Posts tonen met het label Koninkrijk der hemelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koninkrijk der hemelen. Alle posts tonen

zaterdag 10 juni 2017

De weg geweten hebben en niet bewandeld

"En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij.
Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet waar Gij heengaat,
en hoe kunnen wij den weg weten?
Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, cen de Waarheid, den het Leven.
Niemand komt tot den Vader dan door Mij."
Johannes 14 : 4-6

Velen weten de Weg écht niet; maar er zijn er die de Weg wel weten, maar niet willen bewandelen!


Ik kan mij niet voorstellen dat Jezus dit zei en dat de discipelen totaal geen idee hadden waar Hij het over had. In de verwarring van het moment wil ik nog wel aannemen dat die verwarring een soort blackout vormde in hun brein. Maar Jezus is toch niet dubbelzinnig in Zijn uitleg?

Soms is het ook vanwege dat andere beeld dat je bij de werkelijkheid hebt, dat je niet goed begrijpt wat er nu wordt gezegd. Je hoort klanken, maar ze corresponderen niet met jouw plaatje in je hoofd. Hoe nodig is het dat de Geest ons voortdurend wakker houdt in het luisteren, opmerken en bijstellen van ons beeld. Je kunt toch geen dag zonder?

Over de weg weggaan

Het is bijzonder opmerkelijk dat juist hier in dit grote tafelgesprek Jezus met verve en passie spreekt over Zijn Vader. Alles wat Hij gaat doen, doet Hij voor de Vader. En alles wat maar enigszins relevant is voor Zijn jongeren is relevant in perspectief tot Zijn Vader.
Hoewel Jezus hier bedekt spreekt over Zijn hemelvaart, is de eerste fase van 'heengaan' toch Zijn sterven. Heengaan heeft ook een daadwerkelijk en duidelijk doel. Je kunt nergens 'heengaan' als er niet een reisdoel voor ogen staat. De zwerver gaat nergens heen; de wandelaar heeft geen direct doel voor ogen; voor die laatste is de route zelfs belangrijker. Het moet een mooie, kleurrijke en prettige route zijn. Maar het einddoel is in de meeste gevallen gewoon weer het beginpunt: thuis. Christenen wandelen wel (met God) maar zijn ten diepste geen wandelaars. Ze zijn pelgrims, zoekend naar de kortste weg naar Huis. En onderweg zijn ze bezig anderen te vertellen over hun reisdoel: de nabijheid van hun Bruidegom en het huis van hun hemelse Vader.
Dus het heengaan van Jezus kan niet alleen op zijn 'heengaan', Zijn dood, worden betrokken. Dat zou erg kortzichtig zijn. Zijn dood was niet het einddoel, maar de essentiële ticketpost om de 'ingangskaartjes' te verwerven. Als de discipelen de afgelopen drie jaar nog niet hadden begrepen waar het naartoe ging, dan wel uit de voorgaande woorden: "Ik ga heen om u plaats te bereiden."

Naar de bekende weg vragen

De in onze ogen ongelovige Thomas maakt van zijn hart geen moordkuil en uit zich direct: "Geen idee, HEERE, waar U heengaan; laat staan dat wij weten langs welke weg dat moet gaan! Hoe zouden wij dat moeten weten?" Ik vraag me even af of hij ook begrepen heeft dat hijzelf (en de anderen) ook op pad moet gaan om het grote Einddoel te bereiken. Het lijkt er nog op dat Hij slechts informatief vraag naar 'langs welke weg Jezus dan zal heengaan'.
Zonder het goed te beseffen vraagt hij naar de bekende weg. En Jezus laat dat duidelijk merken: "Ik ben de Weg, de Waarheid én het Leven." In onze westerse oren misschien wel een antwoord waar we niks mee kunnen. Het lijkt gewoonweg geen antwoord op de vraag. "Hoe zal dat gaan? Langs welke weg; op welke manier?" "Ik ben de Weg…"
Toch denk ik dat Thomas het beter zal hebben gesnapt dan ik op het eerste gehoor. Jezus sprak over "WAAR Ik heenga…" Jezus had een concreet doel voor ogen. Daar konden zij nooit komen. Zelfs niet, als zij begrepen hadden wát Jezus ging bewerken met Zijn lijden en sterven. De heilsfeiten zijn belangrijk om te weten, maar die kennis van zaken is niet zaligmakend. Weten 'dat Jezus voor de zonden is gestorven' is nog niet hetzelfde als 'zalig worden'. Om daar te komen, waar Hij zal zijn, hebben we een borgsom nodig. Jawel, die gaat Hij betalen tijdens Zijn heengaan, maar het gaat uiteindelijk nog ergens Anders heen: de heerlijkheid van de Vader.

Wat heeft Jezus vaak gesproken over het Koninkrijk der hemelen. Zij dachten aards over dat Koninkrijk, maar uiteindelijk wordt hier een forse streep gehaald door hun bekrompen idee daarover. Zijn realiteit was vele malen hoger dan hun voorstellingsvermogen.

De enige weg bewandelen

Daar ooit komen, moet via een weg; dé Weg! Geen toeleidende weg; dat is een mensenverzinsel, zo niet een gruwelijke afgoderij. Er is geen fase waarin wij ons aannemelijk en acceptabel kunnen maken voor God, waarna Hij dan eindelijk… eindelijk… eindelijk eens een keer naar ons zal willen gaan omzien. Sommigen begraven zichzelf in de hel en spreken uit – hoe walgelijk in Gods oren – dat zij wel verloren willen gaan omdat dat terecht is en recht doet aan het zogenaamde recht Gods. De Bijbel die dat leert is erger dan de Koran.
Anderen poetsen zichzelf op door eerst te werken aan hun heiligheid en uiterlijke godsdienstige gestalte. Ze kiezen eventueel ook nog de meest rechtse kerk(en) omdat die in hun ogen wel het dichts bij de hemel zullen zitten. De Koninklijke weg trekt zich echter niets aan van vroomheid. Hoe donkerder de kleding, hoe afzichtelijker het uiterlijk, hoe langzamer de psalmen gezongen, hoe krommer gelopen, hoe lijziger gepraat, hoe afkeurender over anderen, hoe breedsprakiger over eigen zonde en doemwaardigheid, hoe dieper in de drek… hoe verder van de Weg!
Een katholiek, moslim, Jood of heiden kan eerder zalig worden dan zij. God ziet het hart aan. Niet dat opgefokte hart dat walmt van godsdienstijver. Maar het hart dat aan Jezus' voeten valt en uitgeteld is. Zich vastklampt aan Gods voeten en beloften ook al weet het dat het onverdiend is. Op hoop, tegen hoop… op leven en dood! Als je het met minder (of misschien juist met meer) wilt doen, dan heb je nog nooit begrepen wat de ernst van je verlorenheid is.
Jezus is er altijd transparant en duidelijk over geweest dat het niet in de offers zit (dus ook niet opoffering van je geschapen zelfbeeld)… wij hoeven onszelf niet op het hakblok van God te leggen. Dat hele hakblok is er niet! Wij hebben slechts de enige weg te bewandelen: "Komt tot Mij, allen die vermoeid (van opgedofte godsdienstigheid) zijt…"
Kap nou toch eens met al dat rechtzinnige edoch nutteloze gedoe. Maak je in je wangestalte toch niet tot een hele pief in de godsdienst! Maskers af, kerkverband weg. De radicalen van ISIS zullen je niet het hoofd afhakken omdat je tot het Gekrookte Pand, de GerGem of GGiN behoorde, maar omdat je Christen was. En ik vraag me in alle ernst af hoeveel refo's er staande zullen blijven als de hel van ISIS in Nederland zou uitbarsten. Hoeveel zullen er van onze gezindten worden omgebracht vanwege het onopgeefbare geloof in Jezus? Het is te vrezen dat er heel wat meer evangelischen en baptisten zullen omkomen, die standvastig in hun onopgeeflijke vertrouwen op Jezus volharden.
De boodschap is helder: Je weet de weg… bewandel die dan ook! En je zult het Leven vinden: Zijn nabijheid eindeloos genieten!

zaterdag 5 maart 2016

De nodiging tot het heil roept altijd geweld op


Vooral het woord 'violence' suggereert dat het Koninkrijk der hemelen geweld heeft te verduren van vijanden;
echter niets is minder waar: het heeft geweld te verduren van vrienden en aspirant burgers van dit Koninkrijk.

"En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen
geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld."

Mattheüs 11 : 12

Lekkere tekst is dat, juist in een tijd van fundamentalisme, radicalisering en geweld. De verkondiging van het heil roept dus geweld op? Maar… is dat dan uitdagend, uitlokkend van karakter? Of moeten we het scharen in de categorie joden-haat? Worden christenen, evenals Joden, gehaat, omdat ze God stellen boven elke andere macht? En is dat de boodschap van deze tekst? Toen ik jaren geleden over deze tekst een bijbelstudie maakte voor de MannenBijbelstudieVereniging hier in Schoonhoven, las ik ergens dat dit de moeilijkste tekst uit de Bijbel was. Dat daagde me toen uit, maar achteraf vraag ik het met af. Hebben mensen niet veel meer moeite met teksten die gaan over Jezus' offer en plaatsvervangend lijden. Laten we eens kijken wat er nu werkelijk staat en zien of deze tekst ons een prikkelende boodschap te bieden heeft.

Geweld tegen

Onze eerste reactie bij deze tekst zou kunnen zijn: logisch, het evangelie roept weerstand en soms zelf geweld op. Maar als we met dat in ons achterhoofd goed kijken naar de tekst, dan zou het dus zo zijn dat het Koninkrijk der hemelen onder de voet wordt genomen. Echter, we belijden toch dat er geen afval der heiligen is? En dat het Koninkrijk niet slinkt, maar enkel toeneemt, omdat er alleen maar mensen bij komen?!
Het geweld waarover Jezus spreekt heeft dus ergens ander mee te maken. En lees nog eens goed: het is een proces dat blijkbaar is ingezet 'in de dagen van Johannes de Doper' en 'tot nu toe' voortduurt. Johannes is een trendsetter van iets. Wat? De prediking van het komende Koninkrijk, dat 'nabij' is gekomen. Johannes legde de klem meer dan zijn voorgangers in de prediking. Hij riep ze op om niet lijdelijk af te wachten, in een hoekje nog eens rustig te gaan zitten overwegen, maar in actie te komen. En Johannes' optreden goed beluisterend, zijn forse stem in gedachten horende en zijn woeste baard driftig te zien bewegen bij het herhaaldelijk openen van zijn mond, moet die prediking als 'geweld' op zich zijn geweest. Johannes pleegde geweld op zijn toehoorders. Duidelijk, want anders was alles bij het oude gebleven. Hij riep ze op om – als ze ook maar enigszins twijfelden aan hun behouden aankomst in de hemel – desnoods geweld te gebruiken. Het was een zaak van leven op dood! Wat zou je graag zo'n prediker in je gemeente hebben, niet waar? En als je zo'n prediker door genade mag hebben (voor een tijdje in bruikleen van de hemel), wat gun je die dan aan de hele kerk?!

Geweld plegen om tot Gods Koninkrijk te geraken. De kernvraag in mijn bijbelstudie van destijds was: "Wat merkt de hemel ervan dat u een christen bent?" Want dat geweld beperkt zich niet alleen tot het feit van 'zelf tot dat Koninkrijk geraken', maar ook tot het feit 'opdat anderen ertoe zullen geraken'! Iemand uit mijn eigen gemeente verweet mij eens dat ik haar bijna dwong te gaan geloven. Dat was geen prettig verwijt en toch een groot compliment. Weliswaar kunnen wij mensen niet een ander niet zaligmaken en toch worden we geroepen zó krachtig te werk te gaan alsof het van ons afhing (zonder uit het oog te verliezen dat het God is Die de wasdom geeft). Nou… ga maar aan de slag.

Geweld op

Hiervoor citeer ik uit mijn bijbelstudie van destijds:

In zijn boek 'Christenreize naar de eeuwigheid' beschreef John Bunyan het volgende voorval:
“Ik zag ook, dat UITLEGGER CHRISTEN weer bij de hand nam en in een zeer vermakelijke plaats bracht, waar een schoon paleis gebouwd was; en CHRISTEN was daar zeer mee ingenomen. Op de top van het paleis zag hij enige personen wandelen, die geheel in het goud waren gekleed. Hij vroeg dan aan UITLEGGER, of zij daar wel mochten binnengaan? UITLEGGER greep hem bij de hand en bracht hem opwaarts, tot aan de deur van het paleis; en zie, aan de deur stond een grote menigte mensen, allen, zo het scheen, zeer begerig om in te gaan, maar zij durfden niet. Daar zat ook, een eindje van de deur af, een man aan een tafel, met een boek en een inktkoker voor zich om de namen op te schrijven van hen, die ingingen; hij zag ook, dat in de ingang tot de deur vele gewapende mannen stonden, om die te bewaken, en wie er door wilden gaan, zoveel schade en leed te doen als zij maar konden. Hierover was CHRISTEN niet weinig verbaasd. Terwijl intussen iedereen terugging uit vrees voor de gewapenden, zag hij ten laatste ook een man van een zeer kloekmoedig voorkomen tot de schrijver naderen, en zeggen: “Mijnheer, schrijf mijn naam eens op.” Toen deze dat gedaan had, zag CHRISTEN, dat hij zijn zwaard aangordde, een helm op zijn hoofd zette en zich naar de deur wendde, recht op de gewapende mannen aan, die hem met een dodelijke woede weerstonden. Maar de man, hierdoor in het minst niet ontmoedigd, viel op hen aan, hakkende en snijdende zeer verwoed. Nadat hij nu vele wonden ontvangen en ook gegeven had aan hen, wier oogmerk het was hem buiten te houden, nam hij zijn weg recht tussen hen allen door en drong het paleis binnen waaruit hij de nodiging hoorde van hen die al binnen waren en op de top wandelden, zeggende:
Kom toch, ei, kom toch in:
En ’s hemels heerlijkheid
Wordt tot in eeuwigheid
Voorzeker uw gewin.
Toen ging hij naar binnen en werd gekleed in net zo’n gewaad als zij allen droegen. CHRISTEN begon wat te lachen en zei: “Mij dunkt, dat ik wel weet, wat dit betekent; laat mij nu ook daarheen gaan.”


