woensdag 9 januari 2019

Leedwezen of leedvermaak?

Ten dage als gij tegenover stondt, ten dage als de uitlanders zijn heir gevangen voerden,
en de vreemden tot zijn poorten introkken, en over Jeruzalem het lot wierpen,
waart gij ook als een van hen.
Obadja : 11


Het gebergte van de Edomieten met de vele grot-achtige burchten


Leedvermaak… dat is het kernwoord bij de achtergrond van dit vers. Ik zie straten in een Duitse stad voor me, in de Kristalnacht. Een golf van geweld trekt langs de etalages van joodse winkeliers. Werkelijk alles wordt kapotgeslagen. Zijn deze mensen schuldig aan rassenhaat en discriminatie? Zeker. Maar ik kijk vooral naar de omstanders die met de hand voor de mond staan te kijken en zien hoe sommige Joden de straat op worden gesleurd en gemolesteerd. Ze staan erbij en kijken ernaar. Zijn zij vervuld met leedvermaak? Waarschijnlijk niet. En toch legt hun nieuwsgierigheid waarschijnlijk meer dan voor mogelijk wordt gehouden een link met de daders… in hun hoofd ontspinnen zich zomaar gedachten als: "Waar rook is, is vuur."

Toeschouwers zijn niet partijloos

Vlak na de commotie over de NashvilleVerklaring is de kans groot bij een dergelijke Bijbeltekst een link te leggen met allerlei heftige reacties van atheïstische medelanders en vooral ook de publiciteitsschuwheid van verschillende christenen. Wat mij vooral vanuit deze tekst triggerde was de zogenaamde passieve houding van Edom. God is niet enkel liefde! Hij plakt wel degelijk stickers op daden van mensen; zelfs de daad van het niets-doen. Edom was toeschouwer, maar God doorzag het hart, waarin de motivering de aanjager is van daden. Wat doe je?
Wij mensen kennen elkaars motieven niet zo best. Omdat wij geen God zijn, hebben wij een mechanisme ontwikkeld om toch iets van Gods inzicht zelf te creëren: hokjesdenken. Wanneer mensen duidelijk in hokjes passen, weten we ook precies wat hun motief is achter hun daad. En soms klopt dat; dat is de ellende van het hokjesdenken.
Eerlijk is eerlijk: Edom treedt in deze tekst niet handelend op. Edom zegt niet met woorden wat het ervan vindt. Maar juist dat niet optreden is ook een spraakmakend: Ik trek mijn handen ervan af of ik brand mijn vingers daar niet aan. Laat Israël het lekker zelf uitzoeken. Diezelfde houding heb je gedurende de hele Tweede Wereldoorlog gezien: mensen wilden hun vingers niet branden aan Joden. Hoewel men het niet altijd direct met Hitler eens was, waren er plenty zich christen noemende mensen die redeneerden: "Maar ja, ze hebben wel de Christus verworpen!" Ja, dus?
Doen de Kanttekeningen ook aan hokjesdenken? Ik lees bij "Ten dage als gij tegenover stondt…": "Om uw lust te scheppen in het aanschouwen van de ellende uwer broederen." Blijkbaar was er dus sprake van leedvermaak. Ezau deed indirect iets tegen Jacob! Een behagen hebben in het oordeel dat zich over Israël voltrok. "Dat krijg je er nu van, met je geniepige achterbaksheid" of zo iets…
Van ongelovige buitenstanders kun je wellicht zo iets verwachten (al blijft het fout), maar van broeders mag je iets anders verwachten. Kleurbekennen en op de bres staan voor gerechtigheid in Bijbels perspectief. Gods eer hoog houden en niet wegkruipen na belijdende woorden, vanuit Zijn Woord. Want dat zou gelijk staan aan een verloochening zoals die van Petrus.
Edom was toch zo sterk? Edom had toch van niemand iets te vrezen? Zo'n broer zou nu toch op moeten staan tegen de vijanden van Israël? Nee, Edom wilde zijn vingers niet alleen niet branden, maar had leedvermaak over de teloorgang, de afgang en de schaamte van zijn broeders!

Leedvermaak maakt dubbel schuldig

Leedvermaak heeft altijd iets dubbel-schuldigs. Wat zou je daarmee willen bereiken? Leedvermaak is als een breekijzer, een sloopkogel: het bouwt niets op! Nu weet ik eerlijk gezegd niet of Israël zich altijd fair heeft gedragen jegens Edom (na de verzoening tussen Jacob en Ezau bij Pniël). Dan zou ik een uitgebreide studie van een ferm deel van de Bijbel moeten doen. Wellicht dat de broers elkaar met rust lieten en redeneerden: "Die ander moet weten wat hij doet; het is zijn leven." Er is misschien van alles af te dingen op Israël. Toch trekt God een andere conclusie. Met Jacob gaat Hij Zelf – met eerbied – een appeltje schillen, maar dat ontslaat Ezau er niet van om vanuit het verbond van God een andere houding aan te nemen jegens Jacob, dan hij heeft gedaan.
In de stad Leedvermaak woont geen leedwezen, geen Barmhartige Samaritaan, ja zelfs geen bewogen bidder. Het schuurt er tegen de sfeer van Sodom en Gomorra, waar totale bandeloosheid, vulgaire krenking van de eerbaarheid van de medemens en het grote God-doodverklaren de boventoon voerden.
Als God dood was, wat zouden veel mensen – getuige hun reacties op social media deze week – daar blij mee zijn. Daarom wordt dat ook zo stellig geponeerd. Als er geen Bijbel meer is die zeggingskracht zou kunnen laten gelden omdat de Schrijver ervan niet blijkt te bestaan, wat 'heerlijk' bandeloos zou dat zijn. Wat kun je je dan heerlijk uitleven zonder pottenkijkers! Zonder waarschuwende stemmetjes. Zonder irritante dwarsliggers. Je zou die hopeloos ouderwetse mensen graag het zwijgen opleggen… die nog geloven in een boekje uit de Oudheid, geschreven door mensen met een nog onontwikkelde geest en die dat dan toeschreven aan een wezen dat ze God noemden.
Het zou heerlijk zijn als het hoogste orgaan in het land nu eindelijk eens zou zeggen dat deze mensen geen recht van spreken meer hebben. Wat zal het dan heerlijk rustig zijn. Eindelijk kun je doen waar je zelf zin in hebt. En ergens irriteert het je zelfs, wanneer deze mensen niet met je meedoen en je niet stimuleren om al verder op deze doodlopende weg te gaan.


