nieuwe mens is een ander ‘verhaal’!

Een mens kan zeker iets aannemen

Hoewel een mens kan huichelen in het uitvoeren van zijn (kerkelijk) ambt, zal vroeg of laat de waarheid blijken. Met alle schade van dien in gezinnen en gemeente. Maar wat Johannes hier eigenlijk bedoelt te zeggen is dit: wanneer die mensen ginds bij Jezus tot geloof komen, dan kun je er eigenlijk wel vanuit gaan dat Jezus geen concurrent maar een Medearbeider is. En als de hemel iemand de opdracht tot het ambt heeft gegeven – of zo je wilt: geroepen heeft tot het ambt – dan mag je er ook vrucht op verwachten.

Ambtsdragers moeten staan naar vrucht, niet naar roem. En zij moeten er onverdeeld verblijd over zijn dat andere ambtsdragers ook vrucht mogen zien op hun werk. Zelfs moeten zij verblijd zijn als er onder de arbeid van anderen meer tot geloof komen dan onder hun eigen arbeid. Blijkbaar hebben zij op dat moment niet zoveel ingang bij mensen, terwijl anderen dat wel hebben. Wees niettemin blij, want de hemel is blij! Laten ze vooral nooit jaloers zijn, want het is allemaal vrucht voor de Landman en niet voor de ambsdragers zelf! Als de hemel iets geeft, als de Heilige Geest in de raderen is, dan mag je zelfs grote zegen en veel vrucht verwachten.

God moet het doen

Het is inderdaad God, Die het doen moet. Maar dat ontslaat ambtsdragers – ook wij die in het ambt aller gelovigen dienen – er niet van dat we volvaardig en aanhoudend bidden én werken! In deze tijd, waarin langzaamaan ambtsdragersverkiezingen weer in beeld komen, is het goed om te beseffen dat we moeten zoeken naar mannen vol van de Heilige Geest. En dat we met deze verkiezingen geen partijschappen voorstaan of dienen.
Wel is het belangrijk toe te zien op balans in de kerkenraden. De hand moet niet tegen de voet zeggen: ik heb u niet nodig. Wanneer een kerkenraad blindevlekken vertoont of zelfs koestert, wordt het tijd voor vernieuwing. Het totaalspectrum van de gemeente en de gaven die er zijn, moet in beeld blijven. Met als doel dat de Landman de vrucht zal ontvangen die Hem toekomt.
Dat besef voorkomt ook dat we levenslang in een kerkenraad willen zitten, alsof het allemaal van ons afhangt. Dan helpt het ons ook om het ambt weer los te laten als dat van ons wordt afgenomen door de HEERE. Zijn werk moet doorgaan, niet ons plan!
Zo komen en gaan predikanten; zo komen en gaan diakenen en ouderlingen; zo komen en gaan jeugdwerkleiders en andere functionarissen in de gemeente. Want de gemeente moet een plek zijn waarin ook onze kinderen en kleinkinderen op den duur het roer kunnen en mogen overnemen om vrucht voor de Landman voort te brengen. 
En als iemand wordt geroepen tot iets in de gemeente, dan kan het zijn dat mensen die namen indienen het verborgen leven van deze broeder of zuster niet kennen. In het verkiezen gaan we af op wat we weten, zien en horen. Maar God kent ons hart. Laat de geroepene dan ook serieus voor Gods aangezicht zijn of haar roeping overwegen en transparant eerlijk voor de HEERE, biddend, bezig zijn. Opdat er niet – wanneer wij dubbele agenda’s hebben of een buitenkant hebben die niet correspondeert met onze binnenkant – de schade in de gemeente groot zal zijn. En dat daardoor de Landman rotte vrucht zal ontvangen.
Maar als we mogen zien dat deze roeping vanuit de gemeente daadwerkelijk de roeping van de HEERE is, dan mogen we ook vrolijk en vol goede moed zijn. Immers, het wordt ons alles uit de hemel gegeven. En daar bevindt zich een Schatkamer van jawelste!

donderdag 8 januari 2015

Engelen op school in de kerk

"Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods"
Efeze 3 : 10

Aandachtig luisterende engel


Een van die merkwaardige teksten in de Bijbel die iets specifieks zeggen over de engelen, is wel deze tekst uit Efeze 3. Daar is, laat ik het simpel zeggen, tijdens elke kerkdienst iets bijzonders aan de hand (al doe ik daarmee iets tekort aan de tekst, maar daarover later). Je zou zeggen: de engelen in de hemel zullen toch wel zo'n beetje alles weten over de HEERE? Zij leven, zo zagen we gisteren in het fragment van de preek van ds. Viervant, het dichts van alle schepselen bij God? Maar nu lezen we vandaag dat zij het moeten hebben van de Gemeente! Die vertelt hen juist iets over de veelvuldige wijsheid van God. Had jij dat gedacht?
Hoe zit dat dan? Moeten wij met engelen gaan praten? Luisteren zij naar de preken, zoals wij in de kerk zitten, en zie je ze als het waren schuin voor je in de kerkbank zitten en knikken, verrast overeind schieten en gebaren: "Ah! Zo zit dat dus!" Ja en nee. 