In zijn boek ‘Blikken in Bunyan’s Pelgrimsreize’ merkt ds. J.H. Gunning JHzn – (ooit predikant in de Sint Jan van Gouda) neef en naamgenoot van de schoonhovense ds. J.H. Gunning EBzn – op:
 
“De bedoeling is duidelijk. Beslistheid is noodig. Dat was zoo in de zware dagen, waarin Bunyan zijn Pelgrimsreize schreef, toen duizend vijanden zich legerden rondom een man, die God naar Zijn Woord en volgens zijn geweten wilde dienen; en zoo is het nog in onze dagen, waar wereldzin en verflauwing der grenzen de kloeke, beginselvaste belijders o zoo zeldzaam doen zijn. Christen moet het leeren dat alleen wie volhardt tot het einde toe, de overwinningskroon behalen zal. … Ja, waarlijk, het is geen kleinen zaak het koninkrijk der hemelen of den hemel zelven binnen te gaan. Niemand wane, dat – al onderhoudt Christus het vuur tegen de waterstroomen des vijands – de geloovige niet zou hebben te kampen om het kleinood des geloofs te verwerven. Alleen wie volhardt, die bereid is moedig en beslist ’s Heeren zijde te kiezen, kan toegang verkrijgen. En daarom ook wordt de man, die hier optreedt, beschreven als iemand ‘van een zeer moedig voorkomen.’ Genade maakt niet laf en weifelend, maar kloek en beslist. De moeilijke plaats Matth. 11:12 wordt door prof. Van Leeuwen aldus vertaald en toegelicht: ‘Het koninkrijk der hemelen breekt zich met kracht baan en stoutmoedigen grijpen het; wie met kracht er naar grijpen, verwerven het.’ Laat ons het nimmer vergeten, lezers! Dat wij in deze gevaarlijken tijd, waarin alles er op uit is om ons met de stroom te doen àfvloeien, alleen door een eerlijke, welbewuste keuze onze roeping en verkiezing vast kunnen maken.”
Bijzonder valt de link op, die ds. Gunning legt met de Bijbeltekst van vanavond. Eveneens valt het op dat hij onderscheid maakt tussen ‘het koninkrijk der hemelen’ en ‘de hemel zelf’. Dat is namelijk niet helemaal precies hetzelfde. Reeds in dit leven moeten wij gaan behoren tot het Koninkrijk der hemelen, willen we de eigenlijk hemel ooit daadwerkelijke binnen kunnen gaan. Christen, uit Bunyans, was in dit deel van het verhaal ook nog lang niet in de hemel. Maar het liet hem wel zien, op welke manier hij er komen moest. Tot het Koninkrijk der hemelen behoren allen die eenmaal de hemel zullen binnengaan. Zij ervaren nu al iets van de heerlijkheid, die dán volkomen zal zijn.
Misschien vindt u dat wel een mooie gedachte: de hemel binnengaan. Toch zou dat erg tekort doen aan de zaligheid, als we alleen maar naar de hemel willen gaan. Die hemel is ten diepste – zo zei ds. Maas het bij de rouwdienst van Anton den Besten – leeg en doelloos als de drieënig God daarin ontbreekt. Met eerbied: die hemel is maar bijzaak. De zaligheid bestaat niet in het in de hemel zijn; en al helemaal niet in het díe of díe geliefde weerzien. Nee, de zaligheid bestaat uit het volmaakt, zondeloos, de HEERE behagen en bedoelen in alles. De zaligheid is niet, dat u en ik niet in de hel komen, maar dat de HEERE eindelijk en eindeloos de eer ontvangt die Hem sinds Genesis 3 is ontnomen door u en mij.
Wie dus als een strijder – om bij het beeld van Bunyan te blijven – slechts uit angst voor de hel strijdt, zal het vroeg of laat moeten afleggen. En wie uit een oppervlakkige bewogenheid naar de hemel verlangt, zal nooit dat geweld bezitten dat nodig is om te volharden. Nogmaals die vraag: “Wat merkt de hemel ervan dat u een christen bent?” Wat wordt er in de hemel gesignaleerd van uw en mijn geweld?