God dood verklaren

Wanneer de rechter inderdaad zou uitspreken dat dit soort geluiden niet meer hoorbaar mogen worden gemaakt, dan zitten we midden in de tijd van Daniël, toen de koning een wet uitvaardigde dat niemand meer iets aan God of een mens mocht vragen dan alleen aan hemzelf. Die wet wilden de regenten er koste wat kost doordrammen, niet om die koning te eren maar om eindelijk af te zijn van die irritante vrome kwezerik die nog geloofde in een God in de hemel Die  de stad Jeruzalem gewoon liet vernietigen! Wat een God… geloof je daar nog in, Daniël? Het zit tussen je oren, man. Laat je eetgedrag niet inperken door een door de mens Mozes bedachte wet, die zogenaamd van God zou komen daar ergens op zo'n berg in de woestijn, waar niemand bij is geweest! Daniël… en natuurlijk die vrienden van hem, die zo arrogant waren dat ze niet wilden meedoen met de massa, tijdens dat toffe festival in het dal van Dura. Iedereen ging uit zijn dak, maar zij moesten de sfeer zo nodig weer bederven! En er zijn nog steeds mensen die ontzag voor hen hebben en geloven wat zij zeggen!
Zijn die Daniël en zijn vrienden echt zo zonder zonden? Wanneer men dan geen fouten in hun gedrag kan ontdekken, dan maken ze gewoon hun uitgangspunt (Gods Woord) tot iets strafbaars.
Was dat niet precies zoals het met Jezus ging? Hadden juist ook leiders in de kerk daar niet enorm veel behagen in, toen Hij eindelijk aan dat kruis hing? "Nou, als Je dan echt Gods Zoon bent, laat dat dan eens zien? Kom eens van dat kruis af?!"

Israël was voor Edom een doorn zijn oog. Dat nu een vijandig volk dat broedervolk wegvoerde kwam hem zeer goed uit. Zo hield hij 'schone' handen en was hij toch eindelijk mooi van zijn sprekend geweten af. Met het wegvoeren van Israël dacht Edom ook God eindelijk dood te hebben. Maar het was een vergissing. Obadja mag het hen gaan vertellen. Hoe zou dat gegaan zijn? En vooral: hoe is het afgelopen met Obadja? Geen idee. Hij ging in ieder geval in Gods kracht!

Tot slot: of je nu ondertekenaar, opsteller of niet-ondertekenaar van die NashvilleVerklaring bent… doorzoek je motief, waarom je boven het maaiveld wil uitsteken in deze superkritische tijd. Weet dat je leeft te midden van leeuwen… de satan zelf gaat rond als een brullende leeuw, op jacht om christenen te verscheuren. Hij kan hun zielen niet roven, maar hun bloed wel drinken. En juist dat laatste boezemt ons nogal vaak schrik in. Zwijgen dan maar? Tussen de gordijntjes door gluren als anderen wel voor de leeuwen worden gegooid? Om een hoekje staan kijken om te zien hoe het afloopt? De dichter van Psalm 2 bezingt iets ijzingwekkends:

Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid?
De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:

Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.

Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.
Er zal gerechtigheid worden gedaan. Maar niet door ons. God zal rechtspreken. En juist met het oog op deze Grote Rechtspraak op de Jongste Dag, moet ons hart vervuld zijn met leedwezen en erbarmen over zoveel verduistering van Gods licht. Deze in de media furieus reagerende on- of andersgelovigen die in goddeloosheid kleur bekennen (ik doel daarbij vooral op het grove en schunnige/stuitende woordgebruik op social media) hebben stuk voor stuk een ziel. Eenmaal zullen ze voor God staan. Dan zal Hij blijken te bestaan. Maar… zullen ze jou dan verbaasd aankijken, omdat jij hen niet hebt verteld van dit oordeel? Zullen ze jou verwijten dat jij hen nooit gewaarschuwd hebt?
En ja, misschien zullen ze het niet geloven, als je het hen zegt, maar dat mag niet de reden zijn dat je er het zwijgen toe doet. Want: zwijgers (juist zwijgende christenen) gedragen zich als toeschouwers; en toeschouwers zijn uiteindelijk nooit partijloos!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten