maandag 1 juli 2019

Gij, almachtige God

Het is zo’n bekende, haast vanzelfsprekende term ‘almachtige God’, maar wat zit er in dat woord ‘almachtig’ opgesloten? Wat zeggen we daarmee over God en over onszelf?

Al enige tijd word ik op Twitter gevolgd door mensen van ‘De Kerk van de Almachtige God’. Opeens moest ik daar weer aan denken, toen ik over dit gedeelte van de tekst nadacht. Ik had me er eigenlijk nooit zo in verdiept, maar het blijkt dat dit een chinese sekte is.
Zij zeggen dat Jezus Christus al is teruggekomen en dat een nieuwe periode is ingegaan. Eerst was er het Oude Testament waarin het volk Israël ontstond; toen kwam er het Nieuwe Testament waarin de Christenen ontstonden; en nu is de Tijd van het Koninkrijk, waarin de Kerk van de Almachtige God ontstaat. Het heeft veel raakvlakken met het Christendom en juist dat is erg verwarrend en misleidend.
Sekten zijn interessant, mits je er de Bijbel voldoende naast legt; anders zijn ze ronduit gevaarlijk. Wat ik vooral boeiend vind is hoe sekten tot hun dogma komen en hoe ze zich ontwikkelen. Hoe ze menen recht te doen aan de Bijbel en tegelijk Gods Woord scheef trekken. Het doorzien is één; precies aanwijzen wat er aan schort is nog wat anders! Daar gaat het me in dit geval niet om. Waar het me omgaat is die term ‘de Almachtige God’. Voor hen is dat een ‘naam’ voor het grote imponerende mechanisme dat zich god noemt.
Het heeft iets van angst en ongrijpbaar. En het is zaak dat je je gedraagt overeenkomstig het bedachte dogma van de Jezus 2.0, een vrouw met de naam Yang Xiangbin. Haar dogma is nogal dreigend; wee degene die dat niet zo ziet en beaamt! Als het zo stellig wordt gebracht, moet je je afvragen wat hier gebeurt!

Wat is almachtig?

Zij spreken over God als ‘de Almachtige God’. En ze beweren dat zij dezelfde God aanbidden als wij. Dat is interessant. Laten we dan maar eens kijken wat de Bijbel zegt over wat dat ‘almachtige’ aan God is.
Het griekse woord bestaat uit twee woorden: panto’krator, waarbij pan staat voor alles, iedereen of alle dingen; en kratos betekent kracht, macht of heerschappij. Kort en goed is de Almachtige Hij Die over alles regeert.
Toen Izak Jacob zegende, deed hij dat in de naam van ‘God almachtig’. In het hebreeuws staat daar Shaddai, dat we herkenning in Gods naam El-Shaddai. Met die naam maakte de HEERE Zich bekend aan Abraham, als Hij hem de opdracht geeft dat hij voor Zijn aangezicht moet wandelen en oprecht moet zijn.

Waar is God almachtig?

Als we kijken wanneer God Zich als de Almachtige openbaart dan zien we dat dat in alle situaties van het leven is. We zien Hem Zich zó manifesteren, wanneer Hij voor Abraham nog een mysterie is en niettemin blindelings gevolgd wordt vanuit Ur naar Kanaän. Maar Hij maakt Zich ook zó kenbaar, als Zijn volk Hem in Egypte niet meer ontwaart, terwijl het zucht onder de last van de slavernij.
Naomi tekent God af met die Naam, wanneer ze spreekt over de bitterheid die Hij haar heeft aangedaan. De vraag is of zij de juiste link legt tussen God en haar situatie!
Maar datzelfde gebeurt ook bij Job en daar kun je niet zo snel zeggen dat hij God op een verkeerde uittekende! Hoewel… het zijn ook menigmaal zijn zogenaamde vrome vrienden die dikke en starre dingen over God zeggen richting Job! Voor hen is het woord de Almachtige een toverwoord… en zij weten precies hoe God in elkaar zit! Niettemin is die naam voor Job een stevig houvast.
Totdat hij wordt meegenomen in de maalstroom van zijn theologiserende vrienden! Kun je zien hoe gevaarlijk ­zogenaamde bevindelijke en dogmatische ‘vrienden’, die God niet persoonlijk maar alleen uit ‘de boekjes’ kennen, zijn voor je geloofsleven! De Heere roept hem een halt toe: “Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop.” Job buigt beschaamt zijn hoofd en belijdt: “Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.”
Vervolgens nemen David (in Psalm 68), Jesaja en Joël deze naam nog in hun mond. Alle drie doen zij dat in de context van het oordeel dat God voltrekt over vijanden en vervolgers van Zijn volk.
In het Nieuwe Testament is het alleen Paulus in zijn tweede brief aan Korinthe nog die deze naam gebruikt, wanneer de Almachtige spreekt om je te onderscheiden van de heidenen en tegelijk plaatst de HEERE Zijn Almacht in de intimiteit van de Vader-kind-relatie! Tenslotte is het Johannes die op diverse plaatsen in het boek Openbaringen deze naam gebruikt. In al die gevallen gaat het om Gods allesomvattende macht en majesteit.

Wat leert Gods almacht je?

Al deze teksten in de Bijbel maken ons voldoende duidelijk dat Hij de hele wereld in Zijn hand heeft. Hij is bij machte om oordelen uit te voeren en tegelijk een liefdevol Vader te zijn voor Zijn kinderen!
Hij is inderdaad het verterende vuur, wanneer Zijn heiligheid – zelfs met vrome citaten – onderuit wordt gehaald door een karikatuur van Hem te maken. Want we tasten Hem in Zijn almacht aan, wanneer we doen alsof Hij niet bestaat, maar we tasten Hem evenzeer (of moet ik zeggen nóg dieper) aan, wanneer we doen alsof Hij niet almachtig genoeg is!
Hoe doe je dat laatste? Door Zijn liefdevol aanbod van genade te nuanceren met dogma’s, afkomstig uit Zijn Woord, maar uit hun verband gerukt. Of door Zijn oproep om tot Hem te komen, af te zwakken door je eigen onmacht zó ver naar voren te schuiven dat je haast zou denken dat die ­almacht alleen maar een goedkoop praatje van God is. Hij zegt wel dat Hij almachtig is, maar mijn onmacht en zonden zijn een stuk almachtiger! Ach, houd toch op!
Doe liever als Abraham, als Izak of Job, die zich vast­grepen aan die karaktereigenschap van God: Zijn almacht! Als ziende de Onzienlijk! Dáár moesten zij het van hebben. En ze wisten heus wel, net als David, dat ze in eigen kracht echt niet veel voorstelden, maar ze wisten óók dat ze mét God over een muur konden springen en door een sterke bende dringen!
Zeg, wat voor God is jouw God? Een slappeling, die door Zijn eigen dogma’s onderuit wordt gehaald? Of is Hij, kinderlijk eenvoudig, God de Almachtige? Als dát zo is, wandel dan voor Zijn aangezicht en wees oprecht, geheel transparant voor Hem!

donderdag 27 juni 2019

Groot en wonderlijk zijn Uw werken

Laten we het Lied dat nu wordt geciteerd eens stukje voor stukje bekijken. Het is goed alle onderdelen stil en aandachtig te bemediteren.

Het lied zet in met Gods grootse en bewonderens­waardige daden: “Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere…” Alleen al dit begin ademt Jezus’ aanbidding van Zijn Vader uit. Hij leerde ons bidden ‘Onze Vader Die in de hemelen zijt…” en Hij zingt het ons nu in dit lied voor hóe wij werkelijk een praiselied kunnen zingen.
Over de tekst van een lied of gezang is in de kerk honderd keer meer discussie dan over de tekst van een Psalm. Vaak op de klank af… maar proeven we ook het hart achter de woorden? Er zijn psalmteksten die toch je tenen, zo niet je maag, moeten doen kromtrekken; maar ze lijken onbewogen te worden geslikt alsof het de zoetste lofprijzing betreft.
Kritisch luisteren naar de tekst van een lied kan geen kwaad. De vraag is alleen of we onze ervaring en beleving kunnen delen met iemand die er ‘niks’ mee heeft. Die klinisch naar woorden kijkt en ze op een goudschaaltje van het eigen oordeel legt. Als je zo in elkaar zit, daag ik je uit om dit Lied van het Lam woord voor woord te proeven. Het goudschaaltje zit opgeborgen in de naam ‘Lam’. Hij is de weegschaal waarmee je de woorden mag wegen. Benieuwd of je zulke woorden van het Lam had verwacht, en of Zijn liedtekst je aanstaat!

Groot

We beginnen eenvoudig en wellicht zelfs voorspelbaar. Als Jezus gaat bidden, begint Hij zijn Vader vóór alles groot te maken. Als Hij gaat zingen, doet Hij niet anders!
Direct begrijp ik dat Hij in de diepste nacht van Zijn leven juist de lofzang op Zijn Vader zo vol overgave heeft gezongen. Dat had de passie van Zijn hart! Hij was wel mens, maar mens zoals God hem bedacht had bij de schepping.
Hij was de laatste Die daartoe nog in staat was; wij waren het vermogen van God loven en prijzen al totaal verleerd. Ja, het is waar dat de Heilige Geest ons dat weer leert. En juist dát is het wat Hij met dít lied ons voorzingt.
Groot. Hoe weet je, als zondig mens, dát Gods daden groot zijn en hóe groot zijn ze dan wel? Hebben wij enigszins het vermogen om die grootheid te bevatten of uit te drukken? Dat lied ‘How great Thou art’ doet een ruime poging, maar waar moet het beginnen? Toch probeert het lied dat:

O Heer mijn God, wanneer ik in verwondering
de wereld zie, die U hebt voortgebracht
Het sterrenlicht, het rollen van de donder
heel dit heelal, dat vol is van uw kracht

Als ik bedenk, hoe Jezus zonder klagen
tot in de dood gegaan is als een lam
Sta ik verbaasd, dat Hij mijn schuld wou dragen
en aan het kruis mijn zonde op zich nam

Als Christus komt met majesteit en luister
brengt Hij mij thuis, hoe heerlijk zal dat zijn
Dan zal ik vol aanbidding voor Hem buigen
en zingt mijn ziel: o Heer, hoe groot zijt Gij

Het lied begint gewoon bij de schepping om de dichter heen: als ik naar de wereld kijk, die U gemaakt hebt… En wat te bedenken van het universum met al die miljarden sterren? Dat geeft al een eerste indruk van wat ‘eeuwig’ is, immers, waar houdt het heelal op? Nergens! Hoe klein wordt ik dan… en hoe groot wordt U dan!
Maar in het tweede couplet wordt terecht ingezoomd op Jezus, het Lam van God, dat de zonde der wereld met Zich meenam op het kruis. Daarin zien we nog veel dieper de grootheid van God… Zó diep wilde Hij gaan. Wij denken bij ‘groot’ vaak aan breedte en lengte, maar diepte hoort daar net zo goed bij.
En dan het derde couplet… een christen kan nooit beschouwelijk over God en het geloof praten. Was wij God bezingen en Zijn daden zo groot vinden, dan kan dat nooit op een afstand blijven. Daar moet je jezelf bij insluiten… het raakt je wezen en je hart. Als Christus op de Dag der dagen zal terugkomen, dan komt Hij niet ten behoeve van die of die of om in de wereld, ginds, recht te doen. Maar dan komt Hij voor mij persoonlijk. Natuurlijk ook voor al die anderen en vanwege al die andere omstandigheden, maar in de eerste plaatst raakt Zijn komt míjn persoonlijk leven.

Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer mijn God
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij

Mega

Het woord dat voor groot wordt gebruikt is mega. Onze taal is best beperkt. Bij groot stellen wij ons toch vaak maar één synoniem voor. Misschien helpt het om een aantal synoniemen op te noemen, om ons geestelijk taalgebruik op het associatieve vlak te verrijken:
• groot in ruimtelijke afmetingen:
   – qua massa en gewicht
   – qua omvang
   – qua voorkomen of waardigheid
• groot in getalsmatige duiding:
   – qua hoeveelheid: talrijk, veel en overvloedig
   – qua leeftijd: erudiet en eerbiedwaardig
• groot in kostbaarheid:
   – qua kosten: een hoge prijs
   – qua inspanning van krachten en geduld
   – qua emotie, indruk en impact
• groot in rangorde:
   – qua bekwaamheid
   – qua belangrijkheid
   – qua heiligheid
• groot in emotionele waarde:
   – qua innerlijke vreugde
   – qua intense opluchting
   – qua persoonlijke waarde
• groot in onbevattelijkheid:
   – qua waarde
   – qua oneindigheid
   – qua indrukwekkendheid
   – qua verhevenheid: majesteit
   – qua doeltreffendheid: reddingscapaciteit
   – qua doorgronding van onze motieven
   – qua ontrafeling van onze zieleroerselen

