donderdag 20 juni 2019

Het lied van het Lam - 1

Al eerder zagen we dat het woordje ‘van’ in ‘Lied van…’ gelezen kan worden als ‘door’, en  niet als ‘voor’. Echter, hoe verhoudt zich dat Lied van de ene tot dat van de Ander?
Een lied van iemand, is een lied dat die iemand heeft geschreven of gecomponeerd. Maar… kun je dat ook zeggen van het Lied van het Lam? Heeft Hij dat lied gemaakt? Is Hij er de Eigenaar van? Ja… Het is alleen de vraag: direct of indirect? Heeft Hij er mensen voor gebruikt of is Hij Zelf aan het werk gegaan?
Eerst kijken we naar wat de Kanttekeningen hierover zeggen. Bij ‘Lied van Mozes’ staat: “Dat is, (het lied) waardoor Mozes God heeft gedankt voor de verlossing van Zijn volk; het wordt beschreven in Ex. 15:1 en vervolg: TOEN zong Mozes en de ­kinderen Israëls den HEERE dit lied en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen, want Hij is hogelijk verheven; het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.” Mozes begon plots te zingen zoals de Geest hem gaf te zingen… de grote werken Gods!
Maar wanneer het Lam zo’n zelfde lied zou hebben gemaakt, maakte Hij een lied over en ter ere van Zichzelf… Een stuk hiervoor heb ik gezegd dat je het dan zou kunnen zien als een lied dat het Lam (of Jezus) maakte om er de grote daden van Zijn Vader in te bejubelen. Zoals de Vader jubelde: “Dit is Mijn Zoon in Wie Ik ál Mijn welbehagen heb!” Zo zou het Lam hebben kunnen zingen: “En Hij is Mijn Vader in Wie Ik al Mijn lust heb en voor Wie Ik werkelijk álles over heb! Zelfs Mijn goddelijk eer en waardigheid!”

Tegenkanting in kanttekening

De Kanttekenaars lijken daar echter helemaal niet zo bij stil te staan. Over ‘het Lied van het Lam’ zeggen ze: “…hetwelk ter ere van Jezus Christus, het Lam van God, wordt gezongen door de gelovigen, vanwege de geestelijke verlossing door Hem verworven. Hiervan wordt hiervoor een voorbeeld gegeven: Openb. 5 : 10 en 12 : 10-11.”
Ze lijken zich als het ware helemaal niet druk te maken om Wie of wie dat lied heeft gemaakt. Toch zou ik er wel bij stil willen staan. De Kanttekeningen zoomen in op de zangers van dit lied. En dat is mooi, maar ik ben altijd wat huiverig als – juist op moment dat Christus in beeld komt – de mens voor het voetlicht wordt gebracht. Waarom moet het opeens de mens genoemd worden? Waarom gaan ze niet dieper in op hoe Jezus Zich verhoudt tot dat lied en hóe Hij daarin wordt ‘gepraised’?
Temeer komt dat gevoel boven, als ik de citaat-teksten lees: “Openb. 5:10  En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot ­koningen en priesters, en wij zullen als koningen heersen op de aarde. Openb. 12:10  En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid en de kracht en het Koninkrijk geworden onzes Gods, en de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht, is nedergeworpen. Openb. 12:11  En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe.”
Misschien dat Openbaringen 12 : 10 nog het dichtst in de buurt komt van wat ik hier had verwacht te horen. Die zaligen zullen als koningen heersen… ja… en? Zij hebben hun leven niet lief gehad tot (geprefereerd boven) de dood… ja… prachtig… maar dat is toch geen feit op zich? Geen doel?
En die zaligen hebben de ‘verklager onzer broederen’ over­wonnen… Maar is dat dan wat we daar in alle eeuwigheid gaan bezingen? Het zijn middelen waarlangs God tot Zijn eer komt, maar geen doelen op zich.

Het lied voor/van het lam

Als ik de songtekst alvast lees zie ik dat daar helemaal geen mensen, slachtoffers of overwinnaars in voorkomen dan alleen de HEERE, Wiens werken groot en wonderlijk zijn, Wiens wegen (handel en wandel) rechtvaardig en waarachtig ­(betrouwbaar) zijn, Die te vrezen is, Die heilig is, Die zal worden aanbeden en Wiens oordelen eindelijk publiekelijk zijn geworden, zodat er recht geschiedt!
Eindelijk geschiedt er recht en we kijken met grote bewondering en diep ontzag naar wat de HEERE, onze Vader, aan het doen is! We zijn toeschouwers, wanneer de HEERE het voor ons opneemt. Wat een indruk zal dat maken. Op ons en op allen die het zullen zien. Zelfs op hen die door die oordelen zullen worden getroffen.
Als het ware staat daar een koor schuchter zingende mensen aan de oever van de Rode Zee, die de Egyptenaren zien verdrinken voor hun ogen. Ze hoeven er geen eentje dood te steken. Hun God veegt ze weg en breekt hun macht, waarop ze zo prat gingen… Ze knakken als rietjes en ze verzinken in ware waanzin al bubbelend in de kolkende golven.

Uitzinnige be-aming

Schuchter zingend… Nou, dat zou je kunnen denken als Gods oordelen zich ‘in de tijd’ voltrekken. Als Zijn arm het hart van een belager stopzet; als het geweld van rotsen of andere mega-grote objecten een mensenlichaam in al zijn broosheid tonen terwijl het wordt geplet; als een ademtocht stokt omdat God zegt: “Tot hier toe en niet verder…”
Maar als ik die mensen daar op het strand bij de glazen zee zie zingen, krijg ik toch een ander beeld. Schuchterheid zal niet meer bestaan. Huiver voor Gods oordelen zal weg zijn. Angst zal verdwenen zijn en bewogenheid met goddelozen zal even zeer niet meer bestaan.
Dat klinkt paradoxaal maar denk daar maar eens over na. Want dan zullen we het zo hartelijk eens zijn met de weg die de HEERE bewandelt, dan zullen we het enorm eens zijn moet hoe Hij het aanpakt. Want we zullen nooit meer kritisch naar Hem zijn. We zullen Hem ook helemaal kunnen volgen in wat Hij doet. We zeggen ‘amen’… Het had simpel weg niet anders gekund dan zó…

Tegenstrijdig?

Dat klinkt als sadisme of wraakgierigheid. Maar dat is het niet. We meten dan met hele andere meetlatten. Onze emoties zijn compleet in harmonie en het recht dat de HEERE doet is perfect recht! Er zal nooit meer een onzuiver plan worden gesmeed. Nooit meer een onjuist afweging worden gemaakt in besluitvorming op aarde. Motieven zullen altijd transparant zijn en niemand zal meer achterbaks zijn. Wat kun je daar naar uitzien, of niet?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten