maandag 8 maart 2021

Hoe ziet God mij? Hoe moet ik mezelf zien?


…Hij doet het eerste weg en vervangt het door het tweede. En door het offer van het lichaam van Jezus Christus zijn wij voor altijd volmaakt gemaakt.
Hebreeën 10 : 9b-10

Ja, want de vorige keer is er nog een vraag blijven liggen: Hoe moet ik mezelf zien en vooral: hoe ziet God mij? Dat heeft namelijk alles te maken met de kracht van die heiligmaking. Wat zegt het Oude Testament over de zondaar die offert? Wat zegt het Nieuwe Testament? En wat zegt onze dogmatiek?

In vers 3 lazen we dat de jaarlijks terugkerende offers de Joodse gelovige herinnerden aan het feit dat hij of zij ongehoorzaam aan God was. Is dat nog zo?

Dan slaat Paulus een vreemde weg in. Hij gaat Psalm 40 citeren en op Jezus betrekken: “Daarom zegt Jezus bij Zijn komst in de wereld: "U wilde eigenlijk geen dier-offers, meel-offers en wijn-offers. Maar U heeft Mij een lichaam gegeven om te offeren. Het gaat U niet om brand-offers en vergevings-offers. Daarom zei Ik: 'Kijk God, hier ben Ik om te doen wat U wil, zoals in de Boeken al over Mij staat geschreven.' " Eerst zegt Hij dus: "U wilde geen vlees-offers, brand-offers en vergevings-offers. Het gaat U daar niet om." Toch werden die gebracht, omdat dat moest van de wet van Mozes. Maar daarna zegt Hij: "Kijk, Ik ben gekomen om te doen wat U wil".”

Helaas vertel Paulus niet hoe een Jood dat dan precies zag, omdat hij hier tegen Joden spreekt. Voor hen was alles duidelijk. Maar voor ons niet. Volgden ze dus echt als een robot de wet van Mozes? Omdat het moest? Dat kan ik mij niet voorstellen. Er is meer dan alleen het gehoorzamen van Mozes. Het is ook de gehoorzaamheid aan wat God voorschreef.

Paulus wil iets duidelijk maken: Jezus’ komst was omdat Hij iets wegneemt en er iets anders voor in de plaats zet. Schaft Jezus de wet af? Dat zou je kunnen concluderen. Maar dat is niet wat Hij doet. Hij vervult, wat wij hadden moeten vervullen, zodat de wet er het zwijgen toe zou doen. Hij legde dus plaats­vervangend de ons vervloekende wet het zwijgen op.

En dan kom ik bij die er nog liggende vraag: wat ben ik dan? Hoe moet ik mezelf dan nu zien? En… hoe ziet God mij? Nou, daar geeft Paulus direct antwoord op: “Door het offer van het lichaam van Jezus Christus zijn wij voor altijd volmaakt gemaakt.” Jezus vergeeft niet de zonden van gisteren of vandaag, maar Hij maakt ons “voor altijd” volmaakt.

De SV spreekt over dat we door Christus’ offer geheiligd zijn. Wat is dat? “Alles hebben wat nodig is tot onze volkomen heiligmaking, namelijk vergeving der zonden, vernieuwing des geestes en eeuwige zaligheid.” Niet ooit eens krijgen, maar hebben! God ziet mij in Christus als heilig. Nee, dat krijg je niet klein, maar dat is wel zo! En zo moet ik mijzelf ook zien. En diepe dankbare vreugde in God genieten. Nu reeds.

Geeft God iets dat niet werkt?


Want het bloed van stieren en geiten kan nu eenmaal niet de ongehoorzaamheid zelf wegnemen.
Hebreeën 10 : 4

Bloed kan niet heiligen? De vraag blijft bij me aandringen: maar waarom gaf God dan die opdrachten om te offeren en met bloed te heiligen? Hoe zit dat en heeft dat ons ook iets te zeggen aangaande de kracht van Jezus’ bloed? Hoe moet ik mezelf zien en vooral: hoe ziet God mij?

In de Thora worden situaties getekend waarbij zonde ontheiligt, maar het offeren weer heiligt. En bijna altijd is daar bloed bij aanwezig.

We gaan naar Exodus 29 waar voor het eerst over verzoening wordt gesproken. Nou, eigenlijk is dat al eerder, toen Jacob terugkeerde en Ezau onder ogen moest komen; hij stuurde kadootjes voor zich uit om zich met Ezau te verzoenen. Maar dat is een slecht en eigengerechtigd voorbeeld.

Nee, wanneer priesters zoals de zonen van Aäron voor de dienst worden geheiligd, moeten er allerlei rituelen en offers plaatsvinden. In vers 20-21 moet Mozes bloed nemen en het oorlelletje van Aäron en diens duimen besmeren. Vervolgens moet het altaar worden besprenkeld en ook de witte priesterkleding.

Weer vinden allerlei rituelen plaats en vervolgens wordt in vers 36 gezegd dat én het offer van de var én de zalfolie worden ingezet om het altaar te ontzondigen (reiningen van zonden!). En dan zegt de HEERE: dán is het altaar voor Mij ‘een heiligheid der heiligheden’. Het zal zó heilig zijn, dat alles wat dat altaar aanraakt per direct heilig is. In die context zeg je toch niet: “Ja, maar dat bloed en die offers konden niet ontzondigen.” En de HEERE is er ook nog heel strikt in, zowel in de voorschriften als in de beloften.

Zelfs de Heere Jezus zegt in Math. 23:19 “Wat is belangrijker: het offer, of het altaar dat het offer dat er op ligt, heilig heeft gemaakt?” Hij zei niet: nou, dat is eigenlijk allemaal nep, want het verwees naar Mij.

En tóch zegt Paulus: “dat bloed kon nu eenmaal de ongehoorzaamheid niet wegnemen (ontzondigen)!”

Lees eens hoe Genesis 29 eindigt. Al die rituelen moest men doen. “Door alle eeuwen heen moeten elke dag bij de ingang van de tent van ontmoeting deze offers voor Mij gebracht worden. Daar zal Ik bij jullie komen om jullie te ontmoeten en met jullie te spreken. Door Mijn aanwezigheid zullen de Israëlieten Mijn Eigen volk (geheiligd, SV) zijn. […] Ik zal bij de Israëlieten wonen […] en ze zullen toegeven dat Ik hun Heere en God ben […] omdat Ik bij hen wilde wonen.” Dáár staat of valt het mee: God moet erbij zijn en er blij van worden (vs.41).

Hier licht iets op dat Gods genadige aanwezigheid het is die écht heiligt! En was Jezus niet Immanuël, God bij ons? “U wilde eigenlijk geen dier-offers, meel-offers en wijn-offers. Maar U heeft Mij een lichaam gegeven om te offeren” (Hebr. 10 : 5 naar Psalm 40).

donderdag 4 maart 2021

Klantenbinding?


Maar juist door de offers worden de mensen er elk jaar aan herinnerd dat ze ongehoorzaam zijn.
Hebreeën 10 : 3

Want nog steeds is die vraag niet beantwoord hoe het nu zit met het offer van Christus. Is dat nu wel of niet volmaakt en welk effect, welke situatiewijziging heeft dat voor ons tot gevolg?

Paulus sprak niet over het suggereren dat offers volmaakt zijn en dat je dan je geweten dichtschroeit. Nee, hij sprak over het effect van de offers die – áls ze de mens volmaakt hadden kunnen maken – op den duur overbodig werden.

We zagen dat de SV en HSV dit onjuist vertaalden en zo ook onjuist interpreteerden. Zo kun je mensen mooi in een kadertje zetten en zeggen: “Dus jullie willen niet van zonde weten? Jullie sussen je geweten en zondigen vrolijk door!”

Weet je wat die redenatie tot gevolg heeft: dat ze zich in de uitleg bij vers 3 vergalopperen, als er wordt uitgelegd voor welke zonden wordt geofferd: “niet alleen de zonden die dat jaar geschied zijn, maar al de zonden die tevoren begaan waren.”

En merkwaardig genoeg wordt dan Lev. 16 : 21 als bewijs opgevoerd: “En Aäron zal beide zijn handen op het hoofd van den levenden bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden der kinderen Israëls en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd van den bok leggen…”

Daar staat wel ‘al hun overtredingen’ en ‘al hun zonden’, maar dat betekent nog niet dat het om het totale pakket van zonden gaat… elk jaar werd de zonde van het afgelopen jaar verzoend en waren de toekomstige zonden mede ingedekt.

Want dan moesten er niet alleen telkens opnieuw offers worden gebracht omdat er steeds weer nieuwe zonden worden gedaan, maar dan zouden zonden steeds door nieuwe offers moeten worden verzoend. En dat klopt niet. Dat schept een verkeerd beeld van God. Zo krijg je mensen die wel weten van vergeving, maar altijd blijven tobben of hun zonden nu wel écht en voldoende vergeven zijn. Ze wachten op speciale tekens. Juist vanwege deze dwaling met desastreuze gevolgen besteed ik hier zoveel aandacht aan!

Juist daarom is Jezus’ offer volmaakt, volkomen en voor eens en voor goed voldoende! Wij moeten niet meer elke dag onze zonden door Christus’ offer laten verzoenen, als we wedergeboren zijn. Nee, we belijden elke dag onze zonden, maar ze zijn reeds vergeven. Eens vergeven, blijft vergeven! We moeten van God geen grillige en onberekenbare despoot maken. Wij moeten een nauwe en open relatie met Hem hebben, ja, maar niet uit angst en onzekerheid, alsof Hij ons in onzekerheid houdt en aan klantenbinding doet. Want Hij wil een betrouwbaar Vader voor Zijn kinderen zijn. En zo zit het en niet anders!

Niet-kloppende redenatie


Als de mensen door de offers wél volmaakt werden, zouden die offers vanzelf zijn gestopt. Want dan zouden de mensen die hun offer hadden gebracht en vergeving gekregen hadden, daarna nooit meer ongehoorzaam zijn geweest aan God.
Hebreeën 10 : 2

We zagen dat de offers geen kracht hadden om mensen volmaakt te maken. Ze wezen naar iets beters; en dat Betere was nu, toch? Maar juist over het offer van Jezus Christus zegt Paulus heel stellige dingen. Het is eenmalig, volmaakt en krachtig. Het is door God de Vader geaccepteerd. Dus…

Hierover zijn te veel clichées dat je niet zonder ruzie te krijgen in de kerk zult kunnen zeggen: Ja, door Christus zijn we wel een volmaakt nieuwe schepping. Zijn offer was wel volmaakt, maar wat merk ik daar als geredde zondaar dan dagelijks van? Is dat enkel iets voor straks? Wordt het alleen straks beter?

Het is heel veilig om dat met ‘ja’ te beantwoorden. Dan heb je geen gedoe en word je niet verdacht van remonstrantisme of overwinningsleventheologie. Maar het gevaar is dat we doorslaan naar de andere kant en passief en afstandelijk blijven kijken naar wat Jezus heeft gedaan. Mooi voor straks. Maar nu blijven we zondaars, dwaalzieken, vijanden van God zelfs. Dat laatste is overigens onbijbelse vrome ketterij!

Ik moet eerst even vers 2 in de SV en HSV citeren, zodat je kunt zien dat daar iets mis gaat “Anderszins zouden zij opgehouden hebben geofferd te worden, omdat degenen die den dienst pleegden, geen consciëntie meer zouden hebben der zonden, eenmaal gereinigd geweest zijnde” (SV) of “Zou er anders niet een einde gekomen zijn aan het offeren? Want zij die de dienst verrichtten, zouden zich dan in geen enkel opzicht meer bewust zijn van zonden, wanneer zij eens en voor altijd gereinigd waren” (HSV). Met deze vertaling wordt er gesuggereerd dat je lekker doorzondigt als je ‘voor eens en voor altijd’ gereinigd was; ook uit de Kant­tekeningen kun je opmaken dat dit zo wordt gelezen. Maar dat staat er helemaal niet. De Basisbijbel is hier toch helderder in: als je voorgoed zou zijn gereinigd dan heb je op een gegeven moment geen offers meer nodig… want er is geen schuld meer. Voor de duidelijkheid: die volmaaktheid van de offers ontkent Paulus wel, maar hij schetst geen mensen die hun geweten dichtschroeien. Laten we dus goed duidelijk houden wát Paulus hier ontkent en niet óns dogma bouwen op wat we Paulus te laten buikspreken.

De Kanttekeningen maken een interpretatiefout: ze zijn zich niet meer bewust van hun zonden; of: ze hebben geen gewetenswroeging over hun zonde; en weten zich niet meer schuldig aan die zonden, omdat zij er eenmaal van gereinigd of verlost zijn.”

Paulus had het over serieuze volmaaktheid en niet over hypocriete volmaaktheid! Door deze foute interpretatie gaat er in het vervolg iets wezenlijks mis!

woensdag 3 maart 2021

Kloppende redenatie


Als de mensen door de offers wél volmaakt werden, zouden die offers vanzelf zijn gestopt. Want dan zouden de mensen die hun offer hadden gebracht en vergeving gekregen hadden, daarna nooit meer ongehoorzaam zijn geweest aan God.
Hebreeën 10 : 2


Ik houd wel van redenaties die kloppen. Je moet ze niet blind volgen, maar narekenen. En als het klopt, moet je je afvragen waarom ze kloppen. Zit er een kern van waarheid in en kloppen ze met andere redenaties? En aan het eind van de rit moet het weer kloppen met je bron: Gods Woord.

Paulus zet hier zo’n redenatie op papier en hij klopt: je blijft zonden doen => nieuwe offers blijven dus nodig => dus offers maken je NIET volmaakt. Wel vrees ik dat doorsnee orthodoxe Joden het oneens zijn met Paulus. Die zien offers als door God bevolen en dus goed/volmaakt. En daar zit wel wat in!

Waarom zijn er offers? Omdat mensen zondigen. Ze kregen van God een middel om hun schuld kwijt te raken: offers. Dus als je offert, ben je weer vrij van schuld. Tot zover klopt het nog. Maar konden die offers je ook volmaakt maken? Dat zou betekenen dat je op den duur geen offers meer nodig hebt, want je doet dan geen zonden meer en hebt dus ook geen offers voor de schuld meer nodig. De noodzaak van die offers droogt dus op.

De grote vraag is: ontkennen de priesters de kracht van de offers, om de mensen aan hun dienst te blijven binden? Of was het zo dat die offers fake waren? Beide uitersten zijn niet waar. Het offer gaf je eigenlijk een kwijtscheldingsbrief voor dat deel van je schuld. Je moest, nadat je had gezondigd, dus elke keer weer opnieuw een offer brengen. Je liep altijd met een stuk ongedekte schuld rond. En juist daarvoor was Grote Verzoendag waarop de gehele schuld van het afgelopen jaar werd verzoend… en de reikwijdte liep zelfs een jaar vooruit. Dus als je als Jood een half jaar na Grote Verzoendag overleed, zat je niet met een half jaar schuld, maar dekte het offer van die grote dag ook de schuld tot aan de volgende Grote Verzoendag.

Wat ik zo merkwaardig vind is dat Paulus zich niet afvraagt waarom die offers de mens niet volmaakt maken. Hij stelt alleen dát ze dat niet deden, om het simpele feit dat anders de Joodse wereld gaandeweg steeds heiliger en volmaakter had geworden. En dan hadden de offers na verloop van tijd gerust kunnen stoppen; want er was immers geen schuld meer.

Maar nu die vraag: waarom waren die offers niet in staat de mens volmaakt te maken? Omdat ze naar iets beters en volmaakters verwezen. Maar… is dat betere dan wel volmaakter? Dus wordt ik door Jezus’ offer wél volmaakt? En hoe zit het dan met de zonde die ik nog elke dag doe? Hier ga ik in de volgende overdenkingen dieper op in.

zaterdag 27 februari 2021

Goochelen met taal in een bloedserieuze tekst


Zo is ook Christus éénmaal gestorven. Hij heeft Zichzelf éénmaal geofferd om de straf voor de ongehoorzaamheid van de mensen op Zich te nemen. Als Hij voor de tweede keer komt, komt Hij niet meer om Zichzelf voor onze ongehoorzaamheid te offeren. Dan komt Hij om de mensen die op Hem vertrouwen voor hun redding, helemaal te bevrijden.
Hebreeën 9 : 28


Ik moest even lachen toen ik vers 25-28 las. Het lijkt wel of Paulus een soort goochelspelletje doet met taal. Het woord eenmaal gebruikt hij in twee betekenissen: ‘een keer’ en ‘één keer’. Ik vraag me wel af hoe hij dat dan in het hebreeuws heeft gedaan, want daar zit dit ‘taalgrapje’ niet in, vermoed ik.

Overigens wist ik niet dat deze veel aangehaalde tekst enkel hier in Hebreeën 9 stond! Die wordt altijd geciteerd in de context van “we moeten eens sterven en dan verantwoording afleggen van onze daden”.

In al deze verzen in Hebreeën 9 staat telkens wél hetzelfde woord: hapax. Dat betekent: eenmaal, eens, eens en voor altijd… Dus eigenlijk éénmalig. Maar zo bedoelen wij die tekst niet, als we die citeren!

In Romeinen 6 : 10 staat hetzelfde woord met een piepklein woordje eraanvast: “Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode”; daar staat ep(i)hapax (voor één keer, op eenmaal, eens en voor altijd).

Terug naar die geciteerde tekst: het is de mens gezet eenmaal te sterven… wij sterven dus slechts één keer… geen reïncarnatie dus!

Daar tegenover staat dan die hogepriester die “elk jaar weer opnieuw het heiligdom moest binnengaan met dierenbloed. Maar Jezus kwam niet om Zichzelf vaak te offeren. Want dan zou Hij heel vaak hebben moeten lijden sinds de aarde is gemaakt. Maar nu, aan het eind van de tijd, is Hij éénmaal gekomen om door Zijn offer alle ongehoorzaamheid van ons weg te nemen.”

En die ene keer was ook volledig genoeg om alle zonden te kunnen verzoenen. Denk je daarom nu eens het gewicht, de intensieve waarde, van Zijn offer in! Weergaloos groots. Dat gaat ons bevattingsvermogen vér te boven.

En tenslotte die troostrijke woorden in vers 27: “Als Hij voor de tweede keer komt, komt Hij niet meer om Zichzelf voor onze ongehoorzaamheid te offeren. Dan komt Hij om de mensen die op Hem vertrouwen voor hun redding, helemaal te bevrijden.” Er komt geen tweede kans meer en dat hoeft ook niet.

Hij komt, niet alleen om “de aard’ te richten”, maar ook om de Zijnen te verlossen/bevrijden. De SV is nog ietsje specifieker: “Christus zal ten anderen male zonder zonde gezien worden…” Dan zullen wij allemaal, ook de ongelovigen, volmondig bekennen dat Hij werkelijk zonder zonde was en is. Wat een dag!

vrijdag 26 februari 2021

Toon Mij nu Uw aangezicht


Hij is in de hemel zelf binnen gegaan om God te dienen. Dat deed Hij om ons te redden.
Hebreeën 9 : 24b


Toen ik de Statenvertaling hiernaast legde, zag ik een klein, maar bijzonder verschil: “Christus is ingegaan in de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons”. Het is waar dat Hij daar kwam om ons te redden en God, Zijn Vader te dienen, maar ik wil graag dieper ingaan op dat aspect dat Hij juist dáár God onder ogen kwam in ónze plaats. En dat ná Golgotha!

Toen Mozes zo heel dichtbij God was, op de Horeb, vroeg Hij: “Toon mij nu Uw heerlijkheid!” Hij wilde zo graag nóg dichterbij de HEERE zijn; dat laatste scheidingswandje moest weg. Ik snap het zo goed. Als tiener had ik onder een preek eenzelfde gevoel: “Laat de preek niet ophouden, maar direct overgaan in de eeuwigheid!” Regelmatig heb ik dat nog.

Maar wat zei de HEERE tegen Mozes? “Nee, want je zou Mijn heerlijkheid niet kunnen zien”? Nee, God sprak over Zijn aangezicht. Heerlijkheid heeft dus iets te maken met Gods aangezicht. Dat je God onder ogen kunt komen. Dat kunnen wij niet, buiten Jezus om; en daarom staat Jezus daar niet alleen om God te dienen en ons te redden, maar komt Hij plaats­vervangend voor ons Zijn Vader onder ogen.

O, was ik een van de engelen, die tóen het gezicht van de Vader hebben zien stralen. Ja ik praat in menselijke woorden over verheven zaken, maar zo zie ik het echt voor me. Geweldig diep!

Als het ware zwaaide de deur van de hemel open. Een Gast wordt aangekondigd door de engelen, die Hem juichend en met palmtakken binnenhalen: “Hosanna! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israëls!” Geen deceptie van mopperende schriftgeleerden die bestraffend reageren, maar opperste verrukking.

De Vader had staan wachten, want Hij was ervan overtuigd dat Zijn Zoon het kón: het brengen van dit enig juiste holokauston (brandoffer) in de wereld­geschiedenis. En toen Zijn Vader Hem van verre zag, liep Hij op Hem toe en omhelsde Hem.

Toen werd die vraag met de juiste intentie gesteld: “Vader, toon Mij nu Uw aangezicht, zoals Ik het nog nooit heb gezien… toon het ook hen die bij Mij horen.”

Nee, toen deed de Vader het niet af met een minder voorstel van “Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht”; echter wat God daarná tegen Mozes zei kreeg de diepste betekenis die het ooit zal krijgen: “Ik zal genadig zijn wie Ik genadig zal zijn en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij zal ontfermen.”

Is deze Jezus ook jouw gewillige Redder? Kom, laten we aanbidden déze Koning! Want dan is Zijn Vader ook jouw genadige en persoonlijke Vader!