Wonderlijk

In dit aanbiddingslied wordt over Gods grote daden gesproken als over ‘wonderlijke daden’. Het woord majesteit krijgt er zijn diepte door. In een tijd waarin majesteitsschennis normaler is dan diepe eerbied, is het goed dat we weer leren wat onze plaats is voor God en wat Gods plaats is ten opzichte van ons.
Als wij het over een wonderlijk persoon hebben, dan vinden we die persoon merkwaardig en vreemd. Eigenlijk houden we wat afstand tot zo’n persoon; niet uit respect maar meer uit hooghartigheid, omdat we ten diepste vinden dat die persoonlijk niet echt in onze gemeenschap past.
Naast dat dat een heel foute houding is, is dát hier niet de betekenis van het woord wonderlijk. Het woord in de grondtekst heeft te maken met het bewonderen van en het bewonderd worden. Iemand bewonderen is een activiteit van ons zondige mensen, die in onze genen zit. Of we dat nu willen toegeven of niet. Sinds Genesis 3 is onze bewondering verknipt tot een spel van rangen en standen in het sociale leven. Als we iemand bewonderen, dan zijn we stiekem jaloers op wat die persoon heeft bereikt of wat hij kan. En als ze zelf bewonderd willen worden met onze capaciteiten, dan bruisen we (hoe verkapt ook) van hoogmoed en arrogantie.
Daarom is het woord ‘bewonderenswaardig’ zo’n mooi woord. Wat – of liever Wie – is onze bewondering echt waard? De betekenis van dit woord is eensdeels het bewonderen van personen of daden. De vrome bewondering richt zich op God en Christus. Daarom wordt Hij aangeduid als voortreffelijk. De italianen noemen dat bellissimo (bevallig, mooi of goed) en in de overtreffende trap belissima (bevalligst, mooist of best).
Tot slot heeft het woord wonderlijk ook de lading van de verwondering die met schrik gepaard gaat. Is dát niet het wonderlijke dat gebeurt was de Heilige Geest ons laat zien wei we voor God zijn en Wie God in Zichzelf is? Dat is niet iets eenmaligs. Ook geen gepasseerd station voor elke christen die tot geloof is gekomen. Toch wil ik niet eindigen met die schrik, hoewel het woordenboek daar wel mee eindigt. God maakt indruk op ons. Het is echter de vraag wát die indruk precies inhoudt en wat dat uitwerkt. Michael W. Smith scheef ooit een indrukwekkend lied over Wie de HEERE is: an Awesome God!

Onze God is een ontzagwekkende God,
Die ons grenzeloze genade schonk aan het kruis.
Hij regeert ons met wijsheid, kracht en liefde
en rechtvaardigheid omringt Zijn troon.

Een kernachtig en eigentijds lied. Maar misschien vind je dat te eigentijds… Zoek dan maar eens in de Psalmen, die zingen er niet anders over: Geloofd zij God met diepst ontzag! Ik geef je er een rijtje verzen bij, die je stuk voor stuk eens rustig zou moeten zingen:

  • 2 : 4    Opdat Uw naam alom ontzaglijk zij
  • 35 : 13    Dan meldt mijn tong, met diep ontzag… Uw lof…
  • 52 : 1    Zijn almacht wekt ontzag
  • 65 : 1    De lofzang klimt uit Sions zalen tot U met stil ontzag
  • 65 : 5    Aanschouwen … de teek’nen … met vrees en diep ontzag
  • 68 : 1    Hij zal voor Zijn ontzagg’lijk oog … sidderende vluchten
  • 68 : 10    Geloofd zij God met diepst ontzag…
  • 72 : 8    Bidt elk met diep ontzag…
  • 78 : 2    Verborgenheên, met diep ontzag te melden…
  • 78 : 33    Toen stond God op … als een held, ontzagg’lijk …
  • 102 : 12    Als de koningen zich buigen en Hem hun ontzag betuigen
  • 104 : 1    Uw heerlijkheid … baart ontzag door al de hemelzalen
  • 105 : 1    spreekt, met aandacht en ontzag, van Zijne wond’ren
  • 119 : 23    Dan zal ik mij niet schamen, noch Uw daân uit slaafs ontzag of dwaze vrees verhelen (geen angst dus!)
  • 128 : 3    Zo gij, met diep ontzag, naar ‘s HEEREN wet blijft horen
  • 145 : 2    Uw wonderlijke daân met diep ontzag aandachtig gadeslaan

vrijdag 21 juni 2019

Het lied van het Lam - 2

Alvorens we wat dieper ingaan op de woorden van dit lied, kijken we aan de hand van de Kanttekeningen naar waar deze woorden vandaan komen. Staan ze al ergens in de Bijbel?
We kunnen zien dat de Kanttekenaren alvast wat werk voor ons hebben gedaan. “De woorden van deze lofzang komen uit verschillende plaatsen in het Oude Testament”. Naast een aantal psalmen wordt ook de profetie van Jeremia genoemd. En dat is best bijzonder! Die profeet kennen we van het ‘jeremiëren’, het klagen. En juist in dít lied, op de grens tussen tijd en eeuwigheid, wordt van deze profetie gebruik gemaakt.

Kernwoorden en vindplaatsen

Als we de kernwoorden uit het Lied van het Lam op een rijtje zetten, kunnen we ze misschien herkennen in het Oude Testament. We zien specificaties van een aantal zelfstandige naamwoorden:
• Uw werken: groot en wonderlijk (Ps. 86:8+10/Ps. 111:2)
• God: almachtig (Ps. 139:14)
• Uw wegen: rechtvaardig en waarachtig (Ps. 25:10/Ps. 145:17)
• Koning: van de heiligen (Deut. 33:2)
• U: vrezen (Ps. 72:5/Jer. 10:7)
• Uw Naam: verheerlijken (Joh. 12:28/Rom. 15:9)
• Gij: heilig (Lev. 21:8/Ps. 99:3/1 Petr. 1:16)
• alle volken: God aanbidden (Psalm 117:1)
• Uw oordelen: openbaar (Ps. 36:7/Ps. 97/Rom. 11:33)

Je ziet dat allerlei combinaties van woorden oplichten in de rest van de Bijbel, bij het zingen van dit lied. In die zin zit het goed in elkaar en ik vermoed dat we dit lied, dit gezang van het Lam, in de kerkdienst wel zouden mogen zingen, ware het niet dat bepaalde kerkgenootschappen allergisch zijn voor liederen.
Het zal even wennen zijn, maar dat Lied van het Lam is toch ook echt een nieuw lied, gecomponeerd en gedicht vanuit allerlei teksten die groot en ontzagwekkend toonzetten Wie en hoe de HEERE is en te werk gaat.

Zangoefening

Maar hoe stel je je dat voor, straks? Kom je aan bij dat strand bij de glazen zee en ken je opeens de tekst van dat lied? Moet je het wel woordelijk kennen of komen er allerlei woorden op uit je hart? Of moet de tekst van dat lied toch al eerder worden geoefend, hier op aarde?
Daar zijn de eeuwen door wel ideeën over geweest. Dat lied leer je hier op aarde al zingen en zul je straks volkomen zingen, zegt men dan. Maar nogmaals: hoe stel je je dat dan voor? Betreft het een mystiek, geheimzinnige tekst die alleen diep-ingewijden leren ontcijferen? Bij zulke bewoordingen krijg je al gauw het ‘Vrijmetselarij-gevoel’.
Bestaat de tekst al en kun je die ergens opvragen of downloaden? Krijgen bepaalde mensen die tekst door of gaat dat van geslacht op geslacht? Krijg je de tekst in je, wanneer je tot geloof komt?
Nou, in zekere zin is dat laatste dicht bij de waarheid. Wanneer je met een gelovig hart Gods Woord leest, bouwt dat lied zich langzamerhand op. De Psalmen vertolken inderdaad wel iets van dat lied. Maar net zo goed schriftgedeelten uit de boeken van Mozes, de profeten of de brieven van Paulus.
Er zitten geen verborgen boodschappen in de bijbel­teksten, maar met de hele Bijbel in je bezit kan de Geest wel aan het werk en leer je meer over God. Wie Hij is, hóe Hij is en wat Hij van je vraagt.

Aanbidding, eer en dankb’re lofgezangen

Het is mooi als je de Psalmen kent; de woorden je eigen maakt en je hart erdoor laat bespelen, zoals de snaren van een harp worden bespeeld. Maar er is meer. Alles wat adem heeft, alles wat adem geeft aan de lofzang aan God, kan worden ingezet om het Lied van het Lam aan te leren.
Dat betekent dus dat het uitmaakt wát je verzamelt in je hoofd en je hart. Je geestelijke ‘bibliotheek’ is vervuld met vuilnis en wegwerpartikelen, óf met dingen van eeuwigheidswaarde. Welke woorden drukken nu het diepst, meest puur, meest intens, uit Wie de HEERE voor je is?
Wie Jezus heeft ‘gezien’ heeft de Vader ‘gezien’. Wil je God zien? Wil je Hem aanbidden en alle lof toebrengen die Hem toekomt? Dan moet je op Jezus letten. Misschien wordt dit lied daarom wel ‘het Lief van het Lam’ genoemd. Hij spelt je als het ware de woorden al voor. Maak maar gretig gebruik van je vocabulair. En laat die aanzuiveren en aanvullen met geestelijke aanbidding, eer en dankbare lofgezangen! Dan heeft de Geest wat om uit te putten, als Hij je vult!

donderdag 20 juni 2019

Het lied van het Lam - 1

Al eerder zagen we dat het woordje ‘van’ in ‘Lied van…’ gelezen kan worden als ‘door’, en  niet als ‘voor’. Echter, hoe verhoudt zich dat Lied van de ene tot dat van de Ander?
Een lied van iemand, is een lied dat die iemand heeft geschreven of gecomponeerd. Maar… kun je dat ook zeggen van het Lied van het Lam? Heeft Hij dat lied gemaakt? Is Hij er de Eigenaar van? Ja… Het is alleen de vraag: direct of indirect? Heeft Hij er mensen voor gebruikt of is Hij Zelf aan het werk gegaan?
Eerst kijken we naar wat de Kanttekeningen hierover zeggen. Bij ‘Lied van Mozes’ staat: “Dat is, (het lied) waardoor Mozes God heeft gedankt voor de verlossing van Zijn volk; het wordt beschreven in Ex. 15:1 en vervolg: TOEN zong Mozes en de ­kinderen Israëls den HEERE dit lied en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen, want Hij is hogelijk verheven; het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.” Mozes begon plots te zingen zoals de Geest hem gaf te zingen… de grote werken Gods!
Maar wanneer het Lam zo’n zelfde lied zou hebben gemaakt, maakte Hij een lied over en ter ere van Zichzelf… Een stuk hiervoor heb ik gezegd dat je het dan zou kunnen zien als een lied dat het Lam (of Jezus) maakte om er de grote daden van Zijn Vader in te bejubelen. Zoals de Vader jubelde: “Dit is Mijn Zoon in Wie Ik ál Mijn welbehagen heb!” Zo zou het Lam hebben kunnen zingen: “En Hij is Mijn Vader in Wie Ik al Mijn lust heb en voor Wie Ik werkelijk álles over heb! Zelfs Mijn goddelijk eer en waardigheid!”

Tegenkanting in kanttekening

De Kanttekenaars lijken daar echter helemaal niet zo bij stil te staan. Over ‘het Lied van het Lam’ zeggen ze: “…hetwelk ter ere van Jezus Christus, het Lam van God, wordt gezongen door de gelovigen, vanwege de geestelijke verlossing door Hem verworven. Hiervan wordt hiervoor een voorbeeld gegeven: Openb. 5 : 10 en 12 : 10-11.”
Ze lijken zich als het ware helemaal niet druk te maken om Wie of wie dat lied heeft gemaakt. Toch zou ik er wel bij stil willen staan. De Kanttekeningen zoomen in op de zangers van dit lied. En dat is mooi, maar ik ben altijd wat huiverig als – juist op moment dat Christus in beeld komt – de mens voor het voetlicht wordt gebracht. Waarom moet het opeens de mens genoemd worden? Waarom gaan ze niet dieper in op hoe Jezus Zich verhoudt tot dat lied en hóe Hij daarin wordt ‘gepraised’?
Temeer komt dat gevoel boven, als ik de citaat-teksten lees: “Openb. 5:10  En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot ­koningen en priesters, en wij zullen als koningen heersen op de aarde. Openb. 12:10  En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid en de kracht en het Koninkrijk geworden onzes Gods, en de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht, is nedergeworpen. Openb. 12:11  En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe.”
Misschien dat Openbaringen 12 : 10 nog het dichtst in de buurt komt van wat ik hier had verwacht te horen. Die zaligen zullen als koningen heersen… ja… en? Zij hebben hun leven niet lief gehad tot (geprefereerd boven) de dood… ja… prachtig… maar dat is toch geen feit op zich? Geen doel?
En die zaligen hebben de ‘verklager onzer broederen’ over­wonnen… Maar is dat dan wat we daar in alle eeuwigheid gaan bezingen? Het zijn middelen waarlangs God tot Zijn eer komt, maar geen doelen op zich.

