Posts tonen met het label Gibea. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gibea. Alle posts tonen

donderdag 9 november 2017

Alles voor de eer van je vader

De zoon van de boerenkoning - IV

Doch Jónathan sloeg de bezetting der Filistijnen die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreeën horen. Toen hoorde het ganse Israël zeggen: Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen en ook is Israël stinkende geworden bij de Filistijnen. Toen werd het volk samengeroepen achter Saul naar Gilgal.
1 Samuël 13 : 3-4


Er komen in deze twee verzen drie negatieve karaktertrekken boven: de houding van Saul, de houding van het volk en de houding van de Filistijnen. Vers 3 begint met een stoere mededeling dat Jonathan de bezetting door de Filistijnen verslaat. Nou, er staat ‘sloeg’ dus dat is nog niet persé ‘versloeg’. Je zou het kunnen zien als het peuren in een mieren- of (erger nog) wespennest! Je weet dat ze furieus zullen reageren als je dat doet. Dus… wat ga je doen, als we woest zoemend op je af stormen? Daar moet je vooraf over nadenken! Zou Jonathan dat hebben gedaan? En waar heeft hij strategisch leren denken?

De zoon van de boer, is nu de zoon van de koning! En hij blijkt al direct een aanvoerder van de elite-troepen van zijn vader te zijn. Ook over Saul kun je zo je vragen hebben: waar heeft hij zijn opleiding om te regeren en legers aan te voeren genoten? Waar heeft hij geleerd, wat voordien God Zelf deed: Zijn volk de overwinning geven? Want, ja, Saul moet nu op gaan knappen wat het volk niet meer overlaat aan de HEERE: veiligheid bieden aan de stammen Israëls en weerstand bieden tegen de vijanden rondom. Israël zonder God is ten dode opgeschreven! Dus er rust nogal een taak op Saul. En daarmee is ook Jonathan in een gevaarlijke positie gekomen.
We lezen niet dat Jonathan de HEERE gebeden heeft, voordat hij de strijd begon, maar met enige voorzichtigheid mag je daar wel vanuit gaan.

Geba… het is niet hetzelfde als Gibea, al betekent dat woord eveneens ‘heuvel’. Het ligt zo’n 5 kilometer van Gibea, de woonplaats van Saul en zijn familie. En vlakbij Michmas, waar Saul zich ophoudt, blijkens het vorige vers. Het hoofdstuk begint rommelig. Je moet even doorlezen om te ontdekken dat er dus oorlog is. Of moeten we het duiden als een guerilla-strijd. Korte, felle invallen, om angst in te boezemen bij Israël. Beloerden de Filistijnen het leger van Saul, en kwam Jonathan hen op het spoor en viel hij ze van achteren aan, om daarmee zijn vader te helpen. Het blijft erg onduidelijk wat er nu precies gebeurt.

Feit is dat Jonathan met zijn duizend strijders de Filistijnen – net als dat wespennest – venijnig peurt en een gevoelige slag toebrengt. Het woord ‘slaan’ kan dus wel ‘verwoesten’ betekenen, maar dat blijkt het vanuit het vervolg niet te zijn geweest. Het woord is ook te ­vertalen door ‘verwonden’, ‘getroffen worden’, ‘een slag krijgen’ of gewoon ‘aangevallen worden’. Jonathan heeft een gevoelige klap toegebracht aan de Filistijnen en nu zijn ze razend.
Deze klap is echter geen impuls voor overwinningsgezang en het ontketenen van een verpletterende overwinningsstrijd, maar het lijkt erop dat Saul zich is naar geschrokken. Hij is meer de man van de complottheoriën. Hij blaast zich krankzinnig op zijn bazuin om contact te leggen met het leger én het volk. Hij voorziet dat de Filistijnen in blinde razernij als een ongeleid projectiel tekeer zullen gaan in de omgeving. Geen enkele lof voor Jonathan of voor de HEERE. Want, ga er maar vanuit de Jonathan de Filistijnen een gevoelige klap heeft gegeven. Hij moet iets in zijn genen hebben van zijn dappere opa Kis.
Jonathan heeft ‘slechts’ duizend man bij zich. Maar het is juist Saul, met zijn tweeduizend strijders, die een boodschap rondbazuint aan de Hebreeën (let op die aartsvaderlijke benaming van het volk Israël!). En die boodschap wordt mondeling overgebracht, zó dat Jonathans naam geheel verdwijnt. Dit is het uiteindelijke verhaal: Saul heeft de Filistijnen geslagen…