Het verlossingswerk, dat God de Vader en God de Zoon in de Raad des Vredes hebben uitgedacht, is voor ons mensen tamelijk verborgen. Wij zien er wel het een en ander van. We merken er iets van als mensen tot geloof komen. We weten, 2000 jaar later, veel over Christus' werk en motieven. Maar er leven nog tal van vragen en duisterheden. We moeten het doen met wat is geopenbaard. Maar… tóen Jezus rondwandelden, was niets daarvan nog geboekstaafd. Het is niet zo verwonderlijk dat de discipelen vol met vragen zaten. Jezus' woorden waren bij tijden zo mysterieus, dat ze het verband erin niet zagen. En toch was het terecht dat Jezus hen bestraffend toesprak: "O, onverstandigen en dwazen van hart, dat jullie nou toch de profeten zó slecht kennen!"
Wat nu de discipelen stukje bij beetje moesten leren – en met name Johannes refereert daar af en toe aan als hij zegt, zij verstonden nog niet dit of dat – dat moesten ook de engelen nog leren. Wel anders. Zij leggen veel sneller en beter verbanden, maar hoe God te werk zou gaan vanaf Jezus' komst in Bethlehem, ze wisten het niet. Elke stap die Jezus op aarde zette, was voor hen als het afrollen van een schitterend doek, waarop een tafereel staat geschilderd. Dag na dag werd helderder hóe wijs God was. 
En datzelfde geldt ook voor Gods werk vandaag de dag. De engelen volgen het nauwlettend hoe er over de HEERE in jouw gemeente wordt gesproken. Of er mensen tot geloof komen en hoe ze dan van Hem gaan getuigen. Hoe ze met elkaar delen wat God in hen heeft gedaan! Uit de bekering van elk mens, blijkt de wijsheid Gods, waarover de engelen zich verheugen en waarin zij zich verlustigen!

Tot slot nog een citaat van ds. Viervant over dit aspect:
"Vervolgens, hoe vermeerderde [zich] het inzicht van de engelen in onze verzoening en zaligmaking, toen Gods eniggeboren Zoon, de weergave van Zijn heerlijkheid, tot verheerlijking van de Naam van de Vader, aan het kruis de geest gaf, na het doorstaan van zoveel smart en smaad. Toen Jezus, als de overwinnaar van de dood, verrees uit het graf. Toen Hij ten hemel opvoer [en] als de Hogepriester van het Nieuwe Verbond voor de troon van de grote Koning naderde.
Maar de stem van de Goddelijke Majesteit klonk door de hemelse tempel: “Zit Gij, o Priester, in eeuwigheid! Zit aan Mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden zal hebben gezet tot een voetbank voor uw voeten!”

Twijfel er geen ogenblik aan, mijn vrienden, dat er bij deze verhoging van Jezus aan de rechterhand van Zijn Vader en de verandering van de toestand van de aardse en hemelse dingen daardoor bewerkstelligd, een glansrijker licht van kennis en vreugde is opgegaan in de hemel over de verzoening en zaligheid, [zowel aangaande] het gepasseerde als het toekomende, de vervulling en de verwachting.
Jazeker, Jezus Christus, de Gekruisigde, is als de wijsheid en kracht van God, de hoop van de heerlijkheid, in het hemelse Jeruzalem door de duizenden engelen en de geesten van de volmaakt rechtvaardigen, met lofzangen verheerlijkt, [nog] voordat Hij als zodanig op aarde naar behoren erkend werd en aan de mensen bekend gemaakt werd door de prediking van de apostelen van de Heiland.
En die prediking van de apostelen was nu juist [bedoeld] om mensen, Joden en heidenen, te verlichten in de kennis van de verborgen zaken, die sinds alle eeuwen al verborgen geweest zijn in God.
Maar tevens, zoals Paulus ons leert (Efeze 3 : 10), opdat nu door de gemeente bekend wordt gemaakt aan de overheden en machten in de hemel, de veelvoudige wijsheid van God. [Wat een] merkwaardige getuigenis van de apostel! Op die manier worden de engelen nader verlicht, ook door de bediening van het evangelie onder de volken. Maar dan zal hun begeerte, om in de dingen van de verlossing in te zien, ook steeds meer worden verzadigd, naarmate de tijd van het Nieuwe Verbond verstrijkt.

Trouwens, volgens de hiervoor beschreven bewijsgronden, merk ik ten derde op dat het verlossingswerk door alle eeuwen heen, ja eeuwig, het verstand van de engelen op de [meest] aangename manier, bezighoudt.
Het ontwerp van onze verlossing is en blijft een [zeer] grote verborgenheid, zowel voor engelen als [voor] mensen. Het is zó vol van Gods heerlijkheid, dat, hoe verstandig de engelen ook zijn, zij nooit helemaal aan het einde zullen komen van hun naspeuring van de talrijke wijsheid.
Bovendien was het in de tijd toen Petrus schreef – en [zelfs] heden ten dage – nog niet af. Men heeft veel gezien van de heerlijkheid van de Middelaar, vanaf de tijd van de apostelen tot nu [toe]. Via wat voor wonderlijke wegen is Gods Kerk overal geplant? [En] in de verdrukking bewaard [gebleven]. Tegen de verleidingen beschermd. En uit [een] diep verval [weer] heerlijk opgetrokken. [En] nog [steeds] rijdt de Middelaar in Zijn heerlijkheid, op het Woord van de waarheid. Nog [steeds] behaalt Hij Zijn overwinningen.
En hoeveel moet er nog gebeuren om alles wat ons door de profeten en apostelen is verkondigd, tot stand te brengen. Het verborgen lichaam van het verheerlijkte Hoofd wacht nog lijden, maar ook heerlijkheid. Er zal een tijd van verzoeking komen over de hele wereld. Maar men zal ook ongeloof en bijgeloof zien vallen voor Immanuël. Geheel Israël [zal] tot Hem bekeerd [worden]. [En] de volheid van de heidenen [zal] ingaan. Wat een heerlijke dingen over de Stad van God!
"