Het lied voor/van het lam

Als ik de songtekst alvast lees zie ik dat daar helemaal geen mensen, slachtoffers of overwinnaars in voorkomen dan alleen de HEERE, Wiens werken groot en wonderlijk zijn, Wiens wegen (handel en wandel) rechtvaardig en waarachtig ­(betrouwbaar) zijn, Die te vrezen is, Die heilig is, Die zal worden aanbeden en Wiens oordelen eindelijk publiekelijk zijn geworden, zodat er recht geschiedt!
Eindelijk geschiedt er recht en we kijken met grote bewondering en diep ontzag naar wat de HEERE, onze Vader, aan het doen is! We zijn toeschouwers, wanneer de HEERE het voor ons opneemt. Wat een indruk zal dat maken. Op ons en op allen die het zullen zien. Zelfs op hen die door die oordelen zullen worden getroffen.
Als het ware staat daar een koor schuchter zingende mensen aan de oever van de Rode Zee, die de Egyptenaren zien verdrinken voor hun ogen. Ze hoeven er geen eentje dood te steken. Hun God veegt ze weg en breekt hun macht, waarop ze zo prat gingen… Ze knakken als rietjes en ze verzinken in ware waanzin al bubbelend in de kolkende golven.

Uitzinnige be-aming

Schuchter zingend… Nou, dat zou je kunnen denken als Gods oordelen zich ‘in de tijd’ voltrekken. Als Zijn arm het hart van een belager stopzet; als het geweld van rotsen of andere mega-grote objecten een mensenlichaam in al zijn broosheid tonen terwijl het wordt geplet; als een ademtocht stokt omdat God zegt: “Tot hier toe en niet verder…”
Maar als ik die mensen daar op het strand bij de glazen zee zie zingen, krijg ik toch een ander beeld. Schuchterheid zal niet meer bestaan. Huiver voor Gods oordelen zal weg zijn. Angst zal verdwenen zijn en bewogenheid met goddelozen zal even zeer niet meer bestaan.
Dat klinkt paradoxaal maar denk daar maar eens over na. Want dan zullen we het zo hartelijk eens zijn met de weg die de HEERE bewandelt, dan zullen we het enorm eens zijn moet hoe Hij het aanpakt. Want we zullen nooit meer kritisch naar Hem zijn. We zullen Hem ook helemaal kunnen volgen in wat Hij doet. We zeggen ‘amen’… Het had simpel weg niet anders gekund dan zó…

Tegenstrijdig?

Dat klinkt als sadisme of wraakgierigheid. Maar dat is het niet. We meten dan met hele andere meetlatten. Onze emoties zijn compleet in harmonie en het recht dat de HEERE doet is perfect recht! Er zal nooit meer een onzuiver plan worden gesmeed. Nooit meer een onjuist afweging worden gemaakt in besluitvorming op aarde. Motieven zullen altijd transparant zijn en niemand zal meer achterbaks zijn. Wat kun je daar naar uitzien, of niet?

vrijdag 24 mei 2019

Een gezang over het gezang

Ds. J. Kommerie begon zijn preek over dit gedeelte met een prachtig en passend gezang. Ik geef het graag door (Gezang 109, Liedboek). Het origineel ‘Hark the sound of holy voices’ is van Christopher Wordsworth (1807-1885), bisschop van Lincoln en dichter van heel veel hymnes; de nederlandse vertaling danken we aan Willem Barnard.

Hoor een heilig koor van stemmen,
staande aan de glazen zee,
halleluja, halleluja,
God zij glorie, zingen zijn.
Menigten die geen kan tellen,
als de sterren in hun glans,
psalmen zingend, palmen dragend,
in de hemel is een dans.
 

Patriarchen en profeten,
de getuigen van uw Geest,
koning, heilige, apostel,
martelaar, evangelist,
maagden, moeders, mannen, vrouwen
die volhardden tot het eind,
tot U baden in vertrouwen,
die nu stralende verschijnt.

Komende uit de verdrukking,
en de kleren wit als sneeuw
in het bloed des Lams gewassen
van het vuil van deze eeuw,
in vervolgingen standvastig
wachtende op U, hun Heer,
overwonnen zij de satan
en de wereld neemt een keer.

Ja, zij hebben overwonnen
met uw kruis als hun banier,
volgend U in uw verzoening,
door de diepe doodsrivier.
Met uw lijden medelijdend,
medestervend in uw dood,
vonden zij het eeuwig leven
en hun loon bij U is groot.

Nu omstraalt hen licht des hemels
en de levensbron ontspringt
waar zij juichen U ter ere
waar hun koor uw glorie zingt.
Vrede is hun deel voor immer,
liefde is hun eeuwig recht,
alle waarheid zal het winnen
en het blinkt van uw gezicht.

God uit God, eerste geboren,
licht uit licht, o zonneschijn,
in wiens lichaam uitverkoren
heiligen slechts heilig zijn,
schenk ons leven uit uw bronnen,
door uw adem aangeraakt
zingen wij tot Vader, Zoon en
Heilige Geest die levend maakt.

Muziekrechten

Op elk muzieknummer rusten rechten. Ook op de lyrics, de liedteksten. Voor koren en musici is dat een belangrijke en nauwluisterende zaak! Voor componisten en tekstschrijvers is dat een groot en terecht recht. Zitten er ook ­‘rechten’ op het gezang van Mozes en die van het Lam?