En ook uit het vervolg van de boodschap wordt duidelijk dat Saul niet zijn verantwoordelijkheid neemt, maar paniekvoetbal pleegt: “Israël is stinkend geworden bij de Filistijnen”. Wat betekent dat? Dat ze zich gehaat hebben gemaakt bij de Filistijnen. Je zou zeggen: dat is toch mooi? Laat Saul nu eens de Filistijnen angst in boezemen! Maar als hij dat zou rondbazuinen, dan zouden in korte tijd de echte details helder worden: Jonathan heeft de Filistijnen een gevoelige klap ­toegebracht. Het is voor de koning, Saul, een vernedering dat niet hij maar zijn zoon de overwinning heeft behaald (of althans de effectieve strategische actie heeft ondernomen, onafhankelijk van zijn vader)! Die Filistijnen zouden dan, zo moet Saul hebben gedacht, kunnen denken dat de koning niet zoveel voorstelt, maar dat je zijn zoon in de gaten moet blijven houden. En voor je het weet schaart het volk – dat zich van een angsthazerige kant laat zien in deze geschiedenis – zich opeens achter Jonathan. Daarom wekt Saul paniek. En uit het vervolg zat dit nog meer gaan blijken!
Het feit dat Saul zo op zijn bazuin blaast en het volk wakker schudt (eigenlijk ‘te hulp roept’) laat zien dat Saul eigenlijk geen strijd durft te voeren, waarvan hij onzeker is over de afloop. Hij lost dit ‘probleem’ (het is maar de vraag of dit echt een probleem was, of dat Saul met diezelfde knikkende knieën hier staat als toen hij tot koning werd gekozen) niet zelf of; hij komt zijn zoon in nood niet te hulp, maar hij probeert het anderen op te laten lossen.

Ten slotte laten de Filistijnen zich kennen als onberekenbaar, als door een wesp gestoken. Het is maar zeer de vraag of Jonathan echt niet wist hoe hij nu verder moest handelen. Het vermoeden bestaat dat hij strategisch heel goed wist wat hij deed. Later zullen we hem zelfs een actie zien ondernemen met enkel zijn wapendrager bij hem. Dan brengen ze de Filistijnen opnieuw een gevoelige klap toe.

Echter… het komt niet zover dat Jonathan kan laten zien wat hij waard is, al heeft hij alles gedaan voor de eer (en de veiligheid) van zijn vader! De paniek slaat toe en het volk slaat op de vlucht. Zouden ze hebben gemerkt dat dit een strijd zonder God in de spits was? Wat had ik graag de gedachten van Jonathan gelezen. Wat had ik graag gezien en gelezen dat hij daar midden op die heuvel op zijn knieën viel en zijn handen ophief naar de hemel, in een roep om de Verlosser! Ik lees het niet, maar houd het toch voor mogelijk. Die heuvel en de Verlosser hebben altijd wel iets met elkaar gehad! Later zou de ­Verlosser de stilte zoeken en zich terugtrekken op de heuvel om Zijn Vader te zoeken in het gebed. En Jonathans latere hartsvriend zou eenzelfde houding kennen…
Om nog even terug te komen op die Verlosser: Die heeft echt alles gedaan voor de eer van Zijn Vader!

zondag 5 november 2017

Thuisbasis Gibea

De zoon van de boerenkoning - II


…en duizend waren er bij Jónathan te Gíbea Benjamins;
en het overige des volks liet hij gaan, een iegelijk naar zijn tent.

1 Samuël 13 : 2b
Heb je ook altijd het idee gehad dat Saul in Jeruzalem koning was? Dat hij verkozen was tot koning en toen het paleis in Jeruzalem betrok? Nou, dat is de eerste jaren zeker niet het geval geweest. Sterker nog, Saul was aanvankelijk helemaal niet zo gewild bij het volk. Ja, het is waar dat men juichte toen Samuël hem aan het volk voorstelde.

Aan het einde van 1 Samuël 10 lezen we: “Toen zeide Samuël tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve! Samuël nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en leide het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuël het ganse volk gaan, elk naar zijn huis.”
Dat boek gebruikt Francine Rivers in haar boek ‘The Prince’ en laat het Jonathan bewaren. Hij moet er elke dat uit voorlezen voor zijn vader. En dat dagelijkse stukje ‘stille tijd’ blijkt na verloop van tijd ook een splijtzwam tussen vader en zoon te worden.


Direct nadat Samuël het volk heet laten gaan, zien we Saul ook gaan… naar zijn paleis in Jeruzalem? “Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had…” Het blijkt bijelkaar een leger van maar liefst 3.000 mannen te zijn geweest, dat met Saul meeging naar zijn ­geboortestad Gibea. Waar ze die manschappen allemaal lieten, blijft een raadsel. Was er in Gibea misschien een burcht die nu werd bevolkt door de elitetroepen van Saul, de nieuwe koning? Een soort kazerne? Of werd die toen ­gebouwd en zou je kunnen zeggen dat Gibea aanvankelijk de hofstad van het land werd? Geen idee; het zou goed mogelijk kunnen zijn.


Eén vers verder blijkt dat er ook waren die Saul niet mochten: “Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk.” Neem nog even die Saul die zich verstopte achter de bagage in gedachten. Samuël heeft hem nu aan het volk laten zien en uitgeroepen dat dit de man was die God had uitgekozen voor het volk! Wat moet dat met Saul hebben gedaan? En wat deed dat met Jonathan, die daar hoort dat zijn vader door God Persoonlijk is uitgekozen! Zal hij zijn vader goed gekend hebben? En zal hij ook diens schaduwkanten al opgemerkt hebben? Hoe zal hij dan deze bijeenkomst hebben ervaren?!
Hoe zal Saul reageren op deze verachting van die groep ­mensen? “Doch hij was als doof.” Zou Jonathan die houding hebben herkend als passend bij zijn vader? Ik probeer er achter te komen of Saul al een dubbelhartig man was vóórdat hij koning werd. Maar veel wordt daarover nog niet duidelijk.

In hoofdstuk 11 gaan we zien van welk volk Saul nu koning is geworden. Hijzelf is weer – zo lijkt het althans – overgegaan tot de orde van de dag. Hij is zijn boerenwerk weer gaan doen. Was hem niet duidelijk wat hij nu moest doen? Of zag hij zijn koningschap alleen maar als een soort ‘nieuwe richter’? De zonen van Samuël waren afgeschreven door hun zondige en corrupte manier van handelen. Zag Saul zich nu als hun vervanger? Dan snap ik waarom hij gewoon zijn boerenstiel is blijven uitoefenen. Mocht er dan iemand zijn die een rechtzaak had, dan zou hij die behandelen. Maar God had blijkbaar toch wat anders voor ogen!


Want in hoofdstuk 11 komen er mensen uit Jabes in Gilead, aan de overkant van de Jordaan. Koning Nahas belegerde hun stad en dreigde hen uit te roeien. Ze zouden het leven behouden, maar wel met een forse prijs: hun rechterogen zouden worden uitgestoken. Ze vragen respijt om hulp te vragen bij de andere stammen en – en dat is toch merkwaardig – Nahas staat dat verzoek toe. De mannen van Jabes rennen direct richting Gibea om Saul te hulp te roepen. En dan vindt die daadkrachtige handeling plaats: Saul is diep verontwaardigd over dat voorstel van Nahas en hij roept het hele volk om achter hem te komen en Nahas te verslaan. Hij slacht zijn eigen koeien en dreigt zo met de koeien van het volk te doen, als ze niet gehoorzamen. We lezen in vers 6 “Toen werd de Geest Gods vaardig over Saul”! Vrijwel zeker is Jonathan ook hiervan getuige geweest. Hij ziet de verandering bij zijn vader en dat moet iets met hem hebben gedaan. God was dus bij machte om zijn vader te veranderen en bezit van hem te nemen. Overigens vandaag ook een vraag of je dat voor mogelijk houdt!

Saul verdeelde het volk in drie groepen (net als in de tekst van vandaag) en verslaat de Ammonieten van Nahas. Er bleven er geen twee bij elkaar! Samuël was ook aanwezig bij de veldslag. En het volk zegt na afloop van de strijd tegen hem: “Waar zijn die mannen (die Belialsmannen) die zeiden ‘an me nooit-niet dat Saul over ons zal regeren!’. Breng ze hier dan slaan we ze dood!” En dan moet je eens opletten wat Saul dan heel stellig zegt: “Er zal te dezen dage geen man gedood worden, want de HEERE heeft heden een verlossing in Israël gedaan.” Hij geeft God de eer van de overwinning. En dat moet Jonathan goed hebben gedaan!

Vervolgens riep Samuël het volk samen in Gilgal om Saul nog een keer duidelijk tot koning uit te roepen en een verbond met de HEERE te maken door aan Hem te offeren. Daarover straks.
Het is even belangrijk de afgelopen gebeurtenissen allemaal even kort in herinnering te roepen, om duidelijk te maken wat ­Jonathan al heeft meegemaakt, vóórdat we hem in 1 Samuël 13 voor het eerst genoemd zien worden. Dat is niet mals!