Posts tonen met het label Gideon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gideon. Alle posts tonen

dinsdag 16 juni 2015

Solliciteren in Gods weg

"Toen keerde zich de HEERE tot hem, en zeide: Ga heen in deze uw kracht,
en gij zult Israël uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden?
En hij zeide tot Hem: Och, mijn Heer! waarmede zal ik Israël verlossen?
Zie, mijn duizend is het armste in Manasse, en ik ben de kleinste in mijns vaders huis.
En de HEERE zeide tot hem: Omdat Ik met u zal zijn,
zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man."
Richteren 6 : 14-16

Als Zacharias aan de engel vraagt "Waarbij zal ik dat weten?", mag hij lange tijd niet meer praten. Hij kreeg straf. Gideon krijgt zo'n zelfde engelenontmoeting, maar de HEERE is zeer lankmoedig en geduldig met hem. Gideon vraagt tweemaal om een wonder, om zo toch vooral zeker te weten dat de HEERE deze weg écht met hem zal gaan. En de HEERE geeft er nog een derde teken ter bevestiging bij. Ongelofelijk!

Ik niet!

Maar het hele terughoudende in Gideons houding begint al in vers 13, waar Gideon zijn kortzichtige conclusies trekt en vaststelt dat de HEERE de klok van Israël wel heeft opgewonden, maar hem rustig laat aflopen en er niet meer naar omziet. "Noem mij geen strijdbare held, want als God Zich terugtrekt, waar zou ík dan de moed en kracht vandaan moeten halen?" Einde gesprek, zo verwacht Gideon. Laten we wel scherp hebben dat hij op dit moment nog niet doorheeft dat het een engel, laat staan dé Engel des Heeren, is Die met hem spreekt. Strijdbare held? Ik niet!

Jij wel!

De Engel des Heeren houdt voet bij stuk. Er staat dat de engel zich tot Gideon keerde. Je ziet het haast voor je: de engel draait zich naar Gideon en gaat voor hem staan. Hij barricadeert de vluchtweg van Gideon. Misschien nog minder fysiek dan verbaal: "Ga heen in deze uw kracht,
en gij zult Israël uit der Midianieten hand verlossen; heb Ik u niet gezonden?
"
Deze woorden klinken wat vreemd in onze oren. Wat is 'uw kracht'? En wat bedoelt de Engel met 'Heb Ik u niet gezonden?"
Allereerst 'deze uw kracht'. Als het ware wijst de Engel op de kracht die Hij aan Gideon geeft. Zoals een dokter wijst op het medicijn dat hij de zieke meegeeft: neem het maar consequent in, dan moet de koorts zakken. Zo stuurt de Engel Gideon niet met een kluitje in het riet, maar Hij geeft alles, wat hij nodig heeft om zijn nieuwe taak ten uitvoer te brengen. Zo werkt de HEERE vaak: Hij geeft wat Hij vraagt, zodat Hij kan vragen wat Hij gegeven heeft. Bijzonder, hè? Zo kun je opzien tegen een nieuwe taak, die wacht. Misschien worstel je wel met een vraag over een andere baan. Kan ik wel? Is het de HEERE Die je deze taak geeft? Weet dan dat Hij ook alles zal geven wat je nodig hebt. Zo houdt Hij je afhankelijk en voorkomt tegelijkertijd dat je straks beschaamd zult staan.
Dan het tweede dat opvalt: "Heb Ik u niet gezonden?" Het is alsof de Engel een discussie met Gideon voert en hem in herinnering roept: Denk nog eens even terug, als je op pad gaat, dat niet jij in eigen kracht gaat maar dat Ik je stuur! Dan komt alles goed. Zo zeker als je hoort dat Ik het tegen je zeg, zo zeker is de belofte van een goede uitkomst (zie de Kanttekeningen). "Daarom twijfel niet, of gij zult verrichten, waartoe Ik u zend." De link wordt gelegd naar de geschiedenis met Debora en Barak; Debora stuurt Barak op pad en zegt: "Heeft de HEERE, de God Israels, niet geboden: Ga heen en trek op den berg Thabor, en neem met u tien duizend man, van de kinderen van Nafthali, en van de kinderen van Zebulon?" (Richteren 4:6)
Gideon kan wel denken "Ik niet!", maar de Engel zegt ronduit "Jij wel!"

Ik echt niet!

Nou, Gideon kan zich geen zekerder belofte wensen. Hij zal wel overtuigd zijn en braaf gaan. We vinden echter een tegendraadse geest in Gideon. De belofte van de HEERE mag er zijn, maar, wees eerlijk: "Waarmee moet ik die taak gaan uitvoeren?" Die Midianieten zijn een rasecht oorlogsvolk. En wat heb ik nou helemaal? Wat ben ik? Kan ik zo'n taak uitvoeren? Ja, met hulp van anderen. Maar wie? Het legioen van Manasse bestaat uit diverse duizendtallen, kleine legereenheden binnen de stam. Gideon treft het slecht, want het duizendtal waartoe Gideon behoort (deze indeling is ontstaan in Exodus 18 : 25) is het armste van alle duizendtallen. En als hij die manschappen al ter beschikking had, dan nog zullen ze wel in de laatste plaats naar Gideon luisteren, want hij is de jongste in het gezin van vader Joas. Hiërarchisch kan hij het wel schudden. "Ik? Echt niet!"

Jij echt wel!

Toch rekent de HEERE anders. Dat zal in het vervolg van de geschiedenis nog veel meer blijken. Maar hier kapt de Engel de discussie af en zegt: "Omdat Ik met u zal zijn, zo zult gij de Midianieten slaan, als een enigen man." Kijk niet naar de aantallen, naar de hoeveelheid wapens. En kijk al helemaal niet naar jouw eigen positie. Al is het niet onverstandig te letten op je capaciteiten in het dagelijks leven, gaat de HEERE er hier aan voorbij en zegt simpelweg: Jij echt wel! Want Ik stuur je; sterker nog: Ik ben met je. En je zult dat hele volk der Midianieten verslaan, als was het maar één soldaatje!" Daar houdt het tegenspartelen van Gideon op.

Het is goed even een pas op de plaats te maken. Kunnen wij er zomaar vanuit gaan dat de HEERE ook met ons zal zijn bij elke bijzondere stap, keuze en (beroeps)verandering? Het is belangrijk zelf vast te stellen dat carrièremaken niet een roeping van God is. We mogen wel onze talenten ontwikkelen en nieuwe werkgebieden ontdekken. We mogen onze kennis vermeerderen, maar niet om zelf een held te worden. Alles moet tot eer van de HEERE zijn. Hoe kan ik Hem dienen? Hoe dien ik Zijn plan? Is dit de weg van de HEERE.
Dat is moeilijk concreet te maken voor een ander. Wij kennen het geweten van die ander niet; wij proeven zijn of haar nieren niet. God wel. En dus is het belangrijk dat we zelf eerlijk voor de HEERE zijn en onze keuze of sollicitatie oprecht met Hem doen. Het is vele malen heilzamer achter Hem aan te gaan, dan voor Hem uit te lopen. Hoewel Gideon door God vooruit wordt gestuurd, volgt hij de HEERE juist op deze weg.
Een lastige les, omdat ons hart ons zelf ook zo vaak voor de gek houdt; onze begeerten naar eer en roem lijken soms zo enorm op de passie voor de HEERE en Zijn Koninkrijk. "HEERE, doorgrond mijn hart, mijn motieven en onderliggende plannen." Als je dan voor je kijkt, misschien wel heel concreet naar de advertentie van een vacature waarop je zou willen solliciteren, hoe treedt je die toekomst dan tegemoet? Indien de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan (Psalm 127). Maar… als de HEERE laat merken of kenbaar zegt door Woord en Geest "Heb Ik u niet gezonden?", dan zal het ook kunnen. Wat is het gebed een ontzettend belangrijk instrument voor zulke keuzen in ons leven!

maandag 15 juni 2015

Jobhoppen of roeping?

"Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten."
Richteren 6:11

Hoe is het mogelijk dat wij mensen zo hardleers zijn! Tenminste, ik denk niet dat er ergens ter wereld betere mensen zijn dan die van het volk Israël. Zoveel uitredding en rust en toch weer, alsof er niets gebeurd is: afgodendienst. Het is helaas mogelijk na Genesis 3. Waar ik deze komende tijd hardop via deze bijbelstudies over na wil denken is de nieuwe job voor Gideon.

Een oudtestamentische discipel

Het gaat net als eeuwen later, wanneer de Heere Jezus langs de oever van het meer loopt en zegt tegen Andreas en Petrus: "Volg Mij!" Ze waren, evenals Johannes en Jacobus, vissers, maar worden weggeroepen uit hun vertrouwde job en krijgen een nieuwe missie. De zoon van herenboer Joas, Gideon, is helemaal vertrouwd met het boerenbedrijf. Zonder zelf bewust naar een jobwissel op zoek te zijn, staat hij aan de vooravond van een ingrijpende beroepswijziging. Gideon is geen jobhopper of carrièretijger. Maar de Engel des HEEREN komt langs, God de Zoon. Dezelfde als Die eeuwen later langs de oever van de Zee van Tiberias hetzelfde zal gaan doen: "Volg Mij!" En Gideon gaat…

Een sombere discipel

Van Gideon merken we dat hij God kent, maar zijn geloofsleven is – voor zover aanwezig – ingedut. Hij heeft, door de omstandigheden een sombere kijk op God gekregen. Dat is een kwalijke zaak. Want zo ziet hij de dingen niet meer in het juiste perspectief. Somber en balstorig antwoordt hij de Engel (hoewel hij nog niet weet dat het een engel is, laat staan dé Engel): "Ach meneer, als de HEERE met ons was, waarom overkomt ons dit allemaal?" Gideon moest toch wel beter weten; hij had toch geen oogkleppen voor? Nota bene vlak bij huis was er een bos voor Baäl, met een afgodenaltaar erin. Dan kun je toch prima aanvoelen dat daar straf op zal volgen. Gideon lijkt het niet te zien en is somber, maar ook vindingrijk. Hij probeert met het dorsen van de tarwe in de wijnpersbak de vijanden voor het lapje te houden. En het lukt. De vijanden vinden hem niet… maar de HEERE wel!

Een bescheiden discipel

Gideon; de naam גדעון betekent 'neerveller' of 'houwer' of 'vernietiger'. Het is niet zo vreemd dat de HEERE hem juist op de betekenis van zijn naam aanspreekt: "De HEERE is met u, gij, strijdbare held!" De HEERE is met u, bij neerveller. Hoewel zijn naam hoop zou moeten geven, is Gideon uiterst bescheiden over de stoere betekenis van zijn naam. Van zichzelf verwacht hij niets. Van de HEERE lijkt hij evenmin iets te verwachten. En toch wil de HEERE deze man in Zijn dienst: Volg Mij! Ik zal je geen visser der mensen maken, maar letterlijk 'neerveller'. Gideon laat nu nog zijn tarwe 'vluchten' voor de Midianieten, maar hij zal zeer binnenkort een andere job gaan vervullen, die hij nu nog niet voor mogelijk houdt. Hij zal Israël verlossen en de Midianieten laten vluchten. En de HEERE laat – zo blijkt verderop in dit gedeelte – de PR al flink draaien onder de Midianieten. Want nog voordat Gideon ten tonele verschijnt, kennen ze hem en beven. Ja, ze beven voor de God van Gideon, de God van Israël. Beschamend, niet? Dat de Midianieten meer geloven in de macht van God, dan Zijn Eigen verbondsvolk! Ken je dat?