Rechten impliceren bepalingen die juridisch vast liggen, zodat je niet zomaar van alles kunt doen met het object, waarop die rechten rusten. Ergens voelt ieder mens wel aan dat dat goed is. Iemand heeft en kunstwerk gemaakt, een song of een symfonie. Die persoon heeft het bedacht.
Als een anders het dan kopieert en er geld mee verdient, voel je je als songwriter of componist bestolen. Het voelt als een architect die een prachtig gebouw heeft ontworpen. Dan komt de slager en roept tegen de omstanders: “Kijk, dat heb ik gemaakt.” Er klinkt applaus voor de slager; lovende woorden worden gesproken; mensen betalen de slager entreegeld om binnen te mogen kijken. En de ­architect? Hij krijgt niets.

Recht en vrijwaring

Kijk, als er een regeling is getroffen met de architect dat de slager de eigenaar van het pand wordt, dan is de slager vrij om mensen binnen te laten in zijn pand. Dan wordt de ­architect gevrijwaard; hij kan dan dus geen rechten meer laten gelden op het pand; de slager is vrij om er mee te doen wat hij wil. Hij mag entreegeld heffen, als hij dat wil. De architect heeft ook geen recht van spreken meer, als de slager het pand wil veranderen of zo iets.
Maar… de slager zal nooit mogen zeggen dat híj het pand heeft gemaakt. Dat is en blijft een leugen. Hij zal moeten blijven zeggen dat de bedenker die en die architect was! Het concept van dat pand – en daar heb je de rechten weer – mag niet zomaar door de groenteboer aan de ­overkant worden overgenomen, om zo gemakkelijk eenzelfde pand neer te zetten!

Mozes, de dienstknecht van God

Het mag ons opvallen dat de HEERE aan Johannes vertelt dat het gezang uit Exodus 15 of Deuteronomium 32 ‘van Mozes’ is. De HEERE zegt niet: “Dat lied van Mozes was natuurlijk van Mij! Mozes heeft het toentertijd wel gezongen, maar het kwam tot stand door Míjn Tekstschrijver, de Heilige Geest. En omdat de Geest, de Zoon en de Vader Eén zijn, hebben we het hier eigenlijk over Mijn gezang!”
Nee, de HEERE laat het het lied van Mozes zijn! Diverse Psalmen zijn ‘van David’; zo is dit gezang bedacht, geschreven én gecomponeerd, door Mozes. Want hoewel het er niet zo expliciet bij staat, zal Mozes ook de melodie hebben bedacht. Als in die tijd Buma/Stemra had bestaan, dan had Mozes rechten kunnen laten vastleggen op dit lied. Misschien vind je dat een rare opmerking, maar ik ga dat verderop uitleggen, om je ergens over na te laten denken!
Echter, er staat nog iets bij: Mozes, de dienstknecht Gods. De HEERE noemt tegen Johannes niet alleen Mozes’ naam, maar eigenlijk ook Zijn Eigen Naam! En in dit verband brengt dat ons bij een speciaal gebied in de rechtspraak: van wie is een ontwerp dat een werknemer in ‘de baas z’n tijd’ maakt? Het is het ontwerp van die werknemer (dienstknecht), maar hij heeft dat gedaan voor zijn baas (Heer); die heeft hem betaald voor de tijd die hij ermee bezig is geweest. Dat moet je zien als een vrijwaring. Die werknemer kan nooit geld vangen voor zijn ontwerp. Als anderen dat willen kopiëren, moeten ze zijn baas ervoor betalen. Hooguit mag die werknemer zijn eigen naam in het colofon zetten.
Daarentegen kan die werknemer nooit zeggen: “Dat heb ík bedacht”. Hij heeft zijn werknemer niet geïnspireerd. Hij heeft hem alleen geld en omstandigheden gegeven waarin deze tot dat ontwerp kon komen. Maar wanneer zijn baas hem daarvoor voldoende heeft betaald, kan die werknemer nooit eisen dat alleen híj de eer en de winst ervan krijgt.

Eergierig of eergevig?

Door Mozes in het juiste perspectief te schilderen, laat de HEERE zien Wie de rechten van dít lied toekomen. Het gezang van Mozes is daarom vrij te gebruiken, maar niemand kan ooit zeggen dat hij of zij dat lied heeft bedacht.
En – dat maakt deze situatie zo anders dan de onze, hoewel… – als je Mozes zou vragen “Hoe kwam je op zo’n briljant lied?”, dan zal hij je direct zeggen: “Soli Deo Gloria! Zijn Geest inspireerde mij en vulde me met zóveel aanbidding van de HEERE – vanwege Zijn grote daden aan ons zondaars bewezen – dat het lied er als vanzelf uitbarstte! Het was niet meer tegen te houden.”
Geen moment zou Mozes zijn ogen halfdicht knijpen, zijn hoofd wat schuin omhoog houden, met zijn handen de revers van zijn jasje omklemmen en met een aardappel in zijn keel pronken: “Tjaaa, dat is het mysterie van mijn briljante brein. Hoe onstaan dit soort dingen… Ja, daar moet je heel veel voor denken. Je geest richten om het licht in jezelf en inzoomen op het grote zijn van de vrije geest. Dat heb je of dat heb je niet…”
In chargeer natuurlijk vreselijk. Maar je snapt dat ik met dit schilderij van de ego-Mozes iets wil zeggen. Hoe vér sta jij af van die Mozes, wanneer jij iets moois hebt gemaakt of iets goeds hebt gedaan? Hoe ziet jouw gezicht eruit als mensen je prijzen om wat je hebt gedaan?
Of erger nog: wat is jouw motivatie, wanneer je wat doet? Ben je eergierig of eergevig? Wanneer je een schilderij hebt gemaakt dat er geweldig uitziet, een boek geschreven hebt dat wordt aangekondigd als best-seller, een dissertatie hebt geschreven waarmee je cumlaude afstudeert… durf je het dan ook aan om en publique God de eer te geven?
Toen ik 12,5 jaar aan de zaak was sprak ik een paar eenvoudige dankwoorden uit, waarin ik de oorzaak van mijn dank ook noemde: De HEERE, Die mij kracht en gezondheid gaf om het werk te doen; ik refereerde daarbij aan een collega die op diezelfde dag met de VUT had willen gaan, maar die datum niet haalde omdat hij eerder overleed. Na afloop maakte een collega een geintje en zei: “Je hebt ons niet eens bedankt… Alleen God! Beetje jammer…” Ze knipoogde en grijnsde en ik wist dat ze doelde op de woorden over God. Ze had het dus goed begrepen.

Rechten op liederen en teksten

Er is nog één ding dat ik wil noemen in dit verband, waarover je eens zou moeten nadenken. Dat heeft te maken met die rare zinsnede over Mozes en de Buma/Stemra. Kun je als christen geld vragen voor songs die je hebt geschreven over God? En – dat vind ik nog veel opmerkelijker – kun je als theoloog geld vragen voor een boek dat mensen het Woord van God leert begrijpen en God Zelf leert kennen? Nu weet ik beroepshalve dat het maken van een boek geld kost. Betrekkelijk veel geld ook! Dat maakt dat een boek – afhankelijk van de oplage (en dus het lef waarmee een uitgever de uitgave aandurft) – iets moet kosten om de onkosten te dekken.
Maar mag jij als theoloog/schrijver daar geld voor vragen voor jezelf? Wiens boek is het en bij wie/Wie liggen de rechten? Wie komt de winst toe? Of – nóg anders – pleeg jij plagiaat, wanneer je aan de hand van Gods Woord jouw eigen boek tekstueel vormgeeft?
Nog een stap verder: enige tijd geleden werd De Bijbel met Uitleg gemaakt en uitgegeven. Het boek in een harde band kost 50 euro! Terecht kost het boek geld. Maar 50 euro per exemplaar? Via bmuonline.nl is deze nu ook digitaal in te zien. Daarvoor heb je een gratis account nodig. Dan kun je alleen maar de Bijbeltekst met de kanttekeningen lezen, de engelse King James erbij lezen en teksten markeren en notities maken. Wanneer je echter de hele Bijbel met Uitleg wilt lezen – en dat doet toch echt onder voor de Studiebijbel – dan kost dat je zomaar 15 euro per jaar. Daar krijg je dan ook de Korte Uitleg van Matthew Henry bij en het plan ligt er om nog meer bijbel­verklaringen toe te voegen.
Natuurlijk zitten daar dus ontwikkelingskosten in. Maar moeten echt álle kosten worden gedekt, bij het verspreiden van de Bijbel en het leesbaar maken van de Schrift? Voel je de spanning? Zijn we met Gods Eigen Woord niet op een heel commerciële manier bezig om er zelf rijker van te worden (financieel gezien)?

Tot slot: moeten al onze schrijfsel via een uitgever worden uitgegeven? Kun je niet veel goedkoper en doel­treffender de digitale weg bewandelen en Bijbelstudies en meditaties kosteloos ter lezing aanreiken? Verrijk niet je eigen portemonnee, maar elkaar in geestelijk opzicht. Als je dat op een geordende en goed gearchiveerde manier doet, blijft al je werk ook voor het nageslacht bewaard.
Laat overigens mensen niet afhankelijk zijn van jouw schrijf- en studiewerk, maar stimuleer ze om zélf op zoek te gaan in het Woord. Ze moeten niet jouw naam roemen over je zuivere of bijzondere en aansprekende uitleg. Doe net als de Samaritaanse vrouw, die Jezus’ woorden doorgaf. Toen haar stadsgenoten – nieuwsgierig gemaakt door haar woorden (en die zullen echt niet diepgravend theologisch zijn geweest) – bij Jezus Zelf kwamen zeiden ze na afloop tegen de vrouw: “Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.”
Op deze hele kwestie heb ik geen definitief en sluitend antwoord; het enige dat ik wil is dat je er over nadenkt! Want stel je voor dat die Samaritaanse vrouw geld had gevraagd voor haar woorden (vanwege de esthetische woordkeus of de pakkende en unieke manier waarop zij die presenteerde aan haar stadsgenoten)! Wie zou er dan zijn gekomen? Wie zou er dan de eer hebben gekregen? Wiens woorden waren het? Dus wie/Wie kan rechten claimen?
Wanneer die dag van de glazen zee en de citers van God zal aanbreken, zullen aan God alle rechten worden toegekend. Hem zal alle lof en eer zijn. En wat dit zo bijzonder maakt: het zal volmaakt, ongestoord en tot in eeuwigheid zijn.

woensdag 22 mei 2019

Het Lied van Mozes 2

De vorige overdenking legden we de link tussen Openbaringen 15 en Exodus 15. Het lied van Mozes zou dus daar aan de Rode Zee zijn gezongen. Maar is dat de goede link? Het is wel voor de hand liggend, maar klopt het wel?
Misschien ben je even verbaasd over deze vraag, als ik was toen ik verder zocht naar uitleg over dit stukje van de Bijbel. Allereerst kwam ik een joodse uitleg tegen die direct naar Deuteronomium 32 verwees. De StatenVertaling zet al voor het laatste vers van hoofdstuk 31 een tussenkopje ‘Het lied van Mozes’!
Ook andere uitleggers gaan met een boog om het verhaal van de doortocht door de Rode Zee heen en wijzen direct naar Deuteronomium 32. Dus we moeten daar toch eens beter naar kijken: “Toen sprak Mozes voor de oren der ganse gemeente van Israël de woorden dezes lieds, totdat zij voltrokken waren” (Deut. 31:30). Een lied dus, dat Mozes aan het einde van zijn leven heeft gezongen; een zwanenzang eigenlijk!
En niet zomaar een lied, als kunstzinnige uiting van zijn emoties, maar een lied dat het volk moest opschrijven én met nadruk moest instuderen: “En nu, schrijft ulieden dit lied en leer het den kinderen Israëls, leg het in hun mond, opdat dit lied Mij ten getuige zij tegen de kinderen Israëls” (Deut. 31:19).
Er volgens nog tien verzen met argumenten waarom dit lied zo belangrijk is voor het volk; daarna zet Mozes met zijn 120-jarige stem het lied in. Een huiver en intense aandacht moet zich van die honderdduizenden daar voor hem meester hebben gemaakt. Dit lied maakte direct indruk, omdat een stervende het zong. Maar de Heilige Geest was werkzaam; dus niet alleen de menselijke emotie, maar ook de werking van de Geest legden beslag op het volk!

Waarom koos Mozes de vorm van een lied?

Had het niet gewoon een brief kunnen zijn? Mooi om te lezen dat de Kanttekeningen hun kunstzinnige gevoel niet hebben opgeborgen in de kast van de orthodoxie: “het lied werd door God in den vorm van een lied gegeven, zodat het volk de inhoud ervan beter zou kunnen leren en onthouden.”
Sterker nog, als Mozes zegt “leg dit lied in hun mond” betekent dat: “zorg ervoor dat zij (ook het nageslacht) het goed begrijpen, van buiten leren, en zingen kunnen en op die manier dagelijks ‘in de mond’ hebben.”
Dat zingen heeft ook een doel: opdat we de HEERE niet vergeten en Zijn daden, waarschuwingen en straffen, alsmede Zijn genade en goedheid niet zouden vergeten. Dit soort liederen tekent ons een evenwichtig beeld van de HEERE!

Waarom geen verwijzing naar dit lied?

Dit zijn allemaal prachtige en waardevolle Kanttekeningen bij Deuteronomium 31 en 32; maar de vraag blijft knellen: ­waarom verwijzen de Kanttekeningen bij Openbaringen 15 daar dan niet naar? Waarom pakken ze de simpelere link naar Exodus 15, waar eenzelfde plaatje wordt getekend en Mozes inderdaad ook een lied aanheft? Een lied, nota bene, met even heftige en indrukwekkende accenten van Gods majesteit en rechtvaardigheid, maar ook van Zijn genade en goedheid?
Nu wist ik dat de meeste Kanttekeningen bij het boek Openbaringen van Wilhelmus a Brakel zijn. Toen ik keek hoe hij over ons tekstgedeelte schreef in het derde deel van zijn boek ‘De Redelijke Godsdienst’, zag ik dat hij enkel de link met Exodus 15 legde. Dat zal de reden zijn dat we in de Kanttekeningen niet ook de link met Deuteronomium 32 mee krijgen. Echter, die is er wel.
Opmerkelijk dat ik in twee preken uit de rechtse hoek van de kerk – ds. J.S. van der Net (GG) en ds. W.E. Klaver (CGK, Bewaar het Pand) – geen enkele verwijzing naar Deuteronomium 32 hoorde dan enkel die naar Exodus 15! Het lijkt erop dat er in die kringen niet zo breed wordt gelezen bij de voorbereiding van de preken.

De schaduwkant van dit lied

Terug dus naar Deuteronomium 32. Waarom moet het volk Israël dit lied zo goed uit hun hoofd leren? Het lijkt haast wel een volkslied te moeten worden! Ik las ergens:

“… een lied van Mozes. Dat hij in opdracht van God moest maken en dat het volk uit het hoofd moest leren, zie hoofdstuk 31:19. Waar gaat dat lied over? Over hoe God met zijn volk omgaat, en om zal gaan. God geeft Israël het land Kanaän. Maar wanneer het volk daar eenmaal woont zullen ze andere goden gaan dienen. De Here zal daarop reageren met straf. Andere volken zullen Israël in het nauw drijven. Want, en dan zijn we in vers 36, ‘de Here wil dat zijn volk inziet dat Hij de enige God is. Hij is de God die leven geeft. Hij is de God die redding biedt. […]
God zet zijn woorden kracht bij (in vers 40) door te zeggen: ‘Ik ben eeuwig.’ En dat geeft Gods woorden ook een enorme kracht en reikwijdte. Als een mens iets zegt – iets belooft, of ergens mee dreigt – maar die mens sterft, of de dag waarop het had moeten gebeuren verloopt, ja dan kan die mens zijn woorden niet waarmaken. Maar God is eeuwig. Hij leeft eeuwig. Hij kan dus altijd zijn woorden waarmaken. Zijn beloften. Maar ook zijn dreiging.”

Het lied dat Mozes voorzingt is er één met twee kanten: een positieve, zonnige kant en een donkere schaduwkant! Het voorzegt al op voorhand dat het volk in zonde zal vallen, dat vijanden hen zullen overheersen… Maar wél met een doel: om hen weer terug bij de HEERE te krijgen. En die vijanden, dat is opnieuw de zonnige kant, zullen door de HEERE worden aangepakt, omdat ze Zijn volk hebben onderdrukt.
En mocht het volk twijfelen aan Gods bedoelingen, dan doet de HEERE er een eed bij. Niet dat Hij niet te vertrouwen zou zijn, maar omdat het volk naar God kijkt, zoals ze zélf zouden reageren. Zelf zouden ze iemand, die hen kwaad heeft aangedaan, niet zo gemakkelijk vergeven. Nu ze tegen de HEERE hebben gezondigd, denken ze – door hun bekrompen zicht op Hem – dat Hij ook wel met enige reserve naar hun ‘biecht’ zal luisteren: “Eerst maar eens zien of jullie het wel menen!” Maar zo is de HEERE niet! Hij komt met die de zwakke mens tegemoet!

Liederen vallen samen

Tot slot: het lied uit Deuteronomium 32 kan dus heel goed een link hebben met het Lied van Mozes uit Openbaringen 15. Al blijft het vreemd dat ook hier in de Kanttekeningen geen verwijzing naar Openbaringen 15 wordt gemaakt! Het ene zal het andere niet uitsluiten; beide liederen slaan dezelfde toon aan en… ze vallen ook gelijk met het Lied van het Lam! Zou Hij soms de componist van het lied zijn geweest? Het heeft er alles van weg!
De joodse bron, waarmee ik begon zegt tot slot nog iets waardevols dat ik wil doorgeven:

“Verrassend is dat in Openbaring 15:3 het lied van Mozes als het ‘Lied van het Lam’ wordt aangeduid. Deuteronomium 32 wordt ‘het Lied van het Lam’ genoemd. Men zou normaal het zachte, lamachtig aspect van de Messias niet associëren met de felle en gewelddadige energie van het Lied van Mozes, maar in Openbaring is het Lam ook een Leeuw. De Messias is de bewerker van deze laatste verlossing. “Hier is de volharding van de heiligen die de geboden van God en hun geloof in Yeshua bewaren.” (Openbaring 14:12)

Als we dus naar de oordelen kijken die in de beide liederen van Mozes worden bezongen, dan kun je stellen dat die aan de glazen zee voorgoed achter de rug zijn, voor al Gods kinderen. In het Nieuw Jeruzalem zal geen oordeel meer behoeven te worden voltrokken. Geen zonde en geen ongerechtigheid zal er binnenkomen! Geen ramp of overheersing zal meer kunnen benauwen. Maar wat meer is: geen zonde zal meer kunnen worden gedaan tegen God! Is dat niet het allerdiepste geluk dat ons wacht? Nooit meer zondigen; nooit meer distantie met de HEERE. Want Hij zal dan ALLES én IN ALLEN